Gedragingen werknemers zijn toe te rekenen aan de rechtspersoon

  

Gedragingen werknemers zijn toe te rekenen aan de rechtspersoon

Datum: 18-11-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2011/857 Gedragingen werknemers zijn toe te rekenen aan de rechtspersoon
HofDenBosch18november2010,nr.09/00664
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
2002Brondocument Drijfmestarrest, grove schuld,
kasadministratie, tenaamstelling, vergrijpboete
AWR-art. 67d
Wetsartikelen Auteur
LJN
ECLI
mr. I.R.J. Thijssen BP6401
ECLI:NL:GHSHE:2010:BP6401
Samenvatting
Belanghebbende drijfteentaxibedrijfenkoeriersdienst.Uiteenboekenonderzoek is geblekendatrittenstatennietwerdenverantwoord
inde kasadministratie,datcontante omzetvantwee werknemers/bestuurders nietwerd geboektendatomzetvanverreden taxikilometers nietterug was te vindeninde rittenstaten.De inspecteur heeftvervolgens de kasadministratie verworpenenis van mening datde bewaarplichtis geschonden.Belanghebbende is vanmening datde gedragingenvanhaar werknemers voor de boetevaststelling nietaanhaar mogenwordentoegerekend.Volgens belanghebbende is hoogstens sprake vanlichte schuld.Dit standpuntwordtdoor hethofverworpen.Belanghebbende heeftnietgehandeld als vaneenzorgvuldig handelende belastingplichtige mag wordenverwacht.De bestuurders vanbelanghebbende hebbende contante omzetnietofnauwelijks geboekt.Belanghebbende mochter danook nietop vertrouwendatde administratie deugdelijk enconsistentwas.Voor de vraag ofde gedragingenvande overige werknemers/niet-bestuursledenaanbelanghebbende kunnenwordentoegerekend,is hetgeenis beslistinhetDrijfmestarrest vanbelang.Beslissend voor hetdaderschap vaneenrechtspersoonis ofde gedraging heeftplaatsgevondendanwelis verrichtinde sfeer vande rechtspersoon.Daarvanis hier volgens hethofsprake.De opgelegde boete van25% achthethofpassend engeboden.
Commentaar
Inhetonderhavige gevalis – gelijktijdig meteennavorderingsaanslag vennootschapsbelasting – eenvergrijpboete aaneen
rechtspersoonopgelegd.De rechtspersoonaccepteertde navorderingsaanslag,maar ageerttegende vergrijpboete.De rechtspersoon steltinde onderhavige procedure datze onbekend was metde (beboetbare) gedragingenvanhaar werknemers als gevolg waarvan deze gedragingennietaanhaar kunnenwordentoegerekend.De inspecteur – envervolgens ook hethof– verwijstvoor behandeling van deze stelling naar hetdoor de strafkamer vande Hoge Raad in2003 gewezen‘Zijpe- ofDrijfmestarrest’ (HR21 oktober 2003,NJ 2006, 328).Ditarrestgaatonder meer over de vraag inwelke gevalleneengedraging vaneennatuurlijk persoonkanwordentoegerekend aaneenrechtspersoon.Beslissend is daarbijofde betreffende gedraging de rechtspersoon‘redelijkerwijs’ kanwordentoegerekend, hetgeen– volgens de Hoge Raad – afhankelijk is van‘de concrete omstandighedenvanhetgeval’.Als belangrijk oriëntatiepuntnoemt de Hoge Raad de vraag ‘ofde gedraging heeftplaatsgevondendanwelis verrichtinde sfeer vande rechtspersoon’ ennoemt vervolgens eenaantal(concretere) ‘omstandigheden’ om vastte kunnenstellenofeenbepaalde gedraging heeftplaatsgevondenin‘de sfeer vaneenrechtspersoon’.Opvallend is datHofDenBoschinde onderhavige uitspraak slechts éénvandeze door de Hoge Raad genoemde ‘omstandigheden’ aanhaalt,te weten:‘Vaneengedraging inde sfeer vande rechtspersoonzalsprake kunnenzijnindien (…) de rechtspersoonvermochterover te beschikkenofde gedraging aldannietzouplaatsvindenenzodanig ofvergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang vanzakendoor de rechtspersoonaanvaard ofplachtte wordenaanvaard.Onder bedoeld aanvaardenis mede begrepenhetnietbetrachtenvande zorg die inredelijkheid vande rechtspersoonkonwordengevergd methetoog op de voorkoming vande gedraging’.
Gezienhetfeitdatde bijHofDenBoschvoorliggende casus de vraag betreftof(beboetbare) gedragingenvanwerknemers kunnen wordentoegerekend aaneenrechtspersoon,had ik mijkunnenvoorstellendat(juist) eenandere omstandigheid uithet‘Zijpe- of Drijfmestarrest’ zouwordenaangehaald,te wetende omstandigheid dat‘hetgaatom hethandelenofnalatenvaniemand die hetzijuit hoofde vaneendienstbetrekking hetzijuitandere hoofde werkzaam is tenbehoeve vande rechtspersoon’.
Wanneer aande hand vande door de Hoge Raad genoemde ‘omstandigheden’ wordtvastgesteld dater sprake is vaneengedraging inde sfeer vande rechtspersoon,danstaatdaarmee nog nietvastdatdie rechtspersoonook – de voor eenvergrijpboete vereiste geestestoestand – opzetof(grove) schuld kanwordenverweten.Inverband meteenmogelijke strijdigheid metde inart.6,lid 2,EVRM opgenomenonschuldpresumptie zaleenrechtspersoonook zelfopzetof(grove) schuld verwetenmoetenkunnenworden,hetgeen– gezienhetfeitdateenrechtspersoonnueenmaalgeengeestengeestestoestand heeft– neerkomtop enigszins dezelfde (toerekenings)vraag ofook opzetof(grove) schuld vaneennatuurlijk persoon‘redelijkerwijs’ aaneenrechtspersoonkanworden toegerekend.Inhetverledenging de belastingkamer vande Hoge Raad nog uitvanhetbewijsvermoedendatde opzetof(grove) schuld vaneennatuurlijk persoonautomatischopzetof(grove) schuld vande rechtspersoonzelfbetekende,maar sinds zijnarrestvan1 december 2006,NTFR2006/1710,is de belastingkamer vande Hoge Raad omgegaanenheefthet‘IJzerdraadarrest’ (HR23 februari 1954,NJ 1954,378) overeenkomstig vantoepassing verklaard inhetfiscale (vergrijp)boeterecht.Het‘IJzerdraadarrest’ betrofechter de toerekening vaneengedraging vande ene natuurlijke persoonaaneenandere natuurlijke persoon,maar uithet‘Zijpe- of Drijfmestarrest’ kanwordenafgeleid datde inhetIJzerdraadarrestgeformuleerde criteria ‘tevens kunnenfungerenals maatstavenvoor de toerekening vaneengedraging vaneennatuurlijk persoonaaneenrechtspersoon(vgl.HR14 januari 1992,NJ 1992,413).’ Een inspecteur zal(ook) de opzetof(grove) schuld vaneenbelastingplichtige rechtspersoonzelfmoetenstellenenbewijzen.HofDenBosch

