Wanneer is een belastingaanslag nog tijdig opgelegd?

  

Wanneer is een belastingaanslag nog tijdig opgelegd?

Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF



18 www.accountancynieuws.nl Accountancynieuws
An belastingrecht
Wanneer is een belasting-aanslag nog tijdig opgelegd?
I
n het belang van de rechtszekerheid van een belastingplichtige vervalt de
bevoegdheid om een belastingaanslag op te leggen door verloop van een bepaalde termijn. De rechtszekerheid krijgt zo na verloop van tijd voorrang boven het be-ginsel dat materieel verschuldigde belas-ting betaald moet worden. Voor een pri-mitieve aanslag is deze verjaringstermijn drie jaren, gerekend vanaf het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan2 . Voor een navorderingsaanslag is die ter-mijn vijf jaren na evengenoemd tijdstip3 . Ook voor een nahengsaanslag is de verjaringstermijn vijf jaren4 . Toch komt het met enige regelmaat voor dat er on-duidelijkheid bestaat over de vraag of een belastingaanslag tijdig is opgelegd. Deze onduidelijkheid probeer ik in dit stuk te verhelderen.
Procedure vaststelling belasting-aanslag
Omdat het moment waarop de Inspec-teur zijn inhoudelijke beslissing neemt om een belastingaanslag vast te stellen voor buitenstaanders niet kenbaar is, be-paalt artikel 5 van de Algemene wet inza-ke rijksbelastingen (hierna: AWR) dat de dagtekening die wordt vermeld op het aanslagbiljet, geldt als het moment van de vaststelling van de belastingaanslag. Daardoor wordt het bij wettelijke fictie moeilijk te controleren moment van de vaststelling van de belastingaanslag ge-lijkgesteld met de latere dagtekening die
de Centrale belastingadministratie te
Apeldoorn op het aanslagbiljet afdrukt. Tijdens de parlementaire behandeling van artikel 5 AWR werd de vrees geuit voor het misbruik dat de Belastingdienst zou kunnen maken, door een te laat vast-gestelde belastingaanslag te voorzien van een dagtekening die ligt binnen de toe-gestane termijn. Deze vrees nam de minister van Financiën weg door zijn toezegging dat er zorg voor zal worden
gedragen dat de datum die op het aan-slagbiljet staat, nimmer ligt vóór die van het tijdstip waarop het aanslagbiljet wordt verzonden.
Moment vaststelling belasting-aanslag
Desondanks komt het in de praktijk met enige regelmaat voor dat de terpostbe-zorging van een aanslagbiljet toch op een later moment plaatsvindt dan de vermel-de dagtekening daarop doet vermoeden. De Hoge Raad5 besliste in 1989 dat in gevallen waarin een belastingaanslag binnen de termijn is vastgesteld – maar pas na afloop van de termijn ter post is bezorgd – de datum van terpostbezor-
ging geldt als de datum van de vaststel-
ling van de betreende aanslag. Sinds-dien geldt de dagtekening of de latere terpostbezorging van het aanslagbiljet als moment van vaststelling van een belastingaanslag.
Discussie over tijdigheid aanslag
In de praktijk komt de discussie over de tijdigheid van een aanslag vaak voort uit het feit dat een aanslagbiljet pas enige tijd ná de aanslagtermijn door een be-lastingplichtige wordt ontvangen. De ontvangst buiten de aanslagtermijn heeft op zichzelf geen invloed op de rechtsgeldigheid van de aanslag. In deze gevallen gaat het er dus om of de ter-postbezorging door de fiscus vóór of ná de laatste dag van de wettelijke termijn heeft plaatsgevonden.
Het probleem is echter dat het moment van terpostbezorging – evenals het mo-ment van de inhoudelijke vaststelling van de belastingaanslag door de Inspec-teur – voor buitenstaanders in het ge-heel niet kenbaar is. Gezien deze onbe-kendheid voor een belastingplichtige met het moment van terpostbezorging van een aanslagbiljet is het vreemd dat de Hoge Raad6 heeft geoordeeld dat de bewijslast van de stelling dat een aan-slag te laat ter post is bezorgd bij de be-lastingplichtige ligt. Het neerleggen van de bewijslast omtrent het tijdstip van terpostbezorging bij de belastingplichti-ge, in plaats van bij de verzender van het aanslagbiljet, komt mij nogal onredelijk voor. Soortgelijke vragen doen zich bij-voorbeeld ook voor met betrekking tot het tijdstip van indiening van een be-zwaarschrift. Daarbij is het echter vaste rechtspraak dat de bewijslast van ver-zending, terpostbezorging en ontvangst wordt gelegd bij de verzender van het
bezwaarschrift.
EenbelastingaanslagwordtvastgestelddoordeInspecteur.Devaststellingvande belastingaanslagisinbeginseleenadministratieveaangelegenheidbinnendeBelas-tingdienst.DeInspecteursteltdevoordeaanslagrelevantegegevens(veelalinde vormvaneenzogenoemdeelementennota)vastenverzendtdezegegevensnaarde CentralebelastingadministratieteApeldoorn.Demedewerkersvanditcomputer-centrummakenhetaanslagbiljetopenverzendenhetvervolgensnaardebelasting-plichtige.1 Eenvraagdieindepraktijkregelmatigopkomt,iswanneereenbelasting-
aanslagnogtijdigisopgelegd.
‘De datum van terpost-bezorging geldt als de datum van de vaststelling van de aanslag.’
Igor Thijssen
018-019_AN10_ART Thijs 1813-05-2009 16:12:34

