EU pakt btw-fraude harder aan: wat betekent de nieuwe gegevensdeling met EPPO en OLAF voor ondernemers?

De Europese Unie zet een volgende stap in de bestrijding van grensoverschrijdende btw-fraude. Met de voorgestelde wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt de toegang tot btw-gegevens op unieniveau uitgebreid voor het Europees Openbaar Ministerie (EOM/EPPO) en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Op 5 mei 2026 hebben de ministers van Financiën van de EU hierover een akkoord bereikt. Daarmee is een belangrijke politieke horde genomen, al moet het wetgevingsproces nog worden afgerond. Het onderwerp leeft nadrukkelijk, ook in de praktijk, getuige het feit dat ik hier op 5 mei jl. door RTL Z over werd bevraagd. De vraag voor ondernemers is helder: wat verandert er concreet en wat betekent dit voorstel voor uw rechtspositie?

Btw-fraude is een miljardenprobleem

Dat de EU inzet op intensivering van fraudebestrijding is goed verklaarbaar. Het zogenoemde “btw-gat” – het verschil tussen de verwachte en de daadwerkelijk geïnde btw – bedroeg in 2023 circa € 128 miljard. Dat bedrag omvat niet uitsluitend fraude, maar ook faillissementen, fouten en administratieve tekortkomingen.

Dat neemt niet weg dat btw-fraude een substantiële component vormt. Het jaarverslag van het EPPO over 2025 laat bijvoorbeeld zien dat:

  • er 3.602 actieve onderzoeken liepen;
  • het geschatte financiële nadeel meer dan € 67 miljard bedroeg;
  • daarvan 981 zaken betrekking hadden op btw- en douanefraude, goed voor circa € 45 miljard.

Btw-fraude is bovendien zelden nationaal. Juist het grensoverschrijdende karakter maakt effectieve bestrijding complex — en dat is precies waar dit voorstel op ingrijpt.

Ondernemers en btw-fraude: een ongemakkelijke realiteit

Hoewel de aanpak zich richt op fraudeurs, raakt de praktijk ook regelmatig bonafide ondernemers. Btw-fraude speelt zich vaak af in handelsketens. Ondernemers kunnen — zonder dat zij dat beogen — onderdeel worden van een fraudestructuur.

In dat kader geldt vaste rechtspraak: een ondernemer kan zijn btw-rechten (zoals aftrek of toepassing van het nultarief) verliezen indien de fiscus aantoont dat sprake is van fraude in de keten en de ondernemer wist, of had moeten weten, dat hij deelnam aan een fraudeketen.

Met name dat tweede criterium (“had moeten weten”) is juridisch relevant en tegelijkertijd diffuus. Het betreft een open norm die achteraf wordt ingevuld, aan de hand van alle feiten en omstandigheden.

De toets achteraf

De beoordeling of iemand had moeten weten dat hij onderdeel zou worden van een fraudeketen vindt vrijwel altijd plaats nadat ergens in de keten fraude is vastgesteld. De vraag die dan centraal staat is:

“Heeft de ondernemer voldoende zorgvuldigheid betracht om betrokkenheid bij fraude te voorkomen?”

Die beoordeling is casuïstisch. Factoren die een rol kunnen spelen zijn bijvoorbeeld:

  • de betrouwbaarheid en traceerbaarheid van de handelspartner;
  • het gebruik van atypische contactgegevens;
  • afwijkende prijsstellingen of marges;
  • logistieke en administratieve inconsistenties;
  • etc.

Wat daarnaast in een commerciële context soms verklaarbaar lijkt, kan in een fiscale of strafrechtelijke context zwaarder wegen omdat dan met een “fraudebril” wordt gekeken. Dat maakt internationale handel juridisch kwetsbaarder dan ondernemers denken. Ondernemers zijn immers geen belastinginspecteurs of opsporingsambtenaren; het draait om het drijven van handel.

Gelukkig zie je in de praktijk dat ondernemers hun administratie en meer specifiek hun KYC-procedures steeds beter op orde hebben. Lees voor meer informatie over bijvoorbeeld de inhoud van een KYC-dossier het blog van mijn collega mr. Sarah Verweij.

Wat verandert er met het nieuwe voorstel?

De kern van het voorstel is dat EPPO en OLAF beter en sneller toegang krijgen tot relevante btw-informatie op EU-niveau. Zo krijgen EPPO en OLAF via één centraal toegangspunt toegang tot gegevens uit onder meer:

  • het VIES-systeem (btw-identificatienummers en intracommunautaire transacties);
  • CESOP (grensoverschrijdende betalingsgegevens); en
  • gegevens over invoerregelingen (zoals IOSS).

