Geslaagd beroep op dwaling bij intrekking beroep ontvankelijk

  

Geslaagd beroep op dwaling bij intrekking beroep ontvankelijk

Gepubliceerd in: NTFR 2015/1973
Datum: 17-06-2015
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2015/1973 Geslaagd beroep op dwaling bijintrekking, beroep ontvankelijk
Rechtbank Noord-Holland17juni2015,nr.14/3366
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur
2011Brondocument horen in bezwaarfase,
verzuimboete Awb-art. 7:2 Awb-art. 6:21 Awb-art. 7:1 BW-art. 6:228
mr. M.H.W.N. Lammers
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2015:4840
Samenvatting
Belanghebbende heeftbezwaar ingesteld tegende aanslag IB/PVV 2011.Tegende uitspraak op bezwaar is hijinberoep gegaan.De
inspecteur had belanghebbende nietgehoord enheeftbelanghebbende de gelegenheid gegevenalsnog gehoord te worden. Dientengevolge heeftbelanghebbende zijnberoep ingetrokken,nietwetende datdaarmee de aanslag onherroepelijk was geworden. Tegende nadere beslissing (na hethoren) is belanghebbende wederom inberoep gekomen.Nueentweede uitspraak op bezwaar niet mogelijk is,is dattweede beroep niet-ontvankelijk.De rechtbank is vanoordeeldathetberoep vanbelanghebbende op dwaling bijde intrekking vanheteerste beroep slaagtenbehandeltdatberoep alsnog inhoudelijk.Hetbedrijfvanbelanghebbende is faillietgegaanen belanghebbende heefteenonderzoek ingesteld naar faillissementsfraude.Hoewelhijvanmening is datde aanslag tothetjuiste bedrag is vastgesteld,stelthijdatgeenIB/PVV gehevenzoumoetenworden,omdathijbijdatfaillissementsonderzoek endoor wantoestanden bijde overheid veelkostenheeftgemaakt.Aande zijde vande overheid is sprake vanonverdedigbare hardheid,aldus belanghebbende.De rechtbank volgtbelanghebbende niet,omdater geenwettelijke grondslag is voor eenvrijstelling vanIB/PVV.Art.6 EVRM is nietvantoepassing.Voor zover belanghebbende zicherop beroeptdatde regels inzake de IB ende PVV inzijngeval onredelijk enonbillijk uitwerken,kande rechtbank zichover deze griefnietuitlaten,nuzijnietbevoegd is de innerlijke waarde of billijkheid vande wette beoordelen.De inspecteur heeftverklaard de verzuimboete te zullenverminderentot€ 49.Voor hetoverige blijft de verzuimboete instand.Vanavas is geensprake.
(Beroep gegrond.)
Commentaar
Metenige hulp vande Rechtbank Noord-Holland beroeptde belastingplichtige zichindeze zaak op dwaling.Bijdwaling is sprake van eenonjuiste voorstelling vanzaken.Deze onjuiste voorstelling is zo essentieeldatzonder deze onjuiste voorstelling eenbepaalde handeling nietwas verricht.De wettelijke regeling voor dwaling is inart.6:228 BW opgenomen.Die bepaling is eigenlijk gerichtop het sluitenvanovereenkomsten,maar kandus ook gebruiktwordenbijandere juridische handelingen.Voor eengerechtvaardigd beroep op dwaling (inde zinvanart.6:228 BW) moetaanzes voorwaardenwordenvoldaan:(i) de onjuiste voorstelling moetzienop essentiële eigenschappenen/ofomstandigheden,(ii) er moeteencausaalverband bestaantussende dwaling ende rechtshandeling,(iii) de wezenlijke eigenschappenwaarover eenonjuiste voorstelling bestond,moetenkenbaar zijn,(iv) de dwaling moetzijnveroorzaaktdoor eenmededeling vande wederpartij,hetzwijgenvande wederpartijofwederzijdse dwaling,(v) de dwaling moetnietvoor rekening van de dwalende komen(op grond vaninhetverkeer geldende opvattingen,schending onderzoeksplichtofzakendie uitsluitend op de toekomstbetrekking hebben) en(vi) de dwaling kannietgaanom eenzuiver toekomstige omstandigheid.
Indeze zaak is de belastingplichtige door de inspecteur op hetverkeerde beengezet.De inspecteur heeftde belastingplichtige voorgeschoteld dathijzijnfout(hetniethorenvande belastingplichtige inde bezwaarfase) zalherstellendoor de gedane uitspraak op bezwaar inte trekken,de belastingplichtige alsnog te horenendanopnieuwuitspraak op bezwaar te doen.Daarbijheeftde inspecteur kennelijk over hethoofd geziendathijniettwee keer uitspraak op bezwaar kandoen(HR20 januari 2012,nr.10/02678,NTFR 2012/215).Vermoedelijk naar aanleiding vanvragenvande rechtbank ter zitting heeftde belastingplichtige verklaard datals hijdat gewetenhad,hijheteerste beroep niethad ingetrokken.De rechtbank oordeeltdanook datgeletop alle feitenenomstandighedende belastingplichtige eengerechtvaardigd beroep op dwaling toekomt.Eengeslaagd beroep op dwaling zorgtvoor vernietiging vande rechtshandeling.Ditbetekentdatde eerste beroepsprocedure bijde rechtbank herleeft.De rechtbank moetdatberoepschrift behandeleninde stand waarinhetzichbevond tentijde vande intrekking.Het‘tweede’ beroep wordtdaarbijdoor de rechtbank als een nadere toelichting op hetberoepschriftbeschouwd.
Voor de belastingplichtige indeze zaak eenpyrrusoverwinning omdathijinhoudelijk inhetongelijk wordtgesteld.Infeite wenste de belastingplichtige geenbelasting te betalenover zijninkomsten.Die ruimte biedtde Nederlandse wet- enregelgeving niet.Evenmin mag de belastingrechter de innerlijke waarde ofbillijkheid vaneenwettoetsen.Datis in1829 aluitgemaakt(art.11 Wetalgemene bepalingen).
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.

Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-1973 Datum:25-4-2016 14:09:55
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op