Verwijzing in hofuitspraak naar andere aangehechte uitspraak is voldoende gemotiveerd

  

Verwijzing in hofuitspraak naar andere aangehechte uitspraak is voldoende gemotiveerd

Gepubliceerd in: NTFR 2015/1806
Datum: 05-06-2015
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2015/1806 Verwijzing in hofuitspraak naar andere aangehechte uitspraak is voldoende gemotiveerd
Hoge Raad05juni2015,nr.13/04971
2013Brondocument Awb-art. 8:77
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen Auteur
BNB
ECLI
mr. M.H.W.N. Lammers 2015/201
ECLI:NL:HR:2015:1466
Samenvatting
Belanghebbende heeftinzijnaangifte geenwinstuitaanmerkelijk belang aangegeven.De primitieve aanslag is overeenkomstig de
aangifte opgelegd.Naar aanleiding vaneenrenseignementheeftde inspecteur eennavorderingsaanslag opgelegd.HofAmsterdam (12 september 2013,nr.10/00276) heeftgeoordeeld datde inspecteur beschiktover eennieuwfeit.Voor de grondenvanditoordeel heefthethofverwezennaar overwegingenineenaangehechte hofuitspraak tenaanzienvaneenandere belastingplichtige.Incassatie betoogtbelanghebbende datmetde enkele verwijzing hethofonvoldoende blijk ervanheeftgegevendatbijbelanghebbende sprake is vanandere feitenenomstandighedendie bovendientothetoordeelzoudenmoetenleidendatgeensprake is vaneennieuwfeit.De Hoge Raad vindtde hofuitspraak nietonvoldoende gemotiveerd ofonbegrijpelijk.Hethofheeftkennelijk geoordeeld datde door belanghebbende aangevoerde nadere omstandighedennietrelevantwaren.
Feiten
2.1.Incassatie kanvanhetvolgende wordenuitgegaan.
2.1.1.Belanghebbende was vanafhetmomentvanoprichting vande beslotenvennootschap C bv(hierna:C),te weten22 september 1994,tothetmomentvanoverdrachtvanalle aandeleninC aanE,eendochtervennootschap vaneenAmerikaans beursgenoteerd bedrijf,A (hierna:A),te weten5 juni 2000,aandeelhouder vanC.
2.1.2.Belanghebbende heeftinzijnaangifte voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen(hierna:IB/PVV) voor hetjaar 2000 ter zake vande overdrachtvanzijnaandeleninC aanE geenvervreemdingsvoordeelinaanmerking genomen.De Inspecteur heeftaan belanghebbende eenaanslag opgelegd die,behoudens eenkleine correctie,overeenstemde metde inde aangifte opgenomen gegevens.
2.1.3.De Inspecteur heeftnaar aanleiding vaneenrenseignementvaneenambtgenooteennavorderingsaanslag IB/PVV opgelegd, waarbijhetdoor belanghebbende metde verkoop vanzijnaandeleninC behaalde voordeelals winstuitaanmerkelijk belang in aanmerking is genomen.
2.1.4.HetHofheeftonder meer geoordeeld datde Inspecteur beschikte over eennieuwfeitdathetopleggenvande navorderingsaanslag rechtvaardigt.Voor de grondenvanditoordeelheefthetHofverwezennaar de overwegingeninde uitspraak op het(ter zitting gelijktijdig behandelde) hoger beroep metkenmerk 11/00968 inzake de aanX2 opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV voor hetjaar 2000.Eenafschriftvandie uitspraak is aande uitspraak vanhetHofgehecht.
Geschil
2.2.1.De middelen1 en2 bestrijden’s Hofs hiervoor in2.1.4 weergegevenoordeelmetde klachtdathetHof,door slechts te verwijzen
naar zijnuitspraak metkenmerk 11/00968,onvoldoende blijk ervanheeftgegevendatbijbelanghebbende sprake is vanandere feiten enomstandighedendie bovendientothetoordeelzoudenmoetenleidendatgeensprake is vaneennieuwfeit.
Rechtsoverwegingen
2.2.2.’s Hofs hiervoor in2.1.4 weergegevenoordeelis,gelezeninsamenhang methetgeeninde uitspraak vanhetHofinde zaak met
kenmerk 11/00968 is opgenomeninonderdeel4.1.13,nietonvoldoende gemotiveerd ofonbegrijpelijk.HetHofheeftkennelijk geoordeeld datde door belanghebbende aangevoerde nadere omstandighedennietrelevantwaren.Datoordeelis nietonbegrijpelijk in hetlichtvande omstandigheid datde stukkenvanhetgeding geenandere conclusie toelatendandatde inhetkader vande vaststelling vande primitieve aanslag tussende Inspecteur enbelanghebbende gevoerde correspondentie nietheeftgeleid tothetverkrijgenvan nadere informatie inzake de aandeleninC.
De middelen1 en2 falen.
2.3.Middel3 faaltop de grondendie zijnvermeld inhethedeninde zaak metnummer 13/05027 uitgesprokenarrestvande Hoge Raad,waarvaneengeanonimiseerd afschriftaanditarrestis gehecht.
(Volgtongegrondverklaring.)
Commentaar
De belastingplichtige indeze zaak is incassatie onder meer opgekomentegenhetoordeelvanhetgerechtshofover de aanwezigheid
vaneennavordering rechtvaardigend nieuwfeit.De belastingplichtige stond daarbijnietalleen.Hijwas tezamenmetzevenanderen aandeelhouder ineenvennootschap.Alle aandeelhouders hebben– kennelijk – eennavorderingsaanslag vande inspecteur ontvangen, daartegenbezwaar gemaaktenvervolgens de rechtsmiddelenberoep enhoger beroep aangewend.Bijde behandeling vande hogerberoepsprocedures heefthetgerechtshofde zakenvanalle aandeelhouders gelijktijdig,maar nietgevoegd,behandeld.Daarbijis ook afgesprokendatalles datdoor de belastingplichtigenen/ofhungemachtigdennaar vorenis gebracht,geachtwordtte zijngesteld enovergelegd inalle procedures.Die afspraak heefthetgerechtshofer vermoedelijk toe gebrachtom bijde vastlegging vanzijnoordeel

