Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn I

  

Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn I

Gepubliceerd in: NTFR 2015/849
Datum: 19-12-2014
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2015/849 Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn I
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch19december2014,nr.14/00067 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch19december2014,nr.14/0082
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur
2013Brondocument prejudiciële vragen,
proceshouding, projectmatige aanpak, rekeninghouder EVRM-art. 6
Awb-art. 8:73
mr. M.H.W.N. Lammers
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2014:5412
Samenvatting
De rechtbank heeftde inspecteur ende Staatveroordeeld totvergoeding vanimmateriële schade vanbelanghebbende wegens
overschrijding vande redelijke termijn.De inspecteur heefthoger beroep ingesteld tegende uitspraak vande rechtbank;de Staatniet. Hethofbeoordeeltopnieuwde redelijke termijnvoor de behandeling vanhetbezwaar enhetberoep.Datde Staatgeenhoger beroep heeftingesteld,maaktdatnietanders.Hethofkentgeenlangere termijntoe voor de behandeling vanhetbezwaar vanwege het afwachtenvanprejudiciële vragenenvanwege de ingewikkeldheid vande zaak.Volgens hethofis nietaannemelijk datde prejudiciële antwoordendaadwerkelijk zijnafgewacht;alsdanis er geengrond voor eenlangere redelijke termijnvoor de behandeling vanhet bezwaar.Aangezienbelanghebbende inbezwaar,evenals voordien,ontkende rekeninghouder bijeenLuxemburgse bank te zijn,was de behandeling vanhetbezwaar nietzodanig ingewikkeld dateenlangere termijndande standaardtermijnvanzes maandenmoest wordengehanteerd,aldus hethof.Hethofis welvanoordeeldater grondenaanwezig zijnom uitte gaanvaneenlangere termijnvoor de behandeling vanhetberoep dande standaardtermijn.Hetdoor de rechtbank aanbelanghebbende gegunde uitstelvoor de motivering vanhetberoep moetinditgevalvoor hetovergrote deelals buitennormaalwordenaangemerktenverlengtde redelijke termijnvoor de behandeling vanhetberoep.Datgeldtook voor hetlange uitsteldatinhetkader vanhetvooronderzoek door de rechtbank is verleend voor hetafwachtenvanprocessen-verbaalvangetuigenverhorendoor eenander gerecht.De rechtbank heeftde Staatveroordeeld toteenhogere schadevergoeding dandie waartoe de herbeoordeling door hethofleidt,maar bijgebreke vaneen door de Staatingesteld hoger beroep wordtdie veroordeling instand gelaten.Hethoger beroep vande inspecteur is ongegrond omdat de aanhem toe te rekenenschadevergoeding gelijk is aanhetbedrag waartoe de rechtbank hem heeftveroordeeld.
(Hoger beroep ongegrond.)
Commentaar
HofDenBoschheeftop 19 december 2014 ineendrietalzakenuitspraak gedaanover hettoekennenvaneenimmateriële
schadevergoeding.Aangeziende uitsprakenvanhethofindeze zakengrote overeenkomstenvertonen,ga ik inditcommentaar op alle drie de uitsprakenin.
De Hoge Raad oordeelde op 10 juni 2011 (nr.09/02639,NTFR2011/1366,nr.09/05112,NTFR2011/1367 ennr.09/05113,NTFR 2011/1368) datredenenaanwezig kunnenzijnom eenimmateriële schadevergoeding toe te kennenindieneenbelastinggeschilniet binneneenredelijke termijnis beslecht.De redelijke termijnvande behandeling vande bezwaar- enberoepsfase is door de Hoge Raad op twee jaar gesteld.Binnendie termijnmag de bezwaarfase inprincipe zes maandeninbeslag nemen.Wordtdeze termijn overschreden,danwordtdataande inspecteur toegerekend tenzijde totale duur vande bezwaar- enberoepsfase binnende twee jaar valt.Wordtde redelijke termijninde beroepsfase overschreden,danwordtdittoegerekend aande minister vanVeiligheid enJustitie omdatdie (eind)verantwoordelijk is.
Inde onderhavige zakenheeftde rechtbank geoordeeld datde redelijke termijninzowelde bezwaar- als de beroepsfase is overschreden.De inspecteur ende minister wordenopgedragenom aande belastingplichtigeneenimmateriële schadevergoeding te betalen.De inspecteur stelttegende uitspraak hoger beroep in,terwijlde minister berustinde uitspraak.Doordatde minister berustin de uitspraak kanhijnietmeer ineenbetere positie komente verkeren.De inspecteur daarentegenkanzijnpijlenook nietrichtenop het gedeelte vande beslissing vande rechtbank waarinhijgeen‘belanghebbende’ is.Ditnoopthethofertoe de inspecteur inde zaak met nr.14/00083 t/m 14/00088 (NTFR2015/850) niet-ontvankelijk te verklaren.
Inde twee andere zakenbeoordeelthethofofhethoger beroep vande inspecteur gegrond moetwordenverklaard.Inhoger beroep voertde inspecteur aandatrechtvaardigingsgrondenaanwezig zijnom de duur vande redelijke termijnte verlengen.Daarbijwijstde inspecteur op de periode waarininde bezwaarfase is gewachtop de beslissing op de prejudiciële vrageninde zaak Passenheim (HvJ 11 juni 2009,zaak C-155/08 enC-157/08,NTFR2009/1742).Die wachttijd verlengtinde ogenvande inspecteur de redelijke termijn. Op 21 maart2014 oordeelde de Hoge Raad (nr.13/00478,NTFR2014/1049) datinprocedures waarinna 1 april2014 prejudiciële vragenzijngesteld,hettijdsverloop datdaarmee is gemoeid wordtmeegenomenals onderdeelvande complexiteitvande zaak. Voorwaarde daarvoor is weldathierover eenschriftelijke kennisgeving aanpartijenheeftplaatsgevonden.Voor zakenwaarinvóór 1 april2014 prejudiciële vragenzijngesteld,geldthetoude regime endus nietde eis vanhetuitreikenvaneenschriftelijke kennisgeving. Datde inspecteur inde onderhavige procedures gewachtzouhebbenop de beantwoording vande prejudiciële vragenachthethof– terecht– nietaannemelijk.De beslissing inde zaak Passenheim is namelijk van11 juni 2009,terwijlde inspecteur inde onderhavige zakenop 2 juni 2009,18 juni 2009 en21 juni 2009 uitspraak op bezwaar heeftgedaan.Als de inspecteur daadwerkelijk op de

