Bezwaarschrift tijdig indienen volgens de regels van het spel

  

Bezwaarschrift tijdig indienen volgens de regels van het spel

Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF



28 www.accountancynieuws.nl


An belastingrecht
In dergelijke gevallen heeft de Hoge Raad4 beslist dat dan de hoofdregel van het alge-mene bestuursrecht herleeft en dat de be-zwaartermijn begint op de dag waarop de belastingaanslag op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Bekendmaking
betekent (vrijwel altijd) toezending en toe-
zending betekent terpostbezorging. Van groot belang is dat de bezwaartermijn in dergelijke gevallen reeds begint te lopen op de dag van terpostbezorging en dus niet op de dag van (veelal latere) ontvangst van het aanslagbiljet door de belasting-plichtige. Bezorgt de fiscus het aanslag-biljet op correcte wijze ter post, dan begint de bezwaartermijn dus al te lopen wan-neer het aanslagbiljet (nog) niet door de belastingplichtige is ontvangen. In geval van een aan de Belastingdienst te wijten onjuiste adressering van een aanslagbiljet, zal de bezwaartermijn pas beginnen te lo-pen nadat het aanslagbiljet alsnog aan het juiste adres is verzonden. Een enkele keer wordt een aanslagbiljet bekendgemaakt door uitreiking ervan door een belasting-deurwaarder. In zulke gevallen begint
– indien de dagtekening is gelegen vóór de datum van uitreiking – de bezwaar-termijn op de dag van uitreiking.
Tijdigheid
In artikel 6:9, eerste lid, Awb is bepaald dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Aldus is de ontvangst van een bezwaarschrift binnen zes weken tijdig. Wordt een bezwaarschrift echter per post wordt verzonden, dan bevat artikel 6:9, tweede lid, Awb een soepeler regeling
(de zogenaamde gemitigeerde verzend-theorie). Het gaat om de situatie dat een bezwaarschrift niet binnen de zes-weken-
termijn is ontvangen, maar wel binnen
D
e bezwaartermijn van zes weken is van dwingend recht en overschrij-
ding van deze termijn leidt ertoe dat een bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard. Alsdan wordt het bezwaar-schrift strikt genomen niet in behande-ling genomen. In de praktijk zal de in-specteur een niet-tijdig bezwaarschrift echter behandelen als een verzoek om ambtshalve de discutabele belasting-aanslag te herzien.2 Tegen een afwijzende beslissing van een inspecteur om de be-treffende belastingaanslag uiteindelijk niet ambtshalve te herzien, staat echter geen beroep meer open bij een belasting-rechter. De belastingaanslag staat alsdan definitief vast en kan ook worden inge-vorderd. Bij een afwijzende uitspraak op bezwaar op een tijdig ingediend bezwaar-schrift bestaat wel de mogelijkheid om daartegen in beroep te gaan bij een belas-tingrechter. De belastingaanslag staat dan immers niet onherroepelijk vast en de belastingrechter zal zich vervolgens inhoudelijk uitlaten over de rechtmatig-heid en hoogte van de betreffende belas-tingaanslag. Daarmee is dan ook tevens het belang aangegeven van het tijdig indienen van een bezwaarschrift.
Aanvang bezwaartermijn
De bezwaartermijn bedraagt zes weken, maar vanaf welk moment begint deze ter-mijn? In het algemene bestuursrecht be-
gint deze bezwaartermijn te lopen de dag
nadat het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (6:8 jo 3:41 Awb). In afwijking hiervan vangt in het belas-tingrecht de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift aan op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet (22j AWR). Dit geldt ook wanneer het aanslag-biljet eerder wordt ontvangen dan de (veelal postgedateerde) dagtekening die daarop vermeld staat; ook dan vangt de bezwaartermijn (pas) aan op de dag die is gelegen na de op het aanslagbiljet vermel-de dagtekening. De bezwaartermijn is in dat geval dus langer dan zes weken.
Problemen kunnen zich echter voordoen wanneer het aanslagbiljet pas op de voor-geschreven wijze bekend wordt gemaakt op een dag die is gelegen na de daarop vermelde dagtekening.3 Wanneer in een dergelijk geval eveneens aansluiting zou worden gezocht bij de dagtekening van het aanslagbiljet, wordt de belangheb-bende geschaad in zijn rechtsbescher-ming, omdat zijn bezwaartermijn dan
korter zou zijn dan zes weken.
Precieze definities en aandachtspunten
‘In het belastingrecht begint de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet.’
Bezwaarschrift tijdig indienen volgens de regels van het spel Igor Thijssen
De regeling die in de Algemene wet bestuursrecht is opgenomen met betrekking tot het indienen van een bezwaarschrift lijkt eenvoudig: binnen zes weken na de dagtekening van een aanslagbiljet moet een bezwaarschrift worden ingediend.1 Maar de almaar voortdurende stroom jurisprudentie over deze bezwaartermijn van zes weken lijkt het tegendeel te bewijzen: voor zowel belastingplichtigen als inspecteurs lijkt hierover toch nog onduidelijkheid te bestaan. De vraag is daarom: wanneer is een bezwaarschrift nog
tijdig ingediend, en welke maatregelen moeten daartoe worden genomen?



