Onjuiste staffel van rechtbank voor vergoeding voor verschijnen bij hoorzitting waar meer bezwaren van dezelfde gemachtigde zijn behandeld

  

Onjuiste staffel van rechtbank voor vergoeding voor verschijnen bij hoorzitting waar meer bezwaren van dezelfde gemachtigde zijn behandeld

Datum: 04-06-2015
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2015/2289 Onjuiste staffelvan rechtbank voor vergoeding voor verschijnen bijhoorzitting waar meer bezwaren van dezelfde gemachtigde zijn behandeld
Gerechtshof Amsterdam04juni2015,nr.14/00797
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur
2013Brondocument bijzondere omstandigheden,
samenhang Awb-art. 7:15 Awb-art. 8:75 BPB-art. 3
mr. I.R.J. Thijssen
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2015:2678
Samenvatting
Ineenbezwaarprocedure over vijftienWOZ-beschikkingenheefteenhoorzitting plaatsgevonden.Tijdens die hoorzitting zijnin155
minutende woningenwaarop de vijftienbeschikkingenzienvolgtijdelijk besproken.Bijde uitspraak op bezwaar heeftde heffingsambtenaar de vergoeding voor hethorenvastgesteld op € 30.Inberoep heeftRechtbank Noord-Holland de vergoeding voor het horenvastgesteld op € 243 (1 punt).Hethofvindtgeenaanleiding toteenandere beslissing te komendande rechtbank.Eenzuiver forfaitair bepaalde vergoeding is nietdermate disproportioneeldataanleiding bestaatdie vergoeding te matigen.Bijzijnoordeellaat hethofonder meer meewegendatde woningenvanelkaar verschillenendatde zakengeensterke inhoudelijke samenhang hadden, zodatde proceshandelingengeenuniform karakter hadden.Omdatbeide partijenhethoger beroep als eenproefprocedure zien, beoordeelthethoftenovervloede de door de rechtbank gehanteerde staffel.Op grond vandie staffelrekentde rechtbank voor de eerste 25 gegronde bezwareneenforfaitaire vergoeding van€ 243 per bezwaar voor eenop dezelfde kalenderdag gehoudenhoorzitting,voor de volgende 25 gegronde bezwaren€ 121,50 envoor de daaropvolgende 25 gegronde bezwaren€ 60,75.Volgens hethofwordtmet deze staffelonvoldoende rekening gehoudenmetde feitenenomstandighedendie eenrolspelenbijde vraag ofer sprake is van ‘bijzondere bijzonderheden’.Daarnaastis de zuiver kwantitatieve benadering uitde staffelvande rechtbank nietinovereenstemming methetkarakter vande ‘bijzondere omstandigheden’-regeling als bedoeld inhetBesluitproceskostenbestuursrecht.Hethoger beroep vande heffingsambtenaar is ongegrond.Ook hetincidentele hoger beroep vanbelanghebbende,datzichrichttegende door de rechtbank toegepaste wegingsfactor van0,5 bijde proceskostenveroordeling,is ongegrond.
(Hoger beroep enincidenteelhoger beroep ongegrond.)
Commentaar
De hoogte vaneenproceskostenvergoeding voor hetverschijnenvaneengemachtigde bijeenhoorzitting geeftregelmatig aanleiding
totgeschillen,metname indie gevallendatop ééndag door ééngemachtigde meerdere bezwaarschriften(vanweliswaar verschillende belanghebbenden) wordenbesproken.Datkomtveelalvoor bijbezwaarprocedures gerichttegen(te hoog vastgestelde) WOZ-waarden enwaarbijde gemachtigde rechtsbijstand verleentop ‘no-cure-no-pay-basis’ engenoegenneemtmeteen(forfaitair) vastte stellen proceskostenvergoeding conform hetBesluitproceskostenbestuursrecht(BPB).Hoofdregelvan(de Bijlage bij) hetBPB is dat1 punt(1 punt= € 243) wordttoegekend aande proceshandeling ‘verschijning hoorzitting’.Afwijking vandeze hoofdregelvindtplaats indien sprake is vansamenhangende zaken(die wordenexart.3,lid 1,BPB beschouwd als éénzaak) ofwanneer sprake is vanbijzondere omstandigheden(exart.2,lid 3,BPB).
