Oordeel over boete onbegrijpelijk; tegen hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open

  

Oordeel over boete onbegrijpelijk; tegen hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open

Datum: 16-09-2014
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2014/2540 Oordeelover boete onbegrijpelijk; tegen hersteluitspraak staatgeen rechtsmiddelopen
Conclusie A-G IJzerman16september2014,nr.12/05798
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur
2000-2001Brondocument Rv-art. 31
AWR-art. 67d AWR-art. 67e
mr. I.R.J. Thijssen
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:1822
Samenvatting
A-GIJzermanheeftop 9 juli 2014,NTFR2014/2376,conclusies genomeninvergelijkbare zakenwaarinzogehetenoogst-op-
stamcontractenaande orde zijn.Onderhavige conclusie wijktwatbetreftde bespreking vande boetes ende hersteluitspraak afvande conclusies van9 juli 2014.Hieronder wordendeze twee aspectenbehandeld.
Boete
Belanghebbende heeftbetoogd datde boetebeschikking die werd opgelegd binnende geldende termijnnietwas gemotiveerd en
vernietigd dientte worden.Belanghebbende wijster indatkader op datart.6 EVRM meebrengtdateeninspecteur ingevalhijeen vergrijpboete oplegt,belanghebbende binnende vervaltermijnbekend moetmakenmethetexacte verwijtdathem wordtgemaaktende grondenwaarop ditplaatsvindt.Hetbetoog vanbelanghebbende is volgens de advocaat-generaalinzoverre juistte achtendatde motivering vande boete nietpas na de boeteoplegging mag wordengegeven,dus ook nietpas na gemaaktbezwaar daartegen.De advocaat-generaalmeentechter dathetmiddelfeitelijke grondslag mist,omdatde inspecteur voorafgaand aande aanslagoplegging per briefzijnvoornementothetopleggenvaneenboete ordelijk heeftgemotiveerd.
Hethofheeftgeoordeeld datde inspecteur metde door hem gestelde feitenenomstandighedenaannemelijk heeftgemaaktdat belanghebbende hetbelang bijde oogstheeftbehoudenendatde overeenkomstenenbijlagensimulatie inhouden.Door inde aangifte nietde werkelijke omzette vermelden,heeftbelanghebbende naar hetoordeelvanhethofopzettelijk eenonjuiste aangifte gedaan. Hetkomtde advocaat-generaalvoor datmethetoordeelvanhethofdatde boete is gebaseerd op de door de inspecteur gestelde feitenenomstandigheden,nietduidelijk wordtwaarop de boete exactis gebaseerd.De feitenenomstandighedendie de inspecteur in zijnverweerschriftinde procedure voor de rechtbank heeftgeschetst,zijndoor belanghebbende weersprokenenkunnenzonder een oordeelover de aannemelijkheid volgens de advocaat-generaalnietals vaststaand voor de boete dienen.Wellichtheefthethofbedoeld te verwijzennaar de feitenvaststelling tenaanzienvanhetgeschilomtrentde belastingheffing.Bijde beoordeling vanhetgeschilomtrent de belastingheffing heefthethofgebruikgemaaktvanverklaringenvanbelanghebbende.Hetlijktde advocaat-generaalmogelijk dat daaronder verklaringenzijn,die zijnafgelegd ter voldoening aanvorderingenvande inspecteur op grond vanart.47 AWR.Dat belanghebbende verklaringenherhaaltinzijneigenprocesstukken,datdeze zienop de feitelijke omstandighedenenmogelijk een ondergeschikte rolspelen,staater volgens de advocaat-generaalnietaaninde weg datbepaalde verklaringenkunnenzijn afgedwongenop grond vanart.47 AWR.
Doordathethofnietheeftgespecificeerd op grond vanwelke feitenenomstandighedende boete is gerechtvaardigd,kan– naar de advocaat-generaalmeent– nietwordenuitgeslotendatbijde boeteoplegging wilsafhankelijke verklaringenvanbelanghebbende zijn gebruiktals afgelegd op grond vanart.47 AWR.Hetkomtde advocaat-generaalvoor dathethofaldus onvoldoende inzichtheeft gegeveninde feitendie tengrondslag zijngelegd aanhandhaving vande boete.
