Regels fiscale aansprakelijkheid bestuurders vaak onduidelijk

  

Regels fiscale aansprakelijkheid bestuurders vaak onduidelijk

Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF



Het aansPrakelijk stellen van be-stuurders is een veelgebruikt middel van de Ontvanger om onbetaald gela-ten belastingschulden van rechtsper-sonen alsnog te incasseren. Gezien de veelheid van gerechtelijke procedures lijkt er echter veel onduidelijkheid te bestaan over de regels bij een dergelijke aansprakelijkstelling, zowel aan de zij-de van de bestuurder (en diens adviseur) alsook aan de zijde van de Ontvanger. In deze bijdrage ga ik in op een aantal aspecten van de fiscale aansprakelijk-heidsregeling voor bestuurders1.
Meldingsplicht
Een bestuurder van een lichaam is aan-sprakelijkalsaannemelijkisdathetniet betalen van de schuld is te wijten aan ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’. Van essentieelbelangbijdezeaansprakelijk-heidsregeling is de verplichting die het lichaam heeft om aan de Ontvanger te melden dat het zijn belastingschulden niet kan betalen. Deze melding dient ‘onverwijld’ gedaan te worden. ‘Onver-wijld’ betekent in dit geval: binnen twee
wekennadatdeomzetbelastingvoldaan
gedragenhadmoetenworden2.Hetniet (tijdig)voldoenaandezemeldingsplicht heeftgrotebewijsrechtelijkegevolgen.
Heeft de bestuurder tijdig gemeld, dan is hij alleen nog maar aansprakelijk voor de belasting die niet is betaald als gevolg van aan hem te wijten ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’in de drie jaren voor-afgaande aan de melding. Van kenne-lijk onbehoorlijk bestuur is volgens de Hoge Raad alleen sprake indien geen redelijk denkend bestuurder aldus ge-handeld zou hebben3. Daarvan zal bij-voorbeeld sprake zijn wanneer een be-stuurder zich ten koste van het lichaam ongerechtvaardigd heeft verrijkt. De be-wijslast hiervoor rust echter bij de Ont-vanger, hetgeen in de praktijk veelal een (te) moeilijke en zeer arbeidsintensie-ve opgave is. Als gevolg van deze zware bewijslast kan de malafide bestuurder die (overigens veelal) tijdig heeft ge-meld, de aansprakelijkheidsdans ont-springen. Dit terwijl de bonafide be-stuurder die niet (tijdig) heeft gemeld op eenvoudige wijze door de Ontvan-ger aansprakelijk kan worden gesteld. Immers, als het lichaam namelijk niet (tijdig) aan zijn meldingsplicht heeft voldaan, wordt zelfs de goedwillende
bestuurder geacht schuldig te zijn aan
ders indien de bestuurder kan bewijzen dat de niet-melding hem niet verweten kan worden. In de praktijk is dat – afge-zien van gevallen van coma e.d. – voor een bestuurder bijna onmogelijk.
op andere wijze geïnformeerd Ingevallenwaarbijdebetalingsonmacht niet (tijdig) is gemeld, heeft het mijns inziens dus weinig zin om te zoeken naarplausibeleredenenwaaromeenbe-stuurder in gebreke is gebleven met be-trekking tot de melding van betalings-
onmacht. Het heeft daarentegen veelal
wel zin om na te gaan of de Ontvanger wellicht op een andere manier op de hoogte was (of had moeten zijn) van de betalingsonmacht van het lichaam. De meldingsplicht vervalt namelijk vanaf
het moment dat de Ontvanger op eni-
gerlei (andere) wijze van de betalings-onmacht op de hoogte is4. Daarbij valt te denken aan het geval dat een Ontvan-ger vanwege een beslaglegging al op de hoogte van de betalingsmoeilijkheden had moeten zijn5. Of aan het geval dat een inspecteur al tijdens een boekenon-derzoek op de hoogte was van het feit dat het financieel zeer slecht ging met het lichaam. Omdat de Ontvanger in de regel snel geïnformeerd is over een uit-gesproken faillissement, wordt in ge-valvanfaillissementgeenmeldingmeer verlangd.Verzoekenomuitstelvanbeta-ling of andere brieven van of namens de belastingschuldige waaruit tevens liqui-diteitsproblemen blijken, dient de Ont-vanger overigens ook aan te merken als eenmeldingvanbetalingsonmacht6.
Beperkingen
had moeten zijn of de loonbelasting af-onbehoorlijk bestuur. Dit is slechts an-Bestuurders kunnen niet voor alle
(belasting)schulden aansprakelijk wor-den gesteld. Allereerst dient opgemerkt te worden dat (fiscale) aansprakelijk-heidstelling van bestuurders alleen mo-gelijk is bij rechtspersoonlijkheid bezit-tende lichamen die onderworpen zijn aan de heffing van vennootschapsbe-lasting (zoals de besloten en naamlo-ze vennootschap). Daardoor is bestuur-dersaansprakelijkheid bij een fiscale eenheid voor de omzetbelasting uitge-sloten7, omdat een fiscale eenheid zelf geen ‘lichaam’ is als bedoeld in artikel
36 van de Invorderingswet. Ten twee-
18www.accountancynieuws.nl7 november 2008 nr 21 accountancynieuws
belastingrecht
Regels fiscale aansprakelijkheid bestuurders vaak onduidelijk
Igor Thijssen
Indien het niet mogelijk is om een aanslag in te vorderen bij de belastingschuldige zelf, is het in een aantal gevallen voor de Ontvanger mogelijk om een derde aan-sprakelijk te stellen voor de openstaande belastingaanslagen. In de praktijk blijkt er nogal eens onduidelijkheid te zijn over de geldende fiscale regels bij een derge-
lijke aansprakelijkstelling.
‘Bestuurders kunnen niet voor alle (belasting)-schulden aansprakelijk worden gesteld.’
Fiscale procedures
soms gaat er wat mis in het contact met de fiscus. wat zijn de rechten en plichten als je als ondernemer voor de fiscale rechter staat?
Hierover sprak ludwijn jaeger van jaeger advocaten-belastingkundigen op de accountancynieuwsdag van
vandaag, 6 november.

