nl-NLen-GB

Inspecteur ten onrechte niet veroordeeld tot vergoeding van betaalde griffierecht

Gepubliceerd in: NTFR
Datum: 09-04-2020
Auteur(s): V.S. Huygen van Dyck-Jagersma

Bekijk PDF

InstantieHoge Raad, 03-04-2020 nr. 19/00910
Zaaknummer(s)19/00910
Datum uitspraak03-04-2020
Belastingjaar/tijdvak2019
RubriekFormeel belastingrecht
WetsartikelenAwb - art. 8:75Awb - art. 8:73Awb - art. 8:74
ECLIECLI:NL:HR:2020:589
Brondocumenten 
Formele relaties
AuteurMr. V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
NTFR2020/998
Datum publicatie NTFR09-04-2020

 

Samenvatting

Belanghebbende heeft haar beroepschrift in een BPM-zaak ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Die rechtbank heeft griffierecht geheven en het beroepschrift doorgestuurd naar Rechtbank Noord-Holland, waarna het is doorgestuurd naar Rechtbank Gelderland. In hoger beroep heeft Hof Arnhem-Leeuwarden (NTFR 2019/338) belanghebbende in het gelijk gesteld. Het hof heeft echter niet het bij de rechtbank betaalde griffierecht vergoed, omdat het meende dat geen griffierecht was geheven. Uit het procesdossier is de Hoge Raad echter gebleken dat wel degelijk griffierecht is betaald, zodat het griffierecht alsnog wordt vergoed. Verder heeft het hof de bedragen aan te vergoeden proceskosten onjuist opgeteld en heeft het hof voor de immateriëleschadevergoeding ten onrechte verknochtheid van zaken aangenomen.

Feiten

(red.) Belanghebbende heeft haar beroepschrift in een BPM-zaak ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Die rechtbank heeft griffierecht geheven en het beroepschrift doorgestuurd naar Rechtbank Noord-Holland, waarna het wederom is doorgestuurd naar Rechtbank Gelderland.

Geschil

(red.) In cassatie is aan de orde de vergoeding van het griffierecht en de proceskosten, alsmede de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Rechtsoverwegingen

2.1. Middel I betoogt dat het Hof het totale bedrag van de aan belanghebbende te vergoeden kosten van rechtsbijstand voor de fasen van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep te laag heeft vastgesteld.

Het middel slaagt. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep van respectievelijk € 50, € 100 en € 320. Hiervan uitgaande had het Hof de Inspecteur moeten veroordelen tot betaling van een vergoeding van in totaal € 470, en niet, zoals het Hof heeft gedaan, tot betaling van een vergoeding van in totaal € 450.

2.2.1. Middel II klaagt erover dat het Hof de Inspecteur niet heeft gelast tot het vergoeden van het volgens het middel door belanghebbende ter zake van de behandeling van het beroep betaalde griffierecht. Volgens het middel is het oordeel van het Hof dat in beroep geen griffierecht is geheven, onbegrijpelijk.

2.2.2. Middel II slaagt. Uit het door het Hof aan de Hoge Raad toegezonden procesdossier blijkt namelijk dat dit griffierecht is geheven. Het beroepschrift in deze zaak is ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Die rechtbank heeft het beroepschrift bij brief van 6 juli 2015 op de voet van artikel 6:15, lid 1, Awb doorgezonden naar de rechtbank Noord-Holland. In die brief heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant vermeld dat het voor de behandeling van het beroep verschuldigde griffierecht reeds is voldaan. De rechtbank Noord-Holland heeft het beroepschrift bij brief van 13 augustus 2015 op de voet van artikel 6:15, lid 1, Awb doorgezonden naar de rechtbank Gelderland. In die brief heeft de rechtbank Noord-Holland vermeld dat het voor de behandeling van het beroep verschuldigde griffierecht reeds is voldaan bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

2.3. Middel III richt zich tegen onder meer het oordeel van het Hof dat zich voor de bepaling van de redelijke termijn van berechting een verknochtheid van zaken voordoet als bedoeld in rechtsoverweging 3.5.1 van het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252 (red. NTFR 2016/752). Het middel slaagt in zoverre op grond van hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in rechtsoverweging 2.3 van zijn arrest van 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:623 (red. NTFR 2019/1139).