is inhetonderhavige gevalkennelijk vanoordeeldatde inspecteur indeze stel- enbewijsplichtis geslaagd enhandhaaftde door de inspecteur opgelegde vergrijpboete.
De rechtspersoonheefttotslotnog gewezenop HR23 januari 2009,NTFR2009/259.Datarrestis metname relevantvoor wathetde heffing (incasunavordering) vanaanslagbelastingenbetreftennietvoor wathethetopleggenvan(vergrijp)boetenbetreft.Bij belastingheffing spelen– integenstelling totvergrijpboeten– strafrechtelijke beginselen(waaronder de onschuldpresumptie) geenrolen bijgevolg heeftde Hoge Raad indatarrestdanook beslistdatopzet– inde zinvan‘kwade trouw’ exartikel16 AWR– juistwelkan wordentoegerekend aande belastingplichtige zonder datde belastingplichtige zelfopzetkanwordenverweten.Omdathetinhet onderhavige geschilslechts betrekking heeftop eenvergrijpboete,is hetdoor de rechtspersoonaangehaalde arrestjuistnietrelevant. HofDenBoschoordeeltechter dathetarrestom eenandere redennietrelevantis,namelijk omdathetarrestbetrekking heeftop ‘het bijzondere gevaldateenderde wordtingeschakeld voor hetvoldoenaanfiscale verplichtingen’.Datmoge danwellichtzo zijn,maar dat is – zoals gezegd – nietde redendatinde onderhavige boeteprocedure hetarrestvan23 januari 2009 geentoepassing vindt.Hoewel ik de uitkomstvandeze procedure welkanbegrijpen,denk ik dataandeze uitspraak nietalte veelwaarde moetwordengehecht: enerzijds is er door belanghebbende slechtgeprocedeerd,anderzijds is de uitspraak slechtgemotiveerd.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaat-belastingkundige bijJaeger Advocaten-belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2011-857 Datum:13-4-2016 11:10:12
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op