Hoorgesprek heeft overeenkomstig te daaraan te stellen eisen plaatsgevonden

  

Hoorgesprek heeft overeenkomstig te daaraan te stellen eisen plaatsgevonden

Gepubliceerd in: NTFR 2016/359
Datum: 24-11-2015
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2016/359 Hoorgesprek heeftovereenkomstig te daaraan te stellen eisen plaatsgevonden
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden24november2015,nr.15/00017 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden24november2015,nr.15/00018
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen
2010Brondocument horen, urencriterium
Awb-art. 7:2 Awb-art. 7:3 Awb-art. 7:4 Awb-art. 7:5 Awb-art. 7:6 Awb-art. 7:7 Awb-art. 7:8
Auteur
mr. M.H.W.N. Lammers
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2015:8881
Samenvatting
Belanghebbende is kapster.Sinds september 2009 oefentzijhaar werkzaamhedenals kapster voor eigenrekening uitineenals
kapsaloningerichte ruimte bijhaar ouders thuis.Inde aangifte IB/PVV 2010 heeftzijhaar opbrengstenals winstuitonderneming verantwoord.De inspecteur heeftbijhetvaststellenvande aanslag de opbrengstenals resultatenuitoverige werkzaamheden aangemerktenheeftde zelfstandigen- ende startersaftrek geweigerd.Na hethoorgesprek heeftde inspecteur hetstandpunt ingenomendatbelanghebbende als ondernemer aangemerktkanworden,maar hijblijftzichop hetstandpuntstellendat belanghebbende nietaanheturencriterium voldoetvoor de toepassing vande zelfstandigen- enstartersaftrek.Inhoger beroep klaagt belanghebbende erover datde inspecteur de hoorplichtheeftgeschonden,alsmede dathijbijhethoreninstrijd heeftgehandeld met algemene beginselenvanbehoorlijk bestuur.Hethofis vanoordeeldatnietis geblekendateenofmeer wettelijke regels vanhethoren zijngeschonden.Er heefteenhoorgesprek plaatsgevondenwaar hetpuntvanheturencriterium aande orde is geweest.Bovendien heefteeninhoudelijke discussie geleid toteenstandpuntwijziging vande inspecteur.Alhoewelbelanghebbende teleurgesteld is inde handelwijze vande inspecteur,kunnenvolgens hethofde gestelde onvolledighedeninhethoorverslag nietleidentothetoordeeldat algemene beginselenvanbehoorlijk bestuur zijngeschonden.Vervolgens achthethofbelanghebbende nietgeslaagd inhetleverenvan hetbewijs datzijtenminste 1.225 urenbesteed zouhebbenaanhaar onderneming.
(Hoger beroep ongegrond.)
Commentaar
Inde onderhavige zaak moestHofArnhem-Leeuwardeneenoordeelvellenover de vraag ofde inspecteur de hoorplichthad
geschonden.Hethorenvaneenbelanghebbende is geregeld inart.7:2 Awb.Ditartikelbepaaltdateenbestuursorgaande belanghebbende inde gelegenheid moetstellenom te wordengehoord,alvorens eenbesluitop hetbezwaarschriftte nemen.Omdat deze verplichting voor de inspecteur vande Belastingdiensteente zware belasting zoukunnenvormen,is inart.25,lid 1,AWRvoor fiscale zakeneenuitzondering opgenomen.Inditartikelis bepaald datde inspecteur de belanghebbende alleenop diens verzoek moet horen.Zonder verzoek zouer voor de inspecteur dus geenverplichting bestaanom de belanghebbende te horen.Datis echter te kort door de bocht.HetBesluitFiscaalBestuursrecht(besluitvan7 januari 2015,nr.BLKB 2015/62M,NTFR2015/434) bevatnamelijk het beleid vande staatssecretaris datzietop hetfiscale bestuursrecht.Ditbeleid moetdoor de inspecteur wordennageleefd.Artikel9 van ditbesluitbepaaltdathetinitiatiefvoor hethorenvaneenbelanghebbende bijde inspecteur ligt.Ditbeleid is derhalve in overeenstemming methetbepaalde inart.7:2 Awb enwijktafvanhetgeeninart.25,lid 1,AWRis opgenomen.
Art.7:7 Awb bepaaltdatvanhethoreneenverslag wordtopgemaakt.Ook art.9,lid 5,BesluitFiscaalBestuursrechtbepaaltdatde inspecteur vanhethoreneenverslag maakt.De wijze waarop hetverslag moetwordeningestoken,is inde wetnietbepaald.Er wordt vanuitgegaandatde inspecteur hetverslag op schriftstelt.Daarnaastis inde parlementaire geschiedenis bepaald datde inspecteur kanvolstaanmeteenzakelijke weergave vanhetbesprokene (KamerstukkenII,1988-1989,21 221,nr.3,p.151).Hetis dus voldoende datde kernvanhetgeende belanghebbende naar vorenheeftgebracht,inhetverslag wordtopgenomen(KamerstukkenII,1991-1992, 21 221,nr.8,punt2.207).Vaneenletterlijke weergave vanhetbesprokene is dus geensprake.Bijhethorenis ook art.7:9 Awb van belang.Indienzichna hethoorgesprek nieuwe feitenenomstandigheden(eennovum) voordoen,danmoetde belanghebbende inde gelegenheid wordengesteld om opnieuwte wordengehoord.
Hethofoordeeltindeze zaak datde inspecteur inovereenstemming methetvorenstaande de belanghebbende heeftgehoord.Tijdens hethoorgesprek zijnalle geschilpuntenaande orde geweest.Ook volgtuitde uitspraak datnietalleende belanghebbende haar ‘zegje’ heeftkunnendoen,maar datook de inspecteur zijnargumentennaar vorenheeftgebracht.Daarmee is rechtgedaanaanhetbeginsel vanhoor enwederhoor.Inde praktijk schorthetdaar nog weleens aan,omdateeninspecteur het‘horen’ te letterlijk opvatdoor de belanghebbende de gelegenheid te gevenzijnargumenten(nader) toe te lichtenendie slechts aanhoort,zonder daarop te reageren.In deze zaak is,aldus hethof,alles volgens het‘boekje’ gegaan,zodatde argumentenvande belanghebbende wordenverworpen.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.

Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2016-359 Datum:28-4-2016 13:11:57
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op