2.4. De overige klachten van de middelen kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.5. Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1, 2.2.2 en 2.3 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.

2.5.1. Uit de uitspraak van het Hof blijkt dat de door het Hof aangenomen verknochtheid voor het Hof aanleiding was de redelijke termijn in de fase van bezwaar en beroep te verlengen met zes maanden. Indien deze verlenging buiten beschouwing wordt gelaten, leidt dat niet tot een hogere vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep dan het bedrag van € 2.000 dat door het Hof is toegekend.

De vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep moet worden verhoogd tot € 1.000.

2.5.2. Verder dient de Inspecteur te worden veroordeeld tot vergoeding aan belanghebbende van het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht.

Het door het Hof als totaal vastgestelde bedrag van vergoeding voor kosten van rechtsbijstand voor de fasen van bezwaar, beroep en hoger beroep moet worden verhoogd tot € 470.

(Volgt gegrondverklaring.)

Commentaar

Dit arrest is voor mij illustratief van waar het niet over zou moeten gaan. In cassatie gaat het enkel nog over de te vergoeden kosten, naar het lijkt omdat de gemachtigde daar een persoonlijk financieel belang bij heeft. Ook bestaat er inmiddels al zo veel jurisprudentie over de invulling van de immateriëleschadevergoeding – kort gezegd: de € 500 per halfjaar dat de ‘redelijke termijn’ is overschreden – dat ik me zomaar kan voorstellen dat de Hoge Raad spijt heeft gekregen daar ooit aan te zijn begonnen.

Het eerste punt – de titel geeft het al weg – is de vraag of in beroep bij de rechtbank al dan niet griffierecht is geheven (lees: betaald). Omdat belanghebbende in hoger beroep gelijk kreeg, moest die namelijk ook worden teruggegeven. Het hof had echter overwogen: ‘In beroep is geen griffierecht geheven’, en dus is er ook niets over de vergoeding daarvan bepaald. De Hoge Raad overweegt echter dat uit de processtukken wel blijkt dat in beroep griffierecht is betaald en herstelt dit punt daarom. Het al dan niet betalen van griffierecht kan een belangrijk punt in een procedure zijn, aangezien niet-betaling daarvan tot niet-ontvankelijkheid in de verdere procedure kan leiden. Hier was dat echter geen punt van discussie.

Dan het middel over immateriëleschadevergoeding en ‘verknochtheid’ van zaken. In deze procedure heeft het hof voor de hoogte van de toe te kennen immateriëleschadevergoeding overwogen dat sprake zou zijn van ‘verknochte zaken’, gebaseerd op de omstandigheid dat deze gemachtigde vele vergelijkbare procedures voerde – naar mijn vermoeden voor eigen rekening (no cure no pay). De gemachtigde gaat behoorlijk ‘los’ hierover: wie de bloemrijke taal hierover wil nalezen verwijs ik naar p. 4 t/m 9 van het beroepschrift in cassatie. De Hoge Raad verwijst naar zijn overweging 2.3 in zijn arrest van 19 april 2019, nr. 18/01623, NTFR 2019/1139, waarin hij al heeft overwogen: ‘De enkele omstandigheid dat een gemachtigde in (zeer) vele zaken standaard, al dan niet in dezelfde volgorde, dezelfde stellingen aanvoert, is onvoldoende om een dergelijke verknochtheid aan te nemen.’

Noot

[1] Vanessa Huygen van Dyck-Jagersma is verbonden aan Jaeger advocaten-belastingkundigen te Amsterdam.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op

Jaeger maakt gebruik van cookies

Wij plaatsen cookies om uw ervaring op de website te verbeteren. De cookies die vereist zijn om de website te gebruiken zijn wettelijk toegestaan. Voor de andere cookies kunt u hieronder toestemming geven.

meer informatie