Internationale uitwisseling van fiscale informatie

  

Internationale uitwisseling van fiscale informatie

Auteur(s): M. Muller

Bekijk PDF



Accountancynieuws 18 juni 2010 nr 12www.accountancynieuws.nl 21
belastingrecht An
Internationale uitwisseling van fiscale informatie
De schrik zit er nu echt wel in bij Nederlandse belastingplichtigen die in het buiten-land een banktegoed aanhouden en dat verzwijgen voor de fiscus. De laatste dreun was dat Nederland met Zwitserland een nieuw verdrag heeft gesloten. In de media is de indruk gewekt dat het Zwitserse bankgeheim zijn kracht kwijt is. Aanleiding genoeg om de internationale uitwisseling van informatie tussen de verschillende belastingdiensten eens onder de loep te nemen, met speciale aandacht voor het nieuwe
verdrag met Zwitserland.
Martin Muller
nen. Daaraan zijn echter wel voorwaar-den verbonden.
Voorwaarden
Een belastinginspecteur mag niet zomaar de telefoon pakken om zijn buitenlandse
collega op de hoogte te stellen van aller-
lei fiscaal interessante informatie. De ver-dragen, richtlijnen en nationale wetten bevatten voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voordat welke uitwisseling dan ook mag plaatsvinden. Zo stelt Neder-land in de Wet op de internationale bij-standverlening bij de hefing van belas-tingen onder meer de eis dat Nederland alleen op verzoek gegevens aan een ander land mag verstrekken als aannemelijk is dat het andere land eerst zelf heeft gepro-beerd de gegevens van haar burger te ver-krijgen. Voorts mag alleen informatie worden verstrekt die in het andere land fiscale relevantie heeft, dus naar het recht van dat andere land beoordeeld. Als in dat andere land de navorderingstermij-nen zijn verlopen, is er bijvoorbeeld geen fiscaal doel meer gediend met de uitwis-seling. Ook het andere land, het ontvan-gende land zo te zeggen, kan voorwaar-den hebben voor het opvragen van informatie in het buitenland en het ver-volgens gebruiken van die informatie.
Het Zwitserse verdrag
Het nieuwe verdrag, dat het verdrag uit 1951 vervangt, is op 26 februari van dit jaar ondertekend door beide landen. Ne-derland heeft lang onderhandeld met Zwitserland voordat het nieuwe verdrag tot stand is gekomen. Voor Nederland was een belangrijk punt dat Zwitserland zich zou conformeren aan de tussen de meeste landen geldende verdragen op één heel belangrijk gebied: de uitwisse-
ling van informatie over rekeninghou-
D
e fiscus heeft ruime mogelijkheden om de informatie die hij nodig
heeft voor zijn hefingstaken te verga-ren. De meeste informatie verstrekken de belastingplichtigen zelf. Zo moeten in de aangiften de meest essentiële ge-gevens door de belastingplichtige zelf worden opgenomen. Daarnaast kan de inspecteur altijd nog vragenbrieven stu-ren en documenten ter inzage vorderen, bijvoorbeeld in het kader van een boe-kenonderzoek. Ook derden kunnen (on-der voorwaarden) worden benaderd om de fiscus van informatie te voorzien over andere belastingplichtigen. Soms blijft de inspecteur echter zitten met het ge-voel dat hij niet over alle informatie be-schikt. Als die informatie zich wél in het buitenland bevindt, staat hem het mid-del van de internationale gegevensuit-wisseling ten dienste.
Hoe werkt internationale gegevensuitwisseling?
Verdragen tussen landen onderling, maar ook EU-richtlijnen, voorzien erin dat lan-den elkaar bijstaan als dat nuttig is voor de belastinghefing in een van de betrok-ken landen. We hebben het dan dus over situaties waarin er zaken worden gedaan in een ander land of er op de een of ande-re manier belangen zijn in een ander land. In zo’n situatie kan de Belasting-dienst van een land, stel de Nederlandse fiscus, informatie vragen aan een buiten-
landse belastingdienst. Ofwel, die belas-
tingdienst beschikt dan over de gevraag-de informatie, zodat het direct aan Nederland kan worden uitgewisseld, of-wel er moet in dat andere land eerst een onderzoek worden opgestart teneinde de benodigde informatie te verzamelen. In beide gevallen is er uiteindelijk sprake van uitwisseling op verzoek.
Het komt echter ook voor dat de belas-tingdienst van een land al beschikt over informatie en zelf meent dat die van be-lang kan zijn voor de belastinghefing in een ander land. Die belastingdienst kan er dan toe over gaan om die informatie spontaan uit te wisselen aan dat andere
land. Ten aanzien van sommige massale gegevens, zoals namen van rekeninghou-ders of pensioengenieters, is soms afge-sproken dat dergelijke informatie auto-matisch wordt uitgewisseld.
Alle genoemde situaties hebben gemeen dat de bevoegdheid om informatie aan een ander land te verstrekken dan wel aan een ander land te vragen voortvloeit
uit de genoemde verdragen en richtlij-
Gaat alles wel volgens de juiste regels?
‘Er mag alleen informatie worden verstrekt die in het andere land fiscale relevantie heeft, dus naar het recht van dat andere land beoordeeld.’

