De noodzaak tot het instellen van hoger beroep is niet uitsluitend aan belanghebbende te wijten

  

De noodzaak tot het instellen van hoger beroep is niet uitsluitend aan belanghebbende te wijten

Gepubliceerd in: NTFR 2010/2671
Datum: 19-10-2010
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2010/2671 De noodzaak tothetinstellen van hoger beroep is nietuitsluitend aan belanghebbende te wijten
HofAmsterdam19oktober2010,nr.09/00296
Brondocument Aanverwante
literatuur
2009 proceskostenvergoeding Awb-art. 8:75
mr. M.H.W.N. Lammers
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen Auteur
LJN
BO1696
ECLIECLI:NL:GHAMS:2010:BO1696
Samenvatting
De inspecteur verzetzichtegentoekenning vaneenproceskostenvergoeding aanbelanghebbende voor de behandeling vanhethoger
beroep omdathetaanbelanghebbende te wijtenzouzijndatde benodigde stukkennieteerder zijnovergelegd,terwijlbelanghebbende ruimschoots de gelegenheid heeftgehad die stukkeneerder over te leggen.Hethofis vanoordeeldataande inspecteur kanworden toegegevendatbelanghebbende de bewijsstukkeneerder had kunnenenmoetenoverleggen.De noodzaak tothetinstellenvanhoger beroep vloeide daarmee voor eenbelangrijk deelmede voortuitde handelwijze vanbelanghebbende.De inspecteur heeftechter zelf ook eenfoutgemaaktbijde beoordeling vande door belanghebbende (laat) ingediende stukken.Daardoor kannietwordengezegd dat de noodzaak tothetinstellenvanhethoger beroep uitsluitend voortvloeide uitde handelwijze vanbelanghebbende.Hethofkentdanook eenproceskostenveroordeling toe.
(Hoger beroep gegrond.)
Commentaar
1.Als de belastingplichtige in(hoger) beroep geheelofgedeeltelijk inhetgelijk wordtgesteld,danwordenals hoofdregelde door de
belastingplichtige gemaakte proceskostenvergoed door hetbestuursorgaan.Vandeze hoofdregelwordtafgewekenindiende noodzaak tothetinstellenvan(hoger) beroep uitsluitend voortvloeide uitde handelwijze vande belastingplichtige (HR12 mei 2006,nr. 42.449,NTFR2006/717).
2.De inspecteur stelde zichinde onderhavige procedure op hetstandpuntdathetinstellenvanhethoger beroep aande belastingplichtige was te wijtenomdathijnupas methetbenodigde bewijsmateriaalop de proppenkwam.
3.Ditstandpuntdeelde HofAmsterdam niet.Hethofoordeelde datde noodzaak tothetinstellenvanhethoger beroep nietuitsluitend aande handelwijze vande belastingplichtige was te wijten.Redenhiervoor was datde inspecteur bijde berekening vande uitgaven wegens ziekte,invaliditeitenbevalling als bedoeld inart.6.17 WetIB 2001 eenrekenfouthad gemaakt.
4.Om toteenjuiste berekening vandeze uitgavente komen,was hetdus nodig om hoger beroep inte stellen,aldus hethof.De kosten hiervoor komenvoor vergoeding inaanmerking.
5.Bijdeze vergoeding wordtnietuitgegaanvande werkelijke kosten,maar vande forfaitaire bedragenop grond vanhetBesluit proceskostenbestuursrecht(Bpb).
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-2671 Datum:25-4-2016 13:35:25
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op