Belangrijk is dat deze toegang gericht is (per concreet onderzoek), beperkt is tot relevante informatie en niet mag worden gebruikt voor algemene monitoring. Hiermee wordt een “fishing expedition” voorkomen.

Ook Eurofisc (het EU-netwerk ter bestrijding van btw-fraude) krijgt een explicietere rol in de informatievoorziening. Zo stelt Eurofisc analyseverslagen op over vermoedelijke btw-fraude en deelt deze rapporten met EPPO en OLAF. De te verstrekken rapportages van Eurofisc mogen daarbij enkel gegevens bevatten die strikt noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of het zijn bevoegdheden kan uitoefenen.

Voor EPPO gaat het dan om informatie voor strafrechtelijke onderzoeken en vervolging; voor OLAF gaat het om informatie voor administratieve onderzoeken, met name waar het de financiële belangen van de EU treft.

Welke informatie wordt concreet gedeeld?

De gegevensuitwisseling blijft, zoals gezegd, nadrukkelijk begrensd.

EPPO ontvangt onder meer:

  • Eurofisc-analyses van vermoedelijke grensoverschrijdende btw-fraude;
  • aanvullende gegevens op verzoek binnen lopende onderzoeken;
  • gerichte toegang tot relevante databanken.

OLAF ontvangt onder meer:

  • informatie over douanegerelateerde btw-fraude;
  • Eurofisc-rapporten;
  • aanvullende gegevens binnen administratieve onderzoeken.

Rechtsbescherming: waarborgen in het systeem

De uitbreiding van toegang tot relevante btw-informatie gaat gepaard met duidelijke waarborgen. Zo is de toegang tot de data beperkt tot specifiek aangewezen functionarissen met persoonlijke accounts en verificatie en wordt elke raadpleging gelogd met een koppeling naar een specifiek dossier en gebruiker. Hierdoor zou misbruik van de informatie moeten worden ingedamd.

Wat verandert er met het nieuwe voorstel voor ondernemers?

In de kern verandert er met dit voorstel weinig voor bonafide ondernemers. Voor minder “compliant” ondernemers geldt wel dat “hun” fraude sneller zal worden opgemerkt door EPPO en OLAF, hetgeen effectievere handhaving in de hand werkt.

Een aandachtspunt dat u als ondernemer niet mag missen!

Voor ondernemers die actief zijn in de internationale handel blijft het van belang dat zij hun handelspartners zorgvuldig uitkiezen. Op hen rust immers de verplichting om alles te doen wat redelijkerwijs van hen kan worden verwacht om te voorkomen dat zij onderdeel worden van btw-fraude.

Zorg er in ieder geval voor dat u:

  • uw handelspartners kent;
  • een gedegen KYC-procedure heeft én uitvoert;
  • de transactie zorgvuldig beoordeelt en hierover vastleggingen heeft in uw administratie; en
  • signalen van mogelijke fraude serieus neemt.

Maar: de bewijslast van fraude ligt bij de autoriteiten

Mocht u dan toch ongewild betrokken raken bij btw-fraude, realiseert u zich dan goed dat het bewijs voor het bestaan van de fraude én voor uw betrokkenheid daarbij geleverd moet worden door de autoriteiten. Dat geldt zowel voor bestuursrechtelijke handhaving (bijvoorbeeld doordat de Belastingdienst u een naheffingsaanslag wenst op te leggen), als in strafrechtelijke procedures (bij vervolging door bijvoorbeeld EPPO).

De enkele betrokkenheid in een transactieketen is daarvoor in ieder geval onvoldoende.

Met deze wetenschap is een gedegen procesopstelling van groot belang. Zorg dat u kunt laten zien welke zorgvuldigheidsstappen u heeft gezet, dat uw interne processen en KYC-procedures aantoonbaar worden uitgevoerd en dat uw dossiervorming op orde is. Dat versterkt uw positie wanneer u wordt bevraagd door de Belastingdienst, EPPO of andere autoriteiten.

Tot slot

Met de wijziging van de Verordening zet de EU een duidelijke stap richting intensievere samenwerking en effectievere bestrijding van btw-fraude. De informatiepositie van EPPO en OLAF wordt versterkt, met name bij grensoverschrijdende EU-transacties.

Tegelijkertijd heeft het voorstel oog voor de rechtsbescherming en worden waarborgen ingebouwd om misbruik van de informatie en de toegang daartoe te voorkomen.

Voor ondernemers verandert er in de kern niets. Desalniettemin blijft het devies om de KYC- en in-/verkoopprocessen bij grensoverschrijdende handel goed te monitoren en vooral scherp te blijven op de risico’s die deze handel met zich meebrengt.

Krijgt u een vragenbrief van de fiscus of wordt u verdacht van btw-fraude? Neem dan direct contact met mij op of met een van mijn collega’s.


Stuur een reactie naar de auteur