Hethofheeftgeoordeeld datbelanghebbende opzettelijk eenonjuiste aangifte heeftgedaandoor inde aangifte uitsluitend de omzette vermeldendie voortvloeituitde opgestelde bijlagen,terwijlbelanghebbende wistdatdeze overeenkomstenenbijlagennietde in werkelijkheid metde verkoop vanhaar productendoor haar gerealiseerde omzetweergaven.Belanghebbende klaagtdathethoften onrechte opzetheeftaangenomen.Hethofheeftde aanwezigheid vanbewustheid nietinzijnuitspraak vermeld enevenminuiteengezet waarop die bewustheid zouzijngebaseerd.Zonder deze nadere motivering is hetarrestvanhethofnietnaar de eisender wetmet redenenomkleed,aldus belanghebbende.De advocaat-generaalmerktop datopzetnietalleenals intentioneelkanwordenvastgesteld, maar ook als voorwaardelijke opzet.Uitgaande vande aanwezigheid vansimulatie komthetde advocaat-generaalvoor dat belanghebbende wistdathaar aangifte,metname door verzwijging vanomzet,onjuistwas enzijdie desondanks heeftingediend, daarmee bewusthetrisico aanvaardend datdoor hetvolgenvandie aangifte eente lage aanslag zouwordenopgelegd.Hetlijktde advocaat-generaalalsdannietdenkbaar datbelanghebbende inde veronderstelling verkeerde dathaar aangifte correctzouzijnendat zijeenjuiste aangifte wilde doen.Daarop strandtditmiddel.
Aanbelanghebbende is op grond vanart.67d AWReenboete van100% opgelegd.Hethofheeftgeoordeeld datbelanghebbende, door op papier eenfictieve ondernemingsactiviteitte construerendie nietovereenstemtmetde werkelijkheid enwaardoor substantieel te weinig belasting is geheven,eenzodanig vergrijp heeftbegaandateenboete van100% vanhetbedrag vande aanslagenpassend engebodenis.Hetlijktde advocaat-generaaldatdeze motivering nietveelmeer inhoudtdaneenverwijzing naar de omstandigheden vanhetgeval.De advocaat-generaalvindtdie motivering te mager,metname ook inhetlichtvanhetuitgangspuntvanhetBBBB 1998 datde inspecteur ingevalvanopzeteenvergrijpboete oplegtvan50%,behoudens nader vastte stellenstrafverhogende omstandigheden.De enkele motivering dater substantieelte weinig belasting is geheven,is volgens de advocaat-generaal onvoldoende om te mogenoordelendathier slechts passend engebodenzouzijneenverhoging tothetmaximum van100%.Het betoog vanbelanghebbende slaagt.

Hersteluitspraak
Hethofheeftop 7 november 2012 schriftelijk uitspraak gedaan.Hethofheeftnadien,na opmerkingenhierover vande inspecteur,op 21
december 2012 eenhersteluitspraak gedaan.Hethofheeftinvier onderdelenvande (oorspronkelijke) uitspraak bedrageninguldens (f) vermeld,terwijldeze bedragenineuro’s (€) diendente luiden.Inandere onderdelenvande uitspraak heefthethofwelhetjuiste valutateken(€) gehanteerd.Inde hersteluitspraak oordeelthethofdathetpartijenbijkennisneming vande uitspraak aanstonds duidelijk is geweestdatdaarineenfoutwas geslopen,vanwege onjuiste vermelding vanvalutatekens.Hethofverbetertdie misslageninde op 7 november 2012 gedane uitspraak enneemtinde rechtsmiddelenverwijzing op dattegendie hersteluitspraak beroep incassatie kan wordeningesteld.
De advocaat-generaalmerktop dateenhersteluitspraak niettotgevolg heeftdatde oorspronkelijke uitspraak ophoudtte bestaanen door eennieuwe uitspraak wordtvervangen,maar datde oorspronkelijke uitspraak moetwordengelezenmetinachtneming vande rectificatie.De beslissing houdende de verbetering deeltderhalve inhetlotvande oorspronkelijke uitspraak indienhiertegeneen rechtsmiddelis aangewend.Mitsdienheefthethofinzijnhersteluitspraak tenonrechte eenrechtsmiddelverwijzing opgenomen.Tegen de hersteluitspraak staatinprincipe geenberoep incassatie open.Aldus de advocaat-generaal.