accountancynieuws 7 november 2008 nr 21www.accountancynieuws.nl19
belastingrecht
de kan een bestuurder slechts aanspra-
kelijk worden gesteld voor de in dit ar-
perkte middelen heeft om beide belas-tingaanslagen geheel te voldoen, is het vanuit aansprakelijkheidsoogpunt be-
zien raadzaam om betalingen zoveel mogelijk op de naheffingsaanslag om-zetbelasting te laten plaatsvinden8. On-gerichte betalingen (een betaling waar geen bestemming voor wordt aangege-ven) zal de Ontvanger juist zoveel mo-
gelijk willen afboeken van de navorde-
Advies: voor zover een in betalingson-macht verkerend lichaam nog betalin-gen kan verrichten, dienen deze zoveel mogelijk gericht plaats te vinden ten be-
hoeve van openstaande aanslagen loon-
niet-tijdig is gemeld.
uitbreidingen
Onder het begrip ‘bestuurder’ dient al-lereerst te worden verstaan de statu-taire bestuurder. In beginsel mag de Ontvanger afgaan op de gegevens uit de openbare registers (zoals het Han-delsregister van de Kamer van Koop-handel). Niet van belang is of een sta-tutaire bestuurder zich ook feitelijk bemoeit met de gang van zaken of het beleid van het lichaam: een ieder die zich laat benoemen tot bestuurder van een lichaam neemt daarmee de verant-woordelijkheid voor het (fiscale en fi-nanciële)beleid.Hetgaatbijeenmeer-hoofdig bestuur in beginsel niet om de individuele bestuurder, maar om alle bestuurders gezamenlijk. Ook de be-stuurder die niet belast is met (of zich
afzijdig heeft gehouden van) de finan-
ciële zaken van een lichaam kan hoof-
delijk aansprakelijk worden gesteld.
overigens niet dat de Ontvanger ook daadwerkelijk iedere bestuurder aan-sprakelijk moet stellen.
Een bestuurder kan zich niet aan zijn aansprakelijkheid onttrekken door af te treden: ook de gewezen bestuur-der tijdens wiens bestuurdersperiode de belastingschuld is ontstaan, is aan-sprakelijk. Een (huidige) bestuurder is
overigens niet aansprakelijk voor schul-
zover de betaling vanwege een gebrek aan middelen in zijn bestuursperiode niet plaats heeft kunnen vinden9. Om het werken met stromannen en kat-vangers tegen te gaan, is tenslotte ook degene die het beleid van het lichaam
(mede) heeft bepaald aansprakelijk als
ringsaanslag vennootschapsbelasting.ware hij een bestuurder.
Bezwaar en beroep Aansprakelijkstelling geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking door de
Ontvanger. Tegen deze beschikking kan
en omzetbelasting waarvoor niet ofop normale wijze binnen zes weken
een bezwaarschrift bij de Ontvanger worden ingediend (en vervolgens kan beroep worden ingesteld bij de belas-tingrechter). De bezwaren kunnen be-trekking hebben op bijna alle aspecten van de aansprakelijkstelling. Ook de hoogte van de betreffende aanslag kan ineenaansprakelijkheidsprocedurein-tegraalaandeordewordengesteld.Dit is slechts anders indien de hoogte van de aanslag reeds is vastgesteld als ge-volg van een onherroepelijke rechter-lijke uitspraak10 (bijvoorbeeld als ge-volg van een beroepsprocedure gericht tegen de hoogte van de aanslag inge-steld door het lichaam zelf). Alsdan staat de hoogte van de aanslag – ook in de aansprakelijkheidsprocedure – vast. In verband met eventuele be-stuurdersaansprakelijkheid dient (een bestuurder van) het in betalingson-
