Beleidsregel minister van Veiligheid en Justitie met betrekking tot verzoeken immateriële schadevergoeding

  

Beleidsregel minister van Veiligheid en Justitie met betrekking tot verzoeken immateriële schadevergoeding

Gepubliceerd in: NTFR 2014/2012
Datum: 18-07-2014
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2014/2012 Beleidsregelminister van Veiligheid en Justitie metbetrekking totverzoeken immateriële schadevergoeding
Minister - Veiligheid en Justitie 18juli2014,nr.436935
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur
Brondocument Awb-art. 8:26
Awb-art. 8:4 Awb-art. 8:42 Awb-art. 8:73 Awb-art. 8:108 Awb-art. 8:73 mr. M.H.W.N.
Lammers
Samenvatting
Op 8 juli 2014 heeftde minister vanVeiligheid enJustitie eenbeleidsregeluitgevaardigd over hetvoerenvanverweer inprocedures
voor hettoekennenvaneenimmateriële schadevergoeding.Deze beleidsregelzietop de situatie waarinde bestuursrechter (waaronder de belastingrechter) nietbinneneenredelijke termijntotde afwikkeling vande procedure komt.Uitde beleidsregelvolgtdatde minister inprincipe afzietvanhetvoerenvanverweer.Hetargumentdaarvoor is datde jurisprudentie op ditfrontinmiddels uitgekristalliseerd is indie zindatover hetalgemeeneenvergoeding van€ 500 wordttoegekend per halfjaar datde redelijke termijnis overschreden.Van deze hoofdregelwijktde minister slechts afintwee gevallen.Inde eerste plaats wenstde minister welverweer te voerenindiende te verwachtenimmateriële schadevergoeding € 5.000 overstijgt.Inde tweede plaats wenstde minister verweer te kunnenvoerenindien belangrijke nieuwe rechtsvragenaande orde zijn.Verder volgtuitde beleidsregeldatde minister vanzijnverweermogelijkheden gebruik zalmakenindienhijzelfhoger beroep heeftingesteld tegende hoogte vaneentoegekende immateriële schadevergoeding.Tot slotblijktuitde toelichting bijde beleidsregeldatals de bestuursrechter de minister uitnodigteenreactie te geven,aandie uitnodiging gehoor zalwordengegeven.
Commentaar
Op 10 juni 2011 (nr.09/03847,NTFR2011/1376,nr.09/02639,NTFR2011/1366 ennr.09/05113,NTFR2011/1368) heeftde Hoge
Raad de mogelijkheid geopend om inbelastingzakeneenimmateriële schadevergoeding toegekend te krijgenindiennietbinneneen redelijke termijnwerd beslist.De vertraging inde procedure kanontstaaninde bezwaarfase,maar ook inde (hoger) beroepsfase ofde cassatiefase.Indiende vertraging ontstaatinde bezwaarfase,danis de Belastingdienstendus de minister vanFinanciëndaarvoor aansprakelijk.Is de vertraging te wijtenaaneenvertraging door de rechtelijke macht,danis de minister vanVeiligheid enJustitie daarvoor verantwoordelijk.
Aangeziende minister vanVeiligheid enJustitie nietdirecteenprocespartijis ineenbelastingzaak,werd inde praktijk de beslissing over hettoekennenvaneenimmateriële schadevergoeding altijd aangehouden.Ditom de minister de gelegenheid te gevendeelte nemenaande procedure enzichuitte latenover de vraag ofde redelijke termijnis geschondenenzo ja,welke consequenties daaraan moetenwordenverbonden.Hiermee was de nodige tijd gemoeid.Ditzorgde er weer voor datde belastingplichtige infeite (nog) meer spanning enfrustratie voelde.
Uitde toelichting op de beleidsregelvolgtdatde minister de heropening c.q.aanhouding eenonnodige vertraging inde procedure vindt opleveren.Daarnaastheefthijinde afweging om totde beleidsregelde kostenvande procedure meegewogen.De jaarlijkse kostendie samenhangenmetde heropening enhetvoerenvanverweer zijnaanzienlijk hoger dande toe te kennenschadevergoeding.
De minister heeftdanook beslotenom voortaaninprincipe afte zienvanverweer.Als gevolg daarvankande rechter directeen beslissing nemenop hetverzoek om hettoekennenvaneenimmateriële schadevergoeding.Ditkomtdus nietalleende snelheid ten goede,maar ook ’s Rijksschatkist.
De minister is echter nietbereid om inalle gevallenafte zienvanverweer.Indiende toe te kennenschadevergoeding meer bedraagt dan€ 5.000 ofals sprake is vanbelangrijke rechtsvragendanwenstde minister welte verweren.Daarnaasthoudtde minister de mogelijkheid openom verweer te voerenop eenvoor hem negatieve beslissing vande rechtbank.
Deze beleidsregelpastbinnenhetbeleid zoals dattotnutoe eigenlijk aldoor de minister werd uitgevoerd.Immers,bestond zijnverweer inde meeste gevallenslechts uithetrefererenaanhetoordeelvande rechtbank ofhetgerechtshof.Door nuvastte leggendathijafziet vanverweer,kanhetverzoek voor hettoekennenvaneenimmateriële schadevergoeding voortvarend door de rechtelijke machtter hand wordengenomen.Hierdoor komter voor eenbelastingplichtige sneller eeneinde aande procedure enhoefthijnietmaanden/jarente wachtenop eenbeslissing over de schadevergoeding enbouwtzichook geennieuwe spanning enfrustratie op.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2014-2012 Datum:25-4-2016 13:01:06
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers.

Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op