nl-NLen-GB

Commentaren van M.H.W.N. Lammers

toon alle commentaren
Commentarenauteur
Bij een gegrond verklaard verzet kan een belanghebbende geen beroep in cassatie instellen. Indien in die beslissing ook een oordeel is gegeven op een... »
Publicatiedatum: 30-08-2019, FEDBij een gegrond verklaard verzet kan een belanghebbende geen beroep in cassatie instellen. Indien in die beslissing ook een oordeel is gegeven op een verzoek tot het toekennen van een proceskostenvergoeding kan daartegen hoger beroep worden ingesteld bij de einduitspraak van de rechtbank.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Winstcorrecties ter zake van fraude van gastouderbureau terecht aan belanghebbende toegerekend »
Publicatiedatum: 25-07-2019, NTFRUit strafrechtelijk onderzoek bij een gastouderbureau is naar voren gekomen dat door of met behulp van belanghebbende onjuiste aanvragen kinderopvangtoeslag werden ingediend.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Een ambtshalve genomen beschikking inzake teruggaaf dividendbelasting valt binnen de grenzen van het mandaat, ook als de uitoefening van de gemandate... »
Publicatiedatum: 02-05-2019, FEDEen ambtenaar van de Belastingdienst heeft op frauduleuze wijze een teruggave dividendbelasting verleend. Deze teruggave is ook daadwerkelijk uitbetaald. De Belastingdienst wil deze ten onrechte genoten voorheffing middels een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting ex art. 16 AWR terugvorderen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Art. 6 en 13 EVRM en het gelijkheidsbeginsel verzetten zich niet tegen de heffing van griffierechten bij bestuurlijke boeten »
Publicatiedatum: 02-04-2019, FEDBelanghebbende stelt beroep in tegen een bestuurlijke boete (verzuimboete). Vanwege een omissie is het griffierecht niet voldaan. Belanghebbende is echter van mening dat sowieso geen griffierechten mogen worden geheven omdat dit in strijd is met (i) art. 6 en 13 van het EVRM en (ii) het gelijkheidsbeginsel omdat in strafzaken geen griffierechten worden geheven.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Aan het voorschrift van art. 7:2 lid 1 Awb kan worden voldaan door een belanghebbende telefonisch te horen »
Publicatiedatum: 05-03-2019Aan het voorschrift van art. 7:2 lid 1 Awb kan worden voldaan door een belanghebbende telefonisch te horen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belastingdienst zet rechter buitenspel door identiteit tipgever ook voor geheimhoudingskamer geheim te houden »
Publicatiedatum: 20-12-2018, NTFR

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Beslissing op suppletieaangifte is geen voor bezwaar vatbare beslissing »
Publicatiedatum: 27-09-2018, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018/2205Belanghebbende heeft suppleties omzetbelasting ingediend voor de jaren 2012 en 2013. De inspecteur heeft de suppleties aangemerkt als een bezwaar tegen de aangifte 2012 en naheffingsaanslag 2013. De inspecteur heeft de bezwaarschriften niet-ontvankelijk verklaard en de suppletieaangiften in behandeling genomen als een verzoek om ambtshalve vermindering. De inspecteur heeft dit verzoek afgewezen. Het hof is met Rechtbank Noord-Holland van oordeel dat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hetgeen belanghebbende daartegen heeft ingebracht, namelijk dat termijnoverschrijding het gevolg is van financiële, maatschappelijke en persoonlijke omstandigheden, doet daaraan niet af. Het hof oordeelt dat art. 10a AWR, noch enige andere wettelijke bepaling voorschrijft dat op een suppletie wordt beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking. Verder heeft belanghebbende nog gesteld dat nu de te laat ingediende bezwaarschriften zijn behandeld als verzoeken om ambtshalve vermindering, de inspecteur op deze verzoeken had behoren te beslissen bij voor bezwaar vatbare beschikking. Ook deze stelling wordt verworpen, omdat deze geen steun vindt in het recht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Aan het in rekening brengen van belastingrente bij een verzoek tot herziening van een voorlopige aanslag wordt strikt de hand gehouden »
Publicatiedatum: 27-07-2018, FED 2018/120Belanghebbende heeft aangifte gedaan voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Enkele maanden later, voor de ontvangst van de voorlopige aanslag, komt belanghebbende erachter dat in die aangifte een bedrag aan voorheffing was begrepen dat in de aangifte van haar echtgenoot had moeten worden verwerkt. Voor de ontvangst van de voorlopige aanslag stuurt belanghebbende een herziene aangifte aan de Belastingdienst. Die herziene aangifte en de voorlopige aanslag kruisen elkaar, waardoor in de voorlopige aanslag een aanzienlijke teruggave is opgenomen die ook aan belanghebbende wordt uitbetaald. Vervolgens verzoekt belanghebbende expliciet om de voorlopige aanslag te herzien. Dat verzoek wordt de inspecteur verwerkt waarna een voorlopige aanslag met een aanzienlijk te betalen bedrag volgt. Daarbij brengt de inspecteur ook een fors bedrag aan belastingrente in rekening. Belanghebbende is het daar niet mee eens en procedeert daarover tevergeefs tot in hoogste instantie. De regeling omtrent het in rekening brengen van belastingrente wordt namelijk strikt gehanteerd waardoor belanghebbende over de periode 1 juli 2013 (6 maanden voor 1 januari 2014) tot en met 16 juni 2014 (10 maart 2014 plus 14 weken) belastingrente is verschuldigd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Beantwoording Kamervragen over het bericht 'Rechtsbescherming belastingbetalers verdient verbetering' »
Publicatiedatum: 26-07-2018, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018-1776Samenvatting Minister Snel van Financiën beantwoordt zeven Kamervragen over het bij hem (vraag 1) bekende bericht ‘Rechtsbescherming belastingbetalers verdient verbetering’ in het Financieele Dagblad van 23 mei 2018 (vragen ingezonden op 28 mei 2018, kenmerk 2018Z09730). In reactie op de vragen 2, 3 en 4 over ‘appreciatie’ door de staatssecretaris van in het artikel beschreven rechten voor belastingbetalers, hoe het in Nederland met deze rechten is gesteld en welke stappen het kabinet al heeft gezet of nog gaat zetten om de rechten van de belastingbetaler te borgen, antwoordt de staatssecretaris dat uit het door het International Bureau for Fiscal Documentation (IBFD) gepubliceerde rapport ‘Observatory on the Protection of Taxpayers’ Rights’ naar voren komt dat fiscale autoriteiten in sommige landen koste wat het kost verschuldigde belasting innen en internationale gegevensuitwisseling vaak gebeurt zonder medeweten van burgers en bedrijven, maar dat Nederland niet tot de door het IBFD onderzochte landen behoort. De rechten van belastingbetalers in Nederland zijn volgens de staatssecretaris goed geborgd. Nederland besteedt volgens de staatssecretaris veel aandacht aan een zorgvuldige vormgeving van de juridische relatie tussen belastinginspecteur en ontvanger enerzijds en belastingplichtigen anderzijds. Zo is in art. 104 GW verankerd dat voor het heffen van belasting een wettelijke grondslag is vereist. Ook zijn waarborgen opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Bovendien is Nederland aangesloten bij internationale mensenrechtenverdragen. Daarnaast geeft de staatssecretaris aan dat zowel de inspecteur als de ontvanger (als gevolg van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in het Nederlandse belastingrecht) expliciet duidelijk maken wanneer tegen een beslissing in bezwaar of beroep kan worden gegaan en een ontevreden belastingplichtige zich bovendien nog bij (onder meer) de Nationale ombudsman kan melden met een klacht. In reactie op vraag 5 over de Nederlandse score bij toetsing van de rechten van de belastingbetaler aan het ‘General Report on the Protection of Taxpayers’ Rights’, antwoordt de staatssecretaris dat hij daarover niet kan berichten, omdat het IBFD daarover niet heeft gerapporteerd. De staatssecretaris heeft er echter alle vertrouwen in dat de rechten van de Nederlandse belastingbetaler zowel door het nationale als het internationale juridische kader afdoende worden beschermd. In reactie op vraag 6 of belastingbetalers in het buitenland (expliciete of impliciete) rechten hebben die de Nederlandse belastingbetaler niet heeft, antwoordt de staatssecretaris dat veel rechten en verplichtingen voortvloeien uit internationale regelgeving en verdragen en derhalve van toepassing zijn op alle belastingbetalers in de aangesloten landen. De staatssecretaris heeft geen informatie over rechten die andere landen additioneel nog in hun nationale recht hebben opgenomen. In reactie op vraag 7 waarom Nederland geen ‘handvest van de rechten van de belastingbetaler’ kent en of de staatssecretaris bereid is een dergelijk handvest op te stellen, antwoordt de staatssecretaris dat veel rechten en verplichtingen reeds in wetgeving en internationale verdragen verankerd zijn, maar voor zover er toch een rechtstekort mocht zijn, een oplossing in wetgeving zinvoller lijkt dan het opstellen van een (slechts) richtsnoeren bevattend handvest.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen integrale vergoeding van proceskosten bij onzorgvuldig opgelegde informatiebeschikking »
Publicatiedatum: 21-06-2018, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018-1426Aan belanghebbende is een informatiebeschikking opgelegd naar aanleiding van een onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de willekeurige afschrijving op zeeschepen. In het kader van dit onderzoek zijn verklaringen afgelegd over het ontbreken van een timecharter-contract van het schip waarover willekeurig wordt afgeschreven. In de bezwaarfase is de informatiebeschikking ingetrokken. Het verzoek om integrale kostenvergoeding is afgewezen. Er is wel een forfaitaire kostenvergoeding toegekend. In beroep is in geschil of belanghebbende recht heeft op vergoeding van de gemaakte integrale kosten in de bezwaar- en beroepsfase. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 52a AWR in de informatiebeschikking dient te worden opgenomen welke van de in het artikel genoemde verplichtingen niet zijn nagekomen. In de informatiebeschikking is dit onvoldoende nauwkeurig omschreven. Daarnaast staat in de informatiebeschikking ten onrechte niet een termijn om alsnog de gevraagde (juiste) informatie te verstrekken. Verder is in de informatiebeschikking gesteld dat er onjuiste informatie is verstrekt, maar niet dat dit opzettelijk is gedaan. De beschikking is om die reden ten onrechte afgegeven wegens het niet nakomen van de verplichtingen in art. 47 AWR. De rechtbank concludeert dat de informatiebeschikking inhoudelijk onjuist is geweest. Ten aanzien van de vraag of in vergaande mate onzorgvuldig is gehandeld bij het opleggen van de informatiebeschikking overweegt de rechtbank dat de beschikking rauwelijks is opgelegd en dat niet sprake is geweest van de normaal van de inspecteur te verwachten zorgvuldigheid. Voor het veroordelen van de inspecteur in de proceskosten in afwijking van het forfaitaire tarief dient echter in

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hof geeft BPM-gemachtigde waarschuwing na ongepast taalgebruik »
Publicatiedatum: 19-04-2018, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018/937In deze BPM-zaak heeft het hof de gemachtigde van belanghebbende tijdens de eerste zitting voorgehouden dat het zich ernstig stoort aan diens taalgebruik in de stukken van het geding. Het hof verwacht van professionele procespartijen, dus ook van de gemachtigde, dat zij elkaar en de rechterlijke instanties met fatsoen en respect bejegenen. In na de zitting uitgewisselde stukken heeft de gemachtigde zich opnieuw op ongepaste wijze uitgelaten. Nu de gemachtigde volhardt in de ongepaste, onfatsoenlijke en respectloze bejegening van zijn wederpartij acht het hof redenen aanwezig om de gemachtigde een waarschuwing te geven. In dit verband wijst het hof erop dat de rechter een gemachtigde tegen wie ernstige bezwaren bestaan kan weigeren. Ten aanzien van de opgelegde naheffingsaanslag BPM oordeelt het hof dat de inspecteur niet heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast om aannemelijk te maken dat de auto voorafgaande aan de herregistratie in het Nederlandse kentekenregister duurzaam buiten Nederland is gebracht. Onduidelijk is gebleven waar de auto in de periode tussen uitschrijving uit het Nederlandse kentekenregister en de aankoop door belanghebbende in voorraad heeft gestaan. In het onderhavige geval geeft het hof belanghebbende het voordeel van de twijfel en oordeelt aldus dat de auto niet duurzaam is uitgevoerd. Daarmee wordt aan de toepassing van art. 10a Wet BPM niet toegekomen. Belanghebbende heeft bij de berekening van de verschuldigde BPM derhalve gebruik mogen maken van een koerslijst.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Aandeelhouder onterecht niet verzekerd voor werknemersverzekeringen; vergrijpboete. »
Publicatiedatum: 05-04-2018, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018/805Belanghebbende is een financieel adviesbureau dat onder meer belastingaangiftes verzorgt. Tot 30 januari 2009 hield A, samen met zijn (inmiddels ex-)echtgenote, mevrouw C, 100% van de aandelen in belanghebbende. Op 30 januari 2009 verkreeg de heer B 25% van de aandelen. In 2012 heeft mevrouw C al haar aandelen overgedragen aan A, met als gevolg dat A 75% van de aandelen in belanghebbende hield en B 25%. In 2014 hebben A en B schriftelijk bevestigd hetgeen zij in 2009 mondeling overeen waren gekomen: – B heeft het recht om 25% van de aandelen in belanghebbende over te nemen; – B kan op grond van zijn aandelenbezit en zijn recht op aankoop niet zonder meer ontslagen worden; – B heeft evenveel stemrecht als A en C tezamen; – Het winstrecht van B is even groot als dat van A en C tezamen. A en B voeren de directie over belanghebbende en staan bij haar op de loonlijst. A is niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Na een boekenonderzoek concludeert de inspecteur dat B wel verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen; hij heeft een arbeidsovereenkomst met en is geen directeur-grootaandeelhouder van belanghebbende. De inspecteur legt naheffngsaanslagen premies werknemersverzekeringen op en vergrijpboetes van 15%. De naheffingsaanslagen zijn onherroepelijk vast komen te staan door een uitspraak van Hof Amsterdam, die de beroepen tegen de vergrijpboetes echter weer heeft terugverwezen naar Rechtbank Noord-Holland. Die rechtbank oordeelt met betrekking tot de boetes als volgt: aangezien belanghebbende belastingaangiften verzorgt, mag verondersteld worden dat zij fiscale kennis heeft. Ook mag dus worden aangenomen dat zij op de hoogte is van de stand van de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin sinds jaar en dag vast staat dat stemovereenkomsten zoals de mondelinge afspraak tussen A en B de formele verhoudingen binnen een vennootschap niet wijzigen. Daarmee staat vast dat een verzekeringsplicht bestond voor B. Het gevolg is dat belanghebbende geen pleitbaar standpunt heeft en dat de naheffingsaanslagen aan de grove schuld van belanghebbende zijn te wijten. De boeten zijn passend en geboden, maar wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. (Beroep gegrond.)

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Terechte vergrijpboete aan adviseur als medepleger. »
Publicatiedatum: 01-03-2018, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018/500Belanghebbende is adviseur van een vof waar een boekenonderzoek OB over de jaren 2011 en 2012 heeft plaatsgevonden. Over die jaren heeft belanghebbende namens en in samenspraak met de vof voornamelijk nihilaangiftes ingediend, vanwege de slechte financiële situatie van de vof. De vof had geen financiële ruimte om de btw te voldoen en het niet doen van aangiften vond belanghebbende geen optie, omdat dan ambtshalve aanslagen zouden volgen. Ook nadat de jaarrekeningen waren opgesteld, waaruit bleek dat de aangiftes niet correct waren, heeft men geen suppletieaangiftes over de jaren 2011 en 2012 ingediend. De rechtbank acht de inspecteur geslaagd in de op hem drukkende bewijslast: hij heeft aangetoond dat aan belanghebbende, als medepleger, terecht een vergrijpboete is opgelegd wegens het opzettelijk niet indienen van suppletieaangiftes. (Beroep ongegrond.)

