Geen grond voor naheffing nu loonbelasting was afgedragen

  

Geen grond voor naheffing nu loonbelasting was afgedragen

Datum: 13-08-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2010/2011 Geen grond voor naheffing nu loonbelasting was afgedragen
Hoge Raad13augustus2010,nr.09/00018
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur LJN
ECLI
2005Brondocument AWR-art. 20
WBRV-art. 17 AWR-art. 67c
mr. I.R.J. Thijssen BN3840
ECLI:NL:HR:2010:BN3840
Samenvatting
Belanghebbende heefttijdig aangifte gedaanvande loon- enomzetbelasting over hetvierde kwartaalvan2005.De verschuldigde
bedragenheeftzijeind januari 2006 inéénbedrag overgemaakt.De ontvanger heefteendeelvanhetbedrag geboektals betaling van de omzetbelasting (€ 7.155).Op 24 februari 2006 is eennaheffingsaanslag loonbelasting van€ 1.774 opgelegd.Op 17 maart2006 is hetresterende deelvanheteind januari 2006 overgemaakte bedrag (€ 1.774) teruggestortop de rekening vanbelanghebbende. Volgens de Hoge Raad bestond voor naheffing geengrond,nubelanghebbende eind januari 2006 de door haar afte dragenloonheffing van€ 1.774 had betaald.Evenminkonde naheffing erop gegrond wordendatsprake zouzijnvaneenterugbetaling die nietbuitende wil vanbelanghebbende geschiedde,reeds omdatdattentijde vanhetopleggenvande naheffingsaanslag nog nietwas terugbetaald.
Feiten
3.1.Incassatie kanvanhetvolgende wordenuitgegaan.
3.1.1.Belanghebbende heefttijdig aangifte gedaanvande omzetbelasting die zijmoestvoldoenover hetvierde kwartaalvan2005 en vande loonbelasting die zijmoestafdragenover datzelfde kwartaal.De volgens de aangiftenverschuldigde bedragenvan€ 7.155 onderscheidenlijk € 1.774 heeftzijinéénbedrag van€ 8.929 overgemaaktnaar de rekening vande belastingdienst,onder vermelding van:
`- 002 e 1.774 – 003 e 7.155'
Ditbedrag is op 31 januari 2006 door de belastingdienstontvangen.
3.1.2.De ontvanger heeftvanhetdoor belanghebbende overgemaakte bedrag eendeeltenbedrage van€ 7.155 geboektals betaling vanhetvolgens de vorenvermelde aangifte voor de omzetbelasting verschuldigde bedrag.
3.1.3.Bijde bestredennaheffingsaanslag,gedagtekend 24 februari 2006,heeftde Inspecteur belanghebbende eennaheffingsaanslag inde loonbelasting/premie volksverzekeringenover hetvierde kwartaalvan2005 opgelegd voor eenbedrag van€ 1.774.
3.1.4.Op 17 maart2006 heeftde belastingdiensthetresterende deelvanhetdoor belanghebbende op 31 januari 2006 overgemaakte bedrag (€ 1.774) teruggestortop de rekening vanbelanghebbende.
Geschil
Ingeschilis ofde naheffingsaanslag ende boete terechtzijnopgelegd.
Rechtsoverwegingen
3.2.HetHofheeftgeoordeeld dat,geletop alle feitenenomstandigheden,inhunonderlinge verband bezien,belanghebbende de over
hetvierde kwartaalvan2005 verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringennietheeftbetaald inde zinvanartikel20 vande Algemene wetinzake rijksbelastingen(hierna:de AWR),datde bestredennaheffingsaanslag rechtsgeldig is opgelegd endatmitsdien ook de boete rechtsgeldig is opgelegd.
3.3.De klachtenbestrijdenonder meer de hiervoor in3.2 vermelde oordelen.De klachtenslageninzoverre.Uithetgeenhiervoor in3.1 is vermeld,volgtdatbelanghebbende – door haar overmaking op 31 januari 2006 vanhetbedrag van€ 8.929 – de door haar over het vierde kwartaalvan2005 afte dragenloonbelasting/premie volksverzekeringentenbedrage van€ 1.774 had betaald.Voor naheffing vanlaatstvermeld bedrag bestond dus inbeginselgeengrond.De naheffing konevenminrechtvaardiging vindeninde omstandigheid datsprake zouzijnvaneenterugbetaling die nietbuitende wilvanbelanghebbende geschiedde,reeds om de redendattentijde van hetopleggenvande naheffingsaanslag nog nietwas terugbetaald.Voor hetopleggenvaneenboete op de voetvanartikel67c vande AWRontbreektop grond vanhetvorenstaande eveneens de grondslag.
(Volgtvernietiging vande hofuitspraak enbevestiging vande rechtbankuitspraak.)
Commentaar
Diverse belastingenwordengehevendoor middelvanbetaling op aangifte.De normale wijze vanheffing houdthierbijindatde
betrokkene (de belastingplichtige ofinhoudingsplichtige) zelfmoetvaststellenhoeveelbelasting is verschuldigd.Ditbedrag dienthij binneneenbepaalde wettelijk geregelde termijnaande belastingdienstte betalen.Daarnaastmoetde betaling wordengespecificeerd ineenaangifte.Pas wanneer de betrokkene nietheeftvoldaanaanzijnaangifte- ofbetalingsverplichting,kande inspecteur inactie komen.Art.20,lid 1,AWRgeeftaaninwelke gevallende inspecteur eennaheffingsaanslag kanopleggen.De meestvoorkomende situatie is die waarinde op de aangifte vermelde belastingschuld nietis betaald.
Inde onderhavige gevallenhad eenbelanghebbende tijdig haar (kwartaal)aangiftenomzet- enloonbelasting gedaan,maar voor de