Belanghebbende steltdathethofbuitenhettoepassingsgebied vande herstelregeling is getredendoordatis gerectificeerd buitenhet gevalvaneenkennelijke foutdie zichvoor eenvoudig herstelleende.Belanghebbende betoogtincassatie dathethofinstrijd metde beginselenvangoede procesorde de uitspraak heeftverbeterd.
De advocaat-generaalmeentevenweldathetincasugaatom hetrechtzettenvaneenkennelijke fout,metverbetering tothetjuiste valutateken.Geletop de inhoud vande gedingstukkenlijktde advocaat-generaalde foutnietvoor redelijke twijfelvatbaar enhad het(de gemachtigde van) belanghebbende,anders dandeze betoogt,duidelijk moetenzijndathethofeenvergissing had begaan.Nutegen eenhersteluitspraak inprincipe geenafzonderlijk rechtsmiddelopenstaatende advocaat-generaalmeentdater geenredenis om in hetonderhavige gevaleenuitzondering op die regelaante nemen,achtde advocaat-generaalhetcassatieberoep vanbelanghebbende als gerichttegende hersteluitspraak niet-ontvankelijk.
Commentaar
In2001 besliste de Hoge Raad – innavolging vanhetarrestSaunders vanhetEHRM – dat:‘Geletop hetarrestSaunders brengthet
eenenander ineengevalals hetonderhavige,waarineenbelastingplichtige aanhetEVRM niethetrechtkanontlenenzichte onttrekkenaande verplichting gegevens,inlichtingenenbescheidente verstrekken,mee dateenverklaring die de betrokkene heeft afgelegd ter voldoening aandie verplichting,nietmag wordengebruikttenbehoeve vande boete-oplegging’.(HR27 juni 2001,nr. 35.889,NTFR2001/985).Inhetonderhavige gevalheefthethof– bijde beoordeling vanhetgeschilomtrentde belastingheffing – gebruikgemaaktvanverklaringenvanbelanghebbende,maar volgens belanghebbende laathethofinzijnuitspraak volledig inhet middenofdeze (afgedwongen) verklaringentevens zijngebruiktvoor hetbewijs vande aanbelanghebbende opgelegde boete.Over dit motiveringsgebrek klaagtbelanghebbende incassatie endatis volgens de advocaat-generaalterecht.Als de Hoge Raad de conclusie vande advocaat-generaalvolgt,danzaluiteindelijk eenverwijzingshofmoetenbeslissenofer zonder de afgedwongenverklaringenvan belanghebbende nog voldoende bewijs resteertvoor hetinstand houdenvande boete.
Aangezienhethofinde oorspronkelijke uitspraak tenonrechte bedrageninguldens (f) had vermeld,terwijldeze bedragenineuro’s (€) diendente luiden,heefthethofeenhersteluitspraak gedaanwaarbijhethofwelhetjuiste valutateken(€) hanteerde.Belanghebbende heeftcassatie aangetekend tegende hersteluitspraak,maar de advocaat-generaalconcludeertop grond vanvaste jurisprudentie van de Hoge Raad dattegeneenhersteluitspraak geenrechtsmiddelkanwordenaangewend (zie o.a.HR3 februari 2012,nr.10/05475, NTFR2012/393).Tegende oorspronkelijke uitspraak voertbelanghebbende incassatie aandatherstelnietmogelijk is omdatinhet onderhavige gevalhetdictum naadloos aanslootbijde overwegingeninde uitspraak (zowelinhetdictum als inde overwegingeninde uitspraak warende bedragenfoutiefinguldens vermeld).De advocaat-generaalconcludeertechter dathet(de gemachtigde van) belanghebbende duidelijk had moetenzijndathethofeenkenbare (valuta)vergissing had begaandie herstelbaar was.Zie voor een recente beschouwing over hersteluitsprakenP.Fortuin,‘Hersteluitspraken’,NTFR-B 2014/24.
[1]Igor Thijssenis verbondenaanKanPiek Fiscale Advocatuur te Amsterdam
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2014-2540 Datum:14-4-2016 14:42:03
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op