Over schadevergoeding ex art. 8:73 Awb (oud) is wettelijke rente verschuldigd vanaf datum onrechtmatige besluit

  

Over schadevergoeding ex art. 8:73 Awb (oud) is wettelijke rente verschuldigd vanaf datum onrechtmatige besluit

Gepubliceerd in: NTFR 2014/1263
Datum: 11-04-2014
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2014/1263 Over schadevergoeding ex art.8:73 Awb (oud)is wettelijke rente verschuldigd vanafdatum onrechtmatige besluit
Hoge Raad11april2014,nr.12/03435
2000Brondocument Awb-art. 8:73
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen Auteur
BNB
ECLI
mr. M.H.W.N. Lammers 2014/181
ECLI:NL:HR:2014:837
Samenvatting
HofAmsterdam (31 mei 2012,nr.11/00820,NTFR2012/1749) heeftonder hetoude recht– datwilzeggenvóór invoering vanart.7:15
Awb per 12 maart2002 – op de voetvanart.8:73 Awb (oud) eenschadevergoeding toegekend voor de kostenvanrechtsbijstand inde bezwaarfase.Hethofheeftindatverband geoordeeld datde schadevergoeding moetwordenvermeerderd metde wettelijke rente vanafde datum waarop hetonrechtmatige besluitis genomen,althans vanafhetmomentdathetonrechtmatige besluitschade totgevolg heeft.De staatssecretaris heeftdaartegencassatieberoep ingesteld.Hetcassatiemiddelbetoogtdatpas vanafhetmomentwaarop eenverzoek totvergoeding vaninde bezwaarfase gemaakte kostenwordtgedaan,de wettelijke rente verschuldigd kanworden. Volgens de Hoge Raad faaltditmiddel.De termijnwaarover wettelijke rente vergoed moetworden,begintmeteente lopenna het ontstaanvande schade.Derhalve nietpas nadateenverzoek totschadevergoeding is gedaan.
Feiten
3.1.HetHofheeftgeoordeeld datde aanbelanghebbende toe te kennenschadevergoeding wegens inde bezwaarfase gemaakte
kostenvanrechtsbijstand moetwordenvermeerderd metde wettelijke rente vanafde (door belanghebbende op praktische gronden bepleite) datum waarop de Inspecteur de door hetHofvernietigde uitsprakenop bezwaar heeftgedaan(1 oktober 2002). HetHofheeftdaartoe overwogendatop grond vanartikel6:119 BW wettelijke rente is verschuldigd vanafhetmomentwaarop de vordering totschadevergoeding opeisbaar is gewordenendatuitartikel6:83,aanhefenletter b,BW volgtdateenvordering tot schadevergoeding uitonrechtmatige daad terstond opeisbaar is.HetHofheeftzichvervolgens aangeslotenbijde vaste jurisprudentie vande algemene bestuursrechter datdaarom eenverzoek totschadevergoeding wegens rentederving ingevalvaneenonrechtmatig genomenbesluittoewijsbaar is vanafde datum waarop hetdesbetreffende besluitgenomenis,althans vanafhetmomentdathet onrechtmatig genomenbesluitschade totgevolg heeft.
Geschil
3.2.Hetmiddelrichtzichtegen‘s Hofs hiervoor in3.1,eerste alinea,weergegevenoordeel.Hetmiddelbetoogtdatartikel8:73 Awb
vereistdateenverzoek totvergoeding vaninde bezwaarfase gemaakte kostenwordtgedaanendatpas vanafhetmomentwaarop dit verzoek is gedaande wettelijke rente verschuldigd kanworden.
Rechtsoverwegingen
Hetmiddelfaaltop de grondenuiteengezetinde onderdelen5.5 totenmet5.8 vande conclusie vande Advocaat-Generaal.De
omstandigheid datartikel8:73 Awb eenzogenoemde ‘kan-bepaling’ is,op grond waarvande bestuursrechter bevoegd is om te beslissenop eenverzoek om eenschadevergoeding,maar ook kanbesluiteneendergelijk verzoek buitenbehandeling te laten,kande Staatssecretaris nietbaten.Die omstandigheid brengtnietmee dathetrechtop schadevergoeding eerstontstaatdoor de veroordeling door de bestuursrechter.Ditrechtvloeitrechtstreeks voortuitde onrechtmatige daad.De veroordeling door de bestuursrechter heeftin zoverre nieteenconstitutief,maar eendeclaratoir karakter.
(Volgtongegrondverklaring.)
Conclusieadvocaat-generaal
5.5.Uitde totstandkomingsgeschiedenis vanartikel8:73 Awb blijktdatbijde beoordeling vaneenop ditartikelgebaseerd verzoek
moetwordenaangeslotenbijhetalgemene civielrechtelijke schadevergoedingsrecht.Daarinis als uitgangspunttotuitdrukking gebracht:‘metde regeling wordtgeenwijziging beoogd vanhetgeldende,materiële,schadevergoedingsrecht’ en‘de criteria die de administratieve rechter zalhanterenbijde beantwoording vande vraag ofer aanspraak op schadevergoeding bestaat,zijndezelfde als de criteria die de civiele rechter hanteertbijde afdoening vangeschillenter zake vanonrechtmatige overheidsdaad.’
5.6.Ik merk op datdaaraanslechts kanwordenafgedaanindientenaanzienvaneenbepaalde schadepostspecifieke wettelijke regels gelden,zoals eenwettelijke regeling omtrentvergoeding vaninvorderingsrente ofheffingsrente.Incasuis echter geensprake vanenige toepasselijke afwijkende wettelijke regeling.Datbetekentdathier vantoepassing is de algemene civielrechtelijke regeling omtrenthet verschuldigd wordenvande wettelijke rente.
5.7.Ingevolge artikel6:119,lid 1,BW bestaatde schadevergoeding,verschuldigd wegens vertraging inde voldoening vaneen geldsom,inde wettelijke rente vandie som over de tijd datde schuldenaar metde voldoening daarvaninverzuim is geweest. 5.8.Incasugaathetom eenverbintenis uitde wet(dus nietuitovereenkomst),namelijk op grond vanonrechtmatige (overheids)daad. Alsdantreedtverzuim reeds inzonder ingebrekestelling.Uitartikel6:83 BW volgtdathetverzuim intreedtzonder ingebrekestelling, voorzover hier vanbelang,wanneer de verbintenis voortvloeituitonrechtmatige daad ofstrekttotschadevergoeding.Indatgevaltreedt hetverzuim terstond inenbegintde termijnwaarover wettelijke rente vergoed moetwordenmeteente lopenna hetontstaanvande

