Rechtbank legt overgangsrecht BPB op voor belanghebbende gunstige wijze uit

  

Rechtbank legt overgangsrecht BPB op voor belanghebbende gunstige wijze uit

Gepubliceerd in: NTFR 2016/858
Datum: 11-02-2016
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2016/858 Rechtbank legtovergangsrechtBPB op voor belanghebbende gunstige wijze uit
Rechtbank Gelderland11februari2016,nr.15/4798 en 15/4799
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur
2015Brondocument betere positie,
samenhangende zaken Awb-art. 7:15
BPB-art. 3
mr. M.H.W.N. Lammers
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2016:654
Samenvatting
De inspecteur heeftintwee vergelijkbare zakenvandezelfde belastingplichtige uitsprakenop bezwaar gedaanin2014 zonder een
beslissing over de proceskostente nemen.In2015 volgtdie beslissing alsnog.Daarbijis éénkeer eenvergoeding toegekend voor de twee zakensamen,omdatvolgens de inspecteur de tekstvanhetnieuwe Besluitproceskostenbestuursrecht(BPB) moetworden toegepastwaardoor de zakenals samenhangend kwalificeren.Ingeschilis ofdatterechtis.
Rechtbank Gelderland oordeeltdatde inspecteur de oude tekstvanhetBPB had moetentoepassen,omdatde beslissing over de kostenop grond vanart.7:15,lid 3,Awb inde uitsprakenop bezwaar had moetenwordenneergelegd.De latere beslissing over de kostencomplementeertde uitsprakenop bewaar.Voor hetovergangsrechtis daarom de datum vande uitsprakenop bezwaar in2014 hetuitgangspunt.Om die redenis,vanwege de lange tijd tussende indiening vande bezwaarschriften,geensprake van samenhangende zaken.Hetberoep is gegrond.Hoeweluitart.IIvanhetovergangsrechtvolgtdatde rechtbank watde proceskostenvergoeding betreftnuook voor de bezwaarfase de nieuwe regeling over samenhangende zakenmoettoepassen,is de rechtbank vanoordeeldatdeze ongerijmde uitkomstineengevalals ditnietde bedoeling vande wetgever kanzijngeweest.De vernietiging vande uitsprakenop bezwaar door de rechtbank wegens eenverkeerde beslissing over de proceskostenzoudanimmers zinloos worden,omdatdeze belanghebbende nietinde vereiste betere positie kanbrengen.De rechtbank begrijptditdeelvanhet overgangsrechtdaarom zo datineengevalals dit,waarinalleenwordtgeprocedeerd over de proceskostenende uitkomstis datde inspecteur de oude tekstvanhetBPB had moetentoepassenendater daarom geensprake is vansamenhangende zaken,het overgangsrechtvoor de bezwaarfase alleenzietop de toepassing vanhettarief,datonder hetnieuwe Besluitiets hoger is endus gunstiger voor belanghebbende.Voor de proceskostenvergoeding voor de beroepsfase pastde rechtbank welhetnieuwe Besluitinzijn geheeltoe,zodatdaarvoor welde nieuwe regeling over samenhangende zakengeldt.
(Beroep gegrond.)
Commentaar
Vanaf1 januari 2015 is de regeling inhetBPB die zietop samenhangende zakenverruimd.Voor eensamenhangende zaak is niet
langer vereistdatde bezwarenofberoepen(i) (nagenoeg) gelijktijdig zijningediend,(ii) zijngerichttegen(nagenoeg) identieke besluitenen(iii) zijngebaseerd op vergelijkbare gronden.Voldoende is dathetbestuursorgaanofde bestuursrechter de bezwarenof beroepen(nagenoeg) gelijktijdig behandelt,sprake is vandezelfde gemachtigde ende ‘werkzaamhedeninelk vande zakennagenoeg identiek kondenzijn’.
Inde onderhavige zaak is in2014 uitspraak op bezwaar gedaan,waarindoor de inspecteur nietis beslistop hetverzoek om een proceskostenvergoeding.Tegendeze (inhoudelijke) uitspraak op bezwaar is belanghebbende nietinberoep gekomen.In2015 beslist de inspecteur alsnog op hetverzoek totvergoeding vande proceskosten.Tegendie beslissing gaatbelanghebbende welinberoep.In geschilis ofbijde beoordeling vanhetverzoek om proceskostenvergoeding de regeling uit2014 ofuit2015 moetwordentoegepast. Indiende regeling van2015 moetwordentoegepast,is sprake vansamenhangende zakenzodateenbeperkte(re) proceskostenvergoeding kanwordentoegekend.Ditstandpuntbepleitde inspecteur.Belanghebbende daarentegenis vanmening dat de regeling uit2014 moetwordengehanteerd.
De rechtbank haaltals toetsingskader HR14 november 2014,nr.14/00760,NTFR2014/2820,aan.Inditarrestoverwoog de Hoge Raad datde hoofdregelis datop eenverzoek totvergoeding vanproceskostenwordtbeslistbijuitspraak op bezwaar.Indiende inspecteur ditheeftnagelatenenop eenlater momentalsnog eenbeslissing neemtover de proceskosten,heeftditte geldenals een (afzonderlijke) beslissing op bezwaar,waartegenafzonderlijk beroep bijde rechtbank kanwordeningesteld.De Hoge Raad voegt daaraantoe,datindien(tijdig) beroep is ingesteld tegenhetbesluitop bezwaar,datberoep wordtgeachtmede te zijngerichttegeneen nadiengenomenbeslissing op bezwaar.Ineendergelijk gevalis hetdus nietnodig afzonderlijk beroep inhetstellentegende later alsnog genomenbeslissing over vergoeding vande kosten.Deze oplossing kaninde onderhavige zaak echter nietwordentoegepast, omdatbelanghebbende geenberoep heeftingesteld tegende inhoudelijke beslissing op bezwaar.De rechtbank lostditterechtop door eenafzonderlijke beslissing over proceskostengelijk te stellenmeteenbeslissing op bezwaar zodatde rechtsbescherming vande burger is gewaarborgd.
Voor watbetrefthetbepalenvande proceskostenvergoeding oordeeltde rechtbank datmoetwordenaangeslotenbijhetmoment waarop de inhoudelijke uitspraak op bezwaar is gedaanenniethetmomentwaarop hetgebrek (geenbeslissing over proceskostenvergoeding) inde uitspraak op bezwaar is hersteld,ook alheeftditte geldenals eenapartbesluit(vanlatere datum).De conclusie vande rechtbank is datde regeling zoals die gold in2014 moetwordentoegepast,zodatgeensprake is vansamenhangende zakenendus rechtbestaatop tweemaalproceskostenvergoeding inde bezwaarfase.

Bijhettoekennenvande proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase staatde rechtbank tenslotte voor eennoemenswaardig contra
legemdilemma.Nadatde rechtbank heeftvastgesteld datde inspecteur hetBPB onjuistheefttoegepast,moetvolgens de letterlijke tekstvanhetovergangsrechttochde nieuwe regeling wordengehanteerd omdatinberoep eenafwijkende (overgangs)regeling geldt
voor eenveroordeling inde kostenvande bezwaarfase.De rechtbank erkentnaar mijnmening terechtdathetovergangsrechtnietheeft voorzieninde situatie zoals thans onderhavig,enlaatrechtsbescherming bovenbotte wetstoepassing gaan.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2016-858 Datum:28-4-2016 11:23:37
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op