Hof geeft BPM-gemachtigde waarschuwing na ongepast taalgebruik

  

Hof geeft BPM-gemachtigde waarschuwing na ongepast taalgebruik

Gepubliceerd in: Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018/937
Datum: 19-04-2018
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF

Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018/937
Hof geeft BPM-gemachtigde waarschuwing na ongepast taalgebruik; Gerechtshof 's-
Hertogenbosch, nr. 16/03503
Belastingjaar/tijdvak 2014
Brondocumenten Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 15 maart 2018, nr. 16/03503
Trefwoorden verdedigingsbeginsel, duurzaam, bejegening, hagelschadeconstructie,
herregistratie
Wetsartikelen Awb
BPM - art. 10a
Auteur mr. M.H.W.N. Lammers [1]
Publicatiedatum NTFR 19-4-2018
Afleveringsnummer 16
Rubriek Formeel belastingrecht
ECLI ECLI:NL:GHSHE:2018:1133
Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:3662, Bekrachtiging/bevestiging
Samenvatting
In deze BPM-zaak heeft het hof de gemachtigde van belanghebbende tijdens de eerste zitting voorgehouden dat het zich ernstig
stoort aan diens taalgebruik in de stukken van het geding. Het hof verwacht van professionele procespartijen, dus ook van de
gemachtigde, dat zij elkaar en de rechterlijke instanties met fatsoen en respect bejegenen. In na de zitting uitgewisselde stukken heeft
de gemachtigde zich opnieuw op ongepaste wijze uitgelaten. Nu de gemachtigde volhardt in de ongepaste, onfatsoenlijke en
respectloze bejegening van zijn wederpartij acht het hof redenen aanwezig om de gemachtigde een waarschuwing te geven. In dit
verband wijst het hof erop dat de rechter een gemachtigde tegen wie ernstige bezwaren bestaan kan weigeren.
Ten aanzien van de opgelegde naheffingsaanslag BPM oordeelt het hof dat de inspecteur niet heeft voldaan aan de op hem rustende
bewijslast om aannemelijk te maken dat de auto voorafgaande aan de herregistratie in het Nederlandse kentekenregister duurzaam
buiten Nederland is gebracht. Onduidelijk is gebleven waar de auto in de periode tussen uitschrijving uit het Nederlandse
kentekenregister en de aankoop door belanghebbende in voorraad heeft gestaan. In het onderhavige geval geeft het hof
belanghebbende het voordeel van de twijfel en oordeelt aldus dat de auto niet duurzaam is uitgevoerd. Daarmee wordt aan de
toepassing van art. 10a Wet BPM niet toegekomen. Belanghebbende heeft bij de berekening van de verschuldigde BPM derhalve
gebruik mogen maken van een koerslijst.
(Hoger beroep ongegrond.)
Commentaar
De gemachtigde in kwestie heeft het onder andere over Nederland als een apenland, een bananenrepubliek waar alleen de
palmbomen nog ontbreken. De Belastingdienst noemt hij een georganiseerde misdaadorganisatie met maffiose trekken. En de
inspecteur krijgt de bijnaam Bennie Boef.
Bestuursrechters, waaronder belastingrechters, kunnen op basis van de Awb de bijstand of vertegenwoordiging door een persoon
tegen wie ernstige bezwaren bestaan weigeren. Deze weigeringsbevoegdheid is in art. 8:25 Awb opgenomen. Op grond van art. 8:108
Awb en art. 29 AWR geldt deze bepaling ook in hoger beroep en beroep in cassatie.
Om een gemachtigde te weigeren moet het volgens de wetsgeschiedenis gaan om uitzonderlijke gevallen, waarin de rechters van
mening zijn dat de partijen moeten worden beschermd tegen ernstige schade die door het optreden van de te weigeren persoon kan
worden toegebracht. In dit kader wordt gesproken over evidente en ernstige ondeskundigheid of herhaaldelijke verstoring van de
normale gang van zaken, eventueel onder bedreiging van geweld. In deze zaak is sprake van het laatste.
Van belang in dit kader is ook dat uit recente jurisprudentie, zie bijvoorbeeld Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 februari 2018, nr.
16/5239, ECLI:NL:RBZWB:2018:759 volgt dat belastingplichtigen die procederen tegen een naheffingsaanslag BPM het niet
makkelijk hebben. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt bijvoorbeeld vast dat de Belastingdienst bij BPM-zaken structureel de op
de zaak betrekking hebbende stukken (art. 8:42 Awb) en/of het verweerschrift te laat indient en op die wijze de procesgang
belemmert. Ook uit de onderhavige zaak volgt dat de inspecteur niet tijdig gehoor geeft aan een verzoek van het hof om stukken in
te dienen. De frustratie van de gemachtigde is dan ook wel te begrijpen, maar niet de wijze waarop hij zijn uitlatingen doet. Het is
niet alleen dat de toon de muziek maakt, maar men vangt in het algemeen ook meer vliegen met honing dan met azijn. Kortom, ook
frustraties over een bepaalde gang van zaken moeten met respect en met een correcte bejegening over de bühne worden gebracht.
[1] Mr. M.H.W.N. Lammers is advocaat bij Jaeger advocaten-belastingkundigen te Amsterdam.

Bron: http://www.ndfr.nl/link/NTFR2018-937
Datum: 7-5-2018 15:07:31
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers.
Niets uit NDFR mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij
elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying,
recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op

Jaeger maakt gebruik van cookies

Wij plaatsen cookies om uw ervaring op de website te verbeteren. De cookies die vereist zijn om de website te gebruiken zijn wettelijk toegestaan. Voor de andere cookies kunt u hieronder toestemming geven.

meer informatie