Accountancynieuws www.accountancynieuws.nl 19


belastingrecht An
Geen vlekkeloze postbezorging De postbezorging door TPG Post (voor-heen: PTT) verloopt niet altijd vlekke-loos. Dit maakt dit het daarom alleen
maar moeilijker voor een belastingplich-tige om te bewijzen dat een aanslagbiljet te laat door de fiscus op de bus is gedaan. Krijgt een belastingplichtige enige tijd ná verloop van de aanslagtermijn alsnog een aanslagbiljet in de bus, dan betekent dit dus niet automatisch dat ook het aan-slagbiljet ná de aanslagtermijn ter post is bezorgd. De late ontvangst kan immers ook te wijten zijn aan gebreken in de postbezorging door TPG Post. Zolang een trage postbezorging door TPG Post een reële mogelijkheid is en het bewijs-risico van te late postbezorging door de fiscus bij de belastingplichtige ligt, is het voor een belastingplichtige praktisch onmogelijk om te bewijzen dat het door hem te laat ontvangen aanslagbiljet ver-oorzaakt is door een te late terpostbezor-ging door de Belastingdienst.
Tijdigheid verifiëren
De vraag is waarom de fiscus aanslagen die tegen het einde van de termijn wor-den vastgesteld niet aangetekend of per fax naar belastingplichtigen verstuurt? In zo’n situatie is het voor een belasting-plichtige eenvoudig te verifiëren of een belastingaanslag binnen de termijn is vastgesteld en kunnen procedures hier-over worden voorkomen. Uit rechtspraak blijkt dat de fiscus soms ook naar andere middelen grijpt om de tijdigheid van de vaststelling van een belastingaanslag bui-ten discussie te stellen. Uit een uitspraak van de Hoge Raad7 uit 2008 blijkt bijvoor-beeld dat de fiscus, naast de terpostbe-zorging van de belastingaanslag, het aan-slagbiljet tevens heeft laten betekenen aan het parket van de Ocier van Justitie voordat de verjaringstermijn verliep. Al-dus kon de belastingplichtige controle-ren dat de inspecteur tijdig een aanslag had vastgesteld. Die controlemogelijk-heid is immers – zoals blijkt uit de wetge-schiedenis en het arrest van de Hoge Raad uit 1989 – wezenlijk voor artikel 5 AWR.
Foutieve adressering
Het is mogelijk dat een aanslagbiljet wel-
iswaar binnen de termijn is verzonden,
maar dat het aan een verkeerd adres is gericht. Maar is een belastingaanslag in dat geval binnen de wettelijke termijn op-gelegd? Is de onjuiste adressering te wij-ten aan de Belastingdienst, dan is met de enkele verzending de aanslagtermijn nog niet in acht genomen. De aanslag is in dat geval alleen tijdig opgelegd wanneer alsnog binnen de aanslagtermijn een (duplicaat)biljet naar het juiste adres is verzonden. In beginsel ligt het risico van een onjuiste adressering bij de Belasting-dienst. Dit is alleen anders, aldus de Hoge Raad8 , als de onjuiste adressering te wijten is aan de belastingplichtige. Van
