Dwangsom bij niet tijdige uitspraak op bezwaar

  

Dwangsom bij niet tijdige uitspraak op bezwaar

Gepubliceerd in: NTFR 2010/2370
Datum: 03-10-2010
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2010/2370 Dwangsombijniettijdige uitspraak op bezwaar
RechtbankArnhem03augustus2010,nr.09/04488
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur LJN
ECLI
2002Brondocument Awb-art. 6:12
Awb-art. 7:10 Awb-art. 4:17
mr. M.H.W.N. Lammers BN3093
ECLI:NL:RBARN:2010:BN3093
Samenvatting
Belanghebbende heeftop 23 januari 2008 bezwaar gemaakttegeneennavorderingsaanslag IB/PVV 2002.De inspecteur heeftnog
nietop ditbezwaar beslist.Volgens de inspecteur heeftbelanghebbende ingestemd methetopschortenvande beslistermijn. Belanghebbende betwistditenheeftinnovember 2008 beroep ingesteld tegenhetniettijdig doenvanuitspraak op bezwaar.Inde beroepsfase heeftbelanghebbende ingestemd methetopschortenvande beslistermijnvoor de duur vanzes maanden.Deze termijnis verstrekenzonder datde inspecteur uitspraak op bezwaar heeftgedaan.
Rechtbank Arnhem oordeeltdat,geletop art.7:10,lid 1,Awb,de inspecteur uiterlijk op 15 maart2008 uitspraak op bezwaar had moetendoen.Nude inspecteur nietbinnende (opgeschorte) beslistermijnheeftbeslist,is niettijdig op hetbezwaar beslist.De rechtbank draagtde inspecteur op om uiterlijk 1 oktober 2010 uitspraak te doen.Nureeds tweeëneenhalfjaar zijnverstrekensinds belanghebbende bezwaar heeftgemaakt,verbindtde rechtbank aande nakoming daarvaneendwangsom van€ 100 voor elke dag waarmee de inspecteur deze termijnoverschrijdt,meteenmaximum van€ 15.000.
(Beroep gegrond.)
Commentaar
1.Metingang van1 oktober 2009 is de Wetdwangsom enberoep bijniettijdig beslisseninwerking getreden.Deze wethoudtindat
eenbestuursorgaaneendwangsom wordtverschuldigd indienhijnietbinnentwee wekenna eeningebrekestelling alsnog op het bezwaarschriftofop de aanvraag beslist.Daarnaastkande belastingplichtige na verloop vandeze twee wekenberoep instellenbijde rechtbank.Inprincipe doetde rechtbank vervolgens mettoepassing vande vereenvoudigde behandeling binnenachtwekenuitspraak op hetberoepschrift.
2.Indeze procedure was door de belastingplichtige voor 1 oktober 2009 beroep ingesteld omdatde inspecteur niettijdig op het bezwaarschriftbesliste.Hetovergangsrechtvande Wetdwangsom enberoep bijniettijdig beslissenbepaaltdatindeze situatie de oude wetgeving vantoepassing blijft.Ditbetekentdatde inspecteur nietautomatischna de ingebrekestelling eendwangsom wordt verschuldigd.
3.Onder de oude wetgeving konde rechtbank mettoepassing vanhetalgemene art.8:72 Awb eendwangsom opleggenvoor hetgeval hetbestuursorgaannietbinnende gestelde termijnalsnog uitspraak op hetbezwaarschriftzoudoen.
4.De rechtbank heefter inditgevalvoor gekozenom de inspecteur op te dragenalsnog binnende gestelde termijnop het bezwaarschriftte beslissen.Voldoetde inspecteur daaraanniet,danverbeurthijeendwangsom van€ 100 per dag meteenmaximum van€ 15.000.Hetis de vraag ofde rechtbank metdeze beslissing tegemoetis gekomenaanhetverzoek vande belastingplichtige.De belastingplichtige verzoektde rechtbank namelijk onder andere om de naheffingsaanslag te vernietigen.
5.De rechtbank heeft,zoals blijktuitHR12 maart2010 (nr.09/00150,NTFR2010/739),de mogelijkheid om de zaak inhoudelijk afte doen.De Hoge Raad besliste indatarrestnamelijk dathetberoep wegens hetniettijdig beslissenop eenbezwaarschriftook kanzijn gerichtop hetverkrijgenvaneenoordeelvande rechter over hetbesluitwaartegenhetbezwaar zichrichtte (zie ook HR1 maart2002, nr.36.908,NTFR2002/352).Indieneenbelastingplichtige de rechtbank vraagtom de aanslag te vernietigen,oordeeltde Hoge Raad dat,datverzoek nietanders kanwordenopgevatdanals eenverzoek om eeninhoudelijk oordeelte vellenover de procedure.Inde onderhavige procedure heeftde rechtbank hetverzoek vande belastingplichtige,ondanks deze vingerwijzing vande Hoge Raad,niet als zodanig opgevat.
6.Ook thans,na de invoering vande Wetdwangsom enberoep bijniettijdig beslissenheeftde belastingplichtige de mogelijkheid de rechter te vragende zaak inhoudelijk te behandelenenafte doen.Inde parlementaire geschiedenis (KamerstukkenII,2005-2006,30 435,nr.3,p.10,11 en20) is namelijk opgemerktdatindiende procedure zichervoor leent,de rechter gebruik kanmakenvande mogelijkheid eeninhoudelijk oordeelte geven.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.

Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-2370 Datum:25-4-2016 15:15:09
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op