WOZ-zaak terug naar rechtbank omdat geschil ook ging over eerdere beschikkingen

  

WOZ-zaak terug naar rechtbank omdat geschil ook ging over eerdere beschikkingen

Datum: 14-10-2015
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2016/406 WOZ-zaak terug naar rechtbank omdat geschilook ging over eerdere beschikkingen
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden14oktober2015,nr. 14/00698
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen Auteur
ECLI
2013Brondocument fictieve weigering, omvang
geding
Awb-art. 8:115 mr. I.R.J. Thijssen
ECLI:NL:GHARL:2015:7750
Samenvatting
Belanghebbende heeftbezwaar enberoep ingesteld inzake de WOZ-beschikking vanhetkalenderjaar 2013 vanzijnwoning.Inzijn
beroep verwijsthijnaar zijnbezwarentegende eerdere tenaanzienvanhem genomenWOZ-beschikkingenvoor dezelfde woning. Daarop was nog geenuitspraak gedaan.Bijde mondelinge behandeling vanzijnberoep zijnde eerdere bezwarenaande orde gekomen.Inhoger beroep klaagtbelanghebbende erover datde rechtbank aandie eerdere beschikkingeninhaar uitspraak voorbijis gegaan.Hethofis vanoordeeldatde rechtbank hetberoepschrifthad behorenop te vattenals nietalleente zijningediend tegende WOZ-beschikking 2013,maar ook tegende fictieve weigering vande heffingsambtenaar om uitspraak te doenmetbetrekking totde WOZ-beschikkingenvaneerdere jaren.
Hethofwijstde zaak terug naar de rechtbank. (Beroep gegrond.)
Commentaar
De beslistermijnvoor hetdoenvanuitspraak op bezwaar bedraagtzes wekennadatde termijnvoor hetindienenvanhetbezwaarschrift
is verstreken(art.7:10,lid 1,Awb).Tegenhetniettijdig doenvanuitspraak op bezwaar kanberoep bijeenbestuursrechter worden ingesteld,mits twee wekenzijnverstrekenna de dag waarop belanghebbende hetbestuursorgaanschriftelijk heeftmedegedeeld dat hetingebreke is om tijdig uitspraak op bezwaar te doen(6:12,lid 2,Awb).Aaneendergelijke ingebrekestelling zijngeenverdere vormeisengesteld dandatdeze schriftelijk moetzijn(KamerstukkenII,2004-2005,29 934,nr.6).Op eenbesluiteloos bestuursorgaan rustdanook de taak om ingebrekestellingen(tijdig) te herkennen,enineenaantalgevallen,zoals inhetonderhavige geval,gaatdat mis.
Hetuitgangspuntdateeningebrekestelling vormvrijis,is eenpaar jaar geledennogmaals onderstreeptbijde evaluatie vande ‘Wet dwangsom enberoep bijniettijdig beslissen’ (KamerstukkenII,2012-2013,29 934,nr.29).Ineenbriefvande regering aande Tweede Kamer is hierover hetvolgende opgemerkt:‘Hetstellenvanvormvereistenleidtweltotextra administratieve lastenvoor burger en bestuur.Doelvande Wetdwangsom is de burger eeneffectiever rechtsmiddelte geventegente trage besluitvorming door hetbestuur. Door vormvereisteninte voerenwordthetvoor de burger juistweer ingewikkelder gemaakt.Daar komtbijdatals eeningebrekestelling nietaande vormvereistenvoldoethetbestuur,conform de systematiek vande Awb,de burger de gelegenheid moetgeventotherstel (dus eenbriefterug sturenmethetverzoek de ingebrekestelling binneneenbepaalde termijnalsnog aante vullen).Ditbrengtextra handelingenvanburger enbestuur metzichmee,terwijlhetnog steeds zo is dateenbestuursorgaande ingebrekestelling moet herkennen(hetmoetimmers gelegenheid totherstelbieden).’