www.accountancynieuws.nl 29


belastingrecht An
deze termijn ter post is bezorgd en bin-nen zeven weken door de Belastingdienst is ontvangen. In dergelijke gevallen wordt een bezwaarschrift geacht tijdig te zijn ingediend. Van groot belang is echter dat de belastingplichtige moet bewijzen dat hij het bezwaarschrift binnen de bezwaar-termijn ter post heeft bezorgd.5 Van ter-postbezorging is enkel sprake indien ge-bruik wordt gemaakt van de postdiensten van TPG-post. Allereerst is de dagteke-ning van het bezwaarschrift van belang. Daarnaast is de datum van het poststem-pel van belang, mits aanwezig en lees-baar, maar dit laat ruimte voor twijfel.
Volgens de Hoge Raad is een poststuk reeds ter post bezorgd op het moment dat het in de brievenbus is gedeponeerd. Indien bijvoorbeeld de brievenbus om 19:00 uur wordt geleegd en het bezwaar-schrift wordt later op die avond in de brievenbus gedeponeerd, is het tijdig ter post bezorgd. Overigens is de vraag of een bezwaarschrift voor het einde van de bezwaartermijn ter post is bezorgd een feitelijke vraag. Als partijen deze vraag bevestigend beantwoorden, staat proces-sueel ook vast dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn is verzon-den. Er is dan voor een eigen beoordeling van de rechter geen plaats meer. Pas wan-neer partijen het niet eens zijn over de dag van terpostbezorging zal de rechter zelf de ontvankelijkheid van het bezwaar-schrift moeten beoordelen. Gezien deze gemitigeerde verzendtheorie voor ter post bezorgde bezwaarschriften, is het raadzaam om een bezwaarschrift dat tegen het einde van de bezwaartermijn wordt ingediend, in te dienen door deze per TPG-post te versturen. Om een discussie over het tijdstip van terpost-bezorging bij TPG-post nog verder te be-perken, is het ook raadzaam om dit be-zwaarschrift tevens per fax te verzenden. Hoewel een bezwaarschrift per fax niet door de Belastingdienst als zodanig wordt geaccepteerd, krijgt de indiener wel een ontvangstbevestiging en de mo-gelijkheid om dit verzuim te herstellen door het bezwaarschrift (nogmaals) per post in te dienen. Alsdan weet de indie-ner dat het bezwaarschrift door de Belas-tingdienst is ontvangen. Als de verzender
vervolgens dit verzuim herstelt, wordt
voor de beoordeling van de tijdigheid uit-gegaan van het tijdstip dat het faxbericht bij de Belastingdienst is binnengekomen. Met andere woorden: een bezwaarschrift per fax is handig om de bezwaartermijn veilig te stellen.
Verschoonbare termijn-overschrijding
Wanneer iemand een bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn indient, wordt hij in de regel niet-ontvankelijk ver-klaard. Niet-ontvankelijkheid blijft inge-volge 6:11 Awb achterwege wanneer in redelijkheid niet kan worden geoordeeld dat de indiener van een bezwaarschrift in verzuim is geweest. Alsdan is de termijn-overschrijding verschoonbaar. Ziekte behoeft iemand in het algemeen niet te beletten om tijdig een (pro forma) be-zwaarschrift in te dienen. Gaat het daar-entegen om een zeer ernstige ziekte, dan kan dat anders liggen, met name wanneer
