Inspecteur moet onderzoek doen naar buitenlandse rechtsfiguur

  

Inspecteur moet onderzoek doen naar buitenlandse rechtsfiguur

Datum: 20-05-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2010/1556 Inspecteur moetonderzoek doen naar buitenlandse rechtsfiguur
Conclusie A-GNiessen20mei2010,nr.09/02249
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
1996 – 1998Brondocument AWR-art. 16
Awb-art. 3:2 AWR-art. 30f
mr. I.R.J. Thijssen
Auteur LJN
ECLI
BM9219
ECLI:NL:PHR:2011:BM9219 ECLI:NL:HR:2011:BM9219
Samenvatting
Belanghebbende is `Kommanditist' vaneenDuitse KG.Zijnkapitaalinbreng bedraagtDM 25.000 (f28.000).InzijnaangiftenIB/PVV
voor de jaren1996 t/m 1998 heeftbelanghebbende metbetrekking totzijndeelname inde KGverliezenuitonderneming aangegeven, tenbedrage vanf649.901 (1996),f631.068 (1997) enf181.482 (1998).De aanslagenzijnovereenkomstig de aangiftenvastgesteld. Naar aanleiding vaneenboekenonderzoek zijnvervolgens navorderingsaanslagenopgelegd,waarbijde door belanghebbende geclaimde verliezenzijngecorrigeerd;inaftrek werd slechts toegelateneenmaal(in1996) hetbedrag vande inbreng van belanghebbende ad DM 25.000.
Ingeschilis ofsprake is vaneennieuwfeitdatnavordering rechtvaardigtenzo ja,inhoeverre belanghebbende eenverlies op zijn commanditaire deelname inde KGinaanmerking kannemen.
HofArnhem (NTFR2009/1546) heefteennieuwfeitaanwezig geachtengeoordeeld datslechts eenbedrag vanDM 25.000 als verlies inaanmerking kanwordengenomen.Volgens hethofis pas tijdens hetboekenonderzoek aanhetlichtgekomendatbelanghebbende in de hoedanigheid vanKommanditisthetverlies uitonderneming heeftgeledenenhoefde de inspecteur naar aanleiding vande aangiften niette twijfelenaande juistheid vanenig bijaangiftenverstrektgegeven,ook nietdatde deelname eengroter verlies opbrachtdande inbreng.Vande inspecteur kanvolgens hethofnietop voorhand wordenverwachtdathijbekend is metde rechtsgevolgennaar het Duitse civiele rechtvaneenDuitse rechtsfiguur ende toepassing vanhetNederlandse belastingrechtdaarop.Belanghebbende is tegen oordeelvanhethofincassatie gekomen.
A-GNiessenconcludeertdatvaneenzorgvuldige voorbereiding vanaanslagenenandere fiscale beschikkingengeensprake is wanneer de inspecteur zichnietrekenschap geeftvande gelding vanhetniet-fiscale rechtinde gevallenwaarinditsamenlooptmetde toepassing vande belastingwetgeving.Wathetvreemde rechtbetreftmoetvolgens de advocaat-generaalvaneeninspecteur worden verlangd dathijeenaangifte waarinbuitenlandse rechtsfigureneenrolspelendie vergelijkbaar zijnmeteenNederlandse rechtsfiguur, beoordeeltop basis vanzijnkennis vanhetNederlandse recht.Totnader onderzoek is hijslechts gehoudenindiende standpuntendie de belanghebbende inneemtinde aangifte,beoordeeld vanuitde Nederlandse regels voor die rechtsfiguur,onjuistzijn.Ditlijdt uitzondering indiende belanghebbende bijde aangifte motiveertdathetvreemde rechtop hetdesbetreffende puntafwijktvanhet Nederlandse.
Nuhetstandpuntvanbelanghebbende inde aangiftenomtrentde aansprakelijkheid vaneencommandietvoor geledenverliezeninstrijd is methetgeennaar Nederlands rechtgeldtenbelanghebbende ditverschilnietheefttoegelichtonder verwijzing naar andersluidend Duits recht,heeftde inspecteur zonder nader onderzoek te doendoor de aangiftente volgen,eenambtelijk verzuim gepleegd dataan navordering inde weg staat.
De conclusie strekttotgegrondverklaring vanhetberoep incassatie.
Commentaar
EenDuitse commanditaire vennootschap heeftgrote verliezengeleden(f649.901 in1996,f631.068 in1997 enf181.482 in1998) die
de inbreng (vanDM 25.000) vande inNederland woonachtige commandietverre hebbenovertroffen.De commandietheeftdie verliezenvolledig als verlies uitonderneming inzijnaangifteninkomstenbelasting opgenomen.De inspecteur heeftde aangiftenbijhet opleggenvande primitieve aanslagengevolgd,maar heeftvervolgens navorderingsaanslagenopgelegd omdathem later is gebleken datbelanghebbende als commandiet(Kommanditist) naar Duits rechtnietkanwordenaangesprokenvoor meer danzijninbreng.Hetis de vraag ofde inspecteur had behorente twijfelenaande juistheid vande ingediende aangiften.
HofArnhem (NTFR2009/1546) oordeelde dienaangaande datde inspecteur inhetonderhavige gevalnietbehoefde te twijfelenaande ingediende aangiftenomdateen`Kommanditgesellschaft' eenDuitse rechtsfiguur betreft`waarvaneerstmoetwordenbezienwelke rechtsgevolgendaaraanzijnverbondenopgrondvanhetDuitsecivielerecht,waarnapasdevraagmoetwordenbeantwoordhoehet
Nederlandsebelastingrechtopdierechtsgevolgendienttewordentoegepast.'Inde tegendeze uitspraak ingestelde cassatieprocedure heeftA-GNiessende onderhavige conclusie genomenwaarinhijvooropsteltdathetvoor juristenenfiscalistenals
vanalgemene bekendheid mag wordenverondersteltdattalvanrechtsfigureninzeer veellandenvoorkomenendaar globaalgenomen
naar dezelfde regelfunctionerenals inNederland.Zo is eenKommanditistnaar hetDuitse civiele recht– evenals eencommandietnaar hetNederlandse civiele recht– nietverder draagplichtig danhetbedrag vanzijninbreng.
Vervolgens betoogtA-GNiessendatvaneeninspecteur moetwordenverlangd dathijeenaangifte waarinbuitenlandse rechtsfiguren

