Hof geeft te strenge uitleg aan begrip 'redelijkerwijs kenbaar' ex art. 16.2.c AWR: navorderingsaanslag vernietigd

  

Hof geeft te strenge uitleg aan begrip 'redelijkerwijs kenbaar' ex art. 16.2.c AWR: navorderingsaanslag vernietigd

Datum: 10-01-2014
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2014/485 Hofgeeftte strenge uitleg aan begrip 'redelijkerwijs kenbaar' ex art.16.2.c AWR: navorderingsaanslag vernietigd
Hoge Raad10januari2014,nr.12/04979
2010
Brondocument Aanverwanteliteratuur
AWR-art. 16
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen Auteur
BNB
ECLI
mr. I.R.J. Thijssen 2014/69
ECLI:NL:PHR:2013:929
Samenvatting
Aanbelanghebbende is eenaanslag rioolheffing 2010 opgelegd van€ 235.Deze aanslag is te laag,omdatde rioolheffing volgens de
gemeentelijke verordening € 258 bedraagt.Inhetaanslagbiljetwerd voor verdere informatie verwezennaar eenmeegezondenbijsluiter, waarinonder meer hetbedrag van€ 258 is genoemd.Voorts wordtinde bijsluiter de website www.svhw.nlvermeld,waar eveneens het bedrag van€ 258 wordtgenoemd.De gemeente heeftde foutgecorrigeerd door middelvanhetopleggenvande onderhavige navorderingsaanslag van€ 23.HofDenHaag heeftgeoordeeld datde gemeente bevoegd is op grond vanart.16,lid 2,onderdeelc, AWRna te vorderen.
Volgens hethofheeftbelanghebbende bijkennisneming vanzijnaanslagbiljetende bijsluiter redelijkerwijs kunnenziendateenfoutis gemaaktomdatdaarinverschillende bedragenwordenvermeld,endatbelanghebbende vervolgens door raadpleging vaneenwebsite had kunnenvaststellenwelke vandie bedragenhetjuiste was.De Hoge Raad deeltde zienswijze vanhethofniet.Volgens de cassatierechter heefthethofnamelijk eenstrengere uitleg gegevenaanhetbegrip ‘redelijkerwijs kenbaar’ inart.16,lid 2,letter c,AWR danblijkens de wetsgeschiedenis is beoogd.De enkele vermelding vaneenbedrag aanrioolheffing van€ 235 is nietvandienaard dat daarmee voor eenbelastingplichtige onmiddellijk duidelijk had moetenzijndatde aanslag onjuistis.Raadpleging vande bijsluiter, waarnaar op hetaanslagbiljetwordtverwezen‘voor verdere informatie’,envande daarinvermelde website,lag daarmee nietvoor de hand.Hethofheeftdanook tenonrechte geoordeeld datsprake was vaneenredelijkerwijs kenbare onjuistheid als bedoeld inart.16,lid 2,letter c,AWR.De navorderingsaanslag dientte wordenvernietigd.
(Cassatieberoep gegrond.)
Feiten
3.1.Incassatie kanvanhetvolgende wordenuitgegaan.
3.1.1.Aanbelanghebbende is voor hetjaar 2010 eenaanslag inde rioolheffing vande gemeente Barendrechtopgelegd tenbedrage van€ 235.Deze aanslag is te laag vastgesteld.Ingevolge de Verordening rioolheffing 2010 vande gemeente Barendrechtbedraagtde rioolheffing voor eengevalals hetonderhavige,eenwoning metmeer dantwee bewoners,€ 258.De foutis gemaaktbijalle belastingplichtige inwoners die hunbelasting nietper automatische incasso betalen.Vervolgens is aanbelanghebbende de onderhavige navorderingsaanslag tenbedrage van€ 23 opgelegd.
3.1.2.Inhetaanslagbiljetvande primitieve aanslag werd voor verdere informatie verwezennaar eenmeegezondenbijsluiter.Daarinzijn onder meer de voor hetjaar 2010 geldende tarievenvoor de rioolheffing vermeld,waaronder hetbedrag van€ 258.Voorts wordtinde bijsluiter de website www.svhw.nlvermeld,waar eveneens hetbedrag van€ 258 wordtgenoemd.
Geschil
3.2.1.Tussenpartijenis ingeschilofterechtis nagevorderd.
Rechtsoverwegingen
3.2.2.HetHofheeftgeoordeeld datbelanghebbende bijkennisneming vanzijnaanslagbiljetende bijsluiter redelijkerwijs heeftkunnen
ziendateenfoutis gemaakt,aangezienhetbedrag vande aanslag nietovereenstemde methetvoor hem geldende bedrag inde bijsluiter.Vervolgens had belanghebbende kunnenvaststellenwelk tariefhetjuiste is door de inde bijsluiter vermelde website www.svhw.nlte raadplegen.Voor zover belanghebbende steltde bijsluiter niette hebbengeraadpleegd,komtditvoor zijnrekening en risico,aldus hetHof.Voorts heefthetHofgeoordeeld dataanuitlatingenvande Staatssecretaris vanFinanciënmetbetrekking tot navordering vangeringe bedragen,die hijheeftgedaaninzijnhoedanigheid vanmedewetgever,geeninrechte te beschermen vertrouwenkanwordenontleend.De navorderingsaanslag is daarom geletop art.16,lid 2,onderdeelc,vande Algemene wetinzake rijksbelastingen(hierna:AWR) terechtopgelegd,aldus hetHof.
3.3.1.Heteerste middelbetoogtdathetHofis uitgegaanvaneente ruime uitleg vanhetbegrip ‘kenbaar’ inart.16,lid 2,onderdeelc, AWR.Deze bepaling is vantoepassing – voor zover hier vanbelang – inalle gevallenwaarinte weinig belasting is gehevendoordatten gevolge vaneenfouteenaanslag te laag is vastgesteld,hetgeende belastingplichtige ‘redelijkerwijs kenbaar’ is.Volgens de toelichting op die bepaling ‘is de kenbaarheid inzekere mate geobjectiveerd door hetgebruik vanhetwoord ‘redelijkerwijs’.(...) Bijde toepassing vanhetkenbaarheidsvereiste gaatheter nietom ofde onjuistheid voor eenconcrete belastingplichtige kenbaar is,maar ofeen belastingplichtige meteengemiddelde kennis van,eneengemiddeld inzichtinhetfiscale recht,de onjuistheid onderkent.’ (KamerstukkenII,2009-2010,32 129,nr.3,p.25).Omtrenthetbegrip ‘kenbaar’ is inde memorie vantoelichting voorts vermeld: ‘Kenbaar moethier wordenopgevatinde gebruikelijke zinvante kennen,te onderkennen,te onderscheiden.De belastingplichtige moet als hetware inéénoogopslag (hebben) kunnenziendatde belastingaanslag (...) nietjuistis.’ (KamerstukkenII,2009-2010,32 129,nr.

