Het met hulp van een frauderende belastingambtenaar uitgekeerde bedrag van € 19.500.000 kan volgens A-G IJzerman worden nagevorderd.

  

Het met hulp van een frauderende belastingambtenaar uitgekeerde bedrag van € 19.500.000 kan volgens A-G IJzerman worden nagevorderd.

Gepubliceerd in: Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Datum: 31-05-2018
Auteur(s): V.S. Huygen van Dyck-Jagersma

Bekijk PDF

15-6-2018NTFR | NDFR
http://www.ndfr.nl/Net/link/NTFR2018-12371/1



Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018/1237
Het met hulp van een frauderende belastingambtenaar uitgekeerde bedrag van
€ 19.500.000 kan volgens A-G IJzerman worden nagevorderd; Parket bij de Hoge
Raad, nr. 17/03710
Belastingjaar/tijdvak2012
BrondocumentenConclusie A-G IJzerman 26 april 2018, nr. 17/03710
Beroepschrift in cassatie bij HR nr. 17/03710 – 2
Beroepschrift in cassatie bij HR nr. 17/03710 – 1
WetsartikelenAwb
AWR - art. 16
AWR - art. 65
AuteurMr. V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
Publicatiedatum NTFR31-5-2018
A�everingsnummer22
RubriekFormeel belastingrecht
ECLIECLI:NL:PHR:2018:469
vorig       volgend      

Samenvatting
Op 15 maart 2014 is aan belanghebbende de aanslag VPB over 2012, conform de aangifte,
opgelegd naar een belastbaar bedrag van nihil. Daarop nemen de gebeurtenissen een
merkwaardige wending. Een bepaalde belastingambtenaar heeft, geheel ongefundeerd en
frauduleus, ervoor gezorgd dat € 19.500.000 op de bankrekening van belanghebbende
terechtkwam. Aan de overboeking van het bedrag van € 19.500.000 op de bankrekening van
belanghebbende lag een ambtshalve, op de voet van art. 65 AWR genomen, ten name van
belanghebbende gestelde beschikking ten grondslag, met dagtekening 14 juni 2014. Uit de
verminderingsbeschikking blijkt dat het gehele bedrag van € 19.500.000 is geboekt als
verrekende dividendbelasting. Echter, het is niet waar dat belanghebbende zeer grote bedragen
aan beleggingsdividenden zou hebben ontvangen, waarvan de daarop bij uitbetaling ingehouden
dividendbelasting zou kunnen worden verrekend bij belanghebbende. Met dagtekening 27
september 2014 is aan belanghebbende, ter correctie van de ten onrechte bij de
verminderingsbeschikking verleende ‘teruggaaf’, een navorderingsaanslag VPB 2012 opgelegd,
ten bedrage van € 19.500.000. De onderhavige procedure ziet op die navorderingsaanslag. Hof
Arnhem-Leeuwarden (27 juni 2017, nr. 16/01062, NTFR 2017/2198) heeft geoordeeld dat het
besluit van de gemandateerde ambtenaar tot ‘teruggaaf’ niet aan de inspecteur (het
bestuursorgaan) kan worden toegerekend, omdat het besluit door de gemandateerde buiten de
grenzen van zijn bevoegdheid is genomen. Volgens het hof is het besluit ongeldig en diende het
in het geding voor het hof als non-existent te worden beschouwd. Dat betekent dat er geen
grondslag was voor de betaling van € 19.500.000 als een teruggaaf van belasting, zodat moet
worden aangenomen dat deze betaling moet worden aangemerkt als een onverschuldigde
betaling. Het hof achtte het opleggen van de navorderingsaanslag hier niet mogelijk en heeft die
vernietigd.
A-G IJzerman merkt op dat het duidelijk is dat de belastingambtenaar niet had mogen fingeren,
in de zin van verzinnen of voorwenden, dat er dergelijke dividendbelasting te verrekenen was
door belanghebbende. Echter, de advocaat-generaal betwijfelt of de belastingambtenaar
daarmee is getreden buiten de grenzen van de formeel aan hem toebedeelde ambtelijke
bevoegdheid om een belastingaanslag of verminderingsbeschikking vast te stellen. Niet in geschil
is dat de belastingambtenaar, ten tijde van het ambtshalve verlenen van de
verminderingsbeschikking, intern bevoegd was verklaard om hier de bevoegdheden van de
inspecteur uit te oefenen (onder meer) als voorzien in art. 65 AWR. Op grond daarvan heeft de
belastingambtenaar volgens de advocaat-generaal een formeel geldige
verminderingsbeschikking vastgesteld. Dat die materieel helemaal niet deugt, kan daaraan zijns
inziens niet afdoen. Volgens de advocaat-generaal kent het (fiscale) bestuursrecht niet de figuur
van de van rechtswege nietige aanslag of een van rechtswege nietige beschikking. Indien het zich
voordoet dat een op zichzelf bevoegde ambtenaar een (veel) te hoge verminderingsbeschikking
heeft opgelegd, zal dat nadien moeten worden gecorrigeerd door navordering, binnen de
mogelijkheden van art. 16 AWR. Dit is de situatie die zich hier, naar de advocaat-generaal meent,
voordoet. Aldus slaagt het middel van de staatssecretaris.

Commentaar
To be or not to be? Gebaseerd op gefingeerde feiten is een ‘ambtshalve vermindering’ gegeven
van € 19,5 miljoen, die in een levensechte teruggave heeft geresulteerd. Daarover lopen diverse
strafzaken. Om die teruggave te corrigeren is een navorderingsaanslag van eenzelfde bedrag
opgelegd. In cassatie tegen de navorderingsaanslag is de discussie: ‘bestaat’ die ambtshalve
verminderingsbeschikking wel, en kan de teruggave dus met een navordering worden
gecorrigeerd? Of bestaat de beschikking niet en is de uitbetaling van die teruggave ‘alleen maar’



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op

Jaeger maakt gebruik van cookies

Wij plaatsen cookies om uw ervaring op de website te verbeteren. De cookies die vereist zijn om de website te gebruiken zijn wettelijk toegestaan. Voor de andere cookies kunt u hieronder toestemming geven.

meer informatie