dit laatste kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de belastingplichtige niet heeft zorggedragen voor een juiste vermelding in de Gemeentelijke basisadministratie dan wel anderszins niet tijdig een adres-wijziging heeft doorgegeven, hetgeen de Inspecteur moet stellen en bewijzen. Als-dan geldt als tijdstip van vaststelling van een belastingaanslag: de dagtekening of de latere terpostbezorging van het onjuist geadresseerde aanslagbiljet.
Oplossingen Inzijnbriefvan11april2008heeftde StaatssecretarisvanFinanciënaande TweedeKamereenherzieningvande AWRaangekondigd9.Datiseenuitgele-zenkansomwataandeonmogelijkebe-wijslastvanbelastingplichtigentedoen diepaseenaanslagbiljetenigetijdnáde aanslagtermijnontvangen.Datkandoor indeAWRdebewijslastvanhettijdstip vanverzendingtelatendragendoor degenediehetbestinstaatisditbewijs televeren,i.c.deInspecteur.Slaagtde Inspecteurernietintebewijzendateen aanslagbiljettijdigisverzonden,dan betekentditdatervanuitmoetworden gegaandatdeaanslagtelaatisopgelegd. Erzijnmijnsinziensvoldoendemogelijk-hedenvoordeInspecteuromaandedan
ophemrustendebewijslasttevoldoen.
AllereerstkaneenInspecteuropeeneer-dermomenteenaanslagopleggendan aanheteindevaneenaanslagtermijn. TentweedekandeInspecteurdebelas-tingplichtige–indienomwatvoorreden danookeerdereaanslagopleggingonmo-gelijkis–overeenaanheteindevande aanslagtermijnverzondenaanslagbiljet tevensopeenanderewijzeinformeren. Bijvoorbeelddoor(eenkopievan)deaan-slagperaangetekendepostofperfax–en indetoekomstwellichtpermail–tever-sturen.Doorvoornoemdeaanpassingen terealiseren,kandeStaatssecretariseen eindemakenaandebestaanderechtson-zekerheid,waardooronnodigeprocedu-reswordenvoorkomen.An
. Hoewel het opmaken en verzenden van een aanslagbiljet kan geschieden door een en dezelfde medewerker, geschiedt de opma-king onder de verantwoordelijkheid van de Inspecteur en de verzending onder de verantwoordelijkheid van de Ontvanger (artikel , lid , Invorderingswet )
. Artikel , lid , AWR . Artikel , lid , AWR . Artikel , lid , AWR
. HR december , nr. , BNB / (m.nt. H.J. Hofstra)
. HR juni , nr. , BNB / . HR februari , nr. , BNB
/ (m.nt. G.J.M.E. de Bont)
. HR januari , nr. (BNB /) . Kamerstukken II /, , nr. .
‘De bewijslast dat een aanslag te laat ter post is bezorgd, ligt bij de belastingplichtige.’
Mr. I.R.J. Thijssen is werkzaam bij Jaeger
Advocaten-Belastingkundigen te Amsterdam.
018-019_AN10_ART Thijs 1913-05-2009 16:12:36



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op