Fiscale strafbeschikking pakt hard uit: strafblad én openbaarmaking

  

Fiscale strafbeschikking pakt hard uit: strafblad én openbaarmaking

Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF



26 www.accountancynieuws.nl

Fiscale strafbeschikking pakt hard uit: strafblad én openbaarmaking
Per 1 juli aanstaande wordt de fiscale strafbeschikking ingevoerd en vervalt de moge-lijkheid van het fiscale transactieaanbod. De fiscale strafbeschikking leidt tot radicale wijziging van de huidige praktijk om in gevallen van (vermeende) belastingfraude ex artikel 76 AWR een transactie te kunnen sluiten met het bestuur van de Belasting-dienst. Dit geldt zowel voor de belastingplichtige als voor diens medeplegende ac-countant of adviseur. De aan de strafbeschikking verbonden nadelen liegen er niet om:
een strafblad en openbaarmaking.
An belastingrecht
boete niet passend of niet mogelijk zou zijn, maar waarin het aan de andere kant geen prioriteit heeft om de zaak voor te laten komen voor de strafrechter. In de huidige regelgeving heeft de contact-ambtenaar formeel recht – die optreedt
namens het bestuur van de Belasting-
dienst – de exclusieve bevoegdheid om een transactie te sluiten voor fiscale ver-grijpen (art. 76 AWR). Door binnen een bepaalde termijn te voldoen aan een of meer voorwaarden die het bestuur van de Belastingdienst stelt, kan de verdachte strafvervolging voorkomen en wordt het fiscale vergrijp buiten de (straf)rechter om afgedaan.
Indien een verdachte niet wil of niet kan voldoen aan de in de transactie gestelde voorwaarden, wordt diens zaak alsnog voor de strafrechter gebracht. Een van de voorwaarden die veelal in een transactie gesteld wordt, is betaling van een be-paald bedrag (gerelateerd aan het fiscale nadeel) aan de Staat. De vraag naar de schuld of onschuld van de verdachte blijft bij een transactie onbeantwoord. Het feit dat een transactie geen schuldbekentenis inhoudt vormt voor verdachten veelal een belangrijk voordeel van deze afdoenings-modaliteit. Het begane feit wordt ook niet bestraft in eigenlijke zin en wordt ook niet aangemerkt als justitieel gege-ven. Anders gezegd: met een transactie wordt geen strafblad opgebouwd. Een groot aantal verdachten geeft bovendien de voorkeur aan een transactie boven een openbare behandeling ter zitting, omdat een transactie in principe niet in de open-baarheid komt. Zelfs wanneer een ver-dachte door een strafrechter wordt vrijge-
sproken, is het leed vaak al geschied en is
I
n april 2010 werd in AN gemeld dat de fiscale strafbeschikking per 1 oktober
2010 zou worden ingevoerd. De invoe-ring liep echter vertraging op, maar is nu vastgesteld op 1 juli aanstaande. De fisca-le strafbeschikking wijzigt de huidige praktijk ingrijpend.
Strafrechtelijk onderzoek
In artikel 69 van de AWR is onder meer bepaald dat degene die opzettelijk een belastingaangifte onjuist of onvolledig doet, kan worden gestraft met een gevan-genisstraf van ten hoogste zes jaren of een geldboete van ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven be-lasting. Vermoedt de inspecteur dat zich een dergelijke situatie voordoet, dan dient hij zijn vermoeden te melden aan de boete-fraudecoördinator. Vervolgens bepaalt de boete-fraudecoördinator aan de hand van de Aanmelding-, Transactie en Vervolgingsrichtlijnen of de gedraging van een belastingplichtige inderdaad in aanmerking komt voor een strafrechtelijk onderzoek.
Indien ten slotte ook alle (bij het selectie-en tripartieoverleg betrokken) partijen van oordeel zijn dat de gedraging strafrechte-lijk moet worden vervolgd (en is er vol-doende vervolgingscapaciteit bij het OM en de FIOD-ECD beschikbaar), dan start de
FIOD-ECD een strafrechtelijk onderzoek.
Transactie
De resultaten van het strafrechtelijk on-derzoek van de FIOD-ECD worden vast-gelegd in een proces-verbaal. Dit proces-verbaal wordt vervolgens ingezonden bij het Bestuur van de Belastingdienst, dat
– in de meeste gevallen – het proces-ver-baal op zijn beurt weer doorstuurt aan de officier van justitie. Maar veelal beschikt de officier van justitie reeds over het pro-
ces-verbaal, omdat strafrechtelijke on-derzoeken van de FIOD-ECD nu eenmaal worden verricht onder supervisie van de officier van justitie. In gevallen waarin bijvoorbeeld het strafrechtelijk onder-zoek uitwijst dat weliswaar sprake is van een verwijtbare gedraging, maar dat de ernst minder blijkt te zijn dan aanvanke-lijk werd gedacht, kan de zaak onder de huidige regelgeving worden afgedaan met een transactie, ook wel genoemd een schikking. Het gaat dan weliswaar om
ernstige gevallen, waarin een bestuurlijke
Per 1 juli: fiscale strafbeschikking - het fiscaal transactieaanbod vervalt!
‘Het feit dat een transactie geen schuldbekentenis inhoudt, is voor verdachten een belangrijk voordeel voor deze afdoenings-modaliteit.’
Igor Thijssen