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hoge Raad oordeelt dat brief van de werkgever kwalificeert als bezwaarschrift én als mededeling einde sectorindeling »
Publicatiedatum: 16-02-2018, FED 201871In juni 2015 is een beschikking sectorindeling afgegeven waarin de werkgever is ingedeeld in sector 33 (Horeca algemeen). Naar aanleiding van een onderzoek van het Bedrijfspensioenfonds Horeca en Catering verzoekt de werkgever op 28 september 2015 om een nieuwe beschikking sectorindeling in sector 17 (Detailhandel en Ambachten). Op 20 april 2016 beslist de inspecteur dat het verzoek een te laat ingediend bezwaarschrift is en dus tot nietontvankelijkheid en handhaaft ambtshalve de sectorindeling. Tegen die beslissing is de werkgever in beroep gekomen. De Hoge Raad oordeelt dat de brief van de werkgever voor meerdere uitleg vatbaar is. Enerzijds kwalificeert de brief als bezwaarschrift maar anderzijds is de brief ook een mededeling dat de werkgever is opgehouden aangesloten te zijn bij sector 33. Op deze mededeling had de inspecteur in een voor bezwaar vatbare beschikking moeten reageren, aldus de Hoge Raad. De Hoge Raad beslist vervolgens dat de beslissing van 20 april 2016 als zodanig kwalificeert. Daartegen had de werkgever dan bezwaar moeten maken. Om ook dit op te lossen, herkwalificeert de Hoge Raad het beroepschrift van de werkgever als bezwaarschrift en stuurt dit met toepassing van art. 6:15 Awb door aan de inspecteur. De inspecteur is thans aan zet om op dit bezwaarschrift te beslissen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen matiging van forfaitaire kostenvergoeding hoorzitting bezwaar. »
Publicatiedatum: 01-02-2018, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2018/273Een gemachtigde heeft voor diverse cliënten, waaronder belanghebbende, bezwaarschriften tegen de aan hen gegeven WOZbeschikkingen ingediend. De bezwaarschriften betreffen in totaal 362 WOZ-beschikkingen van niet-woningen en verschillende soorten en typen woningen. In deze zaken hebben, verdeeld over zes dagen, hoorzittingen plaatsgevonden. Het bezwaar in de zaak van belanghebbende is gegrond verklaard. Bij de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar een kostenvergoeding toegekend van € 244 voor het indienen van het bezwaarschrift en € 30 voor de hoorzitting. De rechtbank heeft de vergoeding voor de hoorzitting op het forfaitaire bedrag van € 244 gesteld. De heffingsambtenaar gaat in hoger beroep en stelt zich nader op het standpunt dat de kostenvergoeding betreffende de hoorzitting € 125 (30 minuten op basis van een uurtarief van € 250) dient te bedragen. Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn om af te wijken van het forfaitaire bedrag van € 244 voor de hoorzitting. De verschillende zaken vertonen geen of onvoldoende (inhoudelijke) samenhang, waardoor de met betrekking tot de hoorzitting verrichte werkzaamheden van de gemachtigde van belanghebbende geen uniform karakter hebben gehad en zijn afgestemd op de bijzonderheden van elke zaak. De gemachtigde heeft gemotiveerd uiteengezet dat het met de hoorzitting gemoeide tijdsbeslag veel groter is geweest dan de 30 minuten waarvan de heffingsambtenaar is uitgegaan. Het hof acht voorts aannemelijk dat voor elke zaak met het oog op de te houden hoorzitting substantiële voorbereidingswerkzaamheden zullen zijn verricht. In de gegeven omstandigheden dient volgens het hof niet te worden afgeweken van het forfaitaire systeem en heeft de rechtbank terecht een vergoeding van € 244 voor de hoorzitting toegekend. Het hof voegt daar nog aan toe dat, gelet op het door gemachtigde gestelde tijdsbeslag betreffende de hoorzitting (voorbereiding 45 minuten tot 1 uur, de hoorzitting zelf en de nabewerking) en gelet op het door de heffingsambtenaar als redelijk bestempeld uurtarief van € 250, in redelijkheid niet kan worden gezegd dat met de forfaitaire vergoeding van € 244 afbreuk wordt gedaan aan het karakter van een tegemoetkoming in de werkelijke kosten. Het gelijk is aan belanghebbende. (Hoger beroep ongegrond.)

