Schadevergoeding ex art. 8:73 Awb (oud) voor kosten van rechtsbijstand in bezwaarfase

  

Schadevergoeding ex art. 8:73 Awb (oud) voor kosten van rechtsbijstand in bezwaarfase

Gepubliceerd in: NTFR 2014/1262
Datum: 11-04-2014
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2014/1262 Schadevergoeding ex art.8:73 Awb (oud) voor kosten van rechtsbijstand in bezwaarfase
Hoge Raad11april2014,nr.12/03373
2002Brondocument Awb-art. 8:73
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen Auteur
BNB
ECLI
mr. M.H.W.N. Lammers 2014/180
ECLI:NL:HR:2014:836
Samenvatting
HofAmsterdam (NTFR2012/1674) heeftonder hetoude recht– datwilzeggenvóór invoering vanart.7:15 Awb per 12 maart2002 – in
procedures over drie belastingaanslagen(1993,1996 en1997) op de voetvanart.8:73 Awb (oud) eenschadevergoeding toegekend voor de kostenvanrechtsbijstand inde bezwaarfase.De staatssecretaris heeftdaartegencassatieberoep ingesteld.De Hoge Raad overweegtdatexart.8:73 Awb (oud) schadevergoeding kanwordentoegekend bijeengegrond beroep.Ditbetekentechter nietdatde vergoeding is beperkttotschade gerelateerd aangeschilpuntenwaarvoor de belanghebbende inberoep inhetgelijk is gesteld.Een kostenveroordeling is ook mogelijk voor schade die is gerelateerd aangeschilpuntenwaarvoor de belanghebbende albijuitspraak op bezwaar inhetgelijk is gesteld.Verder oordeeltde Hoge Raad datover de toegekende schadevergoeding wettelijke rente is verschuldigd vanafde datum waarop hetonrechtmatige besluitis genomen,althans vanafhetmomentdatdatbesluitschade totgevolg heeft.Hetrechtop schadevergoeding ontstaatdus nietpas bijde veroordeling door de bestuursrechter.
Feiten
3.1.Incassatie kanvanhetvolgende wordenuitgegaan.
3.1.1.Aan(rechtsvoorgangers van) belanghebbende zijnonder meer (navorderings)aanslageninde vennootschapsbelasting opgelegd over de jaren1993,1996 en1997.De daarop betrekking hebbende beroepsprocedures bijhetHofbetroffenonder meer de vraag ofde Inspecteur terechtcorrecties heefttoegepastter zake vanrentekosten(hierna:de rentecorrecties).
3.1.2.Over hetjaar 1993 heeftde Inspecteur twee navorderingsaanslagenopgelegd;de eerste navorderingsaanslag zag op een ‘correctie vrijvalRAER’,grootf 6.945.821,ende tweede navorderingsaanslag zag op eenrentecorrectie,grootf 961.622.HetHof oordeelde datde ‘correctie vrijvalRAER’ geheeltenonrechte was toegepast,maar lietde eerste navorderingsaanslag gedeeltelijk in stand omdatdaaraan– bijwijze vaninterne compensatie – alsnog de voormelde rentecorrectie tengrondslag werd gelegd,welke correctie hetHoftoteenbedrag vanf 868.642 juistachtte.De tweede navorderingsaanslag werd inberoep vernietigd. 3.1.3.Bijhetopleggenvande aanslag voor hetjaar 1996 heeftde Inspecteur op hetaangegevenbelastbare bedrag eenaantal correcties aangebracht,waaronder eenrentecorrectie.Inzijnuitspraak op bezwaar heeftde Inspecteur deze rentecorrectie (nader) gesteld op f 50.655.De aldus verminderde correctie is inberoep instand gebleven.
3.1.4.Bijhetopleggenvande aanslag voor hetjaar 1997 heeftde Inspecteur op hetaangegevenbelastbare bedrag eenaantal correcties aangebracht,waaronder eenrentecorrectie.Inzijnuitspraak op bezwaar heeftde Inspecteur deze rentecorrectie (nader) gesteld op f 16.059.De aldus verminderde correctie is inberoep instand gebleven.