22 www.accountancynieuws.nl18 juni 2010 nr 12 Accountancynieuws


2X PER WEEK OP UW DIGITALE DEURMAT
Geef u op voor de gratis
e-zine ‘Accountancynieuws.nl’ op www.accountancynieuws.nl
An belastingrecht
ders bij Zwitserse banken. Nederland kon tot nu toe alleen fiscale informatie bij de Zwitsers opvragen als er sprake was van een verdenking van strafbare fei-ten in Nederland. En de Zwitserse opvat-ting was dat belastingontduiking daar niet onder viel. Dit was de essentie van het Zwitserse bankgeheim.
In het nieuwe verdrag is geregeld dat de Zwitserse belastingdienst de bevoegd-heid heeft om informatie die Nederland graag wil hebben van de banken op te vragen en door te geven aan Nederland. Minister van Financiën Jan Kees de Jager heeft hierover in de publiciteit gezegd dat het Zwitserse bankgeheim de Nederland-se fiscus nu niet langer parten speelt.
Terechte conclusie?
Het is de vraag of deze conclusie terecht is. Bij het nieuwe verdrag horen zoge-naamde protocolbepalingen en die wek-ken de indruk dat de Zwitsers niet zo-maar met de Nederlandse fiscus gaan samenwerken. Zo is voor uitwisseling door Zwitserland vereist dat de Neder-landse fiscus voldoende gegevens ver-strekt om de rekeninghouder te identifi-ceren. Er mag dus geen ‘fishing expedition’ plaatsvinden in Zwitserland, de Nederlandse fiscus zal een concreet aanknopingspunt moeten hebben voor het bestaan van een Zwitserse bankreke-ning. Zonder de automatische uitwisse-ling van gegevens die met andere landen wel is afgesproken, wint Nederland wei-nig. Ook onder het oude verdrag heeft de inspecteur die een rekeninghouder kan identificeren dankzij de omkering van de bewijslast doorgaans al voldoende in handen.
Verder moeten in Zwitserland eerst de aldaar geldende administratieve proce-dures worden doorlopen voordat er aan Nederland kan worden uitgewisseld. Dat is niet zonder belang. Nog onlangs oor-deelde een Zwitserse rechter over de uit-wisseling van gegevens betreffende Ame-rikaanse rekeninghouders bij de bank UBS. UBS had onder druk van de Zwit-serse autoriteiten de gegevens aan de Verenigde Staten verstrekt, maar de Zwit-serse rechter kwam tot het oordeel dat
banken in dat land niet zomaar kunnen worden verplicht om gegevens van reke-ninghouders aan te leveren. De nationale Zwitserse wetten gaan er immers nog steeds vanuit dat de banken in dat land een bankgeheim hebben.
Rechtsbescherming
Er zitten aan internationale informatie-uitwisseling altijd twee kanten. Er is een vragend/ontvangend land dat de infor-matie kan gebruiken. Aan de andere kant zien we het verstrekkende land, dat van één van haar onderdanen informatie ver-krijgt die voor het andere land van belang is. Dikwijls is er natuurlijk een relatie tus-sen de belastingplichtige in het ene land en degene in het andere land waarvan de informatie afkomstig is. Denk bijvoor-beeld aan leverancier versus afnemer, aandeelhouder versus vennootschap, eigenaar van een vakantiewoning versus de huurder ervan of natuurlijk bank versus rekeninghouder.
Beide partijen kunnen in hun eigen respectievelijke land een beroep doen op de rechter als zij menen dat de voor-genomen uitwisseling niet volgens de regels is.
Duidelijk is dat de belastingplichtige die in het ene land met hefingsgevolgen wordt geconfronteerd, er belang bij heeft
de informatie-uitwisseling kritisch te
bekijken. Slaagt hij erin aannemelijk te maken dat die uitwisseling niet volgens de regels was, dan mag zijn belasting-dienst die gegevens wellicht niet in zijn nadeel gebruiken. Ook degene van wie de informatie afkomstig is, in het andere land, heeft belang bij een kritische hou-ding. Als uitwisseling over de grens plaatsvindt, heeft dat vaak onplezierige gevolgen voor de relatie.
Niet zelden worden handelsrelaties op-gezegd als blijkt dat informatie die van een partij afkomstig is bij de belasting-dienst van een ander land terecht is geko-men. Dat gebeurt vooral als zo’n partij niet kan laten zien dat zij ten minste haar best heeft gedaan om te onderzoeken of alles wel volgens de regels was.
Attentiepunt
Juist in dit opzicht missen Nederlandse informatieplichtigen wel eens een kriti-sche houding. Zij krijgen bericht van de Nederlandse belastingdienst dat gege-vens van hen aan een ander land zullen worden uitgewisseld, maar zij vragen zich daarbij niet af of de spelregels wel worden gevolgd. Omdat internationale uitwisseling tussen de belastingdiensten steeds populairder wordt, is dit een te laconieke houding.
Het nieuwe verdrag met Zwitserland illustreert dat bij uitwisseling over de grens een behoorlijk aantal, ook buiten-landse, formaliteiten een rol speelt. Als een relatie te gemakkelijk informatie verstrekt, kunnen de hefingsgevolgen in het andere land groot zijn en kan de relatie onder druk komen te staan. An
‘Verstrekt een relatie te gemakkelijk informatie, dan kunnen de heffings-gevolgen in het andere land groot zijn.’
Martin Muller is als fiscaal jurist verbonden aan
Jaeger Advocaten-belastingkundigen te Amsterdam.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op