Kosten voor ter zitting horen van deskundige moeten ook worden vergoed als deskundige niet is aangekondigd

  

Kosten voor ter zitting horen van deskundige moeten ook worden vergoed als deskundige niet is aangekondigd

Datum: 13-08-2015
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2015/2452 Kosten voor ter zitting horen van deskundige moeten ook worden vergoed als deskundige niet is aangekondigd
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch13augustus2015,nr.14/00468
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur
2013Brondocument rechtseenheid, taxateur,
tegemoetkoming Awb-art. 8:60 Awb-art. 8:75 Awb-art. 7:15
mr. I.R.J. Thijssen
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2015:3215
Samenvatting
Belanghebbende neemtineenWOZ-zaak onaangekondigd eendeskundige (makelaar/taxateur) mee naar de zitting vande rechtbank.
De deskundige wordtgehoord,hetberoep wordtgegrond verklaard ende rechtbank kenteenkostenvergoeding toe.Voor de aanwezigheid vande deskundige ter zitting kentde rechtbank echter geenvergoeding toe omdatbelanghebbende de deskundige niet op de voorgeschrevenwijze heeftaangekondigd.Inhoger beroep oordeelthethofanders.Volgens hethofwordtde deskundige niet minder deskundig doordatzijnkomstnietvoor de zitting is gemeld.Nochuithetbesluitproceskostenbestuursrechtnochuitart.8:75 Awb volgtdatde kostenvaneenter zitting gehoorde deskundige alleenkunnenwordenvergoed als de deskundige is aangekondigd op de voetvanart.8:60,lid 4,Awb.Nude deskundige kennelijk heeftbijgedragenaande gegrondheid vanhetberoep,pasthetdatvoor de kostenvandie deskundige eentegemoetkoming wordtverleend.Hethofwijktbijditoordeelafvanvaste jurisprudentie vande Afdeling bestuursrechtspraak vande Raad vanState.De gevraagde vergoeding voor hethorenvande deskundige bijde rechtbank van4 urenx € 50 plus 21% omzetbelasting,zijnde € 242,achthethofredelijk.
(Hoger beroep gegrond.)
Commentaar
Art.8:60,lid 4,Awb bepaaltdatpartijendeskundigen(engetuigen) kunnenmeebrengenofbijaangetekende briefkunnenoproepen,
mits daarvanuiterlijk eenweek voor de dag vande zitting aande rechtbank enaande andere partijenmededeling is gedaan,met vermelding vannamenenwoonplaatsen.Inhetwetsvoorsteldigitalisering bestuursrecht(NTFR2014/2869) wordtde termijnvaneen week vervangendoor eentermijnvantiendagen(overeenkomstig hetciviele procesrechtexart.30k,lid 2,jo.170 Rv).Volgens de totstandkomingsgeschiedenis dientdeze voorafgaande mededeling om te voorkomendatrechtbank enpartijenwordenovervallendoor eenpartijdie ter zitting onaangekondigd eendeskundige meeneemt.Door de tijdige mededeling zijnrechtbank enpartijeninstaatom zichadequaatte preparerenop de verschijning vaneendeskundige.
De rechter heeftde (discretionaire) bevoegdheid om deskundigendie nietbinnenzevendagenvoor de zitting zijnaangekondigd aldan niettotde procedure toe te laten.Daarbijzalde rechter eenafweging moetenmakentussenonder meer hetbelang datdie partijheeft bijhethorenvande deskundige enanderzijds hetalgemeenbelang vaneendoelmatige procesgang.Inhetonderhavige gevalheeftde rechtbank de door belanghebbende ter zitting meegebrachte deskundige (taxateur) totde procedure toegelatenondanks hetfeitdatzijn komstnietvoorafdoor belanghebbende was aangekondigd.Uitde aantekeningendie ter zitting zijnopgemaaktblijktdatde deskundige ruimschoots zijnzegje heeftgedaanen(kennelijk) heeftbijgedragenaande gegrondverklaring vanhetberoep.De rechtbank kent– onder verwijzing naar vaste jurisprudentie vande ABvRS (o.a.ABvRS,30 maart2005,nr.200406315/1) – echter geen proceskostenvergoeding toe aanbelanghebbende vanwege hetfeitdatde komstvande getuige nietbinnende termijnvanart.8:60,lid 4,Awb was aangekondigd.
HofDenBoschsluitzichinde onderhavige uitspraak nietaanbijde vaste jurisprudentie vande ABvRS.Ditvanwege hetfeitdatde deskundige uitgebreid door de rechtbank is gehoord,de deskundige (kennelijk) heeftbijgedragenaande gegrondverklaring vanhet beroep eneendeskundige nietminder deskundig wordtdoordatzijnkomstnietvoorafgaande aande zitting is gemeld.Daarnaast oordeelthethofdat– de rechtseenheid tenspijt– uithetbesluitproceskostenbestuursrechtnochuitart.8:75 Awb dwingend de lijnvolgt die de ABvRS heeftuitgezet.Datlijktmijeenjuistoordeelaangeziende termijnvanart.8:60,lid 4,Awb slechts eenbehoorlijk verloop vande procedure poogtte waarborgenenniets vandoenheeftmetde proceskostenvergoeding waar eenbelanghebbende ingevolge art.8:75 Awb rechtop heeft.Ditzouwellichtanders zijnindienhethorenvande niet-tijdig aangekondigde deskundige zouhebben geleid totextra proceshandelingen(nadere zitting exart.8:64 Awb),maar daarvanwas inhetonderhavige gevalgeensprake.
[1]Igor Thijssenis verbondenaanJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-2452 Datum:14-4-2016 14:40:40
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij

elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op