indeze zaak over de mogelijkheid totnavordering nietde ‘knip-en-plak’-techniek toe te passen,maar simpelweg te verwijzennaar het oordeelhierover ineenvande zevenandere procedures.De belastingplichtige is hetdaarmee nieteens.Kernvanzijnprobleem is dat bijdeze techniek hetoordeelvanhetgerechtshofgeenspecifieke reactie vormtop de door hem naar vorengebrachte verweren.
Op grond vanart.8:77 Awb moeteenrechter zijnbeslissing motiveren.Hoe hijdie motivering insteekt,is inditartikelnietvastgelegd. Daarinis de rechter vrij,zolang maar duidelijk is datzijnmotivering hetoordeelkandragen.Nietalleenop de rechter rusteeneis om goed te motiveren,ook de belastingplichtige zelfheeftdie plicht.Art.6:5 Awb bevatde eis voor de belastingplichtige om de gronden vanzijnbezwaar op te nemeninhetbezwaarschrift.Ditartikelis vanovereenkomstige toepassing inde beroepsfase ende hogerberoepsfase.Ook indeze fases geldtdus datde belastingplichtige moetmotiverendatenwaarom hijhetnieteens is metde beslissing uitde eerdere fase.Die motivering geldtals grondslag voor de beslissing vande rechter enbiedtdaarnaastde inspecteur inzichtwaarop hijzijnverweer moetbaseren.Door de Hoge Raad wordtaandeze motivering geenhoge eisengesteld.Maar helemaal zonder eisenis hetook weer niet.Eenbelastingplichtige die alleeneenuitspraak op bezwaar bijvoegt,voldoetnietaanzijn motiveringsplicht(HR18 december 2009,nr.07/11263,NTFR2010/302).Ook eenbelastingplichtige die verwijstnaar de procedure vaneenandere belastingplichtige zonder de processtukkenuitdie procedure te overleggen,komtvaneenkoude kermis thuis (Rechtbank Breda 30 mei 2008,nr.07/05043,NTFR2008/1446).Zijnberoep wordtnietontvankelijk verklaard omdatop de rechtbank geenverplichting rustom de dossiers vaneenandere belastingplichtige te raadplegenom te wetente komenwaartoe hetgeschilzich strekt.De rechtbank is vanoordeeldateendergelijke handelwijze ook nietpastbijhetbeslotenkarakter vande rechtspraak in belastingzaken.Voegtde betrokkenbelastingplichtige weleenkopie vande processtukkenuitde andere procedure bijzijn beroepschrift,danis hijook weer ‘veilig’.De Hoge Raad oordeelde op 26 november 2010 (nr.09/04184,NTFR2010/2832) dathet beroepschriftdanafdoende is gemotiveerd.
Voor zoweleenontvankelijk beroepschriftals eenafdoende motivering vaneenoordeeldoor de belastingrechter lijkthet doorslaggevende elementte zijndateenafschriftvande uitspraak ofde processtukkenwaarnaar wordtverwezen,wordtbijgevoegd.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-1806 Datum:25-4-2016 13:09:03
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op