Bestuurdersaansprakelijkheid

Bestuurdersaansprakelijkheid en ketenaansprakelijkheid

Als (ex-)bestuurder kunt u onder voorwaarden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschulden van de vennootschap. Het gaat dan vaak om grote bedragen zodat de gevolgen voor u groot kunnen zijn. De Belastingdienst moet wel aannemelijk maken dat u op grond van de wet aansprakelijk bent. In onze ervaring gaat de Belastingdienst daarbij in veel gevallen te kort door te bocht. Gelukkig kunt u een geschil hierover voorleggen aan de belastingrechter. Op deze pagina worden enkele aspecten van de fiscale aansprakelijkheidsprocedure besproken.

Wanneer aansprakelijk?

Voor de BV en de NV geldt dat u persoonlijk aansprakelijk bent voor specifieke belastingschulden als u de vennootschap ‘kennelijk onbehoorlijk’ heeft bestuurd. Het gaat meestal om omzet- en loonbelasting. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is sprake als geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld zoals is gehandeld. Dit betekent een zware bewijslast voor de Belastingdienst en veel vrijheid voor u als bestuurder/ondernemer. Daarbij geldt wel dat onbehoorlijk bestuur door uw medebestuurders in beginsel aan u kan worden toegerekend. U kunt zich dus niet eenvoudig verweren door te stellen dat een collega-bestuurder de financiën van de onderneming verzorgde en u daar geen zicht op had.

Voor de belastingschulden van samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid (zoals de , de maatschap, VOF en CV) geldt niet de voorwaarde dat sprake moet zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Een  maat of vennoot ontloopt aansprakelijkheid alleen als hij aannemelijk kan maken dat het niet aan hem te wijten is dat de belasting niet is voldaan. Het is dus zaak goed in kaart te brengen waarom de belastingen niet zijn betaald. Een onverwachte en flinke terugval in omzet bijvoorbeeld, kan betekenen dat de betalingsproblemen niet aan u te wijten zijn. Dit vergt een individuele beoordeling van uw zaak. Het onderstaande over de melding betalingsonmacht is niet van toepassing op de vennoot of maat.

Melding betalingsonmacht

Om het de Belastingdienst makkelijker te maken (voormalige) bestuurders aansprakelijk te stellen voor onbetaalde belasting, heeft de wetgever een meldingsregeling bij betalingsonmacht ingevoerd. Deze meldingsregeling houdt in dat de vennootschap binnen twee weken aan de fiscus melding moet doen als een belastingaanslag niet kan worden betaald.

Als betalingsonmacht niet (tijdig) wordt gemeld, dan vermoedt de wet (artikel 36 Invorderingswet 1990) dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Alleen in het geval u kunt aantonen dat het niet-melden van de betalingsonmacht niet aan u te wijten is, mag u aannemelijk proberen te maken dat u de vennootschap niet kennelijk onbehoorlijk hebt bestuurd. U verkeert dus in een moeilijke positie als (ex-)bestuurder als de betalingsonmacht niet tijdig is gemeld en de belasting (deels) onbetaald is gebleven. Van belang is verder dat een tijdige melding van betalingsonmacht geen werking heeft als de vennootschap opzet of grove schuld kan worden verweten (en het gaat om aan naheffingsaanslag).  

Er is wel rechtspraak waaruit volgt dat een melding betalingsonmacht achterwege mag blijven als de Belastingdienst al op andere wijze op de hoogte is van betalingsonmacht, bijvoorbeeld door herhaaldelijk contact over betalingsregelingen. Deze uitzondering op de hoofdregel van tijdige melding wordt door rechters echter terughoudend toegepast. Wees dus scherp en meld betalingsonmacht tijdig. Of spreek met uw belastingadviseur of accountant af dat hij betalingsonmacht voor u meldt als het zich voordoet.  

Vragen over bestuurderaansprakelijkheid?

Wij knokken keihard voor uw recht Maak uw afspraak