Belanghebbende verliest beroep op vertrouwensbeginsel

  

Belanghebbende verliest beroep op vertrouwensbeginsel

Gepubliceerd in: NTFR 2015/1432
Datum: 26-02-2015
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2015/1432 Belanghebbende verliestberoep op vertrouwensbeginsel
Rechtbank Zeeland-West-Brabant26februari2015,nr.14/1325
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen Auteur
ECLI
9 april 2014Brondocument bewijslast, inlichtingen,
toezegging
Vertrouwensbeginsel-art. mr. M.H.W.N. Lammers
ECLI:NL:RBZWB:2015:1219
Samenvatting
Belanghebbende heeftnaar aanleiding vantelefonische informatie eenauto gekocht.Hijwas inde veronderstelling dathijrest-BPM kon
terugvragen.Hetverzoek om teruggaafis afgewezenomdatgeenBPM op de desbetreffende auto zat.Belanghebbende beroeptzich voor de rechter op hetvertrouwensbeginsel.Hijsteltdatde medewerker vande Belastingdienst,A,heeftverklaard datongeveer € 3.000 rest-BPM op de auto zat.Medewerker A ontkentdathijditheeftgezegd.
De rechtbank oordeeltdatde verklaringenvanbelanghebbende geschiktzijnals bewijsmiddelomdatze voldoende consistenten gedetailleerd zijn.Echter,de verklaringenhebbenonvoldoende bewijskrachtom aannemelijk te achtendatA heeftverklaard zoals belanghebbende stelt.Tegenover de verklaringenvanbelanghebbende staande verklaringenvanA die ook voldoende gedetailleerd en consistentzijn.Omdathetgaatom de ene verklaring tegenover de andere,trektbelanghebbende aanhetkortste eind omdathijde bewijslastheeft.
(Beroep ongegrond.)
Commentaar Lammers [1]
De belastingplichtige doetindeze procedure eenberoep op de toepassing vanhetvertrouwensbeginsel.De belastingrechter zaleen beroep op hetvertrouwensbeginselinprincipe alleenhonorerenals inlichtingenzijngegevenoftoezeggingenzijngedaandoor of namens de inspecteur die bevoegd is tenaanzienvande heffing vanhetdesbetreffende belastingmiddel.De bewijslastdathet vertrouwensbeginselis geschonden,rustop de belastingplichtige.De belastingplichtige kandaarbijgebruik makenvande regels omtrentde vrije bewijsleer.De belastingplichtige kandus bijvoorbeeld door hetoverleggenvanverklaringenofhethorenvangetuigen slageninzijnbewijslast.De verklaring vaneengetuige kanvoor hetleverenvanbewijs wordengebruiktvoor zover de verklaring betrekking heeftop feitendie de getuige uiteigenwaarneming bekend zijn.
Indeze procedure staatnietter discussie datde inlichtingenzijnverstrektdoor eenmedewerker die bevoegd was namens de inspecteur te sprekenover de heffing vanBPM.Watwelter discussie staat,is de inhoud vande inlichtingendie de betrokken medewerker heeftverstrekt.Om zijnversie vande inlichtingente ondersteunenendus te voldoenaande op hem rustende bewijslast, heeftde belastingplichtige eigenverklaringenovergelegd aande rechtbank.Indie verklaringenlichtde belastingplichtige toe dathij contactheeftgehad meteenmedewerker vande Belastingdienstende inhoud vande inlichtingendie de betrokkenmedewerker toen heeftverstrekt.De inspecteur weerspreektdeze verklaringenenheeftverklaringenovergelegd vande betreffende medewerker vande Belastingdienst.De rechtbank is vervolgens aanzetom te beoordelenofgeloofwordtgehechtaandeze verklaringenenzo ja,hoe zwaar de verklaringenwordenmeegewogeninde beoordeling.
Zoweltenaanzienvande verklaring vande belastingplichtige als de verklaring vande medewerker vande Belastingdienstoordeeltde rechtbank inditgevaldatde verklaringenvoldoende gedetailleerd enconsistentzijn.De rechtbank hechtdanook aanbeide verklaringengeloofenweegtdeze mee inzijnbeoordeling.Indie beoordeling heeftde rechtbank vervolgens te makenmettwee geloofwaardige verklaringendie haaks op elkaar staan.Omdataanvullend bewijs ontbreekt,hanteertde rechtbank vervolgenstriktde lijnvanhetbewijsrecht.De belastingplichtige moetbewijzendathetvertrouwensbeginselis geschonden.De verklaring vande belastingplichtige kandaartoe als bewijs dienen,maar die wordtweersprokendoor de verklaring vande medewerker vande Belastingdienst.De belastingplichtige heeftinzijnberoepschriftaangevoerd dattwee collega’s zijnverklaring zoudenkunnen ondersteunen.De belastingplichtige heefter alleenvoor gekozendie collega’s nietals getuige mee te nemennaar de zitting.Omdatde belastingplichtige geennader bewijs,zoals de getuigenverklaringenvande twee getuigen,heeftovergelegd,trekthijuiteindelijk – inde rechtbankprocedure – tochaanhetkortste eind.Inhoger beroep zoude belastingplichtige hettijkunnenkerendoor alsnog verklaringen vande twee collega’s aanhetgerechtshofte verstrekkenofdoor de twee collega’s ter zitting vanhetgerechtshofals getuige te (doen) horen.Hethoger beroep biedteenbelastingplichtige immers eenvolledige herkansing endus de mogelijkheid om ‘gebreken’ uitde rechtbankfase te herstellen.Metdeze getuigenverklaringenzoude belastingplichtige kunnenproberenhetnadere bewijs te leverenen dus aannemelijk te makendathetvertrouwensbeginselis geschonden.Helaas heeftdeze belastingplichtige geenhoger beroep ingesteld.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.

Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-1432 Datum:25-4-2016 13:45:04
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op