Proceskostenvergoeding voor onjuiste automatische voorlopige aanslag

  

Proceskostenvergoeding voor onjuiste automatische voorlopige aanslag

Gepubliceerd in: NTFR 2011/950
Datum: 10-03-2011
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2011/950 Proceskostenvergoeding voor onjuiste automatische voorlopige aanslag
HofAmsterdam10maart2011,nr.09/00745
2009Brondocument Awb-art. 7:15
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen Auteur
LJN
ECLI
mr. M.H.W.N. Lammers BP8969
ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8969
Samenvatting
Aanbelanghebbende is over hetjaar 2008 eenvoorlopige aanslag IB/PVV opgelegd.Deze aanslag is metbehulp vanhet
computersysteem vande inspecteur automatischvastgesteld enis gebaseerd op de bijde inspecteur bekende gegevens uithetmeest recente belastingjaar,waaronder eendoor belanghebbende opgegevendividenduitkering van€ 35.600 in2007.Belanghebbende maakthiertegenbezwaar,omdatde dividenduitkering in2007 eenmalig was.Voorts verzoektbelanghebbende inzijnbezwaarschriftom eenproceskostenvergoeding.Hethofis vanoordeeldatde inspecteur bijhetopleggenvanvoorlopige aanslagennieteenonbeperkte beslissingsmarge toekomt.Inhetonderhavige gevalheeftde inspecteur bijhetvaststellenvande voorlopige aanslag nietde nodige zorgvuldigheid inachtgenomen.Doordatde aanslag geheelgeautomatiseerd is verwerktheeftde inspecteur nietonderkend dathet voordeeleenmalig werd genoten.Hetrisico datde voorlopige aanslag toteente hoog bedrag wordtvastgesteld,komtvoor rekening vande inspecteur.
(Hoger beroep gegrond.)
Commentaar
Bijhetvaststellenvaneenvoorlopige aanslag moeteenaantalaspecteninde beoordeling wordenbetrokken.Rekening moetermee
wordengehoudendathetgaatom beschikkingenmeteenvoorlopig karakter die ineenmassaalproces wordenvastgesteld.Hierbij heeftde inspecteur eenzekere marge.Deze marge wordtechter beperktdoor de beginselenvanbehoorlijk bestuur.De inspecteur moetnamelijk inredelijkheid handelenbijhetvaststellenvande voorlopige belastingschuld.Deze beoordelingsmarge wordtindeze zaak door de rechtbank anders toegepastdandoor hethof.
De rechtbank is vanoordeeldatde inspecteur mochtuitgaanvande gegevens uithetjaar 2007.Indatjaar had de belanghebbende een dividenduitkering genoten.Deze uitkering was als winstuitaanmerkelijk belang inde aangifte verantwoord.De rechtbank is vanoordeel datde inspecteur uitde aangifte nietkonafleidendathethier om eenincidentele dividenduitkering ging.De rechtbank was danook van oordeeldatde inspecteur inredelijkheid endus zorgvuldig had gehandeld.
Hethofdaarentegenis vanoordeeldatde inspecteur ook naar andere feitenenomstandighedenhad moetenkijken.Inhetjaar 2007 werd hettariefvande aanmerkelijkbelangwinsteenmalig verlaagd,waardoor veeldirecteuren-grootaandeelhouders zijnovergegaantot eeneenmalige dividenduitkering.Daarnaaststelthethofvastdatals de inspecteur ook naar de aangiftenvanvóór 2007 had gekeken, hijdaaringeendividenduitkeringenhad aangetroffen.Totslotoverweegthethofdatde werkwijze vanautomatischafdoening vanhet vaststellenvaneen(onjuiste) voorlopige aanslag voor rekening vande inspecteur moetkomen.
Volgens hethofheeftbelanghebbende kostenmoetenmakenom de onjuiste vaststelling vande voorlopige aanslag ongedaante maken.Deze kostendienenvoor rekening vande inspecteur te komen.Hethofveroordeeltde inspecteur danook inde proceskosten van€ 80,50 inde bezwaarfase.Om totdeze vergoeding te komenheeftde belanghebbende echter ook kostenvoor de beroepsfase en de hoger beroepsfase moetenmaken.Ook deze kosten(totaal€ 1.669) dienendoor de inspecteur aande belanghebbende te worden vergoed.
Alles bijelkaar afwegend is hetbegrijpelijk dateenbelastingplichtige totheteinde doorgaatom zijn‘gelijk’ te halen.Hetis echter de vraag ofde inspecteur indeze procedures nietpragmatischer moetoptreden.De aard vanbezwaarschriftentegeneenvoorlopige aanslag kaninde meeste gevallenals eenvoudig wordengekwalificeerd.Hierdoor behoorteenproceskostenvergoeding tegeneen gewichtvan0,5 (zoals hethofindeze zaak toekent) totde mogelijkheden.Indatgevalzoude Staatder Nederlanden€ 80,50 kwijtzijn geweest.Eenstuk goedkoper dus dande proceskostenvergoeding die numoetwordenbetaald,waarbijnog geenrekening is gehoudenmetde werkelijke kostenvande rechtbank,hethofende kostenaande zijde vande Belastingdienst(indienen verweerschriftenenaanwezigheid ter zitting vande rechtbank enhethof).
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2011-950 Datum:28-4-2016 11:39:58

Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op