Zelfstandigenwet in consultatie: civiel meer duidelijkheid, fiscaal nog lang niet

De internetconsultatie van de Zelfstandigenwet is geopend. Voor ondernemers die met zzp’ers werken, en voor zzp’ers zelf, is dat relevant. Het voorstel wil meer duidelijkheid geven over de civielrechtelijke vraag wanneer géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat is op zichzelf welkom. Dit lost de fiscale discussie helaas lang niet altijd op, zeker niet voor opdrachtgevers.

In het consultatie-concept schrijft het kabinet dat het meer rust en duidelijkheid wil brengen voor zelfstandigen en opdrachtgevers. Het voorstel is een ‘veilige haven’ creëren. Daarmee moet vooraf duidelijker worden wanneer buiten dienstbetrekking kan worden gewerkt.

Dat ‘het dossier’ leeft blijkt wel uit de vele reacties die in korte tijd al zijn ingediend.


Hoe werkt de Zelfstandigenwet?

De wet introduceert twee toetsen:

•             de zelfstandigentoets; en

•             de werkrelatietoets.

De zelfstandigentoets omvat het aantal opdrachtgevers waarvoor iemand heeft gewerkt, of voldoende wordt besteed aan ‘voorzieningen tegen risico’s’ (zoals ziekte en arbeidsongeschiktheid) en nog een aantal andere criteria zoals inschrijving bij de KvK en het hebben van een actief btw-nummer. De werkrelatietoets gaat over de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, bijvoorbeeld of iemand voldoende vrijheid heeft bij de vorm waarin en de tijden waarop hij de arbeid verricht.

Wie aan beide toetsen voldoet, moet civielrechtelijk met meer zekerheid als zelfstandige kunnen werken, omdat dan het gezag ontbreekt dat nodig is voor een arbeidsovereenkomst. Een nieuw artikellid in artikel 7:610 BW bepaalt dat dan in ieder geval géén sprake is van “werken in dienst van een werkgever”. Dat is winst omdat dit onnodige terughoudendheid bij opdrachtgevers kan verminderen.


Maar de winst is beperkt

Aandachtspunt is echter dat de zelfstandigentoets voor opdrachtgevers niet altijd goed controleerbaar is en zij daardoor de gewenste duidelijkheid blijven missen. Hoe moet een opdrachtgever immers weten of, zoals het wetsvoorstel beschrijft, een zelfstandige voldoende voorzieningen voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioen heeft getroffen? Zijn dit documenten die een opdrachtgever voor het geven van een opdracht, standaard moet gaan opvragen? De concept memorie van toelichting vermeldt terecht dat dit tot extra lastendruk voor de opdrachtnemer kan leiden, die immers naar verwachting, gegevens aan de opdrachtgever moet aanleveren. Maar dan is de vervolgvraag: wat moet de opdrachtgever allemaal vragen en hoever reikt zijn onderzoeksplicht?

Verder gaat de Zelfstandigenwet alleen over de civiele duiding van de arbeidsrelatie, niet over de fiscale kwalificatie. Bovendien vervangt de wet de bestaande civiele toets niet volledig. In de toelichting staat expliciet dat als niet aan de voorwaarden van de Zelfstandigenwet is voldaan, daarmee nog niet automatisch vaststaat dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dan moet nog steeds worden teruggevallen op de bestaande ‘holistische’ toets van artikel 7:610 BW en de jurisprudentie daarover (onder meer de negen criteria uit het Deliveroo-arrest en het Über-arrest van de Hoge Raad). Met andere woorden: de wet maakt de duidelijke gevallen duidelijker, maar laat het grijze gebied grotendeels bestaan.


Waarom dat voor opdrachtgevers telt

Voor de fiscale behandeling blijft dus een groot grijs gebied bestaan. De opdrachtgever is voor de vraag of aan de zelfstandigentoets voldaan wordt afhankelijk van informatie van de opdrachtnemer, als die die informatie al wil verstrekken. En als een opdrachtnemer stelt dat hij wél aan die toets voldoet – en ook aan de werkrelatietoets – en dat blijkt later niet zo te zijn, dan zijn de consequenties voor de opdrachtgever groot. Hij kan dan immers met naheffingen worden geconfronteerd en moet maar zien of hij die op de opdrachtnemer kan verhalen. En precies dat lost de Zelfstandigenwet niet op.

Dat is geen theoretische kwestie. In een blog van mijn collega Sarah Verweij is al uitgelegd dat ‘schijnzelfstandigheid’ kan leiden tot naheffingsaanslagen loonbelasting voor de opdrachtgever. Ook boetes kunnen, na afloop van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025, vanaf 2026 aan de orde zijn, beschrijft zij in een andere blog.


Slot

De voorgestelde Zelfstandigenwet is een stap in de goede richting. Het blijft echter voor zowel zzp’ers zelf als voor hun opdrachtgevers nog goed opletten of er sprake is van ‘schijnzelfstandigheid’. Zorg dat u over voldoende onderbouwing beschikt dat er sprake is van echte zelfstandigheid. En ook als de Zelfstandigenwet zou worden ingevoerd blijft zo’n onderbouwing van belang, zeker voor opdrachtgevers die van hun opdrachtnemers afhankelijk zijn voor de beoordeling of aan de zelfstandigentoets wordt voldaan.

mr. V.S.T. Leenders
leenders@jaeger.nl
020 – 676 04 81

Stuur een reactie naar de auteur