Met enkel verwijzing naar eerdere procedure zonder stukken bij te voegen zijn geen gronden ingediend

  

Met enkel verwijzing naar eerdere procedure zonder stukken bij te voegen zijn geen gronden ingediend

Gepubliceerd in: NTFR 2016/2510
Datum: 27-09-2016
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF

Met enkel verwijzing naar eerdere procedure zonder stukken bij te voegen zijn geen gronden ingediend

Samenvatting
Aan belanghebbende zijn twee aanslagen rioolrecht opgelegd. Belanghebbende heeft de gronden van zijn beroepschrift niet vermeld. Er is alleen verwezen naar een procedure uit 2006. Volgens belanghebbende kon een motivering achterwege blijven omdat de rechtbank bekend was met de eerdere procedure die ten tijde van de indiening van het onderhavige beroep voorlag bij het hof. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de enkele verwijzing naar de eerdere procedure zonder het bijvoegen van stukken onvoldoende is voor een gemotiveerd beroepschrift als bedoeld in art. 6:5 Awb. Dat de rechtbank bekend was met de eerdere procedure maakt dat niet anders. Belanghebbende is nadat de Hoge Raad over de procedure over 2006 had beslist opnieuw in de gelegenheid gesteld om zijn beroepschrift te motiveren. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
(Beroepen niet-ontvankelijk.)

Commentaar
Art. 6:5 Awb bepaalt dat het beroepschrift naast naam, adres en dagtekening ook een omschrijving van het bestreden besluit moet bevatten en een motivering. Doel van de motivering is om de rechter inzicht te geven in de grieven die de belastingplichtige heeft tegen de uitspraak op bezwaar en de onderliggende aanslag/beschikking. Daarnaast heeft de rechter deze motivering nodig om de grondslag van het beroep te bepalen (art. 8:69 Awb). Het is de rechter immers niet toegestaan om buiten de rechtsstrijd van partijen te treden. Om de grenzen van het geschil te bepalen is dus de motivering noodzakelijk.
De belastingplichtige moet dus duidelijk maken aan de rechter waarop het geschil ziet en welke grieven hij inbrengt. Verwijst de belastingplichtige daarbij naar andere stukken, zonder die stukken of de inhoud daarvan integraal op te nemen in zijn nieuwe processtuk, dan zal de belastingplichtige die stukken bij zijn beroepschrift moeten voegen. Het mag voor de rechter namelijk geen zoekplaatje worden. Evenmin kan en mag de belastingplichtige van de rechter verwachten dat de rechter zijn archief ‘in duikt’ op zoek naar oude(ere) procedures om die processtukken te bestuderen als motivering van de nieuwe procedure. Indien een belastingplichtige de processtukken uit die oude procedure wil gebruiken in de nieuwe procedure, dan zal hij daarvan een kopie moeten bijvoegen. Dat heeft de belastingplichtige, ondanks verzoeken daartoe van de rechtbank, in deze zaak niet gedaan.
Waarom de belastingplichtige hiervoor heeft gekozen, wordt uit de uitspraak niet duidelijk. Daarmee snijdt de belastingplichtige zichzelf in de vingers omdat uit de jurisprudentie duidelijk volgt dat het enkel verwijzen naar de oude procedure niet voldoende is. Door deze handelwijze komt de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van het beroepschrift niet toe. Een gemiste kans voor de belastingplichtige, al zal die misschien in zijn overweging om op deze wijze te handelen hebben laten meewegen dat hij in de eerdere procedure in het ongelijk is gesteld. In dat geval had de belastingplichtige zich wellicht moeten of kunnen afvragen of het voortzetten van deze nieuwe procedure wel zinvol was.

[1] Mr. M.H.W.N. Lammers is advocaat bij Jaeger advocaten-belastingkundigen te Amsterdam.


 


Bron: http://www.ndfr.nl/link/NTFR2016-2510
Datum: 16-1-2017 13:11:58



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op