Voor belanghebbende was het voldoende duidelijk dat hij uitgenodigd was tot doen van aangifte

  

Voor belanghebbende was het voldoende duidelijk dat hij uitgenodigd was tot doen van aangifte

Gepubliceerd in: NTFR 2015/518
Datum: 21-11-2014
Auteur(s): M.H.W.N. Lammers

Bekijk PDF





NTFR2015/518 Voor belanghebbende was hetvoldoende duidelijk dathijuitgenodigd was totdoen van aangifte
Rechtbank Zeeland-West-Brabant21november2014,nr.13/5977
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur
2010Brondocument aangifteplicht, omkering
bewijslast, redelijke schatting AWR-art. 6
AWR-art. 27e
mr. M.H.W.N. Lammers
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2014:8121
Samenvatting
Bijuitblijvenvaneenaangifte is aanbelanghebbende eenambtshalve aanslag opgelegd.Nietingeschilis datde uitnodiging tothet
doenvanaangifte naar hetverkeerde adres is gestuurd.De rechtbank achthetechter aannemelijk datde herinnering ende aanmaning door belanghebbende zijnontvangen.Nuuitde herinneringsbriefblijktdatbelanghebbende voor 1 juli 2011 aangifte had moetendoen, achtde rechtbank hetvoor belanghebbende voldoende duidelijk datde inspecteur hem uitnodigde tothetdoenvanaangifte.De andere stellingenmetbetrekking totde aangifteplichtwordenverworpenende rechtbank oordeeltdatbelanghebbende nietde vereiste aangifte heeftgedaan.Belanghebbende heeftvervolgens nietdoenblijkendatzijnwoonplaats nietinNederland was gelegen.De rechtbank vermindertnog welde redelijke schatting vande inspecteur.
(Beroep gegrond.)
Commentaar
Art.27c AWRbepaaltdatals de vereiste aangifte nietis gedaan,de rechtbank hetberoep ongegrond dientte verklaren,tenzijis
geblekendateninhoeverre de uitspraak op bezwaar onjuistis.Om totdeze sanctie over te kunnengaan,is hetvanbelang dat vastgesteld wordtdatde belastingplichtige is uitgenodigd tothetdoenvanaangifte.De Hoge Raad oordeelde immers op 21 oktober 1998 (nr.33.716) datgeensprake kanzijnvanomkering vande bewijslastwegens hetnietdoenvande vereiste aangifte als de belastingplichtige daartoe nietis uitgenodigd.
De inspecteur kanop grond vanart.6 AWRde belastingplichtige uitnodigentothetdoenvanaangifte.Eenieder die zo’nverzoek tothet doenvanaangifte krijgt,is gehoudendaaraangehoor te geven(art.8 AWR).De bewijslastdatde uitnodiging tothetdoenvanaangifte is verzonden,rustop de inspecteur.Indeze zaak staatvastdatdie uitnodiging naar eenonjuistadres is verzonden.Daarmee staatdus ook vastdatdeze uitnodiging de belastingplichtige nietheeftbereikt.Daaruitzoudande conclusie getrokkenkunnenwordendatde belastingplichtige dus nietop de juiste wijze is uitgenodigd tothetdoenvanaangifte.Die conclusie is indeze zaak te kortdoor de bocht. De inspecteur heeftaande belastingplichtige namelijk ook eenherinneringsbriefeneenaanmaning gezonden.Die brievenzijnkennelijk welnaar hetverplichte toezendadres vande belastingplichtige gezonden.De belastingplichtige heeftzichover de bezorging vandeze brievenniet,aldannietbewust,uitgelaten.Daaruittrektde rechtbank vervolgens de conclusie datdeze brievende belastingplichtige wel hebbenbereiktendathijals gevolg daarvanop de hoogte was vanhetfeitdathijdoor de inspecteur was uitgenodigd tothetdoenvan aangifte.Dathijde primaire uitnodiging tothetdoenvanaangifte nietheeftgekregen,doetdaar – aldus hetoordeelvande rechtbank – nietaanaf.
Zoals hiervoor is opgemerkt,heeftde belastingplichtige zichnietuitgelaten,endus geenstandpuntingenomen,over de bezorging van de herinneringsbriefende aanmaningsbrief.Dit‘nalaten’ heefteengrote impactop de uiteindelijke beslissing vande rechtbank, namelijk datde belastingplichtige overtuigend moetaantonendatde uitspraak op bezwaar ende naheffingsaanslag nietjuistzijn. UitHR13 januari 2006,nr.41.679,NTFR2006/86 volgtdatindiende rechter overweegtte beslissendatde vereiste aangifte nietis gedaan– hetgeenvolgens de wetmoetleidentotomkering vande bewijslast– ende inspecteur heeftzichop deze omstandigheid niet beroepen,de goede procesorde metzichbrengtdatde rechter die beslissing nietneemtdannadathijde belastingplichtige inde gelegenheid heeftgesteld zichdaaromtrentuitte laten.Hoeweldeze situatie nietéénop éénvergelijkbaar is metde onderhavige casus, vraag ik me afofde rechtbank indeze zaak de belastingplichtige niethad moetenvragennaar de bezorging c.q.ontvangstvande brieven.De belastingplichtige werd,zoals blijktuitde uitspraak,nietbijgestaandoor eenprofessionele gemachtigde enrealiseerde zich mogelijkerwijs nietdathijer metalleenhetstandpuntdatde uitnodigingsbriefnaar hetverkeerde adres was gestuurd,nog nietwas.De rechtbank ‘hangt’ de belastingplichtige nuop aanhetfeitdathijniets heeftgezegd over de bezorging vande herinneringsbriefende aanmaningsbrief.Daarmee overvaltde rechtbank de belastingplichtige infeite.Hijleestditpas inde uitspraak enkaner danniets meer tegeninbrengen.De goede procesorde zoumijns inziens danook moetenmeebrengendatde rechtbank hierover vragensteltaande belastingplichtige ter zitting,zodathijdaarop zijnreactie kangeven.Die reactie moetdanvervolgens de basis zijnvoor hetoordeelvan de rechtbank ofde belastingplichtige uitgenodigd is tothetdoenvanaangifte.
[1]Mr.M.H.W.N.Lammers is advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-518 Datum:28-4-2016 11:58:25

Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op