Suppletie voorkomt niet altijd fiscale boete

  

Suppletie voorkomt niet altijd fiscale boete

Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF



22 www.accountancynieuws.nl28 september 2012 nr 17 Accountancynieuws
Suppletie voorkomt niet altijd fiscale boete
Met enige regelmaat komt het voor dat een belastingplichtige na afloop van de aangif-te- en betalingstermijn – veelal bij het opstellen van de jaarstukken door de accountant – ziet dat hij te weinig omzetbelasting op de aangifte heeft betaald. In die gevallen doen veel belastingplichtigen een zogenoemde suppletieaangifte met bijbehorende be-taling, om alsnog de verschuldigde belasting te voldoen of af te dragen. In de meeste gevallen is dit voldoende om een fiscale sanctie te voorkomen. Wanneer de Belasting-dienst echter twijfelt over opzettelijke onjuistheden of bewust te lang wachten met de
suppletie, dan wordt het beeld ineens complexer.
Igor Thijssen
An belastingen
De wijze waarop de suppletie moet wor-den gedaan is in het uitvoeringsbesluit niet omschreven, maar uit de Memorie van Toelichting kan worden afgeleid dat wordt gedoeld op het digitale formulier ‘Suppletie omzetbelasting’.
Omdat het niet op de ‘voorgeschreven
wijze’ doen van een suppletie omzetbe-lasting wordt aangemerkt als een beboet-bare overtreding, zou het wenselijk zijn dat de wijze waarop een suppletie moet worden gedaan wordt vastgelegd in de wet of uitvoeringsregeling. Dit in plaats van dat daar de parlementaire behande-ling op moet worden nageslagen.
Wat is tijdig?
Het ‘niet tijdig’ doen van een suppletie omzetbelasting wordt aangemerkt als een beboetbare overtreding. Daarom is het eveneens wenselijk dat er meer duide-lijkheid is over het exacte tijdstip waarop de suppletie moet worden gedaan. In de eerste drie leden van artikel 15 Uitv.besl. OB worden namelijk drie verschillende tijdstippen genoemd waarop een supple-
tie moet worden gedaan:
1. het eerste lid bepaalt dat suppletie moet worden gedaan zodra de belas-tingplichtige constateert dat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan. Dit tijdstip zal in de praktijk tot discussies leiden over de vraag of, en zo ja op welk moment, de belas-tingplichtige bekend werd met een onjuistheid of onvolledigheid. Voor de inspecteur is immers moeilijk waar te nemen op welk tijdstip de be-lastingplichtige heeft geconstateerd dat een eerdere aangifte onjuist of on-volledig was. Daarbij speelt ook dat de constatering dat een bepaalde aan-
gifte onjuist of onvolledig is gedaan,
I
n het heffingsstelsel voor de omzet-belasting is de belastingplichtige ver-
plicht om op eigen initiatief aangifte te doen van de materieel verschuldigde be-lasting en die te voldoen. Deze methode van belastingheffing houdt in dat de be-lastingplichtige zelf moet beoordelen of hij op grond van de wet belasting ver-schuldigd is en zo ja, hoeveel. Het initia-tief tot betaling en de verantwoordelijk-heid voor een juiste heffing liggen dus primair bij de belastingplichtige en in-houdingsplichtige.
De informatieverplichting
Het systeem van de wet kent suppleties niet. De suppletie is juridisch bezien geen aangifte; een wettelijke grondslag
ontbreekt. De Belastingdienst merkt sup-
pleties aan als een verzoek om het opleg-gen van een naheffingsaanslag of als een (meestal) te laat bezwaar tegen de eigen aangifte.
Tot 1 januari 2012 bestond er geen ver-plichting voor belastingplichtigen om onjuist ingediende aangiften omzetbe-lasting te suppleren of zelf te herstel-len. Vanaf 1 januari 2012 is echter in ar-tikel 10a Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) een algemene informatie- of mededelingsverplichting ingevoerd. Belastingplichtigen en in-houdingsplichtigen zijn op grond daar-van verplicht om de inspecteur in nader
aan te wijzen gevallen op eigen initiatief
te informeren over onjuistheden of on-volledigheden die hen bekend zijn (ge-worden), betrekking hebbend op gege-vens en inlichtingen die voor de belastingheffing van belang zijn.
De concrete gevallen waarop deze alge-mene informatieplicht ziet zijn echter niet in de AWR opgenomen. Er is vol-staan met een algemene en ongeclausu-leerde delegatiebepaling, die bij alge-mene maatregel van bestuur nader kan worden uitgewerkt. De aanwijzing van gevallen waarin, en het tijdstip en de wijze waarop, de informatie moet wor-den verstrekt wordt bij AmvB vastge-steld. Zodoende kunnen ze buiten de medewerking van Staten-Generaal tot
stand komen.
De suppletieplicht
Aan artikel 10a AWR is onder meer uit-voering gegeven door de gelijktijdige in-troductie van artikel 15 Uitv. Besl. OB 1968. Hiermee is een verplichting gecre-eerd om onjuist of onvolledig gedane aangiften omzetbelasting te suppleren. Hoewel de suppletie wettelijk gezien niet als aangifte kwalificeert en de suppletie verder ook niet in de wet is omschreven, is sinds 1 januari 2012 het doen van een suppletie wel verplicht. Er kan dus wor-den gesproken van een suppletieplicht. Artikel 15, lid 3, Uitv. Besl. OB 1968 be-paalt dat een suppletie wordt gedaan op
de wijze die de inspecteur aanwijst.
Onduidelijkheden in suppletieplicht werkt discussie en boetes in de hand