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Brief Belastingdienst over verwerkingswijze betaling en vermelding van de nog verschuldigde invorderingsrente is een beschikking in de zin van art. 1:3 Awb »
Publicatiedatum: 08-12-2017, FED 201871Belanghebbende heeft de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2012, de boetebeschikking bij deze navorderingaanslag en de beschikking heffingsrente in termijnen betaald. Na elke betaling ontving de belanghebbende een brief van de ontvanger van de Belastingdienst met daarin opgenomen op welke wijze de betaling was verwerkt (afboeking heffingsrente, invorderingsrente, inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en boete) en welk bedrag nog aan invorderingsrente is verschuldigd. De belanghebbende is het niet eens met de wijze waarop de ontvanger van de Belastingdienst de verschuldigde invorderingsrente heeft berekend en zoekt een ingang om daartegen op te komen. Belanghebbende heeft die ingang gezocht in een brief van 14 augustus 2013 van de Belastingdienst. Bij de rechtbank en het gerechtshof was primair in geschil of de ontvanger een of meer beschikkingen in de zin van art. 30 lid 1 Invorderingswet heeft afgegeven waartegen rechtsmiddelen openstaan. De rechtbank is van oordeel dat de ontvanger van de Belastingdienst meerdere van dit soort beschikkingen heeft afgegeven. Het gerechtshof daarentegen is van oordeel dat de correspondentie van de ontvanger van de Belastingdienst niet kwalificeert als beschikkingen in de zin van art. 30 lid 1 Invorderingswet. De Hoge Raad oordeelt, in navolging van A-G Wattel, dat indien de ontvanger aan de belanghebbende, na een betaling op een belastingaanslag, een schriftelijke kennisgeving stuurt waarin is vermeld welk bedrag van die betaling aan invorderingsrente is toegerekend, die kennisgeving een beschikking is in de zin van art. 1:3 Awb en dus ook in de zin van art. 30 lid 1 Invorderingswet 1990. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof ’s-Hertogenbosch voor de verdere behandeling van het geschil. In dat kader geeft de Hoge Raad ook een aantal uitgangspunten/handreikingen waarmee in de verwijzingsprocedure rekening moet worden gehouden. Het verwijzingshof moet er, aldus het oordeel van de Hoge Raad, in de verwijzingsprocedure van uitgaan dat de bezwaarschriften van belanghebbende met toepassing van art. 6:11 Awb tijdig zijn ingediend. Verder stelt de Hoge Raad vast dat de ontvanger op één bezwaarschrift nog moet beslissen en bepaalt de Link: http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CFCC55&cpid=WKNL-LTR-Nav2 Alle (auteurs-)rechten op dit document berusten bij Wolters Kluwer Nederland B.V. of haar licentiegevers en worden uitdrukkelijk voorbehouden. Dit document is gegenereerd op 17-04-2018. Kijk voor meer informatie over de diensten van Wolters Kluwer op www.wolterskluwer.nl Pagina 1/6 Hoge Raad onder toepassing van art. 8:113 lid 2 Awb dat tegen die uitspraak alleen beroep kan worden ingesteld bij het verwijzingshof (judiciële lus). Dit zorgt ervoor dat de zaken efficiënt worden afgewikkeld. Ook oordeelt de Hoge Raad nog dat geen sprake is van onverschuldigde betaling van invorderingsrente omdat de beschikking daarvan, op grond van de wet, pas na de verwerking van de betaling wordt geformaliseerd. Tot slot verwerpt de Hoge Raad het beroep van belanghebbende op toepassing van art. 3:40 Awb omdat dit artikel op grond van art. 1 lid 2 Invorderingswet niet van toepassing is.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belanghebbende geeft geen afdoende verklaring voor financiering hoog uitgavenpatroon »
Publicatiedatum: 07-09-2017, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2017/2205De inspecteur heeft aan belanghebbende aanslagen IB/PVV opgelegd. Reden daarvoor is onder meer dat belanghebbende sinds 2005 zichtbare uitgaven heeft gedaan van meer dan € 1,6 miljoen zonder dat er noemenswaardige inkomsten tegenover staan. Belanghebbende komt in bezwaar en overlegt diverse leningovereenkomsten. In bezwaar stelt de inspecteur diverse vragen en omdat er voor de inspecteur geen afdoende antwoord komt, geeft de inspecteur een informatiebeschikking af. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur terecht een informatiebeschikking heeft afgegeven. De enkele verwijzing naar leningovereenkomsten is onvoldoende om te voldoen aan de informatieverplichting.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Niet duidelijk waarop de 'ingebrekestelling' betrekking heeft »
Publicatiedatum: 17-08-2017, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2017/2518Belanghebbende heeft bij drie overboekingen in november 2014 en januari 2015 van de verschuldigde motorrijtuigenbelasting de tekst ‘hierbij maak ik bezwaar’ toegevoegd. Bij brief van 24 maart 2016 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en daarin tevens vermeld dat hij graag wil dat zijn eerdere bezwaren tegen eerdere naheffingsaanslagen alsnog in behandeling worden genomen. Belanghebbende stelt voorts dat hij de inspecteur in gebreke stelt als de gevraagde behandeling uitblijft. Bij brief van 8 juni 2017 is belanghebbende in beroep gekomen wegens het uitblijven van de betreffende uitspraken op bezwaar. De inspecteur stelt dat er geen bezwaarschriften zijn ingediend. De rechtbank overweegt dat voor de ingebrekestelling vereist is dat voldoende duidelijk is waarop de aanvraag ziet. Daaraan voldoet de brief van belanghebbende van 24 maart 2016 niet. Nu een juiste ingebrekestelling ontbreekt en geen beroep is gedaan op art. 6:12 lid 3 Awb, zijn de beroepen prematuur. De rechtbank voegt hieraan toe dat de doorzendverplichting van art. 2:3 Awb van toepassing is op de ontvanger, maar dat de vermelding ‘hierbij maak ik bezwaar’ niet maakt dat voor de ontvanger duidelijk was er dat sprake was van een geschrift dat ‘kennelijk’ bij een ander bestuursorgaan thuishoorde.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Gemeente Den Haag weigert kennelijk om op het langs elektronische weg ingediende bezwaar-schrift te beslissen »
Publicatiedatum: 11-08-2017, FED 2017/136Belanghebbende maakt langs elektronische weg (per e-mail) bezwaar tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen. In plaats van dit bezwaarschrift in behandeling te nemen, stuurt de gemeente Den Haag belanghebbende een brief waarin wordt medegedeeld dat bezwaar maken via de elektronische weg niet mogelijk is en dat berichten, ook bezwaarschriften, die via deze route toch worden verzonden worden geweigerd en niet in behandeling worden genomen. Belanghebbende is tegen deze brief/mededeling van de gemeente Den Haag in beroep gegaan bij de Rechtbank Den Haag. In een uitspraak met toepassing van art. 8:54 Awb oordeelt de rechtbank dat het beroepschrift kennelijk niet ontvankelijk is. De rechtbank oordeelt dat de brief van de gemeente Den Haag van zuiver informatieve aard is en dat het bezwaarschrift dat via de e-mail is ingediend niet kwalificeert als een bezwaarschrift en de gemeente daardoor ook geen beslissing op een bezwaarschrift kan nemen. Van een weigering een beslissing te nemen kan dan evenmin sprake zijn, aldus de rechtbank. De belanghebbende is het met dit oordeel niet eens en komt in verzet bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat het bezwaarschrift van de belanghebbende niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Het was immers ingediend via een route die niet daarvoor was opengesteld. Dat leidt ertoe, aldus de Hoge Raad, dat de belanghebbende in de gelegenheid had moeten worden gesteld om dit verzuim te herstellen (art. 6:6 Awb). Die mogelijkheid heeft de gemeente Den Haag niet geboden. De brief van de gemeente over het buiten behandeling laten van het bezwaarschrift kan dan niet anders worden opgevat als een weigering om op het ingediende bezwaarschrift te beslissen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtsbijstand op basis van 'no cure no pay' staat niet in de weg aan vergoeding immateriële schade overschrijding redelijke termijn »
Publicatiedatum: 02-06-2017, NTFR 2017/1433In een WOZ-procedure is de redelijke termijn overschreden. Om die reden heeft Hof Den Haag (20 juli 2016, nr. 15/01084, NTFR 2016/2136) een vergoeding van immateriële schade toegekend. Het college van B en W heeft daartegen cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad bevestigt de hofuitspraak. Aan toekenning van een dergelijke schadevergoeding staat immers niet in de weg dat aan de belanghebbende bijstand is verleend op basis van ‘no cure no pay’. Evenmin staat daaraan in de weg dat belanghebbende ermee heft ingestemd dat een eventuele schadevergoeding aan de rechtsbijstandverlener wordt uitbetaald.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schending verdedigingsbeginsel: toepassing van het andere afloop-criterium leidt tot vernietiging van de utb's »
Publicatiedatum: 02-06-2017, FED 2017/106De ontwikkelingen in de rechtsbescherming van de belastingplichtige kennen een grillig verloop. De ene keer staat iedereen op de bres om de rechtsbescherming te verbeteren en de andere keer vindt iedereen dat het wel weer wat minder kan (bijvoorbeeld de discussie bij de Panama Papers). Het verdedigings-beginsel maakt onderdeel uit van de rechtsbescherming van de belastingplichtige en ook bij de nadere ontwikkeling en invulling hiervan zien we 'ups-and-downs' tevoorschijn komen. Inmiddels weten we dat het 'andere afloopcriterium' van belang is voor het bepalen welke gevolgen moeten worden verbonden aan een schending van het verdedigingsbeginsel maar wisten we nog niet hoe we dat moesten toepassen. De Hoge Raad brengt daar in dit arrest verandering in door 'handen en voeten' te geven aan dit criterium.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belastingrente als gevolg van fout in softwareprogramma terecht; Gerechtshof Amsterdam, nr. 16/00219 »
Publicatiedatum: 01-06-2017, Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2017/2332In de door gemachtigde van belanghebbende ingediende aangifte IB/PVV 2012 is het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang door een fout in het softwareprogramma op nihil gesteld. Naar aanleiding van deze aangifte wordt door de inspecteur een voorlopige aanslag opgelegd. Na ontdekking van de fout wordt de aangifte opnieuw ingediend. Op 14 april 2015 stelt de inspecteur de aanslag IB/PVV 2012 vast. Tegelijkertijd is een beschikking belastingrente opgelegd van € 1.010. Met Rechtbank Noord-Holland is het hof van oordeel dat de inspecteur niet in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidbeginsel. De afwijking in de aangifte is immers veroorzaakt door een fout in de programmatuur van de door (de gemachtigde van) belanghebbende gekozen softwareleverancier en niet door een fout in de programmatuur van de inspecteur. Dat de inspecteur bij de oplegging van voorlopige aanslagen heft gekozen voor een geautomatiseerde afhandeling maakt op zich ook niet dat de inspecteur onzorgvuldig heeft gehandeld. De inspecteur heeft terecht belastingrente in rekening gebracht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen proceskostenvergoeding voor intrekking verzoek voorlopige voorziening »
Publicatiedatum: 23-05-2017, NTFR 2017/1734Op grond van art. 8:81 Awb kan hangende de bezwaar- en/of beroepsprocedure een voorlopige voorziening worden gevraagd aan de rechtbank. Een voorlopigevoorzieningenprocedure wordt in de praktijk gebruikt om hangende een procedure bijvoorbeeld schorsende werking te krijgen voor het bestreden besluit of om het verstrekken van afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken af te dwingen of om de werking van een utb in douanezaken op te schorten. Een belangrijke eis voor het indienen van een verzoek tot een voorlopige voorziening is het connexiteitsvereiste. Deze eis houdt in dat een bezwaarprocedure of beroepsprocedure aanhangig moet zijn. In dit geval had de belastingplichtige in de bezwaarfase het verzoek ingediend. Het andere punt dat in deze zaak speelt is de vraag of de belastingplichtige recht heeft op een proceskostenvergoeding bij de intrekking van het verzoek.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hennepkweker heeft vereiste aangifte niet gedaan; schattingen van inkomsten zijn redelijk »
Publicatiedatum: 20-04-2017, NTFR 2017/1855Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor de handel in en het telen van hennep. Naar aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek heeft de inspecteur over de jaren 1999 tot en met 2002 (navorderings)aanslagen opgelegd. Het hof acht aannemelijk dat belanghebbende betrokken was bij de teelt en handel in hennep. Hij heeft de inkomsten daaruit niet aangegeven. Het hof oordeelt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Dit leidt tot omkering van de bewijslast. De omvang van de inkomsten zijn slechts door middel van schattingen vast te stellen, aangezien belanghebbende geen administratie heeft bijgehouden van de activiteiten en de opbrengsten daaruit. De schattingen van de inspecteur dienen wel redelijk te zijn. Belanghebbende heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende aangevoerd voor de conclusie dat de schattingen van de inspecteur onredelijk zijn.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Massaal bezwaar bij OB privégebruik auto »
Publicatiedatum: 29-03-2017, NTFR 2017/1518Bij de Belastingdienst zijn sinds 2011 zo’n twee miljoen bezwaarschriften binnengekomen over de heffing van omzetbelasting bij privégebruik van de auto van de zaak. Vier van deze bezwaarschriften worden uitgeprocedeerd tot aan de Hoge Raad. Om de behandeling van de overige bezwaarschriften behapbaar te houden, heeft de staatssecretaris ervoor gekozen om deze bezwaarschriften als massaal bezwaar aan te merken. Als iemand bezwaar heeft gemaakt tegen de omzetbelasting voor het privégebruik van de auto van de zaak, dan valt dit bezwaarschrift onder het besluit als er wordt voldaan aan de volgende vier voorwaarden: (i) het gaat in het bezwaar om één of meer van de vragen over de omzetbelastingheffing over het privégebruik auto; (ii) er is bezwaar gemaakt uiterlijk op de dag voordat de Belastingdienst de collectieve uitspraak op bezwaar neemt; (iii) er is op tijd bezwaar gemaakt; (iv) de Belastingdienst heeft nog geen uitspraak op het bezwaarschrift gedaan.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Vergrijpboete overdrachtsbelasting voor aannemers-bv vanwege wederinkoop-constructie is terecht »
Publicatiedatum: 14-03-2017, NTFR 2017/1055Deze zaak hangt samen met Hof Arnhem-Leeuwarden 14 maart 2017, nr. 16/00123, NTFR 2017/1054. In die zaak ging het over de vraag of aan de schilder een vergrijpboete kon worden opgelegd. In deze zaak gaat het over de vraag of aan de aannemers-bv een boete kan worden opgelegd. Waar het in de zaak van de schilder goed afloopt, gaat het hier mis in die zin dat de vergrijpboete in stand wordt gelaten. Daarbij zijn vooral twee punten interessant. In de eerste plaats het pleitbare standpunt. Dat brengt mij op het tweede punt. De belastingplichtige probeert zich te verschuilen achter de notaris om aan de vergrijpboete te ontkomen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schilder mocht vertrouwen op notaris: vergrijpboete wegens 'een constructie' met onroerende zaken vernietigd »
Publicatiedatum: 14-03-2017, NTFR 2017/1054Op grond van art. 67f AWR kan een vergrijpboete worden opgelegd in verband met tekortkomingen in de nakoming van de betalingsverplichting. Dit feit moet goed worden onderscheiden van het opzettelijk onjuist doen van een aangifte bij aangiftebelastingen. Hiervoor kan de inspecteur namelijk geen vergrijpboete opleggen, maar die kwestie kan alleen strafrechtelijk worden gesanctioneerd. In deze zaak heeft de belanghebbende gebruikgemaakt van de diensten van een notaris. Tot 1 januari 2006 was het vaste jurisprudentie (HR 15 juli 1988, nr. 24.483, BNB 1988/270) dat een belastingplichtige zich, behoudens uitzonderingen, niet kon verschuilen achter zijn adviseur. Deed de adviseur een onjuiste aangifte, dan werd dit toegerekend aan de belastingplichtige die daarvoor de rekening kreeg gepresenteerd in de vorm van een boete. In HR 1 december 2006, nr. 40.369, NTFR 2006/1710 is hierop teruggekomen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Informatiebeschikkingen deels vernietigd »
Publicatiedatum: 07-02-2017, NTFR 2017/681Het eerste geschilpunt ziet op de vraag of een informatiebeschikking gedeeltelijk kan vervallen. De belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat de informatiebeschikkingen van rechtswege zijn vervallen omdat de inspecteur een navorderingsaanslag schenkingsrecht heeft vastgesteld en uitspraak heeft gedaan op een bezwaarschrift tegen een eerdere aanslag schenkingsrecht. Het tweede geschilpunt is in dit kader interessanter.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Commentaar NOB op Evaluatie Wet rechtsbescherming controlehandelingen fiscus »
Publicatiedatum: 24-01-2017, NTFR 2017/355Het NOB heeft, in het kader van de evaluatie van de Wet rechtsbescherming controlehandelingen fiscus, de zogenaamde Wet Dezentjé, een commentaar uitgebracht op de werking van deze wet. Destijds is in deze wet een aantal maatregelen getroffen om de burger een rechtsbescherming te bieden tegen ongebreidelde controles door de Belastingdienst. Een van deze maatregelen was het invoeren van art. 52a AWR, de informatiebeschikking. Dit artikel blijkt in de praktijk niet goed genoeg te werken.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Aangifte VPB te laat ingediend, belanghebbende slaagt deels in bewijslast »
Publicatiedatum: 19-01-2017, NTFR 2017/563Een van de geschilpunten in deze zaak is het tijdstip waarop de belanghebbende (nadere) bewijsstukken in het geding heeft in gebracht. Belanghebbende heeft in hoger beroep balansen, winst- en verliesrekeningen, etc. ingebracht om zijn standpunten te onderbouwen. De inspecteur vindt dit te laat en is van mening dat de stukken buiten beschouwing moeten blijven. Als reden daarvoor voert de inspecteur aan dat de stukken uiterlijk in de bezwaarfase hadden moeten worden ingebracht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank gaat voorbij aan bevoegdheidsgebrek opleggen beschikking »
Publicatiedatum: 16-01-2017, NTFR 2017/856Tot 1 januari 2013 kon de rechtbank alleen in de situatie dat er sprake was van een schending van een vormvoorschrift daaraan voorbijgaan met toepassing van art. 6:22 Awb. Onder vormvoorschriften vielen voorschriften die zien op de procedure van de totstandkoming, de wijze van de beslissing of de wijze van vastlegging van het besluit. Het ging dus niet om de inhoudelijke eisen aan het besluit. Per 1 januari 2013 heeft de wetgever de toepassingsmogelijkheden van art. 6:22 Awb verruimd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belastingplicht forens kan niet bij overeenkomst worden verlegd naar exploitant recreatieterrein »
Publicatiedatum: 22-12-2016, NTFR 2017/420Dit keer laat A-G IJzerman zijn mening horen over de vraag of een eigenaar van een stacaravan op kan komen tegen de aanslag forensenbelasting die de gemeente Oisterwijk heeft opgelegd aan de eigenaar van het caravanpark. In deze aanslag forensenbelasting is het gedeelte van de belasting dat ziet op belanghebbende opgenomen, maar daarnaast ook de door andere eigenaren verschuldigde forensenbelasting.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen 'mede-belanghebbende' door restrictieve uitleg van dat begrip, maar op bezwaar moet wel tijdig worden beslist »
Publicatiedatum: 29-11-2016, NTFR 2017/283In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland spelen twee interessante onderwerpen. In de eerste plaats de vraag of de eiser in deze zaak voldoet aan het begrip ‘belanghebbende’ om het rechtsmiddel in te kunnen stellen en in de tweede plaats of de eiser aanspraak kan maken op de dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een beslissing.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Heffingsambtenaar heeft verzoek om telefonische hoorzitting ten onrechte geweigerd »
Publicatiedatum: 29-09-2016, NTFR 2016/3090 Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning. In bezwaar is door de gemachtigde van belanghebbende verzocht om telefonisch te worden gehoord. Dat verzoek is door de heffingsambtenaar uiteindelijk afgewezen. Het hof overweegt dat een bestuursorgaan gehoor dient te geven aan de wens van een belanghebbende om hem telefonisch te horen, tenzij zwaarder wegende belangen aan de zijde van het bestuursorgaan zich hiertegen zouden verzetten. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar het verzoek van belanghebbende om een telefonische hoorzitting ten onrechte heeft geweigerd. De door de heffingsambtenaar aangedragen argumenten om in dit geval niet telefonisch te horen, overtuigen het hof niet, terwijl het hof het argument van gemachtigde dat hij zodoende in staat is om – evenals de heffingsambtenaar – zijn eigen systemen te raadplegen waardoor hij de belangen van de belanghebbende beter kan behartigen en er wordt gekomen tot een doelmatige hoorzitting, een valide reden acht. Aldus heeft de heffingsambtenaar in strijd met art. 7:2 Awb gehandeld. Inhoudelijk oordeelt het hof dat geen van de partijen de door hen verdedigde waarde van de woning aannemelijk heeft gemaakt. Het hof stelt vervolgens de waarde van de woning in goede justitie vast.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Met enkel verwijzing naar eerdere procedure zonder stukken bij te voegen zijn geen gronden ingediend »
Publicatiedatum: 27-09-2016, NTFR 2016/2510Aan belanghebbende zijn twee aanslagen rioolrecht opgelegd. Belanghebbende heeft de gronden van zijn beroepschrift niet vermeld. Er is alleen verwezen naar een procedure uit 2006. Volgens belanghebbende kon een motivering achterwege blijven omdat de rechtbank bekend was met de eerdere procedure die ten tijde van de indiening van het onderhavige beroep voorlag bij het hof. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de enkele verwijzing naar de eerdere procedure zonder het bijvoegen van stukken onvoldoende is voor een gemotiveerd beroepschrift als bedoeld in art. 6:5 Awb. Dat de rechtbank bekend was met de eerdere procedure maakt dat niet anders. Belanghebbende is nadat de Hoge Raad over de procedure over 2006 had beslist opnieuw in de gelegenheid gesteld om zijn beroepschrift te motiveren. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Kostenvergoeding voor gegrond bezwaar ondanks niet reageren op vooraankondiging »
Publicatiedatum: 16-09-2016, NTFR 2016/2428In dit arrest moet de Hoge Raad oordelen over de vraag of de belastingplichtige in de bezwaarfase recht heeft op een vergoeding van de gemaakte proceskosten. In dit geval heeft de belastingplichtige aangifte gedaan voor de BPM. Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis komt de Hoge Raad tot het oordeel dat de belastingplichtige recht heeft op een proceskostenvergoeding omdat de aangifte die hij heeft gedaan correct was en de inspecteur daarop ten onrechte een correctie had toegepast. Dit betekent dat de naheffingsaanslag is herroepen, wat op grond van art. 7:15 Awb het toekennen van een proceskostenvergoeding mogelijk maakt. Sprake is van onrechtmatig handelen door de RDW omdat die onjuiste gegevens in het register heeft opgenomen, maar deze handeling laat de Hoge Raad terecht voor rekening van de inspecteur komen (vgl. HR 19 december 2014, nrs. 13/05786 t/m 13/05788, NTFR 2015/321). Het kan en mag niet de bedoeling zijn om een belastingplichtige op te laten draaien voor de kosten die hij in bezwaar heeft moeten maken om de onjuiste naheffingsaanslag van tafel te krijgen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Intoetsen verkeerd bedrag door Belastingdienst is een fout op grond waarvan navordering mogelijk is I »
Publicatiedatum: 23-08-2016, NTFR 2016/2678In deze procedure heeft een administratief medewerker van de Belastingdienst bij het overnemen van de gegevens van een papieren aangifte schenkbelasting een ‘fout’ gemaakt. De vraag is of deze ‘fout’ kan worden hersteld door het vaststellen van een navorderingsaanslag. Voorafgaand aan de invoering van art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR had de Hoge Raad (8 augustus 2003, nr. 37.570, NTFR 2003/1399) over de schrijf- en tikfoutenjurisprudentie overwogen dat navordering is toegestaan als een aanslag te laag is vastgesteld niet als gevolg van een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten of in het recht, maar door een vergissing die heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd, zoals een schrijf-, reken-, overname- of intoetsfout, en het voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar was dat bij de totstandkoming van de aanslag een fout was gemaakt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen schending hoorplicht bij volledige tegemoetkoming bezwaar »
Publicatiedatum: 14-06-2016, NTFR 2016/2213Belanghebbende is in bezwaar gegaan tegen een naheffingsaanslag BPM. In deze zaak heeft de gemachtigde van de belanghebbende enige formele grieven opgeworpen. De inhoud van deze grieven wekt verbazing en roept de vraag op of het wenselijk is dat hierover in beroep en hoger beroep wordt geprocedeerd. De grieven zijn immers, zoals uit het navolgende blijkt, te kenmerken als een schot hagel in plaats van een scherp schot.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Machtiging wordt geacht doorlopend te zijn verleend »
Publicatiedatum: 29-03-2016, NTFR 2016/1245De rechtbank (Rechtbank Rotterdam 17 juni 2015, nrs. 14/9096 t/m 14/9098) oordeelt dat de heffingsambtenaar naar een recente machtiging heeft mogen vragen, omdat de opgestelde machtiging ruim voor de datum van de bestreden WOZ-beschikkingen is opgesteld en deze niet viel te herleiden naar de in bezwaar bestreden beschikkingen. Het hof overweegt daarentegen dat zich tussen het verlenen van de machtiging in 2013 en het indienen van de onderhavige bezwaarschriften geen omstandigheid als bedoeld in art. 3:72 Awb (einde van volmacht) heeft voorgedaan waardoor de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde zou zijn geëindigd. Het standpunt van de heffingsambtenaar, dat uit de volmacht moet blijken dat die doorlopend is verleend, is onjuist, aangezien de machtiging geacht wordt doorlopend te zijn verleend, zolang deze niet is herroepen of is opgezegd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Tegen gegrond verzet staat geen cassatieberoep open »
Publicatiedatum: 12-02-2016, NTFR 2016/703Belanghebbende heeft verzet aangetekend tegen een uitspraak van de rechtbank ex art. 8:54 Awb (vereenvoudigde behandeling). Het verzet is gegrond verklaard. Daartegen heeft belanghebbende cassatieberoep aangetekend. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, omdat tegen een ‘gegrond verzet’ geen cassatieberoep openstaat. Ten overvloede geeft de Hoge Raad nog mee dat het de voorkeur verdient dat een ‘verzetrechter’ reeds een proceskostenvergoeding in de ‘verzetuitspraak’ opneemt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank legt overgangsrecht BPB op voor belanghebbende gunstige wijze uit »
Publicatiedatum: 11-02-2016, NTFR 2016/858Vanaf 1 januari 2015 is de regeling in het BPB die ziet op samenhangende zaken verruimd. Voor een samenhangende zaak is niet langer vereist dat de bezwaren of beroepen (i) (nagenoeg) gelijktijdig zijn ingediend, (ii) zijn gericht tegen (nagenoeg) identieke besluiten en (iii) zijn gebaseerd op vergelijkbare gronden. Voldoende is dat het bestuursorgaan of de bestuursrechter de bezwaren of beroepen (nagenoeg) gelijktijdig behandelt, sprake is van dezelfde gemachtigde en de ‘werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn’. In de onderhavige zaak is in 2014 uitspraak op bezwaar gedaan, waarin door de inspecteur niet is beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding. Tegen deze (inhoudelijke) uitspraak op bezwaar is belanghebbende niet in beroep gekomen. In 2015 beslist de inspecteur alsnog op het verzoek tot vergoeding van de proceskosten. Tegen die beslissing gaat belanghebbende wel in beroep. In geschil is of bij de beoordeling van het verzoek om proceskostenvergoeding de regeling uit 2014 of uit 2015 moet worden toegepast. Indien de regeling van 2015 moet worden toegepast, is sprake van samenhangende zaken zodat een beperkte(re) proceskostenvergoeding kan worden toegekend. Dit standpunt bepleit de inspecteur. Belanghebbende daarentegen is van mening dat de regeling uit 2014 moet worden gehanteerd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen procesbelang bij hogere aanslag »
Publicatiedatum: 19-01-2016, NTFR 2016/1080Op grond van art. 8:70 Awb kan de belastingrechter het beroep van een belastingplichtige niet-ontvankelijk verklaren. De belastingrechter maakt van deze mogelijkheid onder meer gebruik als de belastingplichtige geen procesbelang (meer) heeft. In deze zaak is de vraag of de belastingplichtige voor het jaar 2011 een procesbelang heeft bij het instellen van het beroep. De belastingplichtige wil in deze zaak een ‘truc’ uithalen om ervoor te zorgen dat zijn verliesverrekening niet verdampt. Deze ‘truc’ leidt onder de streep niet tot een ander te betalen bedrag aan belasting. In beide situaties (met of zonder volledige verliesverrekening) blijft sprake van een nihilaanslag. Niets betalen is niets betalen, wat de weg naar deze uitkomst ook is. Die conclusie trekt de rechtbank ook. De rechtbank oordeelt dat de belastingplichtige niet in een betere situatie terecht kan komen dan hij al zit zodat hij geen belang heeft bij het instellen van het rechtsmiddel. De rechtbank laat het niet bij deze beoordeling, maar betrekt daarbij ook de vraag of op grond van art. 21a Wet VPB 1969 een procesbelang zou kunnen ontstaan voor de belastingplichtige.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Forens is beroepsgerechtigd ook al is de aanslag forensenbelasting aan exploitant recreatieterrein opgelegd »
Publicatiedatum: 07-01-2016, NTFR 2016/981In deze zaak was in geschil of degene die bezwaar/beroep had gemaakt daartoe ook gerechtigd was. Daarbij is van belang dat deze persoon niet degene is geweest die de belastingaanslag heeft ontvangen, maar wel degene is die in feite de betreffende belasting (forensenbelasting) moet betalen. De ‘belanghebbende’ in deze zaak voldoet dus niet aan de eisen van art. 26a AWR om als een ‘echte’ belanghebbende te kwalificeren. Rechtbank Zeeland-West Brabant (4 juli 2014, nr. 13/360, NTFR 2014/2437) en Hof Den Bosch verschillen vervolgens van oordeel over de vraag of deze ‘belanghebbende’ dan wel voldoet aan de eisen van art. 26a, lid 2, AWR.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hoorgesprek heeft overeenkomstig te daaraan te stellen eisen plaatsgevonden »
Publicatiedatum: 24-11-2015, NTFR 2016/359Het hof oordeelt in deze zaak dat de inspecteur in overeenstemming met het vorenstaande de belanghebbende heeft gehoord. Tijdens het hoorgesprek zijn alle geschilpunten aan de orde geweest. Ook volgt uit de uitspraak dat niet alleen de belanghebbende haar ‘zegje’ heeft kunnen doen, maar dat ook de inspecteur zijn argumenten naar voren heeft gebracht. Daarmee is recht gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor. In de praktijk schort het daar nog wel eens aan, omdat een inspecteur het ‘horen’ te letterlijk opvat door de belanghebbende de gelegenheid te geven zijn argumenten (nader) toe te lichten en die slechts aanhoort, zonder daarop te reageren. In deze zaak is, aldus het hof, alles volgens het ‘boekje’ gegaan, zodat de argumenten van de belanghebbende worden verworpen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hof legt onjuiste toetsingsmaatstaf aan bij schending verdedigingsbeginsel »
Publicatiedatum: 09-11-2015, NTFR 2015/2714Op 18 december 2008 (C-349/07) toverde het HvJ het verdedigingsbeginsel uit de hoge hoed (arrest Sopropé). Dit beginsel houdt – kort gezegd – in dat de belastingplichtige voorafgaand aan het vaststellen van een bezwarend besluit moet worden gehoord. Daarbij is wel noodzakelijk dat het bezwarende besluit de belastingplichtige in aanmerkelijke mate raakt. Wordt de belastingplichtige voorafgaand aan het besluit niet gehoord, dan is in principe het verdedigingsbeginsel geschonden. Over de gevolgen die aan een schending van het verdedigingsbeginsel moesten worden verbonden, liet het HvJ zich in het Sopropé-arrest niet uit. Dit zorgde ervoor dat de verschillende belastingrechters in Nederland verschillende toetsingsmaatstaven aan hun beslissingen ten grondslag legden. Dit gebeurde ook in de onderhavige procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. Rechtbank Haarlem paste als toetsingskader het benadelingsvereiste toe. Het toetsingskader dat de rechtbank en het hof hebben gebruikt, ligt niet in lijn met het toetsingskader zoals de Hoge Raad dat voor ogen heeft.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belanghebbende heeft wel de vereiste aangifte gedaan »
Publicatiedatum: 08-10-2015, NTFR 2015/3189In de zaak waarover Hof Den Bosch moest oordelen was de inspecteur ‘vergeten’ een informatiebeschikking af te geven. Deze vergissing had hij in de bezwaarfase niet hersteld. Gelet op de criteria voor omkering en verzwaring van de bewijslast (art. 25, lid 3, en art. 27e AWR) betekent dit dat aan deze ‘sanctie’ alleen kan worden toegekomen als de inspecteur aannemelijk maakt dat de vereiste aangifte niet is gedaan. In de onderhavige zaak haalt de inspecteur daartoe aan dat de belastingplichtige niet heeft voldaan aan zijn administratieplicht. De administratie biedt daardoor, aldus de inspecteur, onvoldoende basis voor de berekening van de behaalde omzet en winst. Om die reden stelt de inspecteur eigenhandig een omzetberekening op en destilleert daaruit wat de winst is die volgens hem is behaald.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtsbijstand is niet beroepsmatig verleend »
Publicatiedatum: 22-09-2015, NTFR 2015/2883In deze procedure is in geschil of de belastingplichtige aanspraak kan maken op vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten. Art. 8:75 Awb biedt daartoe de mogelijkheid. Om aanspraak te kunnen maken op vergoeding van de proceskosten is het van belang dat de belastingplichtige geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld. Dit is slechts anders indien de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeit uit de handelwijze van het bestuursorgaan. In dat geval kan de belastingrechter ook bij een ongegrond beroep aanleiding zien tot het toekennen van een proceskostenvergoeding