www.accountancynieuws.nl 27
belastingrecht An
zijn goede naam aangetast omdat deze in verband wordt gebracht met strafbare feiten. Vandaar dat een verdachte vaak bereid is om tegen zware voorwaarden een transactie te accepteren, ook in het geval de verdachte meent onschuldig te zijn.
Wet OM-afdoening
Op 1 februari 2008 trad de ‘Wet OM-af-doening’ in werking. Sindsdien kunnen officieren van justitie en een aantal (bui-tengewone) opsporingsambtenaren strafbare feiten, waarop naar de wettelij-ke omschrijving een gevangenisstraf van niet meer dan zes jaren is gesteld, met een zogenaamde strafbeschikking af-doen. Daartoe vindt een aanpassing plaats van artikel 76 AWR, waardoor de bevoegdheid tot het opleggen van een strafbeschikking bij alle fiscale delicten zal toekomen aan ofwel het bestuur van de Belastingdienst ofwel – in het geval het proces-verbaal ex artikel 80, lid 2, AWR reeds aan de officier van justitie is gestuurd – aan de officier van justitie.
Nu – zoals eerder gezegd – de FIOD-ECD het proces-verbaal veelal direct aan de competente officier doorstuurt, zal een strafbeschikking in de meeste gevallen worden uitgevaardigd door de officier van justitie.1 Ten opzichte van de huidige wetgeving waarin het bestuur van de Be-lastingdienst de exclusieve bevoegdheid toekent om transacties af te sluiten, bete-kent de wetswijziging een aanzienlijke competentieverschuiving van de belas-tingdienst naar het Openbaar Ministerie.
De fiscale transactie komt met de invoe-ring van de fiscale strafbeschikking volle-dig te vervallen. Dat zal grote gevolgen hebben voor (rechts)personen die wor-den verdacht van fiscale vergrijpen. Het is te verwachten dat strafbeschikkingen op-gelegd zullen worden in het soort zaken waarin tot nog toe een transactie plaats-vond. De grootste verandering is dat een (fiscale) strafbeschikking wordt aange-merkt als een daad van vervolging en al-dus te beschouwen is als een vorm van bestraffing. Indien de verdachte de straf-beschikking accepteert, staat zijn schuld daarmee formeel vast. Met de ‘Wet OM-afdoening’ wordt aldus getracht het
pragmatisme van een transactie te com-
bineren met de ‘voordelen’ van een strafrechtelijk veroordeling.2
Weliswaar wordt met het accepteren van een strafbeschikking voorkomen dat de verdachte op een openbare zitting terecht moet staan, maar de strafbeschikking wordt wel genoteerd in het justitieel do-cumentatieregister (er wordt zodoende een strafblad opgebouwd, hetgeen nade-lige gevolgen kan hebben in het kader van een verzoek om een verklaring om-trent gedrag of in het kader van een Bi-bob-onderzoek). Daarnaast kunnen
strafbeschikkingen (actief of passief) openbaar worden gemaakt, waardoor de goede naam en reputatie van een ver-dachte op het spel komen te staan. Aldus kan de openbaarheid van de strafbe-schikking en de daarmee gepaard gaande schuldvaststelling grote gevolgen hebben voor de reputatie en toekomst van de verdachte.
Horen
Een fiscale strafbeschikking waarin een geldboete wordt opgelegd van meer dan € 2.000 kan slechts worden uitgevaar-digd indien de verdachte daaraan vooraf-gaand is gehoord. Het horen mag telefo-nisch. Dit verplichte hoorgesprek is voorgeschreven omdat dat zou bijdragen ‘aan de zorgvuldigheid waarmee de schuld van de verdachte aan het strafbare feit en de straf-waardigheid daarvan wordt vastgesteld’. Gezien dit doel zal voorafgaande aan dit hoorgesprek de verdachte wel moeten worden medegedeeld dat hij mag zwij-gen. Of een verdachte in de praktijk ook geattendeerd wordt op het hem toeko-mende zwijgrecht, zal echter moeten blijken. Belangrijk is om in ieder geval te beseffen dat er geen verplichting bestaat om een verklaring af te leggen of om in dit hoorgesprek de gestelde vragen te beantwoorden.
In antwoord op Kamervragen heeft de
Minister van Justitie overigens nog aan-
gegeven dat de strafbeschikking een een-zijdige rechtshandeling is en dat het in het systeem van de ‘Wet OM-afdoening’ niet de bedoeling is dat een straf wordt overeengekomen. De kans dat een offi-cier van justitie bereid zal zijn om – in een hoorgesprek – over de bij strafbe-schikking op te leggen sancties te onder-handelen, zoals dat nu in het kader van de transactie veelvuldig gebeurt, is daar-door klein te noemen.
Verzet
Wanneer na het hoorgesprek uiteindelijk een strafbeschikking wordt uitgevaar-digd, is het niet meer mogelijk om voor hetzelfde fiscale vergrijp een bestuurlijke boete op te leggen, ook niet in het geval een officier van justitie uiteindelijk – na verzet – de strafbeschikking intrekt.
Een verdachte kan op grond van artikel 257e Sv binnen twee weken verzet aante-kenen tegen de strafbeschikking bij het parket van de officier van justitie om te voorkomen dat de strafbeschikking on-herroepelijk komt vast te staan. Het pro-cesinitiatief ligt dan ook bij de verdachte in plaats van bij de officier van justitie. In de huidige transactieregeling betekent het niet reageren op, of het niet voldoen aan, een transactievoorstel dat de in de transactie gestelde voorwaarden niet ko-men vast te staan en dat de officier van justitie zal moeten overgaan tot dagvaar-ding. De verzetstermijn is een veel korte-re termijn dan de in fiscale bezwaar- en beroepsprocedures gebruikelijke termijn van zes weken om een rechtsmiddel aan te wenden, hetgeen verwarring kan ople-veren in de schaarse gevallen dat een strafbeschikking wordt uitgevaardigd door het bestuur van de Belastingdienst door toezending ervan in een blauw en-veloppe. Ook dan dient verzet te worden aangetekend binnen twee weken. De ver-dachte kan er natuurlijk ook voor kiezen om geen verzet in te stellen en simpelweg vrijwillig te voldoen aan de strafbeschik-king. Indien wel verzet wordt aangete-kend tegen de strafbeschikking, dan kan de officier van justitie drie dingen doen: çbeslissen om de strafbeschikking in te
trekken;
çde strafbeschikking wijzigen wanneer hij van mening is dat deze voor verbete-
ring vatbaar is;
‘De openbaarheid van de strafbeschikking kan grote gevolgen hebben voor de reputatie en toekomst van de verdachte.’