Accountancynieuws 28 september 2012 nr 17www.accountancynieuws.nl 23


belastingen An
het gevolg kan zijn van een geleidelijk proces. Het is dan moeilijk om te be-palen op welk tijdstip in dat proces de fout wordt geconstateerd;
2. in het tweede lid staat dat de supple-tie moet worden gedaan voordat de belastingplichtige weet of redelijker-wijs moet vermoeden dat de inspec-teur met de desbetreffende onjuist-heid of onvolledigheid bekend is of zal worden.
3. ten slotte bepaalt het derde lid dat de suppletie zo spoedig mogelijk moet
gebeuren.
Onduidelijk is hoe deze drie tijdstippen zich tot elkaar verhouden. Duidelijk is wel dat er met ingang van 2012 niet meer kan worden gewacht met het doen van suppletie tot na afloop van het kalender-jaar. Ook wordt er geen termijn van acht weken meer gegeven om na de drie ge-noemde tijdstippen de suppletie te doen. Dit in afwijking van bijvoorbeeld de cor-rectieverplichting voor loonheffing.
Terugwerkende kracht
De verplichting om te suppleren geldt vanaf 1 januari 2012 voor alle onjuiste of onvolledige aangiften omzetbelasting in de vijf voorafgaande kalenderjaren. Een belastingplichtige in 2012 is dus verplicht om onjuiste of volledige aangiften vanaf het kalenderjaar 2007 te herstellen door een suppletie. Zo bezien heeft de infor-matieverplichting dan ook terugwerken-de kracht. Een belastingplichtige zal dus over de afgelopen vijf kalenderjaren als-nog moeten nagaan – mede aan de hand van nadien gewezen jurisprudentie – of de door hem ingediende aangiften om-zetbelasting nu nog juist en volledig zijn.
Suppletie en beboeting
Met de invoering van de suppletieplicht is geen wijziging beoogd in de beboetba-re gedragingen, zoals deze voor de aan-giftebelastingen zijn te vinden in de arti-kelen 67b, 67c en 67f AWR. Het feit dat er destijds te weinig of te laat op aangifte is betaald, wordt door de suppletieplicht en de daarmee samenhangende betaling niet geheeld. Maar het tijdig doen van suppletie kan onder omstandigheden worden aangemerkt als een ‘vrijwillige
verbetering’ waarmee een vergrijpboete
kan worden voorkomen. Wanneer met een dergelijke ‘vrijwillige verbetering’ een omvangrijk correctiesaldo is ge-moeid van meer dan € 20.000, gaat een inhoudingsplichtige over het betalings-verzuim niet geheel vrijuit. De inspecteur kan dan nog wel een verzuimboete op-leggen van maximaal € 4.537. Daarnaast zou de inspecteur over het eerdere aan-gifteverzuim nog een verzuimboete kun-nen opleggen van maximaal € 123.
Het tijdig indienen van een suppletie in het kader van een ‘vrijwillige verbetering’
betekent niet automatisch dat ook de
suppletie zelf tijdig is ingediend. Het op-zettelijk of grofschuldig niet voldoen aan de informatieverplichting zelf vormt im-mers een vergrijp waarvoor een boete kan worden opgelegd. Dit gaat om een boete van ten hoogste honderd procent van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de informatiever-plichting niet is of zou zijn geheven. De bewijslast ligt bij de inspecteur. De in-specteur zal niet alleen moeten bewijzen dat de onjuistheid of onvolledigheid be-kend is (geworden) bij de belastingplich-tige, maar ook dat het aan opzet of grove schuld is te wijten dat vervolgens geen suppletie is gedaan.
