Hof had onderzoek moeten heropenen voor behandeling schadevergoedingsverzoek en inspecteur heeft wel voortvarend gehandeld

  

Hof had onderzoek moeten heropenen voor behandeling schadevergoedingsverzoek en inspecteur heeft wel voortvarend gehandeld

Datum: 07-06-2013
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2013/1281 Hofhad onderzoek moeten heropenen voor behandeling schadevergoedingsverzoek en inspecteur heeft welvoortvarend gehandeld
Hoge Raad07juni2013,nr.12/01582
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur BNB
LJN
1992 – 1996Brondocument Awb-art. 8:73
AWR-art. 16 VWEU-art. 56 Awb-art. 3:4
mr. I.R.J. Thijssen 2013/204
CA2233
Samenvatting
HofDenHaag heeftde onderhavige zaak behandeld ter zitting van30 september 2011 enhetonderzoek toengesloten.Op 3 februari
2012 (nr.04/02529) is uitspraak gedaan.Na de sluiting vanhetonderzoek,maar vóór de uitspraak heeftbelanghebbende hethof verzochtom hetonderzoek te heropeneninverband meteenverzoek totvergoeding vanimmateriële schade.Hethofheeftdit geweigerd.Hethofheeftde mettoepassing vande verlengde navorderingstermijnopgelegde navorderingsaanslagenvernietigd wegens schending vanhetEuropeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel.
Volgens de Hoge Raad had hethofhetonderzoek moetenheropenen.Inhetonderhavige gevalis namelijk nietde wettelijke uitspraaktermijndoor hethofinachtgenomen.Volgens belanghebbende is (mede) daardoor de redelijke termijnverder overschreden dantentijde vande zitting konwordenvoorzien.Ineenzodanig gevalkande belanghebbende tothettijdstip waarop hethofuitspraak doetheropening vanhetonderzoek verlangenteneinde eenschadevergoedingsverzoek te kunnendoen.Hetverzoek hoeftdanniet beperktte blijventotimmateriële schade die hetgevolg is vanhettijdsverloop na de zitting.Voorts is de Hoge Raad op basis vande feitenenomstandighedenindeze zaak vanoordeeldatde inspecteur welvoortvarend genoeg heeftgehandeld.De navorderingsaanslagenzijntenonrechte vernietigd door hethof.
Feiten
Aanbelanghebbende zijn,mettoepassing vande verlengde navorderingstermijn,eenreeks vannavorderingsaanslagenopgelegd.Hof
DenHaag heeftdie navorderingsaanslagenvernietigd wegens schending vanhetEuropeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel.Eenna de zitting maar voor de uitspraak gedaanverzoek totheropening vanhetonderzoek inverband meteenschadevergoedingsverzoek heefthethofafgewezen.
Geschil
Ingeschilis ofhethofterechtheeftgeweigerd hetonderzoek te heropenenenofterechtde navorderingsaanslagenzijnvernietigd.
Rechtsoverwegingen
3.1.1.HetHofheeftde zaak behandeld ter zitting van30 september 2011 enhetonderzoek toengesloten.Hetheeftvervolgens op 3
februari 2012 uitspraak gedaan.
3.1.2.Na de sluiting vanhetonderzoek op 30 september 2011,maar vóór de uitspraak op 3 februari 2012,heeftbelanghebbende bij briefvan5 januari 2012 hetHofverzochtom hetonderzoek te heropenenteneinde metovereenkomstige toepassing vanartikel8:73 Awb eenverzoek te kunnendoentotvergoeding vanimmateriële schade.HetHofheeftditgeweigerd.Daartegenrichtzichhetmiddel. 3.1.3.Indienvóór de sluiting vanhetonderzoek door hetHofreeds sprake is vanoverschrijding vande redelijke termijn,dienteen verzoek om daarmee bijhetdoenvanuitspraak rekening te houdenals regeluiterlijk op de zitting te wordengedaan.Hetzelfde heeftte geldenindiende redelijke termijnnog nietis overschredenop hetmomentvande zitting maar welzalzijnoverschredenop hetmoment waarop de termijnvanzes wekenvoor hetdoenvanuitspraak,bedoeld inartikel8:66,lid 1,Awb,verstrijkt.
3.1.4.Hetonderhavige gevalkenmerktzichdaardoor datde wettelijke termijnvoor hetdoenvanuitspraak door hetHofnietinachtis genomen.Belanghebbendes betoog brengtmee dat(mede) daardoor de redelijke termijnverder is overschredendantentijde vande zitting konwordenvoorzien.Ineenzodanig gevallijdtde hiervoor onder 3.1.3 vermelde regeluitzondering,enkande belanghebbende tothettijdstip waarop hetHofuitspraak doetheropening vanhetonderzoek verlangenteneinde alsnog eenberoep te doenop overschrijding vande redelijke termijneneenverzoek te doentotvergoeding vandaaruitvoortvloeiende immateriële schade.Het verzoek hoeftdannietbeperktte blijventotimmateriële schade die hetgevolg is vanhettijdsverloop na de zitting.Hetmiddelslaagt derhalve.
4.BeoordelingvanhetdoordeStaatssecretarisvoorgesteldemiddel
4.1.1.HetHofheeftgeoordeeld datde tijd die de Inspecteur heeftbesteed aanhetverkrijgenvande inlichtingendie nodig zijnvoor het
bepalenvande verschuldigde belasting endie welke is gemoeid geweestmethetvoorbereidenenvaststellenvaneen navorderingsaanslag,zoals de identificatie vanbelanghebbende enhetoverige fiscale onderzoek,voor elk vande navorderingsaanslagendie zijnopgelegd metgebruikmaking vande verlengde navorderingstermijnnietaanvaardbaar is.Tegendit oordeelkeertzichhetmiddel.
4.1.2.HetHofheeftzijnhiervoor in4.1.1 bedoelde oordeeldoensteunenop zijnoverwegingendatbelanghebbende inreactie op vragen

