Internationaal strafrechtelijk specialiteitsbeginsel staat rechtmatigheid informatiebeschikking niet in de weg

  

Internationaal strafrechtelijk specialiteitsbeginsel staat rechtmatigheid informatiebeschikking niet in de weg

Datum: 27-02-2015
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2015/1232 Internationaalstrafrechtelijk specialiteitsbeginselstaatrechtmatigheid informatiebeschikking nietin de weg
Hoge Raad27februari2015,nr.14/03215
Brondocument Aanverwanteliteratuur
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
2011
AWR-art. 5 AWR-art. 47 AWR-art. 52a
Auteur BNB
ECLI
mr. I.R.J. Thijssen 2015/81
ECLI:NL:HR:2015:473
Samenvatting
Ineentijdschriftis eenartikelgepubliceerd,waarinde naam vanbelanghebbende wordtgenoemd metbetrekking toteenbankrekening
inLiechtenstein.Ditvormde voor de inspecteur aanleiding tothetstellenvanvragen.Belanghebbende heeftdaarop ontkennend geantwoord enheeftdaarbijeenvonnis vaneenLiechtensteinse rechter overgelegd inzake eenrechtshulpverzoek vanhetOpenbaar Ministerie.Indatkader zijninLiechtensteininbeslag genomendocumentenoverhandigd aanhetOpenbaar Ministerie.Ditvonnis vormde vervolgens voor de inspecteur aanleiding tothetstellenvannadere vragen.Omdatde beantwoording inde ogenvande inspecteur nietvoldeed,heefthijde onderhavige – aande gemachtigde geadresseerde – informatiebeschikking wegens schending van de informatieplichtvastgesteld.Belanghebbende steltdatde tenaamstelling ervanonjuistis envoorts dathet internationaalstrafrechtelijke specialiteitsbeginselis geschonden.HofArnhem-Leeuwarden20 mei 2014,nr.13/01012 (NTFR 2014/2029) heeftbelanghebbende inhetongelijk gesteld.De Hoge Raad deeltde opvatting vanhethofdater redelijkerwijs geen misverstand over kanhebbenbestaandatde informatiebeschikking tenaanzienvanbelanghebbende is genomen.Metbetrekking tot hetspecialiteitsbeginsellaatde Hoge Raad inhetmiddenofhetvonnis vande Liechtensteinse rechter valtonder hetaanNederland overgedragenmateriaaldatuitsluitend mag wordengebruiktvoor inhetrechtshulpverzoek genoemde feiten.Geenrechtsregel verhinderde hethofnamelijk kennis te nemenvanenbelang toe te kennenaande beslissing vande Liechtensteinse rechter die door belanghebbende aande inspecteur is toegezonden.
(Cassatieberoep ongegrond.)
Feiten
2.1.Incassatie kanvanhetvolgende wordenuitgegaan.
2.1.1.Ineenop (…) 2010 verschenenuitgave vanhettijdschriftA is eenartikelopgenomenwaarinde volgende passage voorkomt: ‘Maar goede klantB deed meer.Hijintroduceerde ook zakenpartners bijC,vastgoedondernemers die er huneigenStiftung oflimited openden.Eenvanhenis de (…) bouwer X,wiens E door de Liechtensteiners wordtbeheerd.Ze heefthem voor zover ze zichkan herinnerenéénkeer gezienop kantoor,zegtF.Inde aantekeningendie ze maakte vanhaar contactenmetde Nederlandse clientèle komtzijnnaam slechts éénkeer voor.Op 20 oktober 1998 noteertze:“f1.500.000 contantaanX.”’
2.1.2.De Inspecteur heeftbelanghebbende bijbriefvan29 november 2010 verzochtvragente beantwoorden,onder meer de vraag of juistis datbelanghebbende eendoor C inLiechtensteinbeheerde rekening metde naam E inbezitheeftofheeftgehad. 2.1.3.Bijbriefvan13 december 2010 heeftbelanghebbende de Inspecteur meegedeeld – zakelijk weergegeven– dathijpersoonlijk nietover eenrekening inLiechtensteinbeschikte,maar E wel.Daarbijmerkte belanghebbende op,metverwijzing naar eenbijzijnbrief gevoegd exemplaar vaneenbeslissing vanhetFürstliches LandgerichtinLiechtensteingedateerd 17 mei 2006,datditaljarenbijde Nederlandse overheid bekend is.
2.1.4.Die beslissing vanhetFürstliches Landgerichtis – voor zover voor beoordeling vande zaak vanbelang – weergegevenin onderdeel2.4 vande bestredenuitspraak.
2.1.5.De Inspecteur heeftop 8 november 2011 eenop artikel52a vande Algemene wetinzake rijksbelastingen(hierna:AWR) gebaseerde beschikking vastgesteld.De inhoud vandie informatiebeschikking is weergegeveninonderdeel2.6 vande bestreden uitspraak.
2.1.6.De beschikking is geadresseerd aande gemachtigde vanbelanghebbende.Bijbriefvan12 december 2011 heeftde gemachtigde namens belanghebbende bezwaar gemaakttegende beschikking.
2.1.7.Bijbriefvan23 december 2011 heeftde Inspecteur meteenberoep op hetbepaalde inartikel55 AWRhetOpenbaar Ministerie verzochtom overlegging vanstukkenbetreffende E.
2.1.8.Bijbriefvan3 februari 2012 heeftde Hoofdofficier vanJustitie,hoofd vanhetLandelijk Parket,de Inspecteur doenwetenaan diens verzoek niette kunnenvoldoeninverband methettenaanzienvandoor internationale rechtshulp verkregenmateriaalinachtte nemenspecialiteitsbeginsel,ende omstandigheid datLiechtensteingeentoestemming heeftgegevenhetovergedragenmateriaal (ook) voor de belastingheffing te gebruiken.
2.1.9.Eenbriefvanbelanghebbendes gemachtigde gedateerd 13 juni 2012 houdtin,voor zover hier vanbelang:
‘Aanmijis eeninformatiebeschikking gerichtende tenaamstelling is ook als zodanig,metkenmerk (…) endagtekening 8 november 2011.Indeze informatiebeschikking word ik verzochtom informatie omtrenteencliëntvanmijte verstrekken.Meteenverwijzing naar art.53a AWRzalik nietingaanop uwverzoek zoals verwoord ineerder genoemde informatiebeschikking.
Indienenvoor zover nodig – quod non– maak ik hierbijbezwaar tegende informatiebeschikking met(...) dagtekening 8 november