die ziekte aan het einde van de bezwaar-termijn opkomt. Daarnaast kan het zijn dat een belastingaanslag geen rechtsmid-delverwijzing bevat waarin wordt vermeld dat daartegen binnen zes weken bezwaar mogelijk is. Alsdan is het mogelijk dat de belastingplichtige die te laat een bezwaar-schrift indient, toch ontvankelijk is. Dit geldt echter niet wanneer de belasting-plichtige (of zijn gemachtigde) deson-danks wist dat tegen de aanslag binnen zes weken bezwaar openstond. Verzui-men van een gemachtigde (accountant) worden in dit verband overigens aan de belastingplichtige toegerekend. Met an-dere woorden: van verschoonbare ter-mijnoverschrijding is minder snel sprake in het geval dat een (zieke of onwetende) belastingplichtige gebruikmaakt van een professionele gemachtigde (accountant of belastingadviseur).
Een verschoonbare termijnoverschrijding
kan ook aan de orde zijn als gevolg van
het feit dat een door de Inspecteur correct geadresseerd aanslagbiljet niet of te laat bij de belastingplichtige is bezorgd. Met een correcte terpostbezorging start (zoals hierboven reeds besproken) weliswaar de bezwaartermijn, maar indien het aanslag-biljet niet of pas na de bezwaartermijn door de belastingplichtige wordt ontvan-gen, kan bij een alsnog (te laat) ingediend bezwaarschrift sprake zijn van verschoon-bare termijnoverschrijding. Is er naast de belastingaanslag ook een boete in het ge-ding, dan rust op de belastingplichtige slechts een zeer beperkte stel- en bewijs-plicht dienaangaande. De belastingplich-tige kan volgens de Hoge Raad bij een be-lastingaanslag met boetebeschikking er mee volstaan enkel te stellen dat – en waarom (trage of onjuiste postbezorging) – de termijnoverschrijding hem niet valt toe te rekenen. Deze (veelal onmogelijke) bewijslast voor het tegendeel rust vervol-gens bij de inspecteur en bijgevolg wordt het bezwaarschrift veelal ontvankelijk ge-acht. Het is tenslotte ook mogelijk dat sprake is van verschoonbare termijnover-schrijding indien een belastingplichtige een bezwaarschrift tijdig ter post heeft bezorgd, maar dat de Belastingdienst het als gevolg van een abnormale vertraging bij TPG-post pas ontvangt na afloop van de termijn van zeven weken. An
1. Artikel 6:7 en 6:8 Awb jo 22j AWR
2. Zie paragraaf 4 van het Besluit Fiscaal
Bestuursrecht.
3. HR 12 januari 2007 (BNB 2007/99): Indien een
belanghebbende gemotiveerd betwist dat een
aanslagbiljet is verzonden uiterlijk op de dag
van dagtekening, dan rust de bewijslast op de
inspecteur de bewijslast dat dit ook in casu
het geval is geweest.
4. HR 6 december 1989 (BNB 1990/176).
5. o.a. HR 23 oktober 1992, NJ 1993, 640.
‘Heel belangrijk is dat de belastingplichtige moet bewijzen dat hij het bezwaarschrift binnen de bezwaartermijn ter post heeft bezorgd.’
Igor Thijssen is verbonden aan Jaeger
advocaten-belastingkundigen te Amsterdam.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op