Navorderingsaanslagen aan bekenner Zwitserse bankrekening zijn voortvarend opgelegd

  

Navorderingsaanslagen aan bekenner Zwitserse bankrekening zijn voortvarend opgelegd

Gepubliceerd in: NTFR 2014/1311
Datum: 27-02-2014
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2014/1311 Navorderingsaanslagen aan bekenner Zwitserse bankrekening zijn voortvarend opgelegd
RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07605 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07608 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07609 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07610 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07612 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07613 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07614 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07615 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07618 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07619 RechtbankDenHaag27februari2014,nr.13/07620
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur
1999-2008Brondocument AWR-art. 16
AWR-art. 30f VWEU-art. 63
mr. M.H.W.N. Lammers
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2014:2670
Samenvatting
Belanghebbende heeftsinds de jarentachtig eenZwitserse bankrekening,die hijnietinzijnaangiftenheeftaangegeven.Inapril2009
heeftbelanghebbende eeninkeerverzoek ingediend.Ongeveer twee jaar later zijnaanbelanghebbende diverse navorderingsaanslagen opgelegd.Ingeschilwas onder meer ofde navorderingsaanslagenvoortvarend warenopgelegd.Volgens de rechtbank was dithet geval.De inspecteur beschikte namelijk nieteerder danop 19 juli 2010 over de meestrelevante gegevens,aangeziende gemachtigde pas injuli 2010 onder meer de gegevens over de jaarlijkse ingehoudenbronbelasting alsmede andere aanvullende inkomensspecificaties had verstrekt.Aande inspecteur dientvoorts enige tijd te wordengegund om alle door de gemachtigde verstrekte gegevens zorgvuldig te verwerkenteneinde toteenjuiste belastingheffing te kunnenkomen.De inspecteur had inditgevalna drie maandenzijnberekening vande verschuldigde belasting aande gemachtigde toegezondenendaarna herhaaldelijk om eenreactie verzocht.De inspecteur had vervolgens binnendrie maandenna de eerste reactie vande gemachtigde op die berekening de navorderingsaanslagenopgelegd.Vaneenaande inspecteur te wijtenonverklaarbare vertraging vanmeer danzes maandenwas dan ook volgens de rechtbank geensprake.Aande vraag ofde standstillbepaling vantoepassing is op banktegoedeninZwitserland kwam de rechtbank nietmeer toe.
(Beroepenongegrond.)
Commentaar
Indeze zaak staatcentraalof(i) de inspecteur de navorderingsaanslagenbijde inkeerregeling voortvarend heeftvastgesteld en(ii) de
standstillbepaling vantoepassing is op de banktegoedeninZwitserland.
De Hoge Raad heeftinHR27 september 2013,nr.12/00738,NTFR2013/1954,metcommentaar vanJansengeoordeeld datindien methetvaststellenvande navorderingsaanslag eenonverklaarbare vertraging aande zijde vande Belastingdienstis opgetredenvan meer danzes maanden,ervanmoetwordenuitgegaandatde vereiste voortvarendheid nietinachtis genomen.Inditgevaloordeelt Rechtbank DenHaag datvanonverklaarbare vertragingengeensprake is endatde inspecteur derhalve voortvarend heeftgehandeld. Interessanter is hetgeschilover de toepassing vande standstillbepaling.Aandatgeschilpuntkomtde rechtbank indeze zaak niettoe omdatzijvanoordeelis datvoortvarend is gehandeld endus gebruik konwordengemaaktvande verlengde navorderingstermijn. Inmiddels hebbende nodige rechtbankenengerechtshovenzichuitgelatenover de vraag ofop eenZwitsers banktegoed de standstillbepaling vantoepassing is.Die rechtspraak geefteenzeer gevarieerd beeld.De Hoge Raad heeftzichtotnutoe (nog) niet explicietuitgelatenover de vraag ofhetaanhoudenvanbanktegoedenkanwordenaangemerktals hetverrichtenvanfinanciële dienstverlening inde zinvanart.57 EG-Verdrag.
Verdedigbaar is datde Hoge Raad datimplicietwelalheeftgedaaninHR9 april2010,nr.07/10306,NTFR2010/1011,met commentaar vanBarmentlo.Indie zaak was eveneens sprake vaneenZwitserse bankrekening enwerd eenberoep gedaanop de beslissing vanhetHvJ inde zaak Passenheim-vanSchoot(HvJ 11 juni 2009,zaak C-155/08 enC-157/08,NTFR2009/1742,met commentaar vanBarmentlo).De Hoge Raad reptindatarrestmetgeenwoord over de standstillbepaling,terwijlde staatssecretaris daar weluitdrukkelijk eenberoep op deed.Daaruitkanafgeleid wordendatde Hoge Raad kennelijk vanoordeelis datde standstillbepaling nietvantoepassing is op hetaanhoudenvaneenbanktegoed.
Zoals gezegd is er inde afgelopentijd gevarieerde rechtspraak vanrechtbankenengerechtshovenverschenenover deze kwestie.Het is nuaande Hoge Raad om zichdaarover te buigen.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.

Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2014-1311 Datum:28-4-2016 13:40:47
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op