Hof heeft ten onrechte minister van Veiligheid en Justitie niet in het geding betrokken

  

Hof heeft ten onrechte minister van Veiligheid en Justitie niet in het geding betrokken

Gepubliceerd in: NTFR 2013/1222
Datum: 07-06-2013
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2013/1222 Hofheeftten onrechte minister van Veiligheid en Justitie nietin hetgeding betrokken
Hoge Raad07juni2013,nr.12/03118
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen Auteur
2007Brondocument Awb-art. 8:73
mr. M.H.W.N. Lammers
BNB
2013/176
LJN
CA2313
Samenvatting
HofDenHaag heeftde Staat(minister vanVeiligheid enJustitie) veroordeeld invergoeding vanschade vanbelanghebbende wegens
overschrijding vande redelijke termijnvande behandeling vande zaak door de rechterlijke macht.Hierbijheefthethofnietde minister vanVeiligheid enJustitie inhetgeding betrokken.Incassatie wordthierover terechtgeklaagd door de staatssecretaris.De Hoge Raad wijstde zaak terug naar HofDenHaag.
(Cassatieberoep gegrond.)
Feiten
HofDenHaag heeftde Staat(Minister vanV enJ) veroordeeld invergoeding vanschade vanbelanghebbende wegens overschrijding
vande redelijke termijnvande behandeling vande zaak door de rechterlijke macht.Hierbijheefthethofnietde minister vanV enJ inhet geding betrokken.
Geschil
Ingeschilis ofde Minister vanV enJ door hetHofinhetgeding had moetenwordenbetrokken.
Rechtsoverwegingen
3.Beoordelingvandeinhetprincipaleberoepvoorgesteldemiddelen
De middelenkunnenniettotcassatie leiden.Ditbehoeft,gezienartikel81,lid 1,vande Wetop de rechterlijke organisatie,geennadere
motivering,nude middelennietnopentotbeantwoording vanrechtsvrageninhetbelang vande rechtseenheid ofde rechtsontwikkeling.
4.Beoordelingvanhetinhetincidenteleberoepvoorgesteldemiddel
Hetmiddelrichtzichtegende beslissing vanhetHofde Staat(Minister vanVeiligheid enJustitie) te veroordeleninde vergoeding van
schade vanbelanghebbende wegens overschrijding vande redelijke termijnvande behandeling vande zaak door de rechterlijke macht. HetmiddelbetoogtdathetHofheeftverzuimd de Minister vanVeiligheid enJustitie inde gelegenheid te stellenals partijaanhetgeding deelte nemen.
Aangezienvanafde dag datbelanghebbende bezwaar heeftingesteld tegende onderhavige beschikking totde dag waarop hetHof uitspraak heeftgedaanintotaalmeer dan4 jaar en10 maandenzijnverstreken,bestond inbeginselaanleiding de Staatder Nederlanden(de Minister vanVeiligheid enJustitie) te veroordelentotvergoeding vande daaraantoe te rekenenimmateriële schade. Inverband daarmee had hetHofde Minister vanVeiligheid enJustitie inde gelegenheid moetenstellenals partijaanhetgeding deelte nemen(vgl.HR10 juni 2011,nr.09/02639,LJN:BO5046,BNB 2011/232 (red.:NTFR2011/1366),r.o.3.3.5).DatheefthetHof verzuimd.Hetmiddelslaagt.
(Volgtongegrondverklaring vanhetcassatieberoep vanbelanghebbende engegrondverklaring vanhetcassatieberoep vande staatssecretaris.)
Commentaar
InHR10 juni 2011,nr.09/02639,NTFR2011/1366 heeftde Hoge Raad geoordeeld datindiende berechting vaneenzaak niet
plaatsvindtbinneneenredelijke termijn,de belastingplichtige rechtheeftop eenvergoeding vanimmateriële schade.Deze schade ziet op spanning enfrustratie die de belastingplichtige heeftgeledendoor de lange duur vanzijnprocedure.
Ook indeze procedure heeftde berechting nietbinneneenredelijke termijnplaatsgevonden.Hethofstelde vastdatdeze overschrijding nietinde bezwaarfase heeftplaatsgevonden,maar pas daarna.DaaraanverbindthetHofde conclusie datde Staatderhalve aansprakelijk is voor de geledenimmateriële schade.Deze conclusie is weliswaar logisch(op grond vanart.42 Wetrechtspositie rechtelijke ambtenarenis de Staataansprakelijk voor door eenrechter toegebrachte schade),maar hethofslaatdaarbijeenstap over. Hethofheeftde Staat,inditgevalde minister vanVeiligheid enJustitie,nietinde gelegenheid gesteld om aanhetgeding deelte nemen.Als gevolg daarvanheeftgeenhoor enwederhoor plaatsgevonden.Immers de minister heeftzichnietkunnenuitlatenover de vraag ofde redelijke termijnis geschondenofdateenrechtvaardiging aanwezig is voor eenlangere behandeltermijn.
De Hoge Raad wijstde zaak terug naar HofDenHaag om hetverzoek tottoekenning vaneenimmateriële schadevergoeding opnieuw te behandelen.De eerste stap vanhethofzaldanook zijnde minister uitte nodigenals partijaanhetgeding deelte nemenenzijnvisie te vragenover hetverzoek.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.

Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2013-1222 Datum:25-4-2016 13:00:32
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op