Geen sprake van afwezigheid van alle schuld

  

Geen sprake van afwezigheid van alle schuld

Datum: 03-09-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2011/525 Geen sprake van afwezigheid van alle schuld
HofDenBosch03september2010,nr.09/00227
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur LJN
ECLI
2004Brondocument curator, failliet,
termijnoverschrijding, verzuimboete
Awb-art. 6:11 AWR-art. 22j AWR-art. 67a
mr. I.R.J. Thijssen BP4018
ECLI:NL:GHSHE:2010:BP4018
Samenvatting
Belanghebbende heefthetaanhaar uitgereikte aangiftebiljetnietbinnende daarvoor geldende inlevertermijningediend,ook nietna
aanmaning.Twee dagenvoor hetverstrijkenvande uiterste inleverdatum is belanghebbende faillietverklaard.De inspecteur heeft ambtshalve eenaanslag opgelegd,die inverband methetfaillissementrechtstreeks bijde curator werd bezorgd.Pas indecember 2006 komtbelanghebbende op de hoogte vande aanslag.Eind januari 2007 komtzijinbezwaar.De inspecteur heeftbelanghebbende niet-ontvankelijk inhaar bezwaar verklaard enambtshalve de aanslag verminderd tothetdoor belanghebbende opgegevenbelastbaar inkomenuitwerk enwoning.De opgelegde verzuimboete van€ 340 heefthijgehandhaafd.Gedurende hetproces heeftde inspecteur de aanslag op basis vandoor belanghebbende verstrekte gegevens nog verder verlaagd ende verzuimboete verlaagd naar € 68.In geschilis ofbelanghebbende terechtniet-ontvankelijk is verklaard.Hethofsteltvoorop datinhoger beroep tenaanzienvande aanslag inhoudelijk geengeschilmeer bestaatnude inspecteur volledig aanhetbezwaar vanbelanghebbende is tegemoetgekomen. Belanghebbende is danook inzoverre niet-ontvankelijk inhaar bezwaar.Tenaanzienvande boete oordeelthethofdat, veronderstellenderwijze ervanuitgaande dathetbezwaar ontvankelijk is,er geensprake is vanafwezigheid vanalle schuld,zodatdeze instand dientte blijven.
Commentaar
1.Volgens art.14 FW moetde griffier vanhetgerechtdathetfaillissementuitspreektdirectTNTPostberichtendateenbepaalde
persoonfaillietis verklaard.VanafhetmomentvanontvangstvanditberichtzendtTNTPostde voor de gefailleerde bestemde postdoor naar de curator.Gedurende deze `postblokkade’ komtde voor eengefailleerde bestemde postdus altijd bijdiens curator terecht. Wanneer gedurende eenfaillissementeenbelastingaanslag wordtopgelegd,wordtdeze (door)gestuurd naar de curator,die op grond vanart.99 FW verplichtis de blauwe envelop te openen.Hoewelde gefailleerde belastingplichtige op datmomentnietbekend is met hetbestaanvandeze belastingaanslag,wordtde belastingaanslag welgeachtrechtsgeldig te zijnbekendgemaakt(HR26 februari 2010,nr.08/01917,NTFR2010/1072).
2.De curator kanvervolgens de belastingaanslag,na daarvankennis te hebbengenomen,doorsturenaande gefailleerde metde vermelding `vancurator aanfailliet’.Indatgevalwordtde gefailleerde – op eenlater momentdandatde belastingaanslag rechtsgeldig
aande curator is bekendgemaakt– op de hoogte gebrachtvande belastingaanslag enkande gefailleerde desgewensteen bezwaarschriftindienen.UitHR26 februari 2010,nr.08/01917,valtoverigens implicietafte leidendat– voor zover daar nog discussie over mogelijk zouzijn– eengefailleerde zelfstandig bevoegd is om gedurende zijnfaillissementeenbezwaarschriftinte dienen.De termijnvoor eengefailleerde om vervolgens eenbezwaarschriftinte dienenis – als gevolg vande tijd die noodzakelijkerwijs verloren gaatmetde kennisneming enhetdoorsturendoor de curator – feitelijk korter danzes weken,maar hem moetinieder gevaleentermijn vantenminste veertiendagenwordengegund (HR28 maart2002,nr.36.933,NTFR2002/450).Ook wanneer de curator – zoals inhet onderhavige geval– de belastingaanslag nietdoorstuurtaande gefailleerde endeze pas na afloop vande bezwaartermijnkennisneemt van(hetbestaanvan) de belastingaanslag,moethem tenminste eentermijnvanveertiendagenwordengegund om alsnog een bezwaarschriftinte dienen.De bevoegdheid vaneengefailleerde om eenbezwaarschriftinte dienentegeneenbelastingaanslag, betekentnietdateengefailleerde ook bevoegd zouzijnom tegeneenuitspraak op bezwaar eenberoepschriftinte dienen.In beroepsprocedures is immers de – overigens volstrektonduidelijke – regeling vanart.8:22 Awb vantoepassing (zie voor terechte kritiek op deze regeling:R.A.V.vanBoxem,`Calimero ende Faillissementswet’,NTFR2008/2223).
3.De curator kan(art.43 AWR) ook zelfeenbezwaarschriftindienentegeneenaande gefailleerde opgelegde belastingaanslag,maar daar heefthijinhetonderhavige gevalvanafgezien.De praktijk leertechter datcuratorenweinig gebruikmakenvande mogelijkheid om eenbezwaar- ofberoepschriftinte dienentegeneen– veelalambtshalve geschatte – belastingaanslag waardoor overige (concurrente) schuldeisers wordenbenadeeld.Hetis mijnietduidelijk watde oorzaak is vandeze passieve houding vancuratoren:onbekendheid met de fiscaliteit,eengebrek aanbatenwaarmee de curator zijneigenwerkzaamhedenkanbekostigenofeencombinatie vanbeide.Datin de onderhavige procedure evidentsprake was vaneenmaterieelnietverschuldigde belastingaanslag,blijktuithetfeitdatde inspecteur gedurende de hogerberoepsprocedure de belastingaanslag ambtshalve heeftverminderd enhetbelastbare inkomenzelfs heeft vastgesteld op eennegatiefbedrag.