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verlengde navorderingstermijn ook van toepassing op forfaitair rendement buitenlandse beleggingsinstelling »
Publicatiedatum: 04-09-2015, NTFR 2015/3022Art. 16, lid 4, AWR bepaalt dat de navorderingstermijn voor vermogensbestanddelen die in het buitenland worden gehouden of zijn opgekomen, twaalf jaar bedraagt. Uit de wettekst volgt niet wat onder het begrip ‘opkomen in het buitenland’ moet worden verstaan. Heeft dit betrekking op de oorsprong van het vermogensbestanddeel of op de plaats van het genieten van het vermogensbestanddeel? Deze vraag is in het verleden al voorgelegd aan de Hoge Raad. In deze zaak is de inspecteur van mening dat de verlengde navorderingstermijn van toepassing is, omdat gebruik moet worden gemaakt van de regeling van het forfaitaire rendement (art. 29a Wet IB 1964 (tot 1997), art. 20b, lid 1, onderdeel b Wet IB 1964 (tot 2001) en art. 4.14 Wet IB 2001 (vanaf 2001). De regeling is van toepassing indien een belastingplichtige een aanmerkelijk belang aanhoudt in een niet in Nederland gevestigd beleggingslichaam. Voor de beoordeling waar een lichaam is gevestigd, zijn de omstandigheden van het geval doorslaggevend (art. 4, lid 1, AWR).

