Als beroepschrift in cassatie aangemerkte brief is niet binnen zeswekentermijn door rechtbank ontvangen

  

Als beroepschrift in cassatie aangemerkte brief is niet binnen zeswekentermijn door rechtbank ontvangen

Gepubliceerd in: NTFR 2011/790
Datum: 18-03-2011
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2011/790 Als beroepschriftin cassatie aangemerkte briefis nietbinnen zeswekentermijn door rechtbank ontvangen
Hoge Raad18maart2011,nr.10/01981
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur LJN
ECLI
2010Brondocument Awb-art. 6:7
Awb-art. 6:15
mr. M.H.W.N. Lammers BP7955
ECLI:NL:HR:2011:BP7955
Samenvatting
Ineenverzetsprocedure heeftde rechtbank uitspraak gedaanop 6 februari 2009.Deze uitspraak is op 16 februari 2009 aanpartijen
gezonden.Naar aanleiding vandeze uitspraak heeftbelanghebbende eengeschriftmetdagtekening 10 mei 2009 ingediend bijde rechtbank.Deze briefis,via hethof,doorgezondennaar de Hoge Raad.De Hoge Raad oordeeltdathettijdstip vanindiening bijde rechtbank bepalend is voor de vraag oftijdig cassatieberoep is ingesteld.Geletdaarop is de als beroepschriftincassatie aangemerkte briefnietbinnende zeswekentermijndoor de rechtbank ontvangen.Hetcassatieberoep is derhalve niet-ontvankelijk.
Feiten
1.1.Aanbelanghebbende zijnter zake vanaanhem verzondenaanmaningenwegens niet-betaling vanover de jaren1999 en2000
opgelegde naheffingsaanslagenkosteninrekening gebracht.Deze kostenzijn,na daartegengemaaktbezwaar,bijinééngeschrift vervatte uitsprakenvande Ontvanger vande DienstRegelingenvanhetMinisterie vanLandbouw,Natuur enVoedselkwaliteit(hierna:de Ontvanger) gehandhaafd.
Belanghebbende heefttegendie uitsprakenberoep ingesteld bijde Rechtbank.
1.2.De Rechtbank (nr.AWB 08/755) heefthetberoep betreffende de aanmaningskostenvoor de naheffingsaanslag over hetjaar 1999 gegrond verklaard,de uitspraak vande Ontvanger vernietigd,de beschikking inzake de aanmaningskostenvernietigd enhetberoep voor hetoverige ongegrond verklaard.
Belanghebbende heefttegende uitspraak vande Rechtbank hoger beroep ingesteld bijhetHof.
HetHof(nr.09/255) heefthethoger beroep tegende uitspraak vande Rechtbank wegens overschrijding vande termijnvoor hetinstellen vandatberoep niet-ontvankelijk verklaard.
1.3.De Rechtbank (nr.AWB 08/754) heefthetberoep betreffende de aanmaningskostenvoor de naheffingsaanslag over hetjaar 2000 mettoepassing vanartikel8:54 vande Algemene wetbestuursrecht(hierna:Awb) niet-ontvankelijk verklaard wegens hetniettijdig voldoenvanhetverschuldigde griffierecht.Hetdoor belanghebbende tegendie uitspraak gedane verzetis bijuitspraak vande Rechtbank van6 februari 2009 ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeftnaar aanleiding vande uitspraak vande Rechtbank eengeschriftingediend bijde Rechtbank.De Rechtbank heeftdatgeschriftals eenhoger beroepschriftaangemerktenter behandeling enbeslissing doorgezondennaar hetHof. Bijuitspraak van2 april2010,nr.09/256,heefthetHofzichonbevoegd verklaard inhethoger beroep.
Geschil Ingeschilis:
– ofhethofterechthethoger beroep vanbelanghebbende (inzake hetjaar 1999;nr.09/00255) niet-ontvankelijk heeftverklaard wegens overschrijding vande beroepstermijn,en
– ofhetcassatieberoep tegende uitspraak vande rechtbank (inzake hetjaar 2000;nr.08/00754) ontvankelijk is.
Rechtsoverwegingen
3.1.Voor zover hetberoep incassatie is gerichttegende uitspraak vanhetHof,nr.09/255,kunnende klachtenniettotcassatie leiden.
Ditbehoeft,gezienartikel81 vande Wetop de rechterlijke organisatie,geennadere motivering,nude klachtennietnopentot beantwoording vanrechtsvrageninhetbelang vande rechtseenheid ofde rechtsontwikkeling.
3.2.Voor zover hetberoep incassatie is gerichttegende uitspraak vande Rechtbank,nr.AWB 08/754,wordtmetbetrekking totde ontvankelijkheid vanhetberoep incassatie hetvolgende overwogen.
3.2.1.Blijkens eendoor de griffier vande Rechtbank op die uitspraak gestelde aantekening zijnafschriftendaarvanaangetekend aan partijenverzondenop 16 februari 2009.Blijkens eendoor de griffier vande Rechtbank op belanghebbendes briefvan10 mei 2009 geplaatste aantekening is die briefop 13 mei 2009 ter griffie vande Rechtbank binnengekomen.
3.2.2.Aangeziende stukkenvanhetgeding geenaanleiding gevenom te oordelendatsprake is vankennelijk onredelijk gebruik van procesrechtis hettijdstip vanindiening vanbelanghebbendes briefbijde Rechtbank bepalend voor hetantwoord op de vraag ofdie briefals eentijdig bijde Hoge Raad ingediend beroepschriftincassatie kanwordenbeschouwd.Geletop de hiervoor in3.2.1 vastgestelde feiteneindigde de inartikel6:7 Awb gestelde termijnvanzes wekenop 30 maart2009.Hetvorenstaande brengtmee dat de als beroepschriftincassatie aangemerkte briefnietbinnendeze termijndoor de Rechtbank is ontvangen.Hetgeschriftis evenmin tijdig ingediend inde zinvanartikel6:9,lid 2,Awb.