schade.Derhalve nietpas nadatingebreke is gesteld,incasuinde vorm vaneenverzoek totvergoeding vande wettelijke vertragingsrente.
Commentaar
Op 11 april2014 heeftde Hoge Raad arrestgewezenover de vraag ofrenteschade vergoed moetwordenover eentoegekende
schadevergoeding voor proceskosten(exart.8:73 Awb inde situatie vóór 12 maart2002) envanafwelke datum de rente vergoed moet worden.
De Hoge Raad bevestigtinditarrestdatde fiscale rechter bijde beoordeling vaneenvordering totschadevergoeding op grond vanart. 8:73 Awb moetaansluitenbijde criteria die geldenvoor de civiele rechter.Ditbetekentdatde fiscale rechter moetbeoordelenof sprake is vaneenonrechtmatige daad door hetbestuursorgaan(art.6:162 BW).Is dathetgeval,dankomtde belastingplichtige in aanmerking voor eenschadevergoeding.Die schadevergoeding bestaatinditgevaluithetvergoedenvande proceskosteninde bezwaarfase.Over de hoogte vandie schadevergoeding moethetbestuursorgaanook de rentederving vergoeden.De termijnhiervoor looptvanafde datum vanhetonrechtmatige besluit.Daarmee sluitde Hoge Raad aanbijde conclusie vanA-GIJzermanvan4 oktober 2013 (nr.12/03435,NTFR2013/2227,metcommentaar vanThijssen).
De reikwijdte vanditarrestvoor de praktijk is echter beperkt.Metingang van12 maart2002 wordtimmers een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend op basis vanart.7:15 Awb.Uitdatartikelvolgtdatde belastingplichtige recht heeftop eenvergoeding vande redelijkerwijs door hem gemaakte kosteninverband metde behandeling vanhetbezwaarschrift.Om voor deze vergoeding inaanmerking te kunnenkomen,moetaandrie voorwaardenzijnvoldaan,te weten1.de belastingplichtige heeft de kostenredelijkerwijs moetenmaken,2.de belastingplichtige heefttijdens de bezwaarprocedure om vergoeding vande kosten gevraagd en3.de heroverweging inde bezwaarfase leidttotherroeping vanhetbestredenbesluitwegens aanhetbestuur te wijten onrechtmatigheid.Indienaandeze voorwaardenwordtvoldaan,wordtop basis vanhetforfaitaire systeem eenkostenvergoeding toegekend.Ditforfaitaire systeem staater vermoedelijk aaninde weg om rentederving over de toegekende proceskostenvergoeding te claimen.
De Centrale Raad vanBeroep oordeelde over zo’nverzoek datde wetgever inde Awb enhetBpb uitdrukkelijk heeftbeoogd een exclusieve enuitputtende regeling te treffenvoor de vergoeding vankosteninverband metde behandeling vaneenbezwaarschrift. Deze keuze vande wetgever staat,inde ogenvande Raad,de toepasselijkheid vanart.8:73 Awb bijhettoekennenvaneen schadevergoeding bestaande uitvergoeding vande rentederving over eenproceskostenvergoeding inde weg (CRvB 18 juli 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY5578;CRvB 11 september 2013,ECLI:NL:CRVB:2013:1777).
De Hoge Raad heefttotop hedennog geenoordeelgeveld over de vraag ofbijhettoekennenvaneenproceskostenvergoeding op grond vanart.7:15 Awb ook eenschadevergoeding exartikel8:73 Awb kanwordentoegekend voor de gederfde rente over de proceskostenvergoeding.Geletop de gewenste eenheid binnenhetbestuursprocesrechtligthetinde lijnder verwachting datde Hoge Raad aansluiting zoektbijhetoordeelvande Centrale Raad vanBeroep.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2014-1263 Datum:25-4-2016 13:07:29
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op