Verlengde navorderingstermijn ook van toepassing op forfaitair rendement buitenlandse beleggingsinstelling

  

Verlengde navorderingstermijn ook van toepassing op forfaitair rendement buitenlandse beleggingsinstelling

Gepubliceerd in: NTFR 2015/3022
Datum: 04-09-2015
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2015/3022 Verlengde navorderingstermijn ook van toepassing op forfaitair rendementbuitenlandse beleggingsinstelling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2357 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2358 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2359 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2360 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2361 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2362 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2363 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2364 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2365 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2366 Rechtbank Zeeland-West-Brabant04september2015,nr.10/2367
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur
1997 tot en met 2006Brondocument buitenlands inkomen,
informatieverplichtingen, omkering en verzwaring van de bewijslast, redelijke schatting
AWR-art. 16
Wet IB 2001-art. 4.14
mr. M.H.W.N. Lammers
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2015:6010
Samenvatting
Wijlenbelastingplichtige (erflater) was de uiteindelijk gerechtigde vanA bv.A bvheeftlicentieovereenkomstengeslotenmetE AGte
Liechtenstein.Uithoofde vande licentieovereenkomstenheeftA bvbetalingenverrichtaanE AG.ZowelbijA bvals bijerflater zijn boekenonderzoekenverricht.Naar aanleiding vande bevindingenuithetboekenonderzoek heeftde inspecteur zichop hetstandpunt gesteld daterflater ook de uiteindelijk gerechtigde was vanE AGendatrekening moetwordengehoudenmeteenforfaitair voordeel over hetvermogenvanE AG,omdathetbelang inE AGeenbelang ineenbuitenlandse beleggingsinstelling vormt.Partijenzijnheter inmiddels over eens datde betalingenuithoofde vande licentieovereenkomstenals uitdeling vanA bvaan– uiteindelijk – erflater moetenwordenaangemerkt,omdater geenprestatie tegenover stond.
Ingeschilis teneerste ofde verlengde navorderingstermijnvantoepassing is.De rechtbank is vanmening vanwel.Vanopkomeninhet buitenland is ook sprake indiendegene die inhetbuitenland rechtheeftop eenbedrag,zichdatbedrag inNederland laatbetalen.Door toepassing vanhetforfaitvoor buitenlandse beleggingsinstellingenwordteenbedrag aanfictieve inkomstenuithetbuitenlandse belang belast.Hetforfaitaire rendementkomtuiteenbuitenlands vermogen,zodatde verlengde navorderingstermijnvantoepassing is.Voorts zijnde licentiebetalingendoor A bvaanE AGvanafeenDuitse bankrekening gedaan.Ook daarop kande verlengde navorderingstermijnwordentoegepast.
Omdaterflater nietaanzijninformatieverplichtingenheeftvoldaan,is de omkering vande bewijslastvantoepassing.Belanghebbenden (de erven) wetenonder meer nietovertuigend aante tonendatzijnietde uiteindelijk gerechtigdenvanE AGzijnendatde aanslagente hoog zijnvastgesteld.De inspecteur heefteenredelijke schatting gemaaktvande hoogte vande aanslagen.
Conform heteensluidende standpuntvanpartijenvernietigtde rechtbank de opgelegde boeteninverband methetoverlijdenvanerflater. (Beroep gegrond.)
Commentaar
Art.16,lid 4,AWRbepaaltdatde navorderingstermijnvoor vermogensbestanddelendie inhetbuitenland wordengehoudenofzijn
opgekomen,twaalfjaar bedraagt.Uitde wettekstvolgtnietwatonder hetbegrip ‘opkomeninhetbuitenland’ moetwordenverstaan. Heeftditbetrekking op de oorsprong vanhetvermogensbestanddeelofop de plaats vanhetgenietenvanhetvermogensbestanddeel? Deze vraag is inhetverledenalvoorgelegd aande Hoge Raad.De Hoge Raad oordeelde op 4 oktober 2002,nr.37.089,NTFR 2002/1466:‘Vanopkomeninhetbuitenland kanonder omstandighedenook sprake zijnindiendegene die inhetbuitenland rechtkan doengeldenop eenbedrag,zichdatbedrag inNederland laatbetalen.Eenandere opvatting doette kortaande strekking vanart.16, vierde lid,AWRom ook onder hetbereik vandie bepaling te brengenuithetbuitenland stammende inkomensbestanddelendie door de wijze waarop de belastingplichtige zichdeze laatbetalenbuitenhetzichtvande Nederlandse fiscus zijngebleven.’
Metname vanbelang is ofde vermogensbestanddelenbuitenhetzichtvande Nederlandse Belastingdienstzijngebleven.Speeltalles zichinhetbuitenland af,danligtde conclusie voor de hand datde Nederlandse Belastingdienstinde regelnietop de hoogte is vande vermogensbestanddelen.Indatgevalis de verlengde navorderingstermijnvantoepassing.
Indeze zaak is de inspecteur vanmening datde verlengde navorderingstermijnvantoepassing is,omdatgebruik moetwordengemaakt vande regeling vanhetforfaitaire rendement(art.29a WetIB 1964 (tot1997),art.20b,lid 1,onderdeelb WetIB 1964 (tot2001) enart. 4.14 WetIB 2001 (vanaf2001).De regeling is vantoepassing indieneenbelastingplichtige eenaanmerkelijk belang aanhoudtineen