Geschil
3.2.Voor hetHofwas ingeschiltotwelk bedrag belanghebbende rechtheeftop schadevergoeding wegens kostenvaninde
bezwaarfase verleende rechtsbijstand.Voor hetHofwarenpartijentotovereenstemming gekomendat40 percentvandeze kostenkan wordentoegerekend aan(de bestrijding van) de rentecorrecties.
HetHofheeftgeoordeeld datvandeze 40 percenteengedeelte,door hetHofingoede justitie vastgesteld op 75 percent,voor vergoeding inaanmerking komt.HetHofheeftvoorts geoordeeld datde gehele toe te kennenschadevergoeding moetworden vermeerderd metde wettelijke rente vanafde dag vanbetaling door belanghebbende vandie kosten.
Tegendeze oordelenkerenzichde middelen.
Rechtsoverwegingen
3.3.1.MiddelIbetoogtinde eerste plaats dathetHoftenonrechte op de voetvanartikel8:73 Awb eenvergoeding heefttoegekend
voor kostendie zijnontstaantijdens de bezwaarfase endie uitsluitend zijntoe te rekenenaancorrecties die reeds bijuitspraak op bezwaar zijnteruggenomen.Hetmiddelverdedigtde opvatting datvoor eenvergoeding vandie kostenop de voetvanartikel8:73 Awb geenplaats is.
3.3.2.Artikel8:73,lid 1,Awb bepaaltdatindiende rechtbank hetberoep gegrond verklaart,zij,indiendaarvoor grondenzijn,op verzoek vaneenpartijhetbestuursorgaankanveroordelentotvergoeding vande schade die die partijlijdt.De gestelde voorwaarde vaneen gegrond beroep zietop de beslissing (hetdictum) bedoeld inartikel8:70,letter d,Awb.De bevoegdheid vande rechter het bestuursorgaante veroordelentotvergoeding vanschade die de partijlijdt,is nietbeperkttotschade gerelateerd aangeschilpunten waarvoor de belanghebbende inberoep inhetgelijk is gesteld.De op grond vanartikel8:73 Awb toe te kennenschadevergoeding heeft betrekking op alle schade die eenpartijals gevolg vanhetdoor de inspecteur onrechtmatig genomenbesluitheeftgeledenenwaarvoor wordtvoldaanaande vereistenvoor de toekenning vaneenschadevergoeding op grond vanartikel6:162 BW.Derhalve is een kostenveroordeling ook mogelijk voor schade die is gerelateerd aangeschilpuntenover hetgenomenbesluitwaarvoor de belanghebbende bijuitspraak op bezwaar inhetgelijk is gesteld.MiddelIfaaltinzoverre.
3.3.3.MiddelIkeertzichvoor hetoverige meteenmotiveringsklachttegende hoogte vande door hetHoftoegekende

schadevergoeding ter zake vande rentecorrecties.Hetmiddelconcludeertdatde door hetHoftoegekende schadevergoeding voor de tenonrechte toegepaste rentecorrecties (75 percentvande terzake door partijenovereengekomen40 percentvande kostenvan rechtsbijstand) primair geheelbuitende berekening dientte blijven,ofsubsidiair moetwordenvervangendoor 30 percentvan40 percent.
Hetmiddelfaaltook inzoverre.HetHofheeftzijnoordeeldienaangaande ingoede justitie gebaseerd op zijnvaststellingendatde bijde (navorderings)aanslagenvoor de jaren1993,1996 en1997 toegepaste rentecorrecties intotaalf 3.009.217 bedroegenendatvandie correcties uiteindelijk f 935.356 instand is gebleven.Deze vaststellingenheefthetHofblijkens zijnrechtsoverwegingen3.14.4,3.16.4 en 3.17 mede gebaseerd op de door belanghebbende bijhaar briefvan19 oktober 2011 gevoegde specificaties.Deze vaststellingen vormeneenvoldoende dragende grond voor ‘s Hofs ingoede justitie gegevenoordeelomtrentde toerekening vanrechtsbijstand.Dat oordeelis ook nietonbegrijpelijk.