betaling vande op deze aangiftenverschuldigde belastingenhad belanghebbende geengebruik gemaaktvande daarvoor bedoelde acceptgirokaarten.Inplaats daarvanhad belanghebbende hetverschuldigde omzet- énloonbelasting inéénbedrag overgemaaktnaar de rekening vande belastingdienstonder vermelding vantwee aangiftenummers.HetCentraalBetalingskantoor inApeldoorn(CBA) was nietinstaatom eendergelijke gecombineerde betaling op eenjuiste wijze te verwerkenenboekte slechts eengedeelte als betaling vande op éénvande twee aangiftenverschuldigde belasting.Hetdeelvande betaling datbetrekking had op de andere aangifte werd nietals zodanig door hetCBA herkend als gevolg waarvande ingeschilzijnde naheffingsaanslag (metverzuimboete) is opgelegd.Vervolgens heefthetCBA hetdeelvande betaling datbetrekking had op die andere aangifte teruggestortop de rekening vanbelanghebbende.
HofAmsterdam toonde zichgevoelig voor hetargumentvande inspecteur datde belastingdienstjaarlijks 180 miljoenfinanciële transacties te verwerkenheeft,datditnietanders dangeautomatiseerd kangeschiedenendatook hetaantalnietdirectte verwerken betalingendermate hoog is datdeze nietallemaalhandmatig kunnenwordenafgedaanzodatditslechts selectiefgebeurt.Vervolgens kwam HofAmsterdam tothetoordeeldatbelanghebbende door haar gecombineerde betaling de verwerking ervandoor hetCBA bewustheeftgefrustreerd,datbelanghebbende als gevolg daarvan`de verschuldigde belasting nietheeftbetaald inde zinvanartikel20 vande AWRendatde betreffende naheffingsaanslag mitsdienrechtsgeldig is opgelegd'.De Hoge Raad maaktkorte mettenmetdit onbegrijpelijke oordeelvanHofAmsterdam.Door de gecombineerde betaling vanbelanghebbende is de verschuldigde belasting betaald waardoor naheffing nietaande orde is.Menkanimmers nietzeggendatiemand nietheeftbetaald,als hijwèlheeftbetaald. Betaling vanbelastingenkanook zonder gebruikmaking vanacceptgirokaarten(zelfs door storting vancontantenop hetpostkantoor). Aldus bestaatvoor naheffing enbeboeting geenenkele grond,wordtbelanghebbende inhetgelijk gesteld enheefthijrechtop vergoeding vanzijnproceskosten,ook voor watbetrefthetincidentele hoger beroep (vgl.HR20 november 2009,NTFR2009/2568).
De enige weg voor de belastingdienstom hetteruggestorte bedrag bijbelanghebbende terug te halenis hetinstellenvaneenvordering wegens onverschuldigde betaling bijde civiele rechter.Maar ook wanneer datnietlukt,is heeftde belastingdienstnog eenkleindoekje voor hetbloeden:via de vennootschapsbelasting vangtde fiscus wellichtnog eenkwartvanhetaanbelanghebbende teruggestorte bedrag terug.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-2011 Datum:11-4-2016 15:07:50
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op