De niet-fiscale bestuursrechters (ABRvS 24 december 2014,nr.201402074/1/A3,JB 2015/27;ABRvS 4 februari 2015,nr. 201401737/1/A3;CRvB 4 augustus 2015,nr.14/3490 WWB,JB 2015/163) stellenuniform de (materiële) eis aaneeningebrekestelling datduidelijk moetzijndatde belanghebbende hetbestuursorgaanmaantom alsnog eenbepaald besluitte nemen.Daarvanis sprake indienvoldoende duidelijk is op welke aanvraag hetgeschriftbetrekking heeft,datbelanghebbende zichop hetstandpuntsteltdathet bestuursorgaanniettijdig op de aanvraag heeftbeslistendatbelanghebbende erop aandringtdateenzodanige beslissing alsnog wordtgenomen.De Hoge Raad heeftzichover deze materiële vereistenvaneeningebrekestelling nog nietexplicietuitgelaten,maar ik zie geenenkele redenwaarom de Hoge Raad infiscale geschillenhierover eenandersluidende opvatting zoukunnenofmoeten hebben.Eenuniforme uitleg ligtdanook inde rede.
Inde onderhavige procedure gaathetover eenbelanghebbende eneenheffingsambtenaar die aleenaantaljareninde clinchliggen over de waarde vaneenin2006 gebouwde woning.Uiteindelijk heeftbelanghebbende tegende WOZ-beschikking over hetjaar 2013 eenbezwaarschriftingediend waarinhijzichnietalleenbeklaagtover de voor hetjaar 2013 vastgestelde WOZ-waarde,maar waarinhij zichtevens beklaagtover hetuitblijvenvaneenbeslissing op zijnbezwaarschriftendie hijhad ingediend tegende WOZ-beschikkingen over de daaraanvoorafgaande vijfjaren.Zowelheffingsambtenaar als rechtbank onderkentinhetbezwaarschriftevenwelgeen ingebrekestelling voor eerdere jaren,enbeide beslissenbijgevolg alleenover de WOZ-waarde over hetjaar 2013.Geziende materiële vereistendie door de overige bestuursrechters wordengesteld aaneeningebrekestelling,zoude vraag gesteld kunnenworden‘ofhet voldoende duidelijk is op welke aanvraag hetgeschriftbetrekking heeft’ omdatde – op zichvormvrije – ingebrekestelling over de voorgaande jaren2006 totenmet2012 is vervatineenbezwaarschriftgerichttegeneenbeschikking over hetlatere jaar 2013.Gezien de door hethofgeciteerde inhoud vanhetbezwaarschriftlijktmijdathetde heffingsambtenaar redelijkerwijs duidelijk had moetenzijn dathetgeschrift(tevens) betrekking had op hetuitblijvenvanuitsprakenop bezwaar ineerdere jaren.Inde onderhavige uitspraak overweegthethofdanook datreeds aanhetvereiste vaneenschriftelijke ingebrekestelling is voldaan‘doordatbelanghebbende inzijn bezwaarschriftentelkens op hetuitblijvenvaneenbeslissing over de voorgaande jarenhad gewezen’.
Hethofwijstde zaak danook terug naar de rechtbank metde opdrachtdatde rechtbank inelk vande door belanghebbende aanhangig

gemaakte zakenbeslistendatde rechtbank zelfinde zakenmoetvoorzienzonder terugwijzing naar de heffingsambtenaar.Ik vermoed dathethofpartijenter zitting nietheeftkunnenbewegentothetsluitenvaneencompromis,als gevolg waarvanhethofniets anders kon doendande zakenterug te wijzennaar de rechtbank.Hetbestuursorgaankomter mijns inziens nog goed vanafnubelanghebbende geendwangsom heeftgeëistenook geenkostenheeftgemaaktvoor rechtsbijstand.
[1]Igor Thijssenis verbondenaanJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2016-406 Datum:14-4-2016 14:34:53
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op