nl-NLen-GB

Onderzoeksplicht uit parallelle zaak erven werkt door naar zaak echtgenote: ambtelijk verzuim verhindert navordering

Gepubliceerd in: NTFR
Datum: 19-09-2019
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF

InstantieConclusie A-G, 26-06-2019 nr. 18/03849
Zaaknummer(s)18/03849
Datum uitspraak26-06-2019
Belastingjaar/tijdvak2010
RubriekFormeel belastingrecht
WetsartikelenAWR - art. 16
ECLIECLI:NL:PHR:2019:708
Brondocumenten 
Auteurmr. M.H.W.N. Lammers
NTFR2019/2323
Datum publicatie NTFR19-09-2019

 

Samenvatting

De inspecteur heeft aan belanghebbende een navorderingsaanslag IB/PVV 2010 opgelegd vanwege een niet aangegeven voordeel uit een fictieve vervreemding van een aanmerkelijk belang bij overlijden van haar echtgenoot. In deze navorderingsaanslag is de helft van het belastbare inkomen in aanmerking genomen. Voor de andere helft is een navorderingsaanslag opgelegd aan de erven van de echtgenoot. Zij zijn belanghebbenden in de parallelle zaak met nr. 18/03850.

De erflater is tot zijn overlijden in december 2010 in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met belanghebbende. Zij was op dat moment enig aandeelhouder van een bv. In de aangiften IB/PVV 2010 van de erflater en belanghebbende (de echtgenote) is vermeld dat ook de erflater heeft deelgenomen in alle geplaatste aandelen in de bv. In de aangiften IB/PVV 2010 van de erflater en de echtgenote is geen voordeel uit een (fictieve) vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen aangegeven. Het overlijden van de erflater is alleen in zijn eigen aangifte IB/PVV vermeld. Daarvoor is een F-biljet gebruikt (een biljet voor aangifte in het jaar van overlijden). In elk geval is in deze aangifte melding gemaakt van een aanmerkelijk belang in de bv. In de aangiften is geopteerd voor fiscaal partnerschap voor het gehele jaar 2010. De aangiften IB/PVV 2010 van de erflater en de echtgenote zijn gelijktijdig ingediend, omstreeks 15 december 2011, en daarna ook gelijktijdig geautomatiseerd afgedaan. Op 19 januari 2012 heeft de inspecteur een aanslag IB/PVV 2010 aan belanghebbenden (de erven) opgelegd die is vastgesteld conform de ingediende aangifte.

Nadien heeft de Belastingdienst een landelijk onderzoek gedaan naar ten onrechte bij overlijden niet aangegeven fictief voordeel uit aanmerkelijk belang. Ten gevolge daarvan heeft de inspecteur aan belanghebbende de onderhavige navorderingsaanslag opgelegd voor een ten onrechte niet in de aangifte en aanslag IB/PVV 2010 opgenomen vervreemdingsvoordeel ex art. 4:16, lid 1, onderdeel e, Wet IB 2001. Belanghebbende betwist de aanwezigheid van een voor navordering vereist nieuw feit en beroept zich op ambtelijk verzuim van de inspecteur, door verzaken van zijn onderzoeksplicht. Hof Den Haag 7 augustus 2018, nr. 18/00503, NTFR 2018/2552 heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. De staatssecretaris heeft cassatieberoep ingesteld. Naar aanleiding daarvan merkt A-G IJzerman het volgende op. Het komt hem voor dat er hier inderdaad ten tijde van de aanslagoplegging zodanige omstandigheden bekend waren dat die, ook bezien in onderling verband, de inspecteur aanleiding hadden moeten geven tot nader onderzoek van de vraag of hier wellicht sprake zou kunnen zijn van een voordeel uit fictieve vervreemding van een aanmerkelijk belang. In feitelijk opzicht gaat het om de omstandigheden door het hof genoemd in r.o. 7.6, waaronder met name bekendheid met het bestaande fiscaal partnerschap en met de aanwezigheid van het aanmerkelijk belang.

Daaraan kan volgens de advocaat-generaal niet afdoen het verweer dat de inspecteur niet bekend was met de huwelijksgemeenschap en dat de aangifte mede in verband daarmee toch juist had kunnen zijn. Het komt de advocaat-generaal voor dat dit nu juist had moeten worden onderzocht. In het licht van de bij de inspecteur als aanwezig veronderstelde kennis van de feiten kan deze in casu de constatering van een ambtelijk verzuim niet afweren met het argument dat de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestaat dat het voordeel uit aanmerkelijk belang in de aangifte van de fiscale partner (de erflater) is verantwoord. Die feiten hadden hem volgens de advocaat-generaal aanleiding moeten geven onderzoek naar die mogelijkheid te doen in het dossier van de partner.