3,p.25).Vaneenbelastingplichtige wordtnietgevraagd te beoordelenofeenaanhem opgelegde belastingaanslag juistis (KamerstukkenII,2009-2010,32 129,nr.8,p.50).
3.3.2.HetHofheeftgeoordeeld datbelanghebbende bijkennisneming vanzijnaanslagbiljetende bijsluiter redelijkerwijs heeftkunnen ziendateenfoutis gemaaktomdatdaarinverschillende bedragenwordenvermeld,endatbelanghebbende vervolgens door raadpleging vaneenwebsite had kunnenvaststellenwelke vandie bedragenhetjuiste was.Aldus heefthetHofeenstrengere uitleg gegevenaanhetbegrip ‘redelijkerwijs kenbaar’ inart.16,lid 2,onderdeelc,AWRdanblijkens de wetsgeschiedenis is beoogd.De enkele vermelding vaneenbedrag aanrioolheffing van€ 235 is nietvandienaard datdaarmee voor eenbelastingplichtige onmiddellijk duidelijk had moetenzijndatde aanslag onjuistis.Raadpleging vande bijsluiter,waarnaar op hetaanslagbiljetwordtverwezen‘voor verdere informatie’,envande daarinvermelde website,lag daarmee nietvoor de hand.HetHofheeftdanook tenonrechte geoordeeld datsprake was vaneenredelijkerwijs kenbare onjuistheid als bedoeld inart.16,lid 2,onderdeelc,AWR.
3.3.3.Heteerste middelslaagtderhalve.Hettweede middelbehoeftdangeenbehandeling meer.
3.4.’s Hofs uitspraak kannietinstand blijven.De Hoge Raad kande zaak afdoen.De navorderingsaanslag dientte wordenvernietigd.