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Exploitant Chinees-Indisch restaurant schendt administratieplicht: informatiebeschikking is terecht »
Publicatiedatum: 25-08-2015, NTFR 2015/2638Belanghebbende dreef in de vorm van een eenmanszaak een Chinees-Indisch restaurant. Naar aanleiding van de bevindingen van een bij belanghebbende in 2013 ingesteld boekenonderzoek, heeft de inspecteur de conclusie getrokken dat belanghebbende de administratieplicht heeft geschonden. Daarom heeft hij de onderhavige informatiebeschikking vastgesteld. Volgens het hof is dat terecht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belastingrechter volgt oordeel strafrechter dat geen sprake is van inkomsten uit hennepteelt »
Publicatiedatum: 06-08-2015, NTFR 2015/2400De omkering en verzwaring van de bewijslast kan – onder andere – worden toegepast als de belastingplichtige niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Van het niet doen van de vereiste aangifte is sprake als de belastingplichtige (i) in het geheel geen aangifte doet hoewel hij daartoe door de inspecteur is uitgenodigd, (ii) de aangifte retour stuurt, maar daarin formeel onjuiste gegevens verwerkt of (iii) zowel absoluut als relatief bezien een aanzienlijk te lage aangifte indient. Deze laatste optie deed zich in deze zaak voor, aldus de inspecteur.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Aan ontbonden rechtspersoon kunnen geen betalingsverzuimboetes en aangifteverzuimboetes worden opgelegd »
Publicatiedatum: 17-07-2015, NTFR 2015/2587Aan een ontbonden stichting zijn door de inspecteur aangifteverzuimboetes en betalingsverzuimboetes opgelegd. In de bezwaarfase heeft de inspecteur deze boetes gehandhaafd, waarna de (ontbonden) stichting beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. Art. 26a AWR bepaalt wie beroep kan instellen in fiscale procedures. Dat zijn (i) de belanghebbende aan wie de belastingaanslag is opgelegd, (ii) de belanghebbende die de belasting op aangifte heeft voldaan of afgedragen of van wie de belasting is ingehouden of (iii) degene tot wie de voor bezwaar vatbare beschikking zich richt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schending verdedigingsbeginsel leidt niet tot vernietiging besluit »
Publicatiedatum: 26-06-2015, NTFR 2015/1928In de onderhavige zaak beoordeelt de Hoge Raad of tussen partijen verschil van mening bestaat over de feiten én of de inspecteur beschikt over beleidsvrijheid. Doen beide situaties zich niet voor, dan lijkt van een benadeling van de belastingplichtige geen sprake. Ondanks de schending van het verdedigingsbeginsel kan de utb dan gewoon in stand blijven. In beide zaken strandt het hierop uiteindelijk voor de belastingplichtigen, omdat tussen partijen geen verschil van mening bestond over de feiten en de inspecteur geen beleidsvrijheid had. Waar het verdedigingsbeginsel in 2008 met tromgeroffel werd binnengehaald, lijkt het nu met stille trom te vertrekken.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geslaagd beroep op dwaling bij intrekking beroep ontvankelijk »
Publicatiedatum: 17-06-2015, NTFR 2015/1973In deze zaak is de belastingplichtige door de inspecteur op het verkeerde been gezet. De inspecteur heeft de belastingplichtige voorgeschoteld dat hij zijn fout (het niet horen van de belastingplichtige in de bezwaarfase) zal herstellen door de gedane uitspraak op bezwaar in te trekken, de belastingplichtige alsnog te horen en dan opnieuw uitspraak op bezwaar te doen. Daarbij heeft de inspecteur kennelijk over het hoofd gezien dat hij niet twee keer uitspraak op bezwaar kan doen (HR 20 januari 2012, nr. 10/02678, NTFR 2012/215). Vermoedelijk naar aanleiding van vragen van de rechtbank ter zitting heeft de belastingplichtige verklaard dat als hij dat geweten had, hij het eerste beroep niet had ingetrokken. De rechtbank oordeelt dan ook dat gelet op alle feiten en omstandigheden de belastingplichtige een gerechtvaardigd beroep op dwaling toekomt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verwijzing in hofuitspraak naar andere aangehechte uitspraak is voldoende gemotiveerd »
Publicatiedatum: 05-06-2015, NTFR 2015/1806De belastingplichtige in deze zaak is in cassatie onder meer opgekomen tegen het oordeel van het gerechtshof over de aanwezigheid van een navordering rechtvaardigend nieuw feit. De belastingplichtige stond daarbij niet alleen. Hij was tezamen met zeven anderen aandeelhouder in een vennootschap. Alle aandeelhouders hebben – kennelijk – een navorderingsaanslag van de inspecteur ontvangen, daartegen bezwaar gemaakt en vervolgens de rechtsmiddelen beroep en hoger beroep aangewend. Bij de behandeling van de hogerberoepsprocedures heeft het gerechtshof de zaken van alle aandeelhouders gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld. Daarbij is ook afgesproken dat alles dat door de belastingplichtigen en/of hun gemachtigden naar voren is gebracht, geacht wordt te zijn gesteld en overgelegd in alle procedures. Die afspraak heeft het gerechtshof er vermoedelijk toe gebracht om bij de vastlegging van zijn oordeel in deze zaak over de mogelijkheid tot navordering niet de ‘knip-en-plak’-techniek toe te passen, maar simpelweg te verwijzen naar het oordeel hierover in een van de zeven andere procedures. De belastingplichtige is het daarmee niet eens.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Betekeningskosten van dwangbevel inzake aanslag leges terecht in rekening gebracht »
Publicatiedatum: 24-04-2015, NTFR 2015/1657Wegens de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van twee woningen is aan belanghebbende op 3 januari 2013 een aanslag leges van € 17.082,15 opgelegd. Belanghebbende heeft tijdig bezwaar gemaakt en heeft de aanslag niet betaald. Op 20 maart 2013 heeft de ontvanger van de gemeente Dantumadiel een dwangbevel uitgereikt, waarbij € 1.172 aan betekeningskosten in rekening zijn gebracht. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende weliswaar heeft aangekondigd de aanslag niet terstond te zullen betalen, maar dat hij geen verzoek tot uitstel van betaling heeft gedaan. Belanghebbende wist of heeft redelijkerwijs moeten weten waarop de aanslag zag. Nu belanghebbende geen uitstel van betaling heeft gevraagd, de ontvanger geen uitstel heeft verleend en belanghebbende is aangemaand tot betaling, zijn volgens de rechtbank de betekeningskosten terecht in rekening gebracht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Wrakingsverzoek is geen bijzondere omstandigheid bij overschrijding redelijke termijn »
Publicatiedatum: 17-04-2015, NTFR 2015/1368In deze zaak gaat het om de vraag of de tijd die gemoeid is met een wrakingsverzoek de redelijke termijn verlengt. De rechtbank oordeelde dat dit het geval is. Het gerechtshof sloot zich daarbij aan. Tegen deze oordelen is de belastingplichtige met succes in cassatie gegaan. De Hoge Raad beslist dat zowel de rechtbank als het hof het wrakingsverzoek ten onrechte als een bijzondere omstandigheid heeft meegenomen die ervoor zorgt dat de redelijke termijn wordt verlengd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen vergoeding immateriële schade na vele succesvolle bezwaren »
Publicatiedatum: 17-03-2015, NTFR 2015/1610In deze zaak vordert de belastingplichtige een vergoeding van immateriële schade omdat hij acht jaar op rij de WOZ-waarde van zijn woning heeft moeten ‘aanvechten’. Dit heeft spanning en frustratie bij de belastingplichtige opgeleverd. In lijn met HR 13 januari 1995, nr. 15.558 oordeelt de rechtbank dat deze verschijnselen van psychische aard niet kunnen worden beschouwd als een aantasting in persoon, zodat de belastingplichtige geen aanspraak kan maken op immateriële schadevergoeding.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belanghebbende moet bewijzen dat hij schade heeft geleden door onrechtmatig besluit van inspecteur »
Publicatiedatum: 13-03-2015, NTFR 2015/1103Belanghebbende heeft de inspecteur verzocht om een VAR-wuo voor het jaar 2009. De inspecteur heeft geweigerd de verklaring te geven. Pas in hoger beroep wordt belanghebbende in het gelijk gesteld. De inspecteur heeft daarom op 1 oktober 2010 alsnog een VAR-wuo verstrekt. Belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van de schade als gevolg van het feit dat de VAR-wuo pas op 1 oktober 2010 is afgegeven. Het hof heeft dit verzoek afgewezen omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden. In cassatie klaagt belanghebbende erover dat het hof hem niet had mogen belasten met de stelplicht en de bewijslast met betrekking tot de gestelde schade. De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende terecht daarmee is belast.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belanghebbende verliest beroep op vertrouwensbeginsel »
Publicatiedatum: 26-02-2015, NTFR 2015/1432De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van belanghebbende geschikt zijn als bewijsmiddel omdat ze voldoende consistent en gedetailleerd zijn. Echter, de verklaringen hebben onvoldoende bewijskracht om aannemelijk te achten dat A heeft verklaard zoals belanghebbende stelt. Tegenover de verklaringen van belanghebbende staan de verklaringen van A die ook voldoende gedetailleerd en consistent zijn. Omdat het gaat om de ene verklaring tegenover de andere, trekt belanghebbende aan het kortste eind omdat hij de bewijslast heeft.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur handelt voortvarend na ontvangst inkeerverzoek Zwitserse bankrekeninghouder »
Publicatiedatum: 25-02-2015, NTFR 2015/1310In deze zaak staat de belastingheffing over de niet eerder aangegeven Zwitserse bankrekening centraal. De belastingplichtige heeft voor de bankrekening een zogenoemde inkeermelding gedaan. In de procedures voor de rechtbank en het hof wordt door partijen getwist over de vraag of (i) de voortvarendheidseis uit de Passenheim-jurisprudentie (HvJ 11 juni 2009, zaak C-155/08 en zaak C- 157/08, NTFR 2009/1742) van toepassing is en (ii) of de inspecteur vervolgens voldoende voortvarend heeft gehandeld.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verklaringen dat belanghebbende niet de economische gerechtigde tot de KB-Luxrekening is, zijn ongeloofwaardig »
Publicatiedatum: 03-02-2015, NTFR 2015/973Belanghebbende, inmiddels overleden, krijgt over de jaren 1991 tot en met 1996 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd wegens verzwegen inkomsten uit een bankrekening bij de KB-Lux. Zijn erven betwisten niet dat belanghebbende de juridische eigenaar van de bankrekening is geweest, maar stellen dat de uiteindelijke economische gerechtigde een zakelijk afnemer van het bedrijf van belanghebbende in het Midden-Oosten is geweest. Noch de rechtbank (4 april 2013, 10/2332 tot en met 10/2342, NTFR 2013/1053), noch het hof acht de verklaring van Q, die de erven daartoe overleggen, geloofwaardig. Deze verklaring vindt geen steun in de overgelegde bewijzen en is zelfs op bepaalde punten daarmee in strijd. Verder is het hof van oordeel dat de inspecteur zowel in de identificatiefase, in de onderzoeksfase als in de fase van aanslagoplegging voldoende voortvarend heeft gehandeld. Na de vragenbrief is zeer regelmatig mondeling en schriftelijk contact geweest tussen de erven en de inspecteur. Er is geen onverklaarbare vertraging van meer dan zes maanden opgetreden.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Horen in bezwaarprocedure kan alleen met toestemming bewoner in diens woning plaatsvinden »
Publicatiedatum: 06-01-2015, NTFR 2015/1107Belanghebbenden, de erven van X, hebben in de bezwaarfase verzocht om te worden gehoord. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbenden aangeboden om samen met de taxateur in de woning van X langs te komen voor een hoorgesprek in combinatie met een inpandige opname. Eén van de erfgenamen van X, tevens bewoonster van de woning, heeft dit geweigerd. In geschil is of de hoorplicht is geschonden.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank had zich onbevoegd moeten verklaren ten aanzien van afwijzing verzoek ambtshalve vermindering »
Publicatiedatum: 19-12-2014, NTFR 2015/784Op grond van art. 3:40 en art. 3:41 Awb treedt een besluit pas in werking nadat het aan de belastingplichtige bekend is gemaakt. In dit geval verkeert de belastingplichtige ten tijde van het verzenden van het aanslagbiljet in staat van faillissement. Art. 8.1. Leidraad Invordering 2008 bepaalt dan dat het aanslagbiljet aan de curator wordt gezonden als de belastingschuld in het faillissement valt dan wel een boedelschuld vormt. Uit de uitspraak volgt niet dat de belastingplichtige ter discussie heeft gesteld dat de belastingschuld niet in het faillissement zou vallen dan wel een boedelschuld vormt. De rechtbank en het gerechtshof hebben dit dan ook kennelijk als vaststaand feit aangenomen. Op grond van deze aanname hebben de rechtbank en het gerechtshof vervolgens vastgesteld dat het aanslagbiljet terecht aan de curator is gezonden. Dit betekent dat de bezwaartermijn volgens de normale regels aanvangt. Het bezwaarschrift van de belastingplichtige (een nieuw ingediende aangifte) is geruime tijd buiten de bezwaartermijn ingediend. Dit leidt ertoe dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard moet worden, tenzij de belastingplichtige aannemelijk maakt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding (art. 6:11 Awb)