macht verkerende lichaam niet licht-
zinnig beroep in te stellen tegen een
onwelgevallige uitspraak op bezwaar
tikel genoemde soorten belastingenHeeft een bestuurder zich echter (zon-van de Inspecteur. De uitkomst van die (zoals loon- en omzetbelasting). In-der succes) met raad en daad tegenberoepsprocedure is in een eventuele dien een lichaam zowel een navorde-het financiële optreden van de ande-aansprakelijkheidsprocedure bindend ringsaanslag vennootschapsbelastingre bestuurder(s) verzet, dan treft hemvoor de bestuurder.
als een naheffingsaanslag omzetbelas-in de regel geen verwijt. Deze collec-
ting heeft openstaan, maar slechts be-tieve verantwoordelijkheid betekentNegatief inkomen
Het bedrag waarvoor de bestuurder aansprakelijk wordt gesteld, is aan te merken als ‘negatief inkomen’ en komt ten laste van zijn progressief be-laste inkomen uit werk en woning. In verband met de beperkte mogelijk-heden van (achterwaartse) verliesver-rekening kan het soms voordelig zijn om ofwel vooruitlopend op de uit-komst van een bezwaar- of beroeps-
procedure (een deel) van de nog niet
den ontstaan vóór zijn benoeming, vooronherroepelijk vaststaande aanspra-
kelijkheidschuld te betalen ofwel daar juist mee te wachten tot het moment waarop voldoende belaste inkomsten
aanwezig zijn. an
Mr. i.r.j. thijssen is verbonden aan jaeger advocaten-belastingkundigen
te amsterdam.
1 artikel 36 van de invorderingswet
2 Bij naheffingsaanslagen is de meldingstermijn eveneens gekoppeld aan het tijdstip waarop de belasting op aangifte had moeten worden voldaan of afgedragen (ex artikel 19 van de awr) en niet aan de betaaltermijn van de naheffingsaanslag zelf. Dit is slechts anders indien het gaat om betalingsonmacht ter zake van een naheffingsaanslag die niet is te wijten aan de opzet of grove schuld van het lichaam. in dat geval kan de melding nog rechtsgeldig
gedaan worden tot twee weken na de vervaldag van die naheffingsaanslag.
3 Hr 8 juni 2001, nj 2001, 454
4 Hr 13 juli 1994, BnB 1995/201 5 Hr 13 juli 1994, BnB 1995/201
6 Paragraaf 36.5.2 leidraad invordering 7 Hr 21 juni 1996, V-n 1996, blz. 2553 e.v.
8 Door bij een girale overboeking het aanslag-nummer van de naheffingsaanslag omzetbelas-ting te vermelden, zal een ontvanger deze beta-ling op grond van artikel 7.2. leidraad invordering moeten afboeken van die naheffingsaanslag.
9 crvB 25 september 2003, 01/100 csV, rsV 2003/304
10 zie artikel 49, zesde lid, van de invorderingswet
1990
‘Is niet tijdig gemeld, dan wordt zelfs de goedwillende bestuurder
geacht schuldig te zijn aan onbehoorlijk bestuur.’





Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op