Metingang van1 januari 2015 is de inart.3,lid 2,BPB opgenomendefinitie vansamenhangende zakenverruimd,indie zindat sindsdienals samenhangende zakenwordenaangemerkt:‘door eenofmeer belanghebbendengemaakte bezwarenofingestelde beroepen,die door hetbestuursorgaanofde bestuursrechter gelijktijdig ofnagenoeg gelijktijdig zijnbehandeld,waarinrechtsbijstand als bedoeld inartikel1,onder a,is verleend door dezelfde persoondanweldoor eenofmeer personenvanhetzelfde samenwerkingsverband envanwie de werkzaamhedeninelk vande zakennagenoeg identiek kondenzijn’.Inhetonderhavige geval– waarbijééngemachtigde invijftienverschillende bezwaarprocedures achtereenvolgens is gehoord – was nog de oude samenhangregeling vantoepassing,zodatde inspecteur de proceskostenvergoeding nietkonmatigenop grond vandeze nieuwe samenhangbepaling.De heffingsambtenaar vande gemeente Zandvoortmerkte de volgtijdige behandeling vanvijftienhoorzittingen evenwelaanals bijzondere omstandigheid inde zinvanart.2,lid 3,BPB om zodoende de kostenvergoeding te matigentot€ 30 per hoorzitting (inplaats vanhetforfaitaire bedrag van€ 243).
HofAmsterdam oordeeltechter datinhetonderhavige geval(nr.14/00797) geensprake is vanbijzondere omstandighedenener bijgevolg ook geenredenis om de forfaitaire vergoeding van€ 243 per hoorgesprek te matigen.Daarbijachthethofvanbelang hetfeit dattijdens de hoorzitting eenbeperktaantal(i.c.vijftien) woningenis besprokenendatzowelde woningen(qua ligging en objectkenmerken) als de inelke afzonderlijke procedure aangevoerde argumentenonderling vanelkaar verschilden.De vaststelling dat geensprake is vaneensterke inhoudelijke samenhang tussende verschillende procedures ende vaststelling datde proceshandelingen geenuniform karakter hadden,brengenmee datook de nieuwe samenloopregeling vanart.3,lid 2,BPB geenmatiging vande proceskostenvergoeding zoukunnenbewerkstelligenaangeziendaarvoor noodzakelijk is dat‘de werkzaamhedeninelk vande zaken nagenoeg identiek konzijn’.Aandie laatste voorwaarde vande nieuwe samenloopregeling is inde onderhavige vijftienzakendanook nietvoldaan,hetgeenhethofheeftgeoordeeld inzijnuitspraak ineenvande andere veertienzaken(zie nr.14/00578,NTFR 2015/2290).

Aldus brengtook toepassing vande nieuwe samenloopbepaling geengevolgenteweeg voor gevallenzoals de onderhavige vijftien zaken,hoewelde vraag is ofde nieuwe,strengere samenloopregeling überhauptweldoor hethoftoegepasthad kunnenwordenvoor bezwaarprocedures die vóór 1 januari 2015 zijnafgerond.Weliswaar heeftde wijziging vande samenloopregeling inhetBPB onmiddellijke werking gekregen,maar de terugwerkende krachtdie daarvanhetgevolg kanzijn(ingevallenwaarinhethofvanoordeel is datde rechtbank tenonrechte geenproceskostenvergoeding heeftvastgesteld) is slechtverenigbaar methet rechtszekerheidsbeginsel.
[1]Igor Thijssenis verbondenaanJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-2289 Datum:15-4-2016 10:38:47
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op