Dubbele beboeting
Door de introductie van zo’n vergrijpboe-te kan een situatie ontstaan van dubbele of excessieve beboeting. Naast het opleg-gen van een vergrijpboete wegens het niet (tijdig) voldoen aan de suppletiever-plichting vanwege het opzettelijk of grof-schuldig niet of te laat betalen van om-zetbelasting, kan ingevolge artikel 67f AWR ook nog een vergrijpboete van maximaal honderd procent worden op-gelegd. In par. 28a BBBB wordt een cu-mulatie van beboeting voorkomen. De gezamenlijke hoogte van de boetes mag niet het maximum van de hoogst begaan-de beboetbare gedraging te boven gaan.
Onduidelijkheden suppletieplicht Over de suppletieplicht zijn nog veel as-pecten onduidelijk. Dit leidde tot de no-dige, veelal terechte, kritiek. Een mijns inziens onderbelicht aspect betreft de si-tuatie waarin:
çeen belastingplichtige die destijds opzet-
telijk of grofschuldig een onjuiste aangif-te omzetbelasting deed en wil inkeren;
çof de belastingplichtige die – om wat voor reden dan ook – enige tijd heeft geaarzeld voordat hij besloot om door middel van een suppletie zijn eerdere, onjuiste aangifte omzetbelasting te wil-len herstellen.
Deze belastingplichtige kan zijn suppletie omzetbelasting dan nog steeds indienen voordat hij weet, of redelijkerwijs moet vermoeden, dat de inspecteur met de on-juistheid bekend is of bekend zal worden.
Daardoor ontkomt hij aan een honderd
procent vergrijpboete vanwege het niet of te laat betalen ex artikel 67f AWR.
Maar omdat deze belastingplichtige van meet af aan wist dat de ingediende aan-gifte onjuist was, of omdat hij enige tijd heeft geaarzeld met het indienen van zijn suppletie, kan hij alsnog geconfronteerd worden met een vergrijpboete van hon-derd procent ex art. 10a, lid 3, AWR. Dit is omdat hij zijn suppletie niet direct deed zodra hij de fout constateerde en het eveneens niet zo spoedig mogelijk heeft gedaan. Het inkeren of vrijwillig verbeteren van onjuist gedane omzet-belasting kan dan nog steeds een ver-grijpboete van maximaal honderd pro-cent tot gevolg hebben.
Ik kan mij voorstellen dat een dergelijke vergrijpboete belastingplichtigen er van kan weerhouden om over te gaan tot het doen van een suppletie. Dit in de hoop dat de inspecteur helemaal niet, of pas na ver-loop van de naheffingstermijn van vijf ja-ren, bekend wordt met de onjuistheid van een ingediende aangifte omzetbelasting. De vraag dringt zich dan ook op waarom niet is gekozen voor een verzuimboete van maximaal € 1.230, zoals dat bijvoor-beeld bij een niet tijdig ingediende correc-tiebericht loonheffing het geval is. An
Igor Thijssen, Jaeger Advocaten-belasting-
kundigen te Amsterdam.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op