Wat in deze procedure ontbreekt, anders dan in de parallelle procedure van de erven van de overleden echtgenoot, is een overlijdensaangifte. De aangifte voor de erfbelasting staat buiten het inkomstenbelastingdossier en mag in dit kader niet worden meegenomen. Dat kan de vraag oproepen of indien alleen wordt uitgegaan van (de feiten in) deze procedure een ambtelijk verzuim aanwezig is. Het ontmoet volgens de advocaat-generaal geen bezwaar de onderzoeksplicht uit de parallelle zaak, waarin het feit van overlijden bekend was, door te trekken naar deze zaak.

De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van staatssecretaris van Financiën ongegrond dient te worden verklaard.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

In de onderhavige zaak komt de vraag aan de orde of de inspecteur beschikt over een nieuw feit dat navordering in de zin van art. 16 AWR rechtvaardigt. Tevens speelt het leerstuk van het ambtelijk verzuim daarbij een rol. In de conclusie van A-G Wattel wordt onder punt 5 het jurisprudentiële en literair-wetenschappelijke kader omtrent de hierboven genoemde onderwerpen uiteengezet.

In de uiteenzetting is onder meer de volgende passage opgenomen: ‘Hij (de inspecteur) mag daarbij in beginsel van de juistheid van de ingediende aangifte uitgaan, zeker als die een verzorgde indruk maakt en van een gerenommeerd belastingadviseur afkomstig is.’

Ik vraag me af in hoeverre het nog actueel en relevant is om het criterium van de ‘verzorgde indruk’ van de aangifte bij een beoordeling te betrekken. Immers, digitalisering heeft binnen alle gelederen van de samenleving een steeds belangrijkere rol ingenomen. Ook de Belastingdienst heeft eraan moeten geloven. Steeds meer aangiften worden digitaal ingediend. Voor ondernemers geldt zelfs dat zij al sinds 1 januari 2012 verplicht zijn om digitaal belastingaangifte te doen voor onder andere de omzetbelasting, loonheffingen, de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Uit cijfers van de Belastingdienst blijkt bijvoorbeeld ook dat tot 27 mei jl. al 9.500.961 aangiften inkomstenbelasting over het jaar 2018 zijn ingediend. Slechts 140.970 van deze aangiften zijn op papier ingediend, ruim 1% van de gevallen.

In tegenstelling tot aangiften die op papier worden ingediend, zijn op digitale aangiften geen sporen zichtbaar van krassen, correcties, uitwissingen (al dan niet met tipp-ex), verschrijvingen en andere eventuele slordigheden die afbreuk kunnen doen aan de ‘verzorgde indruk’ van de aangifte. Bovendien is het onmogelijk om, buiten de door het aangifteprogramma geboden mogelijkheden, gegevens in te vullen of aan te vullen. Het op digitale wijze ‘onverzorgd’ doen van aangifte lijkt dan ook per definitie onmogelijk. Daarmee lijkt ook de beoordeling of sprake is van een ‘verzorgde indruk’ een wassen neus. Zou deze beoordeling toch ‘in de lucht’ moeten blijven, dan moet er mijns inziens een alternatief komen voor de ‘onverzorgde indruk’. Een voorbeeld daarvan zou kunnen zijn dat via een geautomatiseerd systeem alle wijzigingen die men doorvoert in het digitale aangifteprogramma worden bijgehouden. Vervolgens kunnen de ingevoerde – en later weer verwijderde – gegevens vergeleken worden met de definitieve, uiteindelijk ingediende versie van de aangifte. Dat heeft echter wel een groot ‘big brother’-gehalte, waar ik toch ook niet direct fan van ben.

Dat brengt mij tot de conclusie dat wat mij betreft het criterium van de ‘verzorgde indruk’ uit de roulatie is geraakt aangezien dit nog stamt uit de tijd dat aangiften op papier werden ingediend. Om mee te kunnen gaan met het huidige tijdsbeeld is een heroverweging van het toetsingskader en wellicht een kentering van de jurisprudentie noodzakelijk.

Noot

[1] Mr. M.H.W.N. Lammers is advocaat bij Jaeger advocaten-belastingkundigen te Amsterdam.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op

Jaeger maakt gebruik van cookies

Wij plaatsen cookies om uw ervaring op de website te verbeteren. De cookies die vereist zijn om de website te gebruiken zijn wettelijk toegestaan. Voor de andere cookies kunt u hieronder toestemming geven.

meer informatie