
'Fiscus mag uitspraak rechter niet naast zich neerleggen'
« terugDe Nationale ombudsman vindt dat de Belastingdienst een uitspraak van de rechter niet naast zich neer mag leggen omdat hierdoor het vertrouwen in de rechtspraak onder druk wordt gezet.
Bron: Plein+, 12 oktober 2011
‘Fiscus mag uitspraak rechter niet naast zich neerleggen’
De Nationale ombudsman vindt dat de Belastingdienst een uitspraak van de rechter niet naast zich neer mag leggen omdat hierdoor het vertrouwen in de rechtspraak onder druk wordt gezet.
Een ondernemer die eind 2001 zijn bedrijf moest beëindigen wegens een ernstig auto-ongeluk, deed te laat aangifte voor de inkomstenbelasting, waarna de Belastingdienst hem een ambtshalve aanslag oplegde waartegen de man bezwaar maakte. Uiteindelijk oordeelde het hof Den Haag dat de Belastingdienst de aanslag ambtshalve moest verminderen, maar de fiscus deed dat niet.
Procedure
In een procedure over een opgelegde navorderingsaanslag IB 2001 heeft de rechter (in twee instanties) een uitspraak gedaan waarin hij zich ook uitspreekt over de onderliggende ambtshalve opgelegde primaire aanslag inkomstenbelasting 2001. De strekking was dat de primaire aanslag moest worden vastgesteld op een lager bedrag. De man klaagde bij Nationale ombudsman dat de Belastingdienst in weerwil van de uitspraak van de rechter niet bereid is de primaire aanslag IB 2001 te verminderen. De Nationale ombudsman constateerde dat de uitspraak van de rechter formeel geen betekenis heeft voor de primaire aanslag IB 2001. Dat betekent dat die aanslag alleen nog via de weg van ambtshalve vermindering kan worden gewijzigd.
Vertrouwen in de rechtspraak
De Nationale ombudsman overwoog dat in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel meebrengt dat overheidsinstanties zich gebonden achten aan oordelen van de rechter. Onder vaststelling dat de staatssecretaris het ingestelde cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof om hem moverende redenen had ingetrokken, achtte de Nationale ombudsman de stelling van de Belastingdienst dat de feitenrechter zijn overwegingen over de primaire aanslag IB 2001 op onjuiste argumenten had gebaseerd niet relevant. Hij overwoog dat voor rechthebbenden een oordeel inclusief de daarmee verbonden verdere overwegingen – zolang niet met succes in cassatie aangevochten – een oordeel vormt waar een overheidsinstantie als de Belastingdienst niet van kan afwijken. Dit omdat hierdoor het vertrouwen in de rechtspraak onder druk wordt gezet of zelfs wordt aangetast. Dat maakt dat het de Belastingdienst niet vrijstond om in weerwil van de uitspraken van de feitenrechter te besluiten om de primaire aanslag IB 2011 niet ambtshalve te verminderen. Het feit dat de primaire aanslag IB 2011 onherroepelijk vaststond, doet hieraan niet af.
Klacht gegrond
De Nationale ombudsman beoordeelde de klacht als gegrond en deed de aanbeveling de primaire aanslag IB 2001 alsnog ambtshalve te verminderen met inachtneming van de uitspraak en berekening van de rechter.
Bijlagen:
[ Bron: Nationale ombudsman ]
nieuws
doorzoek de site
Ludwijn Jaeger van Jaeger Advocaten-belastingkundigen;
Bestuurder, opgepast! Aansprakelijkheid ligt ook in het belastingrecht op de loer.
Het gaat dan met name om de aansprakelijkheid voor belasting-schulden van de bestuurde rechtspersoon. Deze aansprakelijkheid kan vanuit onverwachte hoek toeslaan - met vaak drastische gevolgen. 
lees meer »