Verrekening door inspecteur tussen box 1 vordering en box 3 schuld toegestaan

  

Verrekening door inspecteur tussen box 1 vordering en box 3 schuld toegestaan

Gepubliceerd in: NTFR 2012/1820
Datum: 19-10-2011
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2012/1820 Verrekening door inspecteur tussen box 1 vordering en box 3 schuld toegestaan
RechtbankHaarlem19oktober2011,nr.11/01702
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur LJN
ECLI
2007Brondocument algemene beginselen van
behoorlijk bestuur, interne compensatie
Wet IB 2001-art. 2.14 Wet IB 2001-art. 3.92
mr. M.H.W.N. Lammers BW6151
ECLI:NL:RBHAA:2011:BW6151
Samenvatting
Belanghebbende heefteenschuld aanHolding,waarinhij30% vande aandelenbezat,verantwoord inbox3.Eenvordering op Holding
heefthijverantwoord inbox1.Toenbeslotenwerd de aandeleninHolding te verkopen,zijnde rekening-courantvordering van belanghebbende op Holding enzijnrekening-courantschuld aanHolding metelkaar verrekend.Per saldo resteerde eenschuld, waarvoor door de koper vande aandelenkwijting is verleend.Belanghebbende heeftvervolgens de vordering tenlaste vanhetresultaat uitter beschikking gesteld vermogenafgewaardeerd ende schuld inbox3 afgewaardeerd.De inspecteur is vanmening datde vordering ende schuld inbox1 metelkaar verrekend moetenwordenenheeftdaarom minder afboeking toegestaanop de vordering in box1.De rechtbank is hethiermee eens;civielrechtelijk endus infeite,zijnde genoemde vordering enschuld tothun gemeenschappelijk beloop tenietgegaan.Verder heeftde inspecteur,ter behoud vanrecht,hetinkomenuitaanmerkelijk belang verhoogd,naastde verhoging vanhetinkomenuitwerk enwoning.Belanghebbende is vanmening datditinstrijd is metde algemene beginselenvanbehoorlijk bestuur.Nuvaststond datgeprocedeerd zouwordenover de verrekening vande vordering ende schuld inbox 1,zouhetkunnendatde correctie vanhetbox1 inkomenuiteindelijk nietdoorgevoerd zouworden.De inspecteur zoudannietover een nieuwfeitbeschikkenom alsnog eencorrectie op hetinkomenuitaanmerkelijk belang te doenener is geenmogelijkheid vaninterne compensatie binnende aanslag.De rechtbank is vanmening datde inspecteur nietinstrijd metde algemene beginselenvanbehoorlijk bestuur heeftgehandeld,mede omdathijreeds heefttoegezegd de correctie inbox2 terug te nemenop hetmomentdatde afboeking inbox1 terechtis doorgevoerd.Nude correctie inbox2 komtte vervallen,verklaartde rechtbank hetberoep gegrond.
(Beroep gegrond.)
Commentaar
Om vastte stellenwelke rechtsgevolgenpartijen– uitdrukkelijk ofstilzwijgend – zijnovereengekomen,zullende door hengemaakte
afsprakenmoetenwordenuitgelegd.Hoe ditmoetwordengedaan,is inde wetnietgeregeld.Richtinggevend is hetwederzijdse gerechtvaardigde vertrouwenvanpartijen(art.3:35 BW).Daarbijmoetende redelijkheid enbillijkheid als maatstafwordengenomen (art.6:2 en6:248 BW).
Hierover wordtveelgeprocedeerd.Eenvande bekendste arrestenhierbijis hetHaviltex-arrest(HR13 maart1981,nr.11.647,LJN: AG4158).Ditarrestwordtdoor de rechtbank ook aangehaald om hetonderhavige geschilte beslechten.Inditarrestoverwoog de Hoge Raad datvoor de uitleg vaneenovereenkomstnietkanwordenvolstaanmeteentaalkundige benadering,maar dathetaankomtop (i) de zindie partijeninde gegevenomstandighedenover enweer aanhetovereengekomene mochtentoekennenen(ii) hetgeenzijte dienaanzienredelijkerwijs vanelkaar mochtenverwachten.
Inditgevalsteltde belastingplichtige zichfiscaalop hetstandpuntdatde vordering die hijop zijnvennootschap heeft,inbox1 valtende schuld die hijheeftaande vennootschap inbox3 valt.Door deze verschillende fiscale behandeling kande vordering nietmetde schuld wordenverrekend,aldus de belastingplichtige.
Rechtbank Haarlem deeltdeze visie niet.Door de belastingplichtige zijnde aandeleninde vennootschap verkocht.Inde overeenkomst vanverkoop is eenbepaling opgenomenover de netto rekening-courantpositie.Aande hand vanhetcriterium uithetHaviltex-arrestleidt de rechtbank uitdeze bepaling afdathetde bedoeling vanpartijenis geweestdatde vordering metde schuld gesaldeerd werd voor de verkoop vande aandelen.De rechtbank concludeertdanook datde inspecteur de vordering ende schuld terechtmetelkaar heeft verrekend.
Eenander puntvanaandachtindeze uitspraak is de vraag ofde inspecteur totbehoud vanrechtenzijnsubsidiaire standpuntmag verwerkeninde aanslag.De rechtbank is vanoordeeldatde inspecteur die mogelijkheid heeft.De belastingplichtige wordthierdoor ook nietbenadeeld,omdatde ontvanger uitstelvanbetaling heeftverleend,aldus de rechtbank.Eeninspecteur zalechter niettothet oneindige op ‘alle paardenkunnenblijvenwedden’.Eens zalde inspecteur eendefinitieve keuze moetenmaken.Inditgevalwordtdie keuze voor de inspecteur gemaaktdoordatde rechtbank oordeeltdatde correctie inbox1 moetplaatsvinden.De totbehoud van rechtencorrectie inbox2 wordtdanook vernietigd.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijHertoghs advocaten– belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2012-1820

Datum:28-4-2016 11:22:29
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op