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn I »
Publicatiedatum: 19-12-2014, NTFR 2015/849Hof Den Bosch heeft op 19 december 2014 in een drietal zaken uitspraak gedaan over het toekennen van een immateriële schadevergoeding. Aangezien de uitspraken van het hof in deze zaken grote overeenkomsten vertonen, ga ik in dit commentaar op alle drie de uitspraken in.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn II »
Publicatiedatum: 19-12-2014, NTFR 2015/849Zie mijn commentaar elders in deze editie bij Hof Den Bosch 19 december 2014, nrs. 14/00067 t/m 14/00082, NTFR 2015/849.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn III »
Publicatiedatum: 19-12-2014, NTFR 2015/85De rechtbank heeft de inspecteur en de Staat veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van belanghebbende wegens overschrijding van de redelijke termijn. De inspecteur heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank; de Staat niet. Zie mijn commentaar elders in deze editie bij Hof Den Bosch 19 december 2014, nrs. 14/00067 t/m 14/00082, NTFR 2015/849.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Ondernemer in woondecoratie-artikelen slaagt niet in verzwaarde bewijslast »
Publicatiedatum: 16-12-2014, NTFR 2015/637Art. 27e AWR bepaalt dat de bewijslast onder andere moet worden omgekeerd en verzwaard als de belastingplichtige niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Dit artikel is, conform de schakelbepaling van art. 27h, lid 2, AWR, ook van toepassing in de hogerberoepsfase. Op grond van art. 8 AWR is een ieder die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, gehouden deze aangifte duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen en in te zenden aan de Belastingdienst. De belastingplichtige in deze procedure heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van de inspecteur. Ook de herinneringsbrief en de aanmaning hebben de belastingplichtige niet tot actie aangezet. Daarmee manoeuvreert de belastingplichtige zichzelf in een onmogelijk bewijsparket.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Voor belanghebbende was het voldoende duidelijk dat hij uitgenodigd was tot doen van aangifte »
Publicatiedatum: 21-11-2014, NTFR 2015/518Bij uitblijven van een aangifte is aan belanghebbende een ambtshalve aanslag opgelegd. Niet in geschil is dat de uitnodiging tot het doen van aangifte naar het verkeerde adres is gestuurd. De rechtbank acht het echter aannemelijk dat de herinnering en de aanmaning door belanghebbende zijn ontvangen. Nu uit de herinneringsbrief blijkt dat belanghebbende voor 1 juli 2011 aangifte had moeten doen, acht de rechtbank het voor belanghebbende voldoende duidelijk dat de inspecteur hem uitnodigde tot het doen van aangifte. De andere stellingen met betrekking tot de aangifteplicht worden verworpen en de rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Belanghebbende heeft vervolgens niet doen blijken dat zijn woonplaats niet in Nederland was gelegen. De rechtbank vermindert nog wel de redelijke schatting van de inspecteur.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding voor erfopvolgers »
Publicatiedatum: 17-10-2014, NTFR 2014/2583Belanghebbende is in de loop van de belastingprocedure overleden. In geschil is of de erfopvolgers wegens de lange duur van de procedure vergoeding van immateriële schade kunnen krijgen. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Voor het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding is niet van belang in welke mate de betrokkene daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ondervonden.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Zolang boekenonderzoek loopt, zijn bij derden opgevraagde gegevens geen op de zaak betrekking hebbende stukken »
Publicatiedatum: 23-09-2014, NTFR 2014/2636Aan belanghebbende is ambtshalve een aanslag IB/PVV 2009 opgelegd. De resultaten van het boekenonderzoek over de jaren 2009 tot en met 2013 zijn tijdens de bezwaarprocedure nog niet bekend. Belanghebbende heeft aan de voorzieningenrechter verzocht om de inspecteur te gelasten de bij derden opgevraagde informatie te overleggen. De voorzieningenrechter van Rechtbank Gelderland oordeelt dat die informatie en gegevens, zolang het boekenonderzoek nog niet is afgerond, op zichzelf beschouwd niet als op de zaak betrekking hebbende stukken kunnen worden aangemerkt. Het betreft nog slechts informatie en gegevens die op verzoek van controlerend ambtenaren zijn overgelegd en die eerst moeten worden be- en verwerkt om te bepalen of zij relevant zijn in het kader van het boekenonderzoek. Zonder nadere analyse hebben de gegevens weinig tot geen zelfstandige betekenis. Pas als sprake is van een rapport van een boekenonderzoek is sprake van een op de zaak betrekking hebbend stuk en pas dan, als onderliggend aan het rapport, behoren de gebruikte informatie en gegevens eveneens tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Dat reeds een aanslag is opgelegd, maakt dit niet anders.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Brief aan staatssecretaris vormt tijdig ingediend beroepschrift »
Publicatiedatum: 16-09-2014, NTFR 2014/2493Belanghebbende heeft in 2010 een betaling van € 15.000 ontvangen van een stichting, welke betaling verband houdt met tekortkomingen in de pensioenopbouw van belanghebbende. De inspecteur heeft dit bedrag in de aanslag IB/PVV 2010 begrepen. Het bezwaar van belanghebbende daartegen is bij uitspraak op bezwaar van 19 april 2013 afgewezen. Belanghebbende heeft hierover onder meer op 11 mei 2013 een brief aan de staatssecretaris geschreven. Uiteindelijk heeft belanghebbende op 22 juli 2013 digitaal beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het hof is het daar niet mee eens.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Beleidsregel minister van Veiligheid en Justitie met betrekking tot verzoeken immateriële schadevergoeding »
Publicatiedatum: 18-07-2014, NTFR 2014/2012Op 8 juli 2014 heeft de minister van Veiligheid en Justitie een beleidsregel uitgevaardigd over het voeren van verweer in procedures voor het toekennen van een immateriële schadevergoeding. Deze beleidsregel ziet op de situatie waarin de bestuursrechter (waaronder de belastingrechter) niet binnen een redelijke termijn tot de afwikkeling van de procedure komt. Uit de beleidsregel volgt dat de minister in principe afziet van het voeren van verweer. Het argument daarvoor is dat de jurisprudentie op dit front inmiddels uitgekristalliseerd is in die zin dat over het algemeen een vergoeding van € 500 wordt toegekend per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden. Van deze hoofdregel wijkt de minister slechts af in twee gevallen. In de eerste plaats wenst de minister wel verweer te voeren indien de te verwachten immateriële schadevergoeding € 5.000 overstijgt. In de tweede plaats wenst de minister verweer te kunnen voeren indien belangrijke nieuwe rechtsvragen aan de orde zijn. Verder volgt uit de beleidsregel dat de minister van zijn verweermogelijkheden gebruik zal maken indien hij zelf hoger beroep heeft ingesteld tegen de hoogte van een toegekende immateriële schadevergoeding. Tot slot blijkt uit de toelichting bij de beleidsregel dat als de bestuursrechter de minister uitnodigt een reactie te geven, aan die uitnodiging gehoor zal worden gegeven.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding voor erfgenaam ook voor periode die betrekking heeft op periode voor overlijden erflater »
Publicatiedatum: 01-07-2014, NTFR 2014/2284In deze zaak staat ter discussie of de erfgenamen recht hebben op een immateriële schadevergoeding en zo ja, wat daarvan de omvang is. Rechtbank Den Haag sloot bij haar oordeel aan bij de overwegingen van Hof Den Bosch. Dit hof oordeelde op 23 augustus 2012, NTFR 2012/2239, dat de erflater op enig moment in de procedure, voorafgaand aan zijn overlijden, kenbaar moet hebben gemaakt dat hij een vergoeding voor immateriële schade wenst te ontvangen. Rechtbank Den Haag oordeelde dat nu de erflaatster in deze procedure een dergelijk verzoek niet had gedaan, de periode voor haar overlijden niet meetelt bij de beoordeling of een immateriële schadevergoeding moet worden toegekend. Hof Den Haag deelt dit oordeel van de rechtbank niet.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Beslissing inzake proceskostenvergoeding ten onrechte niet genomen bij uitspraak op bezwaar maar bij afzonderlijke brief: te late indiening beroep verschoonbaar »
Publicatiedatum: 01-07-2014, NTFR 2014/2117In deze zaak staat de vraag centraal of aan de belastingplichtige terecht een integrale kostenvergoeding is toegekend voor de gemaakte kosten van het taxatierapport.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtsbijstand door persoon die tot huishouden behoort, is niet op zakelijke basis verleend »
Publicatiedatum: 06-06-2014, NTFR 2014/1666De belastingplichtige procedeert in deze zaak over leges. In deze procedure wordt zij bijgestaan door de partner van haar moeder. Met deze partner en haar moeder vormt de belastingplichtige een huishouding. In het arrest van 19 oktober 2012 (NTFR 2012/2528) heeft de Hoge Raad richtlijnen gegeven hoe in zo’n situatie moet worden omgegaan met het vergoeden van de gemaakte proceskosten. De Hoge Raad oordeelde dat een vergoeding bij een familierelatie achterwege blijft indien de betrokken bijstandverlener tot het huishouden van de belastingplichtige behoort.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Project BZN; ruwheid van schatting op basis van vergelijkingsgroep leidt tot vermindering boeten »
Publicatiedatum: 04-06-2014, NTFR 2015/395In deze zaak heeft het hof uitspraak gedaan in de hogerberoepsprocedure van een (vermeende) zwartspaarder. De hogerberoepsprocedure biedt de belastingplichtige de mogelijkheid tot een volledige heroverweging. Daarbij kan de belastingplichtige ook nieuwe stukken in het geding brengen of nieuwe argumenten aanvoeren. De hogerberoepsrechter sluit zich in deze procedure op een groot aantal punten aan bij het oordeel van de rechtbank. De argumenten die de belastingplichtige naar voren brengt, zijn in de verschillende procedures door (vermeende) zwartspaarders al naar voren gebracht en de Hoge Raad heeft zich hierover al uitgelaten. In zoverre brengt dit oordeel van het hof niets nieuws. In de uitspraak zitten echter wel twee interessante punten die aandacht verdienen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Betaalde hypotheekrente van verlaten echtelijke woning niet volledig als alimentatieverplichting aftrekbaar »
Publicatiedatum: 13-05-2014, NTFR 2014/1777In deze zaak staat de vraag centraal of de belastingplichtige de totaal betaalde hypotheekrente als kosten van levensonderhoud (alimentatie) in aftrek kan brengen. Zowel rechtbank als hof oordelen dat de bewijslast voor deze aftrekpost op de belastingplichtige rust. Dit bewijs kan de belastingplichtige met alle middelen rechtens leveren. In deze zaak slaagt de belastingplichtige in het bewijs dat hij duurzaam gescheiden van zijn echtgenote leeft. De belastingplichtige slaagt echter niet in het bewijs dat de totaal betaalde hypotheekrente als aftrekpost wegens kosten van levensonderhoud kan worden opgevoerd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur handelde voldoende voortvarend ondanks dat bekendmaking van de navorderingsaanslag op zich liet wachten »
Publicatiedatum: 02-05-2014, NTFR 2014/1867Bij de beantwoording van de vraag of de inspecteur voortvarend heeft gehandeld bij de vaststelling van een navorderingsaanslag met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn, dient te worden uitgegaan van het moment waarop de inspecteur belanghebbende zekerheid verschaft over het van haar na te vorderen bedrag. Dit is niet het moment waarop de navorderingsaanslag aan belanghebbende is bekendgemaakt maar, naar het oordeel van het hof, het moment waarop tussen partijen een vaststellingsovereenkomst is gesloten waarin is opgenomen de hoogte van het door belanghebbende te betalen bedrag alsmede de wijze waarop dit bedrag van belanghebbende zal worden teruggevorderd. Daarnaast is het hof van oordeel dat de gevolgtrekking dat de inspecteur niet voldoende voortvarend heeft gehandeld, mede niet past nu belanghebbende de inspecteur niet opmerkzaam maakte van het feit dat de navorderingsaanslag uitbleef nadat partijen een vaststellingsovereenkomst hadden gesloten.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank gaat ten onrechte voorbij aan gemotiveerd getuigenaanbod »
Publicatiedatum: 17-04-2014, NTFR 2014/1495Een belanghebbende kan in een fiscale procedure op alle mogelijke manieren bewijs leveren. Hieronder valt ook de mogelijkheid om bewijs te leveren door middel van het horen van getuigen (art. 8:60, lid 4, Awb). Deze vorm van bewijs kan ook in de voorwaardelijke vorm worden aangeboden. Aan een getuigenaanbod kan de rechter voorbijgaan. De rechter moet dan oordelen dat het horen van de betrokken getuigen redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van het geschil.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Over schadevergoeding ex art. 8:73 Awb (oud) is wettelijke rente verschuldigd vanaf datum onrechtmatige besluit »
Publicatiedatum: 11-04-2014, NTFR 2014/1263Op 11 april 2014 heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de vraag of renteschade vergoed moet worden over een toegekende schadevergoeding voor proceskosten (ex art. 8:73 Awb in de situatie vóór 12 maart 2002) en vanaf welke datum de rente vergoed moet worden. De Hoge Raad heeft tot op heden nog geen oordeel geveld over de vraag of bij het toekennen van een proceskostenvergoeding op grond van art. 7:15 Awb ook een schadevergoeding ex artikel 8:73 Awb kan worden toegekend voor de gederfde rente over de proceskostenvergoeding.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schadevergoeding ex art. 8:73 Awb (oud) voor kosten van rechtsbijstand in bezwaarfase »
Publicatiedatum: 11-04-2014, NTFR 2014/1262Hof Amsterdam (NTFR 2012/1674) heeft onder het oude recht – dat wil zeggen vóór invoering van art. 7:15 Awb per 12 maart 2002 – in procedures over drie belastingaanslagen (1993, 1996 en 1997) op de voet van art. 8:73 Awb (oud) een schadevergoeding toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase. De staatssecretaris heeft daartegen cassatieberoep ingesteld. Voor het commentaar bij dit arrest verwijs ik naar mijn commentaar bij HR 11 april 2014, nr. 12/03373, NTFR 2014/1263.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Alimentatieverplichting niet aannemelijk gemaakt »
Publicatiedatum: 14-03-2014, NTFR 2014/1653In deze zaak is in geschil of een belastingplichtige aanspraak kan maken op een aftrekpost. Deze aftrekpost ziet op betaalde partneralimentatie. Hiervoor geldt ‘wie stelt moet bewijs leveren’. De belastingplichtige moet derhalve het bewijs leveren dat hij de aftrekpost terecht heeft geclaimd. Hiervoor geldt de ‘lichte’ vorm van bewijs, namelijk aannemelijk maken.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Navorderingsaanslagen aan bekenner Zwitserse bankrekening zijn voortvarend opgelegd »
Publicatiedatum: 27-02-2014, NTFR 2014/1311In deze zaak staat centraal of (i) de inspecteur de navorderingsaanslagen bij de inkeerregeling voortvarend heeft vastgesteld en (ii) de standstillbepaling van toepassing is op de banktegoeden in Zwitserland.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Regeling melding betalingsonmacht in Uitv.besl. IW 1990 is niet strijdig met IW 1990 »
Publicatiedatum: 31-01-2014, NTFR 2014/1000In het derde middel stelt belanghebbende de vraag aan de orde of het hof terecht heeft geoordeeld dat de grove schuld van de accountant is toe te rekenen aan de vennootschap. Allereerst is hierbij de vraag of het hof wel terecht heeft geoordeeld dat het aan grove schuld van de accountant is te wijten dat de verschuldigde belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is voldaan. Het hof heeft geoordeeld dat van grove schuld kan worden gesproken indien sprake is van een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van nalatigheid. Met de advocaat-generaal ben ik van mening dat dit een juiste maatstaf is. Volgens het hof is de grove schuld van de accountant gelegen in het onvoldoende toezicht houden op het werk van onervaren medewerkers. Een, naar de mening van de advocaat-generaal, terechte invulling van de maatstaf. De advocaat-generaal gaat vervolgens in op de toerekeningsvraag en zet hiervoor twee arresten van de Hoge Raad tegen elkaar af.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur maakt tijdige bekendmaking van aanslag niet aannemelijk »
Publicatiedatum: 19-12-2013, NTFR 2014/995Bij een onregelmatig bekendgemaakte aanslag kan als datum van vaststelling van de aanslag de dag voorafgaand aan die van de kennisneming van de aanslag worden aangehouden. Dit kan derhalve meebrengen dat de termijn voor het vaststellen van de aanslag op dat moment is verstreken en de aanslag op die grond moet worden vernietigd. De belastingplichtige moet daar dan wel een beroep op doen (HR 22 april 1998, nr. 33.249). In deze zaak doet de belastingplichtige zo’n beroep. Dat beroep slaagt ook omdat de inspecteur niet het bewijs rond krijgt dat de aanslag voor het einde van het jaar ter post is bezorgd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hoewel boetebeschikking ruim drie weken eerder is opgelegd dan naheffingsaanslag is voldaan aan strekking van eis van 'gelijktijdigheid' »
Publicatiedatum: 03-12-2013, NTFR 2014/609De inspecteur heeft drie weken voordat de naheffingsaanslag is vastgesteld al een boetebeschikking uitgevaardigd. Hiermee heeft de inspecteur niet naar de letter der wet gehandeld. Hof Arnhem-Leeuwarden laat de inspecteur hiermee weg komen. Daartoe wordt overwogen dat de inspecteur weliswaar niet conform de wet heeft gehandeld, maar dat de belastingplichtige niet in onzekerheid heeft verkeerd. Ter ondersteuning van dit oordeel wordt verwezen naar het feit dat in het controlerapport melding is gemaakt van het voornemen zowel een naheffingsaanslag als een boetebeschikking uit te vaardigen. Dit oordeel van het hof overtuigt niet.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur heeft geen vertrouwen gewekt dat onroerendgoedhandelaar omzetbelasting is verschuldigd over saldo inzetpremies en uitkoopsommen »
Publicatiedatum: 26-11-2013, NTFR 2014/608Belanghebbende houdt zich bezig met de aan- en verkoop van onroerende zaken op veilingen. Hij doet dat in verschillende samenwerkingsverbanden. Belanghebbende heeft inzetpremies en uitkoopsommen ontvangen. Hierover is omzetbelasting verschuldigd. Belanghebbende stelt dat bij hem het vertrouwen is gewekt door de inspecteur (door een e-mailbericht, memo en controlerapport) dat hij uitsluitend omzetbelasting is verschuldigd over het saldo van de ontvangen en betaalde inzetpremies en uitkoopsommen. Het hof honoreert dat beroep op gewekt vertrouwen echter niet. Evenmin kan belanghebbende zich volgens het hof met succes beroepen op de gang van zaken bij een derde.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechter is bij vaststellen proceskostenvergoeding niet gebonden aan beleidsregels van bestuursorgaan »
Publicatiedatum: 18-11-2013, NTFR 2013/2074Op grond van art. 7:15, lid 2, Awb worden de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken, door het bestuursorgaan vergoed indien belanghebbende hier om verzoekt en het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Ook in de beroepsfase is dit artikellid van toepassing op grond van art. 8:75, lid 1, Awb. De bestuursrechter is bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met behandeling van het beroep bij de bestuursrechter en van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. In het onderhavige geval heeft belanghebbende met zijn gemachtigde een ‘no cure, no pay’-afspraak gemaakt die inhoudt dat belanghebbende de vergoeding voor de werkzaamheden van de gemachtigde pas verschuldigd is nadat de heffingsambtenaar een vergoeding heeft betaald. De heffingsambtenaar wijst in de bezwaarfase het verzoek om kostenvergoeding af, belanghebbende heeft immers op dat moment nog geen kosten gemaakt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur mag zich op hofzitting nog beroepen op interne compensatie »
Publicatiedatum: 01-11-2013, NTFR 2013/2164De inspecteur doet ter zitting van het hof een beroep op toepassing van interne compensatie. Dit omdat in de ogen van de inspecteur in box 3 te weinig vermogen in aanmerking is genomen. De inspecteur is bij het vaststellen van de aanslag namelijk ‘vergeten’ om de aangegeven inkomsten uit sparen en beleggen ook in de aanslag te verwerken. Het inkomen uit sparen en beleggen van de aanslag zag dus alleen op de KB-Luxrekening. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt dat de belastingplichtige zich niet heeft verzet tegen dit beroep van de inspecteur.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtsgeldige bekendmaking aanslag: te laat bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard »
Publicatiedatum: 15-10-2013, NTFR 2013/2272In dit geval is het aanslagbiljet naar het vestigingsadres van de belastingplichtige gezonden. Dit betwist de belastingplichtige ook niet. Hij had alleen graag gezien dat het aanslagbiljet naar zijn bezoekadres was gestuurd. In geschil is of de inspecteur het aanslagbiljet op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt. Hof Arnhem is daar snel mee klaar nu de inspecteur het aanslagbiljet aan het vestigingsadres heeft gezonden en dit adres door de belastingplichtige ook werd gebruikt in de correspondentie met de Belastingdienst. Dat in een uittreksel van de Kamer van Koophandel ook het bezoekadres van de belastingplichtige werd genoemd doet daaraan niet af, omdat een dergelijke vastlegging niet kwalificeert als een uitdrukkelijk verzoek voor een verplicht toezendadres.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verzet ziet ook op boete: beslissing om belanghebbende niet ambtshalve te horen is niet cassatieproof; HR 9 augustus 2013 »
Publicatiedatum: 09-08-2013, NTFR 2013/1635De rechtbank heeft in het kader van een vereenvoudigde behandeling het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. In verzet heeft belanghebbende niet verzocht om te worden gehoord. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard zonder belanghebbende te horen. Deze uitspraak houdt in cassatie geen stand. De rechtbank heeft namelijk miskend dat – krachtens wetsfictie – ook een boete in het geding is. Weliswaar is de rechter in een boetezaak niet in alle gevallen gehouden de belanghebbende ambtshalve in de gelegenheid te stellen te worden gehoord naar aanleiding van diens verzet, maar slechts in die gevallen waarin het vereiste van een behoorlijk proces ex art. 6 EVRM daartoe aanleiding geeft. Hier kan niet worden aangenomen dat de rechtbank deze beoordeling heeft gemaakt, aangezien de rechter niet heeft onderkend dat een boete in het geding was.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen toekenning proceskostenvergoeding proceskostenvergoeding »
Publicatiedatum: 21-06-2013, NTFR 2013/1337Door de gemeente is in eerste instantie een WOZ-beschikking vastgesteld. De eigenaar is vervolgens overleden. De erfgenaam (hierna: nieuwe eigenaar) heeft de gemeente met toepassing van art. 26 Wet WOZ verzocht om een nieuwe beschikking af te geven en in dezelfde brief bezwaar gemaakt tegen de eerder vastgestelde waarde. Ter ondersteuning van zijn argumenten dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld, is een taxatierapport bijgevoegd. De heffingsambtenaar heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingediend. Dit oordeel wordt door de Hoge Raad in stand gelaten. Hierbij wordt strikt gekeken naar het feit dat ten tijde van het maken van het bezwaar voor de nieuwe eigenaar nog geen WOZ-beschikking was vastgesteld.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hof heeft ten onrechte minister van Veiligheid en Justitie niet in het geding betrokken »
Publicatiedatum: 07-06-2013, NTFR 2013/1222Hof Den Haag heeft de Staat (minister van Veiligheid en Justitie) veroordeeld in vergoeding van schade van belanghebbende wegens overschrijding van de redelijke termijn van de behandeling van de zaak door de rechterlijke macht. Hierbij heeft het hof niet de minister van Veiligheid en Justitie in het geding betrokken. In cassatie wordt hierover terecht geklaagd door de staatssecretaris.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Grote vermogenssprong had de inspecteur tot controleren aangifte moeten aanzetten »
Publicatiedatum: 04-06-2013, NTFR 2014/374De rechtbank oordeelt vervolgens dat geen sprake is van een nieuw feit op grond waarvan de inspecteur een navorderingsaanslag kan opleggen. De grote toename van het privévermogen had bij de inspecteur tot vragen moeten leiden. De stelling dat de vermogenssprong zijn oorzaak had kunnen vinden in bijvoorbeeld het winnen van de loterij of het ontvangen van een erfenis, zijn dermate zeldzaam dat de inspecteur daarop niet in redelijkheid had mogen vertrouwen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Ontoereikende volmacht om cassatieberoep in te stellen »
Publicatiedatum: 12-04-2013, NTFR 2013/810In art. 2:1, lid 2, Awb is bepaald dat een bestuursorgaan een schriftelijke vastlegging van de verlening tot volmacht mag vragen aan de belastingplichtige en zijn gemachtigde. Daarbij is de vraag of het ontbreken van een volmacht een herstelbaar verzuim is in de zin van art. 6:6 Awb of dat dit verzuim pas intreedt als de belastingplichtige en/of zijn gemachtigde niet reageert op het verzoek om de volmacht alsnog te overleggen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur heeft inkomsten administratiekantoor redelijk geschat »
Publicatiedatum: 28-03-2013, NTFR 2013/1579Het hof is van oordeel dat belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag op een lager bedrag moet worden vastgesteld dan het door de inspecteur in hoger beroep nader gestelde bedrag. Weliswaar heeft belanghebbende in hoger beroep een volledig overzicht verstrekt van de afschriften van zijn bankrekeningen, maar daarmee heeft hij niet overtuigend aangetoond dat zijn winst uit onderneming (na zelfstandigenaftrek) op een lager bedrag moet worden vastgesteld. De inspecteur heeft de door belanghebbende genoten winst in redelijkheid geschat.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur gelegenheid geven dossier aan te vullen is geen reden voor partijdigheid »
Publicatiedatum: 20-11-2012, NTFR 2013/387In deze zaak wraakt de belastingplichtige de voorzitter van de meervoudige belastingkamer van Rechtbank Breda. De reden hiervoor is dat de voorzitter de griffier heeft gevraagd om telefonisch contact op te nemen met de inspecteur over bij zijn verweerschrift ontbrekende bijlagen. Dit gebrek heeft de voorzitter vermoedelijk bij de voorbereiding van de zaak geconstateerd. In het verweerschrift verwijst de inspecteur namelijk naar andere verweerschriften zonder die bij te voegen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk en zaak wordt teruggewezen »
Publicatiedatum: 09-11-2012, NTFR 2013/759In deze procedure van Rechtbank Breda komen verschillende aspecten van het formele belastingrecht aan de orde. De belastingplichtige heeft beroep ingesteld bij de rechtbank omdat de inspecteur niet tijdig op zijn bezwaarschrift heeft beslist. Hangende die beroepsprocedure doet de inspecteur conform art. 6:20 Awb, alsnog uitspraak op het bezwaarschrift. De inspecteur verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk omdat het buiten de termijn zou zijn ingediend.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur maakt verzending aanmaning niet aannemelijk »
Publicatiedatum: 09-11-2012, NTFR 2013/705Op grond van art. 8:42 Awb dient de inspecteur een verweerschrift en alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank te overleggen. Uit HR 25 april 2008, nr. 43.871, NTFR 2008/871 en HR 9 april 2010, nr. 43.448, NTFR 2008/873 volgt dat dit artikel ruim moet worden opgevat. In dit geval is onderwerp van geschil of de inspecteur terecht een verzuimboete heeft opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangifte. Om daartoe te kunnen overgaan moet de inspecteur de betrokken belastingplichtige een aanmaning hebben gezonden. De bewijslast dat een aanmaning is verzonden rust op de inspecteur. De stukken die daartoe bewijs kunnen aanleveren, dienen dus als op de zaak betrekking hebbend te worden overgelegd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Ambtelijk verzuim staat aan navordering in de weg »
Publicatiedatum: 26-10-2012, NTFR 2012/2758Op grond van art. 16 AWR kan een inspecteur tot navordering overgaan indien hij beschikt over (i) een nieuw feit, (ii) de belastingplichtige te kwader trouw is of (iii) sprake is van een kenbare fout. In deze uitspraak staat het eerste onderdeel centraal, te weten de vraag of de inspecteur beschikt over een nieuw feit. Een nieuw feit is een feit dat de inspecteur niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn. Hieruit kan worden afgeleid dat op de inspecteur een zekere onderzoeksplicht rust. Schiet hij daarin tekort, dan begaat hij een ambtelijk verzuim en kan hij niet navorderen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Familierelatie behoeft proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand niet in de weg te staan »
Publicatiedatum: 19-10-2012, NTFR 2012/2528In dit arrest wijkt de Hoge Raad zeer nadrukkelijk af van de rechtspraak van de andere twee rechtscolleges. Deze laatste zijn van oordeel dat van door een derde verleende rechtsbijstand in de zin van art. 1, aanhef en onderdeel a, Bpb geen sprake is als de derde in een nauwe familierelatie staat tot de belanghebbende. De Hoge Raad nuanceert dit en biedt een opening om ook in dergelijke situaties een proceskostenvergoeding toegekend te krijgen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur maakt opzet belanghebbende met betrekking tot buitenlandse bankrekening op naam echtgenoot niet aannemelijk »
Publicatiedatum: 13-10-2012, NTFR 2013/129In het onderhavige geval zijn aan de echtgenoot van belanghebbende op grond van art. 47 AWR vragen gesteld over in het buitenland aangehouden bankrekeningen. De echtgenoot heeft ontkend een bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg te hebben aangehouden en daarom geen vragen beantwoord of gegevens verstrekt. De inspecteur is van mening dat de echtgenoot niet aan zijn informatieverplichting heeft voldaan en heeft vervolgens zijn voornemen om navorderingsaanslagen op te leggen met verhogingen en vergrijpboetes kenbaar gemaakt. Ook belanghebbende heeft hij van dit voornemen in kennis gesteld. Aangezien belanghebbende in een aantal jaren een hoger inkomen had dan haar echtgenoot, zijn aan belanghebbende over deze jaren navorderingsaanslagen met verhogingen en vergrijpboetes opgelegd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank kent ten onrechte proceskostenvergoeding toe »
Publicatiedatum: 21-09-2012, NTFR 2012/2291De rechtbank heeft met toepassing van art. 8:54 Awb het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek van belastingplichtige om een proceskostenvergoeding is daarbij afgewezen. Tegen deze art. 8:54-uitspraak van de rechtbank heeft de belastingplichtige verzet aangetekend (art. 8:55 Awb). In die procedure heeft de rechtbank geoordeeld dat de belastingplichtige recht had op vergoeding van de gemaakte proceskosten. Hierbij is de rechtbank ervan uitgegaan dat de belastingplichtige kosten had gemaakt voor door een derde verleende rechtsbijstand. De rechtbank heeft een vergoeding toegekend van € 218. De staatssecretaris kon zich niet vinden in de uitspraak op verzet en wendde daartegen een rechtsmiddel aan.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Niet gebleken dat belanghebbende rekeninghouder was »
Publicatiedatum: 20-09-2012, NTFR 2013/235De onderhavige procedure betreft een KB-Luxzaak waarbij belanghebbende is gekwalificeerd als ontkenner. Nadat de inspecteur binnen de door hem gestelde termijn geen informatie van belanghebbende krijgt over de volgens hem aanwezige buitenlandse bankrekeningen, vaardigt hij een informatiebeschikking uit. Belanghebbende stelt echter dat hij aan zijn informatieverplichtingen heeft voldaan nu hij aan de inspecteur heeft gemeld geen buitenlandse tegoeden te hebben.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Proceskostenvergoeding voor telefonisch horen is mogelijk »
Publicatiedatum: 01-06-2012, NTFR 2012/1437De inspecteur heeft in deze procedure de belastingplichtige de keuze gegeven om telefonisch te worden gehoord op zijn bezwaarschrift tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2004 of om daartoe langs te komen bij de inspecteur. De belastingplichtige heeft in dit geval voor de eerste mogelijkheid (telefonisch horen) gekozen. In de bezwaarfase heeft de belastingplichtige verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten. Dit verzoek heeft de belastingplichtige herhaald in beroep en hoger beroep.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Oplegging tweede primitieve legesaanslag is niet mogelijk »
Publicatiedatum: 22-05-2012, NTFR 2012/1639Belanghebbende heeft op 5 februari 2008 een aanvraag ingediend voor het verlenen van een reguliere bouwvergunning voor de aanleg van een paardenbak. De gemeente heeft voor het in behandeling nemen hiervan belanghebbende bij aanslag van 17 april 2008 leges in rekening gebracht. De bouwvergunning is op 1 september 2008 aan belanghebbende verleend na verlening van een vrijstelling ex art. 19, lid 2, WRO. Vervolgens heeft de gemeente belanghebbende een tweede legesaanslag met dagtekening 6 september 2008 opgelegd wegens bedoelde vrijstellingsprocedure. De rechtbank heeft het beroep tegen de tweede aanslag ongegrond verklaard. Volgens het hof is de gemeente echter niet bevoegd een tweede aanslag op te leggen. Beide aanslagen zien namelijk op de dienst ‘het in behandeling nemen van een aanvraag’. Hiervoor kan maar één aanslag worden opgelegd. Conversie van de tweede aanslag in een navorderingsaanslag is niet mogelijk, omdat een ‘nieuw feit’ ontbreekt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Ten onrechte geen vergoeding griffierecht en proceskosten toegekend »
Publicatiedatum: 20-04-2012, NTFR 2012/1087In deze zaak heeft het hof twee proceshandelingen van de gemachtigde van de belanghebbende ‘over het hoofd gezien’. Op verzoek van het hof heeft deze gemachtigde twee keer schriftelijk inlichtingen verstrekt. Op grond van het hiervoor aangehaalde besluit moet voor deze proceshandelingen een half punt worden toegekend. Dit heeft het hof ten onrechte achterwege gelaten. De forfaitaire proceskostenvergoeding is in de meeste gevallen ontoereikend om de volledige kosten van de procedure te kunnen dekken. Een integrale proceskostenvergoeding wordt namelijk alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden toegekend. Dit betekent dat een belanghebbende die volledig in het gelijk wordt gesteld in de praktijk vaak blijft zitten met een forse kostenpost die voor zijn rekening komt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Sanctie omkering en verzwaring van de bewijslast slechts beperkt tot de winst uit verkoop van hennepstekjes »
Publicatiedatum: 16-02-2012, NTFR 2012/1090Belanghebbende exploiteert een onderneming in binnentuinbenodigdheden en hennepstekjes. Voor de handel in hennepstekjes is belanghebbende strafrechtelijk veroordeeld. Tijdens een boekenonderzoek zijn gebreken in de administratie ontdekt, waaronder nietverantwoorde opbrengsten uit illegale activiteiten en zwart uitbetaalde lonen. In deze zaak speelt de vraag of de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht is toegepast. Deze toepassing kan zich in drie situaties voordoen, te weten: (i) het niet doen van de vereiste aangifte, (ii) het niet voldoen aan de informatieverplichtingen en (iii) het niet voldoen aan de administratieplicht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Naheffing bij boekhouder met gebrekkige administratie is terecht »
Publicatiedatum: 14-02-2012, NTFR 2012/695In deze zaak doet de belanghebbende een beroep op het vertrouwensbeginsel. Wordt aan dit beginsel voldaan, dan is de inspecteur verplicht overeenkomstig het bij de belanghebbende gewekte vertrouwen te handelen. Dit vertrouwen is altijd gebaseerd op een rechtstoepassing die gunstiger is dan de wet voorschrijft. Of een beroep op het vertrouwensbeginsel succesvol is, hangt vooral af van de feiten en omstandigheden van het concrete geval. De belanghebbende zal deze feiten en omstandigheden moeten aandragen. In dit geval brengt de belanghebbende daartoe naar voren dat de controleambtenaar tijdens het boekenonderzoek verklaard zou hebben dat geen fiscale gevolgen verbonden zouden zijn aan de controle.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Bewijsaanbod van heimelijk met taxateur opgenomen telefoongesprek gehonoreerd; taxateur verlaat zittingszaal »
Publicatiedatum: 07-02-2012, NTFR 2012/858In deze zaak is de belastingplichtige van mening dat, gelet op bij hem gewekt vertrouwen, de waarde van zijn onroerende zaak lager moet worden vastgesteld. Hij draagt hiervan de bewijslast. Om daaraan te voldoen, wijst de belastingplichtige in hoger beroep op een heimelijk opgenomen telefoongesprek met de taxateur. De belastingplichtige biedt eerst ter zitting aan dit telefoongesprek te laten horen als bewijs. Het hof heeft de belastingplichtige in de gelegenheid gesteld om dit gesprek te laten horen in de zittingszaal. Van die mogelijkheid heeft de belastingplichtige gebruikgemaakt. Hoewel in het belastingrecht de vrije bewijsleer geldt, is het de vraag of de rechter zo ver moet gaan dat een heimelijk opgenomen telefoongesprek als bewijsmateriaal mag worden gebruikt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Gebrekkige rechtbankuitspraak vernietigd en zaak teruggewezen door hof »
Publicatiedatum: 24-01-2012, NTFR 2012/490In dit geval heeft de rechtbank in de uitspraak niets opgemerkt over wanneer de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, noch dat de belastingplichtige daarvoor op regelmatige wijze is opgeroepen. Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank dan ook terecht vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank voor een hernieuwde behandeling.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Opzegging afspraak met overgangstermijn van twee weken is in dit geval redelijk »
Publicatiedatum: 25-11-2011, NTFR 2012/803Als een inspecteur een toezegging doet aan een belastingplichtige, dan geeft hij daarmee aan hoe hij de fiscale regels zal toepassen in het concrete geval. Niet alles wat de inspecteur zegt, kan als een toezegging worden gekwalificeerd. Om misverstanden over de reikwijdte en inhoud van de toezegging van de inspecteur te voorkomen, is het verstandig om de toezegging van de inspecteur schriftelijk te laten vastleggen. De inspecteur dient daarnaast de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen. Dit is onder andere van belang als de inspecteur wenst terug te komen op de gedane toezegging.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belanghebbende hoefde niet te twijfelen aan de deskundigheid van zijn gemachtigde; geen grove schuld bij belanghebbende »
Publicatiedatum: 27-10-2011, NTFR 2011/2792Wanneer een belastingplichtige een adviseur heeft ingeschakeld aan wie grove schuld of opzet kan worden toegerekend, kan dit samengaan met de mogelijkheid dat bij de belastingplichtige zelf ook opzet of grove schuld aanwezig is geweest. Van belang is daarbij of de belastingplichtige de zorg heeft betracht die redelijkerwijs van hem kan worden verwacht bij de keuze van zijn adviseur en bij de samenwerking met die adviseur (zie in dit kader ook HR 13 februari 2009, nr. 07/12891, NTFR 2009/421). De strafkamer van de Hoge Raad benadrukt dat deze toerekeningscriteria slechts gelden voor de toerekening van gedragingen en/of nalatigheden en niet voor de toerekening van opzet. In deze uitspraak beoordeelt Hof Amsterdam of de inspecteur geslaagd is in het bewijs dat bij de belastingplichtige sprake was van opzet en/of grove schuld.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schending mandaatvoorschrift geen reden voor bovenforfaitaire proceskostenvergoeding »
Publicatiedatum: 27-10-2011, NTFR 2011/2629Omdat de forfaitaire kostenvergoeding verre van toereikend is, is regelmatig onderwerp van geschil of in een belastingprocedure een ruimere kostenvergoeding kan worden verkregen. In dit geval heeft de ambtenaar die de aanslag heeft vastgesteld ook beslist op het bezwaarschrift. Door de rechtbank wordt vastgesteld dat hierdoor in de bezwaarfase geen zorgvuldige heroverweging heeft plaatsgevonden. Door de belastingplichtige is in hoger beroep verzocht om, vanwege deze schending, een ruimere proceskostenvergoeding toe te kennen. Het hof heeft dat verzoek afgewezen en een forfaitaire vergoeding toegekend. Reden voor deze afwijzing is dat de belastingplichtige in de bezwaarfase had ingestemd met de betrokkenheid van de ambtenaar bij de afwikkeling van de bezwaarschriften. Het hof is dan ook van oordeel dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. In zijn conclusie gaat de advocaat-generaal uitgebreid in op de vraag wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden die een ruimere proceskostenvergoeding rechtvaardigen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verrekening door inspecteur tussen box 1 vordering en box 3 schuld toegestaan »
Publicatiedatum: 19-10-2011, NTFR 2012/1820Om vast te stellen welke rechtsgevolgen partijen – uitdrukkelijk of stilzwijgend – zijn overeengekomen, zullen de door hen gemaakte afspraken moeten worden uitgelegd. Hoe dit moet worden gedaan, is in de wet niet geregeld. Richtinggevend is het wederzijdse gerechtvaardigde vertrouwen van partijen (art. 3:35 BW). Daarbij moeten de redelijkheid en billijkheid als maatstaf worden genomen (art. 6:2 en 6:248 BW). Hierover wordt veel geprocedeerd. Een van de bekendste arresten hierbij is het Haviltex-arrest (HR 13 maart 1981, nr. 11.647, LJN: AG4158). Dit arrest wordt door de rechtbank ook aangehaald om het onderhavige geschil te beslechten.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Terechte navorderingsaanslagen vanwege kwade trouw »
Publicatiedatum: 04-07-2011, NTFR 2011/1920Ondanks de gedane toezegging, zijn de aangiftes nooit aangevuld. Dit leidt tot de conclusie dat sprake is van opzettelijk onthouden van de juiste inlichtingen aan de inspecteur. De boetes van 25% zijn passend en geboden, maar worden, vanwege overschrijding van de redelijke termijn, verminderd met 20%.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Op in beroep prijsgegeven stelling kan in stelling hoger beroep niet worden teruggekomen »
Publicatiedatum: 24-05-2011, NTFR 2011/1489Hof Leeuwarden verwijst naar HR 3 december 2010, nr. 09/04397 (NTFR 2010/2833). Nu de inspecteur geheel aan de bezwaren van belanghebbende is tegemoetgekomen, zijn een vergoeding van het griffierecht en een proceskostenvergoeding op hun plaats. De stelling van de inspecteur dat belanghebbende geen belang zou hebben bij zijn beroep heeft de inspecteur ter zitting van de rechtbank uitdrukkelijk en ondubbelzinnig prijsgegeven, zodat hij volgens het hof daarop in hoger beroep niet meer terug kan komen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hof treedt buiten verwijzingsopdracht »
Publicatiedatum: 24-03-2011, NTFR 2011/1088In deze procedure gaat het over de vraag of Hof Arnhem buiten de verwijzingsopdracht van de Hoge Raad is getreden. Kern van het geschil is het verzoek om vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase. Inhoudelijk gaat de procedure over de vraag of de BPM op de juiste wijze is berekend.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Als beroepschrift in cassatie aangemerkte brief is niet binnen zeswekentermijn door rechtbank ontvangen »
Publicatiedatum: 18-03-2011, NTFR 2011/790In een verzetsprocedure heeft de rechtbank uitspraak gedaan op 6 februari 2009. Deze uitspraak is op 16 februari 2009 aan partijen gezonden. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft belanghebbende een geschrift met dagtekening 10 mei 2009 ingediend bij de rechtbank. Deze brief is, via het hof, doorgezonden naar de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat het tijdstip van indiening bij de rechtbank bepalend is voor de vraag of tijdig cassatieberoep is ingesteld. Gelet daarop is de als beroepschrift in cassatie aangemerkte brief niet binnen de zeswekentermijn door de rechtbank ontvangen. Het cassatieberoep is derhalve niet-ontvankelijk.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Proceskostenvergoeding voor onjuiste automatische voorlopige aanslag »
Publicatiedatum: 10-03-2011, NTFR 2011/950Aan belanghebbende is over het jaar 2008 een voorlopige aanslag IB/PVV opgelegd. Deze aanslag is met behulp van het computersysteem van de inspecteur automatisch vastgesteld en is gebaseerd op de bij de inspecteur bekende gegevens uit het meest recente belastingjaar, waaronder een door belanghebbende opgegeven dividenduitkering van € 35.600 in 2007. Belanghebbende maakt hiertegen bezwaar, omdat de dividenduitkering in 2007 eenmalig was. Voorts verzoekt belanghebbende in zijn bezwaarschrift om een proceskostenvergoeding. Het hof is van oordeel dat de inspecteur bij het opleggen van voorlopige aanslagen niet een onbeperkte beslissingsmarge toekomt. In het onderhavige geval heeft de inspecteur bij het vaststellen van de voorlopige aanslag niet de nodige zorgvuldigheid in acht genomen. Doordat de aanslag geheel geautomatiseerd is verwerkt heeft de inspecteur niet onderkend dat het voordeel eenmalig werd genoten. Het risico dat de voorlopige aanslag tot een te hoog bedrag wordt vastgesteld, komt voor rekening van de inspecteur.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Op onjuist juridisch uitgangspunt gebaseerde naheffingsaanslag vernietigd »
Publicatiedatum: 04-03-2011, NTFR 2011/1268In de onderhavige zaak was tussen partijen in geschil of de drijvende villa, Marina, als onroerend voor de overdrachtsbelasting moet worden aangemerkt. Over een identieke casus had het Hof Den Bosch al eerder geoordeeld.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur moet onder verbeurte van een dwangsom alsnog op aanvraag teruggaaf BPM beslissen »
Publicatiedatum: 01-02-2011, NTFR 2011/687In art. 7:1 Awb is bepaald dat voorafgaand aan het instellen van beroep eerst de bezwaarfase bij de inspecteur moet worden doorlopen. Op deze hoofdregel geldt een aantal uitzonderingen. De verplichte bezwaarfase geldt niet voor 1. besluiten die op bezwaar of administratief beroep zijn genomen, 2. besluiten die aan goedkeuring zijn onderworpen, 3. besluiten die de goedkeuring of weigering van een ander besluit inhouden, 4. besluiten die zijn voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afd. 3:4 Awb en 5. het beroep dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Deze laatste situatie doet zich hier voor.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Exploitant schoonmaakbedrijf voldoet niet aan administratieplicht: omkering bewijslast »
Publicatiedatum: 29-12-2010, NTFR 2011/328Aan belanghebbende, die een schoonmaakbedrijf exploiteert, is naar aanleiding van een boekenonderzoek een naheffingsaanslag loonbelasting met een vergrijpboete van 50% opgelegd. Volgens de inspecteur is er zwart loon uitbetaald. In geschil is of de naheffingsaanslag en vergrijpboete terecht zijn opgelegd. De rechtbank oordeelt dat zowel de urenstaten als de kasadministratie essentiële onderdelen vormen van de administratie van belanghebbende. Nu de kasadministratie niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en er voorts urenstaten ontbreken, vertoont de administratie van belanghebbende dusdanig ernstige gebreken dat deze niet als basis kan dienen voor de berekening van de door hem over die jaren verschuldigde loonheffing. De rechtbank concludeert dan ook tot omkering van de bewijslast.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verlengde navorderingstermijn ter zake van Zwitserse bankrekening geoorloofd »
Publicatiedatum: 22-12-2010, NTFR 2011/688In deze uitspraak staan in feite twee vragen centraal, namelijk 1. is de verlengde navorderingstermijn van toepassing en 2. is deze termijn verder overschreden dan noodzakelijk?