Commentaar
Ditis de eerste zaak waarinde Hoge Raad heeftgeoordeeld over hetzogenoemde ‘kenbaarheidsvereiste’ bijtoepassing vanhetsinds
1 januari 2010 ingevoerde art.16,lid 2,onderdeelc,AWR.De invoering vandeze bepaling was hetrechtstreekse gevolg vanHR7 december 2007,NTFR2007/2249.Ditarrestwerd destijds uitvoerig besprokeninalle landelijke dagbladenomdatde Hoge Raad daarinhad beslotendateenbelastingplichtige die abusievelijk € 3.419.635 inplaats van€ 3.419 aanhypotheekrente had afgetrokken, door hetontbrekenvaneen‘nieuwfeit’ werd beschermd.Door invoering vanart.16,lid 2,onderdeelc,AWRwerd vervolgens navordering altijd – dus ook zonder ‘nieuwfeit’ – mogelijk ingevaleeninspecteur inde aanslagregeling eenfoutheeftgemaakt,welke fout‘de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is.Om deze verstrekkende navorderingsbevoegdheid door de kamer te loodsen, merkte de staatssecretaris – weliswaar als medewetgever – inde memorie vantoelichting geruststellend op dat‘hetnietde bedoeling is om op grote schaalinabsolute zingeringe bedragenna te vorderen.
Aanbelanghebbende is door (de heffingsambtenaar van) de gemeente Barendrachteenfoutieve aanslag rioolheffingen2010 op gelegd vanslechts € 235,terwijluitde bijsluiter enuitde indeze bijsluiter vermelde website was afte leidendatbelanghebbende – als gebruiker vaneenwoning metmeer dantwee bewoners – eentariefvan€ 258 verschuldigd is.Deze foutvan€ 23 is overigens niet alleenbijbelanghebbende gemaakt,maar bijalle belastingplichtige inwoners die hunrioolbelasting nietper automatische incasso betalen.Vervolgens zijnaldeze foutenhersteld door navorderingsaanslagenvan€ 23 op te leggen.Ditlijktinstrijd metde eerder
aangehaalde toezegging vande staatssecretaris omdatdesondanks tochop grote schaal(namelijk bijalleinwoners vanBarendrecht die hungemeentelijke heffingennietper automatische incasso betalen) tocheengering bedrag (namelijk € 23) is nagevorderd.De
Hoge Raad laatzichover ditaspectverder nietuitomdatde Barendrechter reeds inhetgelijk wordtgesteld vanwege hetfeitdatde fout van€ 23 hem überhauptnietkenbaar was.Overigens is inhetonlangs ingediende wetsvoorstel‘Wetvereenvoudiging formeelverkeer Belastingdienst’ (NTFR2013/1756) eenbepaling opgenomendie navordering steeds mogelijk maakt– dus ook inde gevallenwanneer de foutnietkenbaar is voor de belastingplichtige – indiensprake is vaneenfoutofverstoring inde geautomatiseerde systemen,als gevolg waarvanmassaaldefinitieve aanslagenonjuistwordenvastgesteld.
Zoals gezegd oordeeltde Hoge Raad datde onjuistheid vande € 23 te lage aanslag de belastingplichtige nietkenbaar was.De Hoge Raad pasteenwetshistorische interpretatiemethode toe bijde invulling vanhetbegrip ‘kenbaar’ enhaaltinzijnarresteenaantal passages aanuitde memorie vantoelichting waarinonder meer is vermeld:‘Kenbaar moethier wordenopgevatinde gebruikelijke zin vante kennen,te onderkennen,te onderscheiden.De belastingplichtige moetals hetware inéénoogopslag (hebben) kunnenziendat de belastingaanslag (…) nietjuistis.Vervolgens oordeeltde Hoge Raad dat:‘De enkele vermelding vaneenbedrag aanrioolheffing van€ 235 is nietvandienaard datdaarmee voor eenbelastingplichtige onmiddellijk duidelijk had moetenzijndatde aanslag onjuistis. Raadpleging vande bijsluiter,waarnaar op hetaanslagbiljet‘voor verdere informatie’,eenvande daarinvermelde website,lag
daarmee nietvoor de hand’.Is er geensprake vaneenbijeerste kennisneming inhetoog springende fout(qua hoogte) vande aanslag, danis eenbelastingplichtige nietgehoudenom de juistheid ervante controlerenofna te rekenen.Dit– overigens terechte – oordeelvan
de Hoge Raad heeftevenwelbeperkte betekenis voor de praktijk omdathetbezienmoetwordeninhetlichtvande specifieke feitenen omstandighedenvanhetbetreffende geval:eeneenvoudige aanslag (rioolheffing),eenqua omvang zeer beperkte fout(€ 23) eneen gevalwaarinbelanghebbende nietwerd bijgestaandoor eenbelastingadviseur.Overigens zalmetde inwerkingtreding vanhet eerdergenoemde wetsvoorstelhetcriterium ‘redelijkerwijs kenbaar’ wordenvervangendoor hetcriterium ‘wistofbehoorde te weten’. Hoewelnog onduidelijk is watde precieze betekenis vanhetcriterium ‘wistofbehoorde te weten’ zalzijn,is uitde memorie van toelichting op te makendathetveelruimer bedoeld is danhetcriterium ‘redelijkerwijs kenbaar’.Zo bezienheefthetonderhavige arrest waarschijnlijk enkelbetekenis voor onjuiste aanslagendie zijnopgelegd inde periode 1 januari 2010 (inwerkingtreding art.16,lid 2, onderdeelc,AWR) tot1 januari 2015 (vermoedelijk tijdstip inwerkingtreding Wetvereenvoudiging formeelverkeer Belastingdienst).
[1]Igor Thijssenis verbondenaanJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2014-485 Datum:11-4-2016 15:41:41
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op