beslissing inde zaak Passenheim had gewacht,had hetvoor de hand gelegendatde uitsprakenop bezwaar eenlatere dagtekening haddengehad.Hethofconcludeertdanook datde redelijke termijnhiermee nietverlengd kanworden.
Uiteindelijk oordeelthethofdatde rechtbank de redelijke termijnnietjuistheeftvastgesteld.Ditzorgter echter nietvoor datde inspecteur ineengunstigere positie komtte verkeren,omdatde gerechtvaardigde langere termijnzietop de beroepsfase.Hethoger beroep vande inspecteur wordtdanook verworpenende uitspraak vande rechtbank wordtbevestigd omdatde minister nietinhoger beroep is gegaan.
Opmerkelijk inde uitspraak vande rechtbank is ook nog hetstandpuntvande minister omtrenthettoekennenvaneenimmateriële schadevergoeding bijverschillende belastingplichtigen.De minister steltdatindienechtgenoteneenberoep doenop hettoekennenvan eenimmateriële schadevergoeding slechts éénkeer eenvergoeding toegekend hoeftte wordenomdatzijgeenextra spanning en frustratie zoudenhebbenondervonden.Metditstandpunttrachtde minister de lijnvande Hoge Raad voor samenhangende zakenvan éénbelastingplichtige door te trekken(HR21 maart2014,nr.12/04057,NTFR2014/1048).De Hoge Raad oordeelde datals een belastingplichtige meerdere zakenheeftlopendie inhoofdzaak zienop hetzelfde onderwerp ende redelijke termijnwordtoverschreden, er slechts éénkeer eenschadevergoeding van€ 500 per halfjaar hoeftte wordentoegekend.De rechtbank deeltde visie vande minister nietenoordeeltdatde te beschermenrechtsnorm metzichbrengtdatdeze individueelwordttoegepast.De rechtbank oordeelt dataanieder vande echtgenotenafzonderlijk eenimmateriële schadevergoeding moetwordentoegekend.Inhoger beroep heeftde inspecteur hierover geengrievengeformuleerd,zodathethofzichhierover niethoefde uitte laten.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-849 Datum:28-4-2016 13:32:44
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op