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur moet alsnog beslissen op teruggaafverzoeken omzetbelasting op straffe van dwangsom »
Publicatiedatum: 16-12-2010, NTFR 2011/171Belanghebbende heeft voor de jaren 2008 en 2009 achttien teruggaafverzoeken omzetbelasting, in de zin van art. 33 Wet OB 1968, ingediend. Door de inspecteur is op deze verzoeken (nog) niet beschikt. Volgens de inspecteur heeft belanghebbende niet voldaan aan zijn verzoek om de volledige administratie in te zien. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen. Rechtbank Arnhem oordeelt dat de inspecteur op grond van art. 4:13 Awb binnen acht weken dient te beslissen op een teruggaafverzoek. Nu de inspecteur hier niet aan heeft voldaan en hij de beslistermijn niet overeenkomstig art. 4:15 Awb heeft verlengd, is de rechtbank van oordeel dat het beroep gericht tegen het niet-tijdig beslissen gegrond is.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Langzame postbezorging vanuit Zimbabwe vormt geen verschoonbare termijnoverschrijding »
Publicatiedatum: 11-11-2010, NTFR 2010/2835De bewijslast van een verschoonbare termijnoverschrijding rust op de belastingplichtige. In deze procedure voert de belastingplichtige daartoe aan dat de late ontvangst van het bezwaarschrift is te wijten aan een vertraagde verwerking en bezorging van de verschillende postondernemingen. Dit standpunt wordt door de belastingplichtige niet met concrete feiten of nadere stukken onderbouwd. Het hof oordeelt dan ook dat de belastingplichtige niet in de op hem rustende bewijslast is geslaagd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