2011.’
Geschil
2.1.10.Bijuitspraak op bezwaar heeftde Inspecteur hetnamens belanghebbende tegende informatiebeschikking gemaakte bezwaar
afgewezen.Hettegende uitspraak op bezwaar ingestelde beroep heeftde Rechtbank ongegrond verklaard.Bijde thans bestreden uitspraak is de uitspraak vande Rechtbank bevestigd.
Rechtsoverwegingen
2.2.Heteerste middelkomtop tegenhetoordeelvanhetHofdatde tenaamstelling vande informatiebeschikking geenredenvoor
vernietiging is.
2.2.1.HetHofheeftvastgesteld datredelijkerwijs geenmisverstand erover kanbestaandatde informatiebeschikking is genomenten aanzienvanbelanghebbende endatbelanghebbende de beschikking aanvankelijk ook aldus heeftbegrepen.Voorts heefthetHof vastgesteld datinde aanhefvande beschikking naam enkantooradres vande gemachtigde zijnvermeld methetkennelijke oogmerk de beschikking bekend te makenaandegene die zichjegens de Inspecteur als vertegenwoordiger vande belanghebbende had gepresenteerd,welke omstandigheid ook kanverklarendatsommige vrageninde informatiebeschikking (rechtstreeks) totde gemachtigde zijngericht.
2.2.2.Aldus heefthetHofvoor de beoordeling vande geldigheid vande op artikel52a AWRberustende beschikking eenjuiste maatstaf gehanteerd.Die maatstafis nietonverenigbaar methetop eendergelijke beschikking toepasselijke artikel5,lid 1,AWRofmetde op die bepaling voortbouwende rechtspraak betreffende de geldigheid vaneenbelastingaanslag inverband metde op hetaanslagbiljet vermelde gegevens vande aangeslagene.Die rechtspraak,die vanovereenkomstige toepassing is op beschikkingenals de onderhavige,houdtindateenaanslagbiljetnietvoldoetaande vereistenvoor hetontstaanvaneenbetalingsverplichting indiende op hetbiljetvermelde gegevens redelijkerwijs twijfelkunnenoproepenofhetaanslagbiljetis bestemd voor degene tenname vanwie de aanslag is gesteld (vgl.HR3 december 2010,nr.09/00174,ECLI:NL:HR:2010:BO5975,BNB 2011/28,red.NTFR2011/337).HetHof heeftgeenandere eis gesteld door vastte stellendatredelijkerwijs geenmisverstand erover konbestaan,enna de bekendmaking ook nietheeftbestaan,dattenaanzienvanbelanghebbende eeninformatiebeschikking is genomen.
2.2.3.Hetstond hetHofvoorts vrijom de aande informatiebeschikking voorafgaande correspondentie tussenpartijenbijzijnoordeelte betrekken,enook overigens kanvanditoordeelnietwordengezegd dathetonbegrijpelijk ofontoereikend gemotiveerd is.Hetmiddel faalt.
2.3.Hettweede enhetderde middelzijngerichttegenhetoordeelvanhetHofdatbelanghebbende zichjegens de Inspecteur nietmet vruchtkanberoepenop schending vanhetspecialiteitsbeginsel.De middelenlenenzichvoor gezamenlijke beoordeling.
2.3.1.De Hoge Raad laatinhetmiddenofde hiervoor in2.1.3 en2.1.4 bedoelde beslissing vanhetFürstliches Landgerichtmoet wordengerekend tothetaanNederland overgedragenmateriaaldatingevolge hetinhetinternationale rechtshulpverkeer geldende specialiteitsbeginsel(ende daarmee overeenstemmende voorwaardenwaaronder de Liechtensteinse autoriteitendatmateriaalaan Nederland hebbenovergedragen) uitsluitend mag wordengebruiktvoor de vervolging ter zake vaninhetNederlandse rechtshulpverzoek genoemde strafbare feiten.
2.3.2.Geenrechtsregelverhinderde hetHofkennis te nemenvanenbelang toe te kennenaande beslissing vanhetFürstliches Landgerichtdie door belanghebbende ter ondersteuning vanzijneigenstellingenaande Inspecteur is toegezonden.