28 www.accountancynieuws.nl



DE MAATSCHAP GAAT VERDWIJNEN naar welke passende rechtsvorm gaat u over?
Overleg tijdig over de noodzakelijke
en wenselijke aanpassingen
Mansdalestraat 100 3067 JT Rotterdam T010 220 37 44 M 06 53 180 221 Einfo@stoele.nl Iwww.stoele.nl
An belastingrecht
çde zaak voorleggen aan de strafrechter door de verdachte op te roepen voor de (openbare) terechtzitting – indien hij van mening is dat de strafbeschikking in stand moet blijven.
De verdachte kan zijn verzet uiterlijk tot de aanvang van de behandeling van de strafzaak ter terechtzitting intrekken (art 257e, lid 7, Sv), waardoor de strafbe-schikking onherroepelijk komt vast te staan.
Een gewaarschuwd mens…
De fiscale strafbeschikking wordt per 1 juli 2011 ingevoerd, waarmee de moge-lijkheid van een fiscale transactie volledig komt te vervallen. Zoals het mogelijk is om ook met medeplegende accountants of adviseurs een fiscale transactie te slui-ten, zo zal het in de toekomst ook moge-lijk zijn om aan medeplegende accoun-tants of adviseurs een strafbeschikking te doen uitvaardigen. De strafbeschikking heeft dan ook weinig van doen met de in de 4e tranche Awb gecreëerde mogelijk-heid om aan medeplegende accountants
of adviseurs een bestuurlijke boete op te
kunnen leggen. In nagenoeg alle gevallen zal een strafbeschikking wordt uitgevaar-digd door een officier van justitie, waar nu het bestuur van de Belastingdienst nog exclusief de bevoegdheid heeft om een transactie te sluiten.
De verschillen tussen beide afdoenings-modaliteiten zijn groot, Dit onder meer omdat de fiscale strafbeschikking – in tegenstelling tot een fiscale transactie -een schuldbekentenis inhoudt, een justi-tieel gegeven oplevert (strafblad) en om-dat de strafbeschikking openbaar kan worden gemaakt. Daarnaast komt het procesinitiatief bij de verdachte te liggen. Indien een verdachte zich niet kan vereni-gen met de strafbeschikking, moet hij binnen twee weken verzet aantekenen om te voorkomen dat de strafbeschik-king een definitief karakter krijgt. Gezien de aan de strafbeschikking verbonden nadelen van een strafblad en openbaar-heid kan het – indien een belastingplich-tige thans reeds onderwerp is van een strafrechtelijk onderzoek – nuttig zijn om reeds voorafgaand aan de inwerking-treding van de fiscale strafbeschikking,
contact op te nemen met de boete-frau-
decoördinator om de mogelijkheden van een fiscale transactie te bespreken. An
1. Zie HR 24 juni 1997, NJ 1997, 724: De recht-
streekse toezending van het proces-verbaal
door de FIOD-ECD aan de officier van justitie
wordt geacht te zijn geschied met stilzwijgende
toestemming van het bestuur van de
Belastingdienst.
2. Zie: G.J.M.E. de Bont, “De fiscale strafbe-
schikking: een ongewenste nouveauté?!”,
WFR 2005/1553.
Igor Thijssen is verbonden aan Jaeger
Advocaten-Belastingkundigen te Amsterdam.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op