De noodzaak tot het instellen van hoger beroep is niet uitsluitend aan belanghebbende te wijten »
Publicatiedatum: 19-10-2010, NTFR 2010/2671Als de belastingplichtige in (hoger) beroep geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, dan worden als hoofdregel de door de belastingplichtige gemaakte proceskosten vergoed door het bestuursorgaan. Van deze hoofdregel wordt afgeweken indien de noodzaak tot het instellen van (hoger) beroep uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van de belastingplichtige. De inspecteur stelde zich in de onderhavige procedure op het standpunt dat het instellen van het hoger beroep aan de belastingplichtige was te wijten omdat hij nu pas met het benodigde bewijsmateriaal op de proppen kwam.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het niet tot een gunstiger beslissing kan leiden »
Publicatiedatum: 15-10-2010, NTFR 2010/2435Rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 21 februari 2008 het beroep van belanghebbende kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betaald zijn van het griffierecht. In verzet heeft de rechtbank dit oordeel bevestigd. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de intrekking van het beroep pas na de uitspraak van 21 februari 2008 was binnengekomen. In cassatie betoogt belanghebbende dat de intrekking van het beroep heeft plaatsgevonden voordat de rechtbank op 21 februari 2008 uitspraak deed. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Nu zowel de niet-ontvankelijkverklaring als de intrekking van het beroep ertoe leidt dat het beroep inhoudelijk niet verder wordt behandeld, en belanghebbende de grond waarop zijn beroep nietontvankelijk is verklaard (niet betalen griffierecht) niet betwist, kan het cassatieberoep voor belanghebbende niet tot een gunstiger beslissing leiden.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


De door de gemachtigde verleende rechtsbijstand is niet beroepsmatig verleend »
Publicatiedatum: 05-10-2010, NTFR 2010/2617In deze procedure moet het gerechtshof de vraag beantwoorden of sprake was van beroepsmatig verleende rechtsbijstand door de verschenen gemachtigde. Door de rechtbank was een vergoeding toegekend voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De ambtenaar betwist in hoger beroep dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het is vervolgens aan de belastingplichtige om aannemelijk te maken dat de gemachtigde die ter zitting van de rechtbank is verschenen beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend. Het gerechtshof oordeelt, onder verwijzing naar de gedingstukken uit de beroepsfase, dat er geen enkel aanknopingspunt is dat de gemachtigde beroepsmatig optrad.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Dwangsom bij niet tijdige uitspraak op bezwaar »
Publicatiedatum: 03-10-2010, NTFR 2010/2370Belanghebbende heeft op 23 januari 2008 bezwaar gemaakt tegen een navorderingsaanslag IB/PVV 2002. De inspecteur heeft nog niet op dit bezwaar beslist. Volgens de inspecteur heeft belanghebbende ingestemd met het opschorten van de beslistermijn. Belanghebbende betwist dit en heeft in november 2008 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. In de beroepsfase heeft belanghebbende ingestemd met het opschorten van de beslistermijn voor de duur van zes maanden. Deze termijn is verstreken zonder dat de inspecteur uitspraak op bezwaar heeft gedaan.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen rentevergoeding over betaald griffierecht dat door bestuursorgaan moet worden vergoed »
Publicatiedatum: 24-09-2010, NTFR 2010/2250Het hof heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. Het hof heeft naar aanleiding daarvan bepaald dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van € 38 (rechtbank) en € 107 (hof) moet vergoeden. Belanghebbende wenst daarnaast nog een rentevergoeding over deze bedragen te ontvangen. Naar het oordeel van de Hoge Raad is voor een dergelijke rentevergoeding geen plaats, nu art. 8:74 Awb alleen voorziet in vergoeding van het nominale bedrag van het betaalde griffierecht. Ook voor een rentevergoeding bij wege van schadevergoeding op de voet van art. 8:73 Awb is geen plaats.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Ondanks boekenonderzoek geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt bij belastingadviseur »
Publicatiedatum: 10-08-2010, NTFR 2010/2254Belanghebbende drijft een administratie-, belastingadvies-, assurantie- en financieringskantoor. In mei 2007 heeft belanghebbende een kantoorpand geleverd aan B bv, waarvan belanghebbende middellijk alle aandelen bezit. Ter zake van deze levering is € 242.250 aan omzetbelasting in rekening gebracht. Het pand wordt door B bv belast verhuurd aan belanghebbende. Belanghebbende heeft de in verband met de levering verschuldigde omzetbelasting niet aangegeven. In juni 2008 wordt dit tijdens een boekenonderzoek niet ontdekt door de inspecteur. Pas in juli 2008, wanneer B bv in haar aangifte het bedrag van € 242.250 als voorbelasting in aftrek brengt, wordt de inspecteur hiermee bekend en legt hij een naheffingsaanslag omzetbelasting op. In geschil is of belanghebbende een geslaagd beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Gebruik van verlengde navorderingstermijn ter zake van Zwitserse bankrekening is toegestaan »
Publicatiedatum: 20-07-2010, NTFR 2010/2135In deze uitspraak staat de vraag centraal of de verlengde navorderingstermijn verder is overschreden dan noodzakelijk. Rechtbank Arnhem baseert haar oordeel op HR 26 februari 2010, nr. 43.050bis, NTFR 2010/1006.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Gronden van bezwaar per fax: inspecteur moet gelegenheid tot herstel bieden »
Publicatiedatum: 24-02-2010, NTFR 2011/70Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaar. Belanghebbende had per fax om uitstel verzocht voor het indienen van de gronden van het pro-formabezwaarschrift. De inspecteur heeft dit uitstel verleend en daarbij aangegeven dat faxen niet meer worden geaccepteerd. Vervolgens doet belanghebbende, wederom per fax, de gronden van het bezwaar aan de inspecteur toekomen. De inspecteur verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in het bezwaar. Gelet op de werkinstructie van de inspecteur is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur belanghebbende in de gelegenheid had behoren te stellen zijn omissie te herstellen. De waarschuwing in de eerdere brief doet hieraan niet af.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op

Jaeger maakt gebruik van cookies

Wij plaatsen cookies om uw ervaring op de website te verbeteren. De cookies die vereist zijn om de website te gebruiken zijn wettelijk toegestaan. Voor de andere cookies kunt u hieronder toestemming geven.

meer informatie