3.2.3.De griffier vande Hoge Raad heeftbelanghebbende bijaangetekende briefvan18 oktober 2010,waarvaneen ontvangstbevestiging is binnengekomen,erop gewezendatde Minister inzijnverweerschriftincassatie hetstandpuntheeftingenomen dathetberoep incassatie niet-ontvankelijk is.Indezelfde briefheeftde griffier belanghebbende inde gelegenheid gesteld zijnzaak toe te latenlichtenofeenconclusie vanrepliek inte dienen.Belanghebbende heeftvandeze gelegenheid geengebruik gemaakt.Feitenen omstandighedendie makendatredelijkerwijs nietkanwordengeoordeeld datbelanghebbende inverzuim is geweest,zijngesteld noch gebleken.
3.2.4.Geletop hethiervoor in3.2.2 en3.2.3 overwogene moethetberoep incassatie,voor zover gerichttegende uitspraak vande Rechtbank,niet-ontvankelijk wordenverklaard.
(Volgtongegrondverklaring vanhetcassatieberoep tegende hofuitspraak,enniet-ontvankelijkverklaring vanhetcassatieberoep tegen de rechtbankuitspraak.)
Commentaar
1.De belanghebbende heeftindeze procedure hetgriffierechtniettijdig betaald.De rechtbank verklaartmettoepassing vanart.8:54
Awb hetberoep niet-ontvankelijk.De belanghebbende tekenthiertegenverzetaan(art.8:55 Awb).Ditverzetwordtdoor de rechtbank ongegrond verklaard.Ook metdeze beslissing kande belanghebbende zichnietverenigenenhijstuurtdanook eenbriefaande rechtbank.
2.Via hetgerechtshofis de briefvande belanghebbende bijde Hoge Raad gekomen.Op grond vanart.6:15 Awb hebbende rechtbank enhetgerechtshofeendoorzendverplichting als eengeschriftbijhetverkeerde gerechtis ingediend.Op de betreffende brief diende inditgevaldoor de rechtbank de datum vaneerste,zijhetonjuiste,binnenkomstte wordenvermeld.Deze datum is vanbelang om vastte stellenofdoor de belanghebbende tijdig eenrechtsmiddelis aangewend.
3.Deze fictie vandatum binnenkomstgeldtnietingevalsprake is vankennelijk onredelijk gebruik vanprocesrecht(art.6:15,lid 3,Awb). Hiervankanbijvoorbeeld sprake zijnals hetindienenbijhetonjuiste bestuursorgaanwordtgebruiktals vertragingstechniek.Indeze situatie geldtals datum binnenkomstvanhetbezwaar-,(hoger) beroep ofberoep incassatie de datum waarop hetgeschriftdoor het bevoegde orgaanis ontvangen.
4.De Hoge Raad steltechter vastdatvankennelijk onredelijk gebruik vanprocesrechtgeensprake is.De datum vanbinnenkomstbij de rechtbank geldtdus als datum vanhetinstellenvanhetrechtsmiddel.Deze datum is echter nietbinnende cassatietermijngelegen.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2011-790 Datum:25-4-2016 13:41:34
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op