vande Inspecteur vrijwelonverwijld heeftbekend over de rekening te hebbenbeschiktendirectzodanige informatie heeftverstrektover die rekening datde Inspecteur de navorderingsaanslagenaanzienlijk eerder had moetenopleggen.
4.1.3.Blijkens de gedingstukkenheeftde Inspecteur,nadatbelanghebbende op 18 februari 2002 had erkend gerechtigd te zijngeweest totde rekeningen,op 24 mei 2002 de vanbelanghebbende gevraagde gegevens over de rekeningenontvangen.Na correspondentie metbelanghebbende bijbrievenvanonder meer 8 juli 2002 en7 augustus 2002,heeftdeze bijbriefvan30 augustus 2002 de rechtmatigheid vanhetgebruik ende juistheid van(eendeelvan) de gegevens betwist.Vervolgens heeftbelanghebbende zichvoor rechtsbijstand toteenadvocaat(hierna:de advocaat) gewend.De advocaatheeftzichbijbriefvan7 oktober 2002 bijde Inspecteur gemeld enheeftdaarbijaangekondigd na bestudering vanhetdossier binnenvier wekeninhoudelijk te zullenreageren.Die reactie is uitgebleven.Vervolgens heeftde Inspecteur op 24 april2003 de navorderingsaanslageninde IB/PVV over de jaren1992 totenmet 1996 aangekondigd waarbijbelanghebbende inde gelegenheid is gesteld op datvoornemente reageren.Bijbriefvan31 mei 2003 heeftde Inspecteur meegedeeld dathij,nubelanghebbende nietop voormelde briefheeftgereageerd,tothetopleggenvande navorderingsaanslagenzalovergaan,hetgeenmetdagtekening 31 mei 2003 ook is geschied.
4.1.4.De hiervoor inonderdeel4.1.3 vermelde feitenenomstandighedenlatengeenandere conclusie toe dandat,anders danhetHof heeftgeoordeeld,de Inspecteur bijhetopleggenvande onderhavige navorderingsaanslagende vereiste voortvarendheid inachtheeft genomen.De tijd die is verlopendoordatde advocaatzichnietheeftgehoudenaande termijnvoor hetgevenvaneeninhoudelijke reactie,die hijzelfinzijnbriefvan7 oktober 2002 had genoemd,moetaanbelanghebbende wordentoegerekend.Hettijdsverloop na heteinde vandie termijnis nietzodanig datde Inspecteur reeds eerder had moetenaannemendatbelanghebbende niets meer vanzich zoulatenhoren,ende Inspecteur daarom eerder inactie had moetenkomen.Hetmiddelslaagtderhalve.
5.Slotsom
Geletop hethiervoor in3.1 en4.1 overwogene kan’s Hofs uitspraak nietinstand blijven.Verwijzing moetvolgenvoor de beoordeling
vanhetgeschilinzake de verhogingen,waaraanhetHofnietis toegekomen,envoor de behandeling vanhetverzoek totvergoeding van immateriële schade.Voor hetoverige kande Hoge Raad de zaak afdoen;de navorderingsaanslagenalsmede de beschikkingen inzake heffingsrente blijveninstand.
Commentaar
Zie mijncommentaar bijHR7 juni 2013,nr.12/01598,NTFR2013/1280.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis verbondenaanJaeger Advocaten-belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2013-1281 Datum:11-4-2016 14:48:35
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op