Omzetcorrecties voor organisator dartgala's met ondeugdelijke administratie zijn terecht

  

Omzetcorrecties voor organisator dartgala's met ondeugdelijke administratie zijn terecht

Datum: 18-06-2013
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2013/1640 Omzetcorrecties voor organisator dartgala's metondeugdelijke administratie zijn terecht
HofArnhem-Leeuwarden18juni2013,nr.11/00836 HofArnhem-Leeuwarden18juni2013,nr.11/00837 HofArnhem-Leeuwarden18juni2013,nr.12/00022 HofArnhem-Leeuwarden18juni2013,nr.12/00021
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur
2002 – 2005Brondocument AWR-art. 27e
AWR-art. 52 AWR-art. 67e
mr. I.R.J. Thijssen
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2013:4670
Samenvatting
Belanghebbende organiseertinfirmaverband evenementen,zoals dartgala’s.De firma heeftgeenkasboek bijgehouden.De inspecteur
heeftnaar aanleiding vande bevindingenvaneenboekenonderzoek de administratie vande firma verworpenenomzetcorrecties toegepast.Inverband hiermee zijnde onderhavige belastingaanslagenIB 2002 t/m 2005 metvergrijpboetenopgelegd.Hethofstelt belanghebbende voor hetgrootste deelinhetongelijk.Hethofoordeeltdaartoe onder meer dat:
– de administratieplichtis geschondennueendeugdelijke kasadministratie ontbreekt; – de bewijslastvoor 2002,2003 en2004 moetwordenomgekeerd enverzwaard;
– belanghebbende nietindie verzwaarde bewijslastis geslaagd;
– de omzetcorrecties 2002 voor ‘dartgala’ en‘sponsor’ redelijk zijn;
– metbetrekking totde vergrijpboete 2002 sprake is vangrove schuld; – de omzetcorrecties voor 2003 voor de dartgala’s redelijk zijn;
– de door de rechtbank verminderde correctie ‘omzetconcert’ door de beugelkan; – de omzetcorrecties voor 2004 voor de dartgala’s redelijk zijn;
– metbetrekking totde vergrijpboete 2004 sprake is vanvoorwaardelijk opzet;
– de inspecteur voor 2005 aannemelijk heeftgemaaktdatbelanghebbende € 170.000 aanloonvanzijnholding heeftgenoten; – belanghebbende nietaannemelijk heeftgemaaktdater sprake is vaneenafwaardeerbare regresvordering;en
– datmetbetrekking totde vergrijpboete 2005 sprake is vanvoorwaardelijk opzetaande zijde vanbelanghebbende.
(Hoger beroep gegrond.)
Commentaar Thijssen[1]
De onderhavige uitspraak – die mijns inziens op zichzelfweinig bijzonderhedenbevat– geeftaanleiding om eenopmerking te plaatsen over hetgewichtdatfiscale rechters (inhetalgemeen) lijkentoe te kennenaaneencontrolerapportdoor de plaats waar een controlerapportineenuitspraak wordtgenoemd enuitgebreid wordtgeciteerd.Hoewelde Awb daarover nagenoeg geenvoorschriften bevat,is eenschriftelijke uitspraak vaneen(fiscale) bestuursrechter doorgaans opgebouwd uiteenaantalgoed vanelkaar te onderscheidenonderdelen.Eenbelangrijk onderdeelbehelstde opsomming vande vaststaande feitenop basis waarvande rechter uitspraak doet.Hetgaatdaarbijom de feitenwaarover geengeschilvanmening bestaattussenpartijen(zie onderdeel‘2.Feiten’). Feitenwaarover tussenpartijenwelverschilvanmening bestaatzaleenfiscale rechter – aande hand vanbewijsmiddelen– zelfmoeten vaststellen.De daarbijdoor eenfiscale rechter gebezigde ‘grondenvande beslissing’ moetenexart.8:77,lid 1,Awb inde uitspraak wordenvermeld endatgeschiedtdoorgaans inhetonderdeelvande uitspraak datwordtaangeduid met‘overwegingenomtrenthet geschil’ of– zoals inditgeval– ‘4.Beoordeling vanhetgeschil’.
Inde onderhavige uitspraak wordtdoor hethofinhetonderdeel‘Feiten’ eengrootdeelvanhetcontrolerapportvande inspecteur integraalgeciteerd.Aandatcitaatwijdthethofwelzevenpagina’s vanzijn23 pagina’s tellende uitspraak.Nuzalhetongetwijfeld een (vaststaand) feitzijndathetcontrolerapportde door hethofgeciteerde inhoud heeft,maar datzegtop zichzelfweinig enbetekentniet datde inhoud vanhetrapportuitlouter vaststaande feitenzoubestaan.Goed beschouwd behelsteencontrolerapportniets meer en niets minder daneenaantal(aldannietgemotiveerde) stellingenvande inspecteur.Aangezienbelanghebbende (inbezwaar,beroep enhoger beroep) is opgekomentegende uithetcontrolerapportvoortgevloeide belastingaanslagenbestaater kennelijk meer dan voldoende verschilvanmening over de inhoud vanhetcontrolerapport.Alsdanhoort(de inhoud van) eencontrolerapportvande inspecteur nietgeciteerd te wordeninhetonderdeel(vaststaande) ‘Feiten’,maar zou– indienhethofde inhoud vaneencontrolerapport überhauptvermeldenswaardig acht– deze inhoud geciteerd kunnenwordeninhetonderdeel‘Ontstaanenloop vanhetgeding’ ofinhet onderdeel‘Omschrijving geschilenstandpuntenvanpartijen’.Door de inhoud vanhetcontrolerapportinhetonderdeel‘2.Feiten’ te citerenwordtdaarmee tenonrechte de suggestie gewektdataanhetrapportmeer (bewijs)waarde kanwordentoegekend dande inhet

onderdeel‘3.Geschil’ vermelde standpuntenvanpartijen.Daarnaastwordtde – eveneens onterechte – suggestie gewektdatde inhoud zelve ook vaststaande feitenzoubevattenwaarover hethofnietmeer behoeftte oordelen.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis verbondenaanJaeger Advocaten-belastingkundigen.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis verbondenaanJaeger Advocaten-belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2013-1640 Datum:15-4-2016 11:06:21
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op