4.Inde onderhavige uitspraak heeftde curator nietalleennagelatenom eenbezwaarschriftinte dienentegeneenaande gefailleerde opgelegde – maar materieelnietverschuldigde – belastingaanslag,tevens heeftde curator nagelatendeze belastingaanslag aande gefailleerde door te sturen.Pas indecember 2007,ruim eenhalfjaar ná de beëindiging vanhetfaillissement,raaktbelanghebbende op de hoogte vanhetbestaanvaneenbelastingaanslag als gevolg vaneenmededeling vande Belastingdienstdateenbelastingteruggave metdeze belastingaanslag zalwordenverrekend.Vervolgens heeftbelanghebbende via de Belastingtelefoonverzochtom eenduplicaat vandeze aanslag enheeftbelanghebbende vervolgens op 26 januari 2008 eenschriftelijk verzoek gedaanom kwijtschelding.De inspecteur beschouwthetkwijtscheldingsverzoek als eenbezwaarschrift,maar verklaarthetbezwaarschriftniet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.Hoeweluitde uitspraak nietvaltafte leidenop welke dagenbelanghebbende telefonischcontactheeftgehad met de Belastingdienstenop welke dag belanghebbende de duplicaataanslag heeftontvangen,is hethofvanoordeeldatde inspecteur het bezwaarschriftterechtniet-ontvankelijk heeftverklaard.Gezienhetstilzittenvande curator enhetfeitdatde termijnvanveertiendagen slechts eenminimumtermijnbetreft,had eenwelwillender benadering meer gepastgeweest.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaat-belastingkundige bijJaeger Advocaten-belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2011-525 Datum:13-4-2016 11:11:58
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op