Ontbreken machtiging leidt ten onrechte tot niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar

  

Ontbreken machtiging leidt ten onrechte tot niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar

Datum: 02-01-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2010/536 Ontbreken machtiging leidtten onrechte tot niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar
RechtbankBreda16december2009,nr.09/02522
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen
2009Brondocument niet-ontvankelijkheid, verzuim
Awb-art. 6:6 Awb-art. 2:1
Auteur LJN
ECLI
mr. I.R.J. Thijssen BK8079
ECLI:NL:RBBRE:2009:BK8079
Samenvatting
De gemachtigde vanbelanghebbende heeftbezwaar gemaakttegeneenWOZ-beschikking.De heffingsambtenaar heeftde ontvangst
vanhetbezwaarschriftbevestigd metals onderwerp vande brief'ontvangstbevestiging bezwaarschrift'.Inde derde totenmetvijfde alinea vandie briefwordtmelding gemaaktvanhetontbrekenvande volmachtenop straffe vanniet-ontvankelijkheid wordtverzocht deze volmachtalsnog over te leggen.Omdatgeenvolmachtwordtovergelegd wordtbelanghebbende door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard inzijnbezwaar.
De rechtbank steltvoorop dateenbestuursorgaanvaneengemachtigde eenschriftelijke machtiging kanverlangenendathetbezwaar niet-ontvankelijk kanwordenverklaard indiennietvoldaanis aande inde wetgestelde vereisten.Naar hetoordeelvande rechtbank ziendeze bepalingenop eenbevoegdheid ennietop eenverplichting.Geletop de ernstige gevolgendie zijnverbondenaanhetniet-ontvankelijk verklarenvaneenbezwaar,dienteenbestuursorgaande inart.6:6 Awb neergelegde bevoegdheid metbehoedzaamheid te hanterenenbehoorthetvandeze bevoegdheid slechts gebruik te maken,nadathetde belastingplichtige ruimschoots envoldoende duidelijk inde gelegenheid heeftgesteld hetdesbetreffende verzuim te herstellen.Nuditinhetonderhavige gevalnietis gebeurd,heeft de heffingsambtenaar instrijd methetzorgvuldigheidsbeginselgehandeld,zodatde uitspraak op bezwaar dientte wordenvernietigd. (Beroep gegrond.)
Commentaar
Op grond vanart.2:1,lid 1,Awb kaneenbelanghebbende zichbijhetindienenvaneenbezwaarschriftlatenvertegenwoordigendoor
eengemachtigde.Wanneer eeninspecteur bijvoorbeeld twijfeltaande vertegenwoordigingsbevoegdheid vaneenbepaalde
gemachtigde,dankanhijop grond vanart.2:1,lid 2,Awb eenschriftelijke machtiging verlangen.Hetbetrefthier eenzogenoemde 'kan'-bepaling enaldus is sprake vaneenbevoegdheid (endus geenverplichting) vande inspecteur om invoorkomende gevalleneen
machtiging te verlangen.Als de inspecteur geengebruikmaaktvanzijnbevoegdheid,kanvanhetbestaanvaneentoereikende volmacht wordenuitgegaan.Uitde voorliggende uitspraak lijktoverigens te kunnenwordenafgeleid datde betrokkenheffingsambtenaar inalle gevallen,standaard enop geautomatiseerde wijze,gebruikmaaktvanzijnbevoegdheid om eenschriftelijke machtiging te verlangen.Ik vraag mijafofdeze heffingsambtenaar – gezienhetfeitdatkennelijk geenenkele belangenafweging plaatsvindt– welop eenjuiste manier gebruikmaaktzijnbevoegdheid.
Wanneer eenbezwaarschriftnietvoldoetaande vereistenvanart.6:5 Awb ofaanenig ander wettelijk vereiste,zoals bijvoorbeeld het
vereiste datvaneengemachtigde eenvolmachtkanwordenverlangd,is sprake vaneenverzuim enkanhetbezwaarschriftop grond vanart.6:6 Awb niet-ontvankelijk wordenverklaard.Niet-ontvankelijkheid is pas danaande orde nadatde indiener inde gelegenheid is
gesteld om hetverzuim te herstellen.Ook hier is sprake vaneenzogenoemde 'kan'-bepaling ende inspecteur is dus nietverplichteen belanghebbende niet-ontvankelijk te verklarenals eenverzuim nietwordthersteld.
Inhetonderhavige gevalmaaktde heffingsambtenaar tenvolle gebruik vanzijndiscretionaire bevoegdheden.Allereerstheefthij gebruikgemaaktvanzijnbevoegdheid om eenschriftelijke machtiging te verlangen.Tentweede heefthij(direct) gebruikgemaaktvan zijnbevoegdheid om hetbezwaarschriftniet-ontvankelijk te verklaren,toengeengevolg werd gegevenaanzijneerste enenige verzoek om eenvolmachtte overleggen.Eengemeentelijke heffingsambtenaar hoeft– integenstelling totde inspecteur – de indiener geen tweede mogelijkheid te gevenom eenverzuim te herstellen(zie BesluitFiscaalBestuursrecht,7 januari 2008,CPP2007/3207,NTFR 2008/133).
Ofeenbestuursorgaanterechtgebruikmaaktvande hem toekomende discretionaire bevoegdheden,kandoor eenrechter slechts marginaalwordengetoetstaande beginselenvanbehoorlijk bestuur.Inhetonderhavige gevaloordeeltRechtbank Breda datde heffingsambtenaar bijhetdoenvanzijnuitspraak op bezwaar hetzorgvuldigheidsbeginselheeftgeschondenendathijtenonrechte het bezwaarschriftniet-ontvankelijk heeftverklaard.Volgens de rechtbank had de heffingsambtenaar onvoldoende rekening gehoudenmet hetbelang vande belanghebbende bijeeninhoudelijke toetsing vanhetgeschil,welke toetsing door eenniet-ontvankelijkheidverklaring zouwordengeblokkeerd.Omdatbijontvankelijkheidkwesties metditzwaarwegende belang vaneenbelanghebbende altijd rekening moetwordengehouden,is hetde vraag waarom de rechtbank inditspecifieke gevalvanoordeelis datde heffingsambtenaar daarmee
onvoldoenderekening heeftgehouden.
Inhetonderhavige gevalspeeltvolgens de rechtbank eenroldat– inweerwilvanart.6:6 Awb – de gemachtigde geenreële
mogelijkheid is gebodenom zijnverzuim te herstellen.De heffingsambtenaar had op grond vanart.6:14,lid 1,Awb een(automatisch vervaardigde) ontvangstbevestiging aande gemachtigde verstuurd.Indeze ontvangstbevestiging werd,tussenmeer algemeen geformuleerde bepalingen,tevens verzochtom eenschriftelijke volmacht.De – kennelijk professionele – gemachtigde had dit onduidelijke verzoek om eenvolmachtnietopgemerktenhad de 'ontvangstbevestiging' slechts ter kennisgeving aangenomen,metniet-

ontvankelijkheid totgevolg.Indien– zoals de rechtbank heeftgeoordeeld – deze 'ontvangstbevestiging' nietkanwordenaangemerktals een(reële) mogelijkheid om hetdesbetreffende verzuim exart.6:6 Awb te herstellen,danzoumijns inziens reeds daarom alde niet-ontvankelijkheid vande baanzijn.Indatgevalis er geenredenmeer om ook nog de discretionaire bevoegdheid vande heffingsambtenaar te toetsen.Watdaar ook vanzij,de uitkomstblijfthetzelfde.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-536 Datum:11-4-2016 15:36:27
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op