nietinNederland gevestigd beleggingslichaam.Voor de beoordeling waar eenlichaam is gevestigd,zijnde omstandighedenvanhet gevaldoorslaggevend (art.4,lid 1,AWR).
Bijde beoordeling ofde verlengde navorderingstermijnindeze situatie vantoepassing is,ligthetvoor de hand datde rechtbank beoordeeltof(i) sprake is vaneenbeleggingslichaam en(ii) ofdatbeleggingslichaam inhetbuitenland is gevestigd.Pas als beide vragenbevestigend wordenbeantwoord,is de regeling vanhetforfaitaire rendementvantoepassing enkangezegd wordendatde vermogensbestanddelenzijnopgekomeninhetbuitenland.De rechtbank pastdittoetsingskader echter nietofnietduidelijk toe.De enige overweging vande rechtbank is immers datnietis gesteld endatook nietis geblekenofaannemelijk gewordendathetlichaam hetvermogeninNederland heeftaangehouden.Ditbrengtde rechtbank tothetoordeeldathetforfaitair rendementopkomtuitbuiten Nederland aangehoudenvermogen,zodatde verlengde navorderingstermijnvantoepassing is.Geletop hettoetsingskader lijktdit oordeelvande rechtbank te kortdoor de bocht.
Daarnaastoverweegtde rechtbank dathetfeitdatde betalingendoor eenNederlandse vennootschap zijngedaanop eenbuitenlandse rekening nietwegneemtdatde betalingenbuitenhetzichtvande Nederlandse Belastingdienstzijngedaan.Ook datoordeellijktte kort door de bocht.Daarbijgeldtechter weldatuitHR10 december 2004,nr.40.735,NTFR2004/1868 volgtdatde oorsprong vanhet vermogensbestanddeelnietdoorslaggevend is voor de vraag ofde verlengde navorderingstermijnvantoepassing is.Evenminis vereist dathetvermogensbestanddeelafkomstig is uithetbuitenland.Ook eeninNederland verkregenvermogensbestanddeeldatis overgeboektnaar eenbuitenlandse rekening kande werking vande verlengde navorderingstermijningang zetten.
Watook opvalt,is datde rechtbank nietbeoordeeltofde inspecteur de navorderingsaanslagenvoortvarend heeftvastgesteld.De reden daarvoor is vermoedelijk datde belastingplichtige daarop geenberoep heeftgedaanende belastingrechter nietis gehoudenom hier ambtshalve onderzoek naar te doen.
De belastingplichtige lijktevenmineenberoep te hebbengedaanop de immateriële schadevergoeding.InHR10 juni 2011,nr. 09/02639.NTFR2011/1366,NTFR2011/1367 enNTFR2011/1368,oordeelde de Hoge Raad dathetrechtszekerheidsbeginseleen rechtsbeginselis datmede tengrondslag ligtaanart.6 EVRM endatditbeginselvoorschrijftdatook belastinggeschillenbinneneen redelijke termijnwordenbeslecht.Uitde passage ‘ontstaanenloop vanhetgeding’ volgtnietwanneer de bezwaarschriftenvande belastingplichtige zijngedagtekend.Welvolgtuitdeze overwegingendatde inspecteur op 18 mei 2010 uitspraak op bezwaar heeft gedaan,datbijbriefmetdagtekening 3 juni 2010 beroep is ingesteld bijde rechtbank,datde eerste zitting is gehoudenop 25 april 2012 ende tweede zitting (na verwijzing naar de meervoudige kamer) op 23 juni 2015.Dittijdspad zorgtervoor datvraagtekens kunnen wordengeplaatstbijde vraag ofde berechting vanhetgeschilbinneneenredelijke termijnheeftplaatsgevonden.Ook hiervoor geldt echter datde belastingplichtige hierop zelfeenberoep moetdoenende belastingrechter nietgedwongenis ditambtshalve ter hand te nemen.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-3022 Datum:28-4-2016 13:50:07
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op