3.4.MiddelIIkeertzichtegen’s Hofs oordeeldatover de toegekende schadevergoeding wettelijke rente is verschuldigd vanafde datum waarop hetdesbetreffende besluitgenomenis,althans vanafhetmomentdathetonrechtmatig genomenbesluitschade totgevolg heeft. Hetmiddelbetoogtdaartoe datartikel8:73 Awb vereistdateenverzoek totvergoeding vandeze kostenwordtgedaanendatpas vanaf hetmomentwaarop ditverzoek is gedaande wettelijke rente verschuldigd kanworden.
Hetmiddelfaaltop de grondenuiteengezetinde onderdelen6.32 totenmet6.35 vande conclusie vande Advocaat-Generaal.De omstandigheid datartikel8:73 Awb eenzogenoemde ‘kan-bepaling’ is,op grond waarvande bestuursrechter bevoegd is om te beslissenop eenverzoek om eenschadevergoeding,maar ook kanbesluiteneendergelijk verzoek buitenbehandeling te laten,kande Staatssecretaris nietbaten.Die omstandigheid brengtnietmee dathetrechtop schadevergoeding eerstontstaatdoor de veroordeling door de bestuursrechter.Ditrechtvloeitrechtstreeks voortuitde onrechtmatige daad.De veroordeling door de bestuursrechter heeftin zoverre nieteenconstitutief,maar eendeclaratoir karakter.
(Volgtongegrondverklaring.)
Conclusieadvocaat-generaal
6.32.Uitde totstandkomingsgeschiedenis vanartikel8:73 Awb blijktdatbijde beoordeling vaneenop ditartikelgebaseerd verzoek
moetwordenaangeslotenbijhetalgemene civielrechtelijke schadevergoedingsrecht.Daarinis als uitgangspunttotuitdrukking gebracht:‘(metde) regeling wordtgeenwijziging beoogd vanhetgeldende,materiële,schadevergoedingsrecht’ en‘de criteria die de administratieve rechter zalhanterenbijde beantwoording vande vraag ofer aanspraak op schadevergoeding bestaat,zijndezelfde als de criteria die de civiele rechter hanteertbijde afdoening vangeschillenter zake vanonrechtmatige overheidsdaad.’
6.33.Ik merk op datdaaraanslechts kanwordenafgedaanindientenaanzienvaneenbepaalde schadepostspecifieke wettelijke regels gelden,zoals eenwettelijke regeling omtrentvergoeding vaninvorderingsrente ofheffingsrente.Incasuwas echter geensprake vanenige toepasselijke afwijkende wettelijke regeling.Datbetekentdathier vantoepassing is de algemene civielrechtelijke regeling omtrenthetverschuldigd wordenvande wettelijke rente.
6.34.Ingevolge artikel6:119,lid 1,BW bestaatde schadevergoeding,verschuldigd wegens vertraging inde voldoening vaneen geldsom,inde wettelijke rente vandie som over de tijd datde schuldenaar metde voldoening daarvaninverzuim is geweest. 6.35.Incasugaathetom eenverbintenis uitde wet(dus nietuitovereenkomst),namelijk op grond vanonrechtmatige (overheids)daad. Alsdantreedtverzuim reeds inzonder ingebrekestelling.Uitartikel6:83 BW volgtdathetverzuim intreedtzonder ingebrekestelling,voor zover hier vanbelang,wanneer de verbintenis voortvloeituitonrechtmatige daad ofstrekttotschadevergoeding.Indatgevaltreedthet verzuim terstond inenbegintde termijnwaarover wettelijke rente vergoed moetwordenmeteente lopenna hetontstaanvande schade. Derhalve nietpas nadatingebreke is gesteld,incasuinde vorm vaneenverzoek totvergoeding vande wettelijke vertragingsrente.
Commentaar
Voor hetcommentaar bijditarrestverwijs ik naar mijncommentaar bijHR11 april2014,nr.12/03373,NTFR2014/1263.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2014-1262 Datum:25-4-2016 15:05:26
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op