De illegale handel in onveraccijnsde tabak: lucratief maar risicovol!
Alle pagina's gelinkt aan
De illegale handel in onveraccijnsde tabak: lucratief maar risicovol!
Illegale tabakshandel lijkt tegenwoordig bijna dagelijks het nieuws te halen. Onlangs meldde de FIOD dat op 5 november 2025 in een loods op een industrieterrein in de gemeente West Maas en Waal circa 8,5 miljoen illegale sigaretten zijn aangetroffen. Volgens de autoriteiten bedroeg het fiscale nadeel voor de Staat ruim € 3,2 miljoen.[1]
In dergelijke nieuwsberichten wordt meestal onvermeld gelaten dat iedereen die onveraccijnsde tabak ‘voorhanden heeft gehad’ of daarbij slechts zijdelings ‘betrokken is geweest’, een naheffingsaanslag van de Douane kan verwachten. Over illegale tabak is namelijk geen accijns betaald wat inhoudt dat de Douane die belasting alsnog mag heffen. Betrokkenheid bij onveraccijnsde tabak brengt daardoor niet alleen strafrechtelijke risico’s met zich mee, maar ook aanzienlijke fiscale gevolgen.
In dit blog leg ik uit in welke situaties de Douane een naheffingsaanslag accijns aan u kan opleggen.

Wanneer krijgt u een naheffingsaanslag?
De Wet op de accijns bepaalt dat over alle tabaksproducten accijns moet worden betaald. In de praktijk regelen tabaksfabrikanten of importeurs dit. In de illegale tabakshandel gebeurt dat echter bewust niet, omdat juist het ontwijken van accijns deze handel zo winstgevend maakt. Als deze illegale handel aan het licht komt wordt accijns geheven van iedereen die de tabak voorhanden heeft gehad of daarbij betrokken was.
Voor het voorhanden hebben van onveraccijnsde tabak is vereist dat u de beschikkingsmacht over de tabak hebt gehad.[2] Het is dus niet relevant of u een recht of enig belang hebt met betrekking tot de tabak.[3] Om u een naheffingsaanslag accijns op te kunnen leggen hoeft u dus geen eigenaar te zijn van de tabak.
U bent niet alleen verantwoordelijk voor de verschuldigde accijns als u de tabak voorhanden hebt gehad, maar ook wanneer u daar slechts betrokken bij bent geweest. Die betrokkenheid wordt zeer ruim uitgelegd en kan eveneens leiden tot een naheffingsaanslag accijns voor het volledige bedrag. Van betrokkenheid is al sprake wanneer u slechts administratieve, financiële en/of logistieke handelingen verricht die betrekking hebben op de onveraccijnsde tabak.[4]
U wist niet dat het om onveraccijnsde tabak ging?
Het is niet relevant of u wist of redelijkerwijs had moeten weten dat het om onveraccijnsde tabak ging. Er bestaat dus geen wetenschapsvereiste. Onwetendheid biedt u dus geen bescherming tegen een naheffingsaanslag. Dat betekent dat als u ervan uitging dat de tabak legaal was of dat iemand anders de accijns had voldaan, aan u nog steeds een naheffingsaanslag kan worden opgelegd.
Handelde u als werknemer?
Indien u werknemer bent dan kan het onder voorwaarden zijn dat uw handelen of nalaten wordt toegerekend aan de werkgever. In dat geval wordt niet u, maar uw werkgever verantwoordelijk gehouden voor de onveraccijnsde tabak.
Wil u als werknemer ontkomen aan een naheffingsaanslag accijns dan moet worden voldaan aan twee voorwaarden. De eerste voorwaarde is dat u hebt gehandeld binnen de taken die u van uw werkgever hebt gekregen. U moet dus iets doen wat bij uw functie hoorde. De tweede voorwaarde is dat u die taken uitvoerde op basis van instructies die direct afkomstig waren van uw werkgever, of van een collega die binnen zijn functie bevoegd was om zulke aanwijzingen te geven.[5]
Wat moet de Douane bewijzen?
In het strafrecht geldt dat u uitsluitend kan worden veroordeeld wanneer de rechter heeft vastgesteld dat u de onveraccijnsde tabak opzettelijk voorhanden hebt gehad. Dat opzettelijk voorhanden hebben moet wettig en overtuigend worden bewezen.[6] De Douane heeft daarentegen slechts de taak om aannemelijk te maken dat u de onveraccijnsde tabak voorhanden hebt gehad of dat u daarbij betrokken bent geweest. De Douane kan u dus al een naheffingsaanslag opleggen als er voldoende feiten en aanwijzingen zijn die op uw betrokkenheid wijzen. Deze relatief lage bewijslast maakt het voor de Douane eenvoudig om ook degenen aan te spreken die niet de hoofdrolspelers waren in de illegale handel.
In de praktijk blijkt dat vaak wordt gedacht dat een strafrechtelijke vrijspraak ook automatisch betekent dat daarmee de naheffingsaanslag van tafel gaat of, indien dat nog niet is gedaan, deze niet wordt opgelegd. Vanwege het verschil in bewijslast is dat echter niet het geval. In de meeste gevallen blijft de naheffingsaanslag in stand met alle financiële gevolgen van dien.
Naheffing bij meerdere belastingplichtigen?
In vrijwel alle zaken die ik in de praktijk tegenkom gaat het om