Voor zover de middelenwijzenop hetvertrouwendatnationale overhedenbijhetverlenenvanrechtshulp inelkaar moetenkunnen stellen,kunnenzijniettoteenander oordeelleiden,omdatditbelang voor de Inspecteur ende belastingrechter geenbeletselkan opleverenkennis te nemenvanenbelang toe te kennenaanhetgeeneenbelanghebbende ter ondersteuning vande eigenstellingen aande Inspecteur toezendt.
2.3.3.Hetdoor de middelenbestredenoordeelis voorts nietonbegrijpelijk enis toereikend gemotiveerd.De middelenfalen. 2.4.Aangeziende middelenniettotvernietiging vande bestredenuitspraak kunnenleiden,moethetberoep incassatie worden verworpenendientmetovereenkomstige toepassing vanartikel27e,lid 2,AWReennadere termijnte wordengesteld.
Commentaar
Specialiteitsbeginsel
Belanghebbende steltinde onderhavige cassatieprocedure datde inspecteur het(strafrechtelijke) specialiteitsbeginselheeft
geschondenomdatdiens informatiebeschikking (mede) was gebaseerd op eenbeslissing vaneenLiechtensteinse rechter op een rechtshulpverzoek vanhet(Nederlandse) Openbaar Ministerie.Hetspecialiteitsbeginselhoudt– kortgezegd – indatde autoriteitenvan de ene staatinformatie uitde andere staatalleenmogengebruikenvoor de (straf)zaak endoeleindenwaarop hetrechtshulpverzoek betrekking heeft.Zo stond hetspecialiteitsbeginseleraaninde weg dathetOpenbaar Ministerie de vanuitLiechtensteinontvangen informatie aande inspecteur heeftverstrekt,ondanks diens verzoek op grond vanart.55 AWR.Inhetonderhavige gevalis hetechter belanghebbende zelfgeweestdie de beslissing vande Liechtensteinse rechter aande inspecteur heeftverstrektter ondersteuning van zijnstelling datniethijpersoonlijk,maar de inLiechtensteingevestigde entiteit(Foundation,Stiftung ofAnstalt) beschiktover eenaldaar aangehoudenbankrekening.Hetspecialiteitsbeginselis ineendergelijk geval,waarbijeenbelanghebbende ter ondersteuning vanzijn eigenstelling zelfinformatie aande inspecteur verstrekt,inhetgeheelnietaande orde volgens de Hoge Raad.
Tenaamstelling:what’sinaname
Eenander aspectdatbelanghebbende indeze procedure aankaart,betreftde tenaamstelling vande informatiebeschikking.De
informatiebeschikking was namelijk nietgerichtaanbelanghebbende zelf,maar aandiens gemachtigde.HofArnhem-Leeuwarden20 mei 2014,nr.13/01012 (NTFR2014/2029) (NTFR2014/2029) had indatverband vastgesteld dater redelijkerwijs geenmisverstand over konbestaan,enna bekendmaking ook nietheeftbestaan,datde informatiebeschikking is genomentenaanzienvan belanghebbende endatbelanghebbende de beschikking aanvankelijk ook aldus heeftbegrepen.Bijde gemachtigde bestond aanvankelijk – dus voor hetaanvoerenvanhettenaamstellingsverweer – evenmineenmisverstand aangezienhijnamens belanghebbende eenbezwaarschriftheeftingediend tegende informatiebeschikking.De Hoge Raad oordeeltdathethofeenjuiste maatstafheeftgehanteerd omdatdie maatstafnietonverenigbaar is metart.5,lid 1,AWRofmetde daarop voortbouwende rechtspraak over de geldigheid vaneenbelastingaanslag inverband metde op hetaanslagbiljetvermelde gegevens vande aangeslagene.De Hoge Raad oordeeltvoorts datdie rechtspraak over belastingaanslagenvanovereenkomstige toepassing is op informatiebeschikkingen.Anders enkortgezegd:zolang redelijkerwijs geentwijfelbestaatover de vraag voor wie een informatiebeschikking is bedoeld,is sprake vaneenrechtsgeldige informatiebeschikking.
[1]Igor Thijssenis verbondenaanJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-1232 Datum:11-4-2016 15:10:09
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers.

Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op