eenrolspelen,beoordeeltop basis vanzijnkennis vanhetNederlandse recht.Wanneer de standpuntendie belanghebbende inneemt, beoordeeltvanuitde Nederlandse regels voor die rechtsfiguur,onjuistzijn,dientde inspecteur nader onderzoek inte stellen.Nuinhet onderhavige gevalhetstandpuntvanbelanghebbende inde aangiftenomtrentde aansprakelijkheid vaneencommandietvoor geleden verliezeninstrijd is methetgeennaar Nederlands rechtdienaangaande geldt,heeftde inspecteur door de aangiftenzonder nader onderzoek te volgeneenambtelijk verzuim gepleegd dataannavordering inde weg staat.Ik vind deze redenering vanA-GNiessen goed te volgen,te meer nuhetinhetonderhavige gevaleenDuitse rechtsfiguur (enhetnieteenofandere onbekende rechtsfiguur uit eenver enexotischland) betreft,maar ook hetfeitdatde aanduiding vande term `Kommanditist' veelgelijkenis vertoond metde term `commandiet'.Alsdankaneeninspecteur zichnietmeer inredelijkheid verschuilenachter zijnonbekendheid methetvreemde rechten had hijde aangiftenaaneennader onderzoek moetenonderwerpenalvorens de primitieve aanslaqenconform deze ingediende aangiftenop te leggen.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-1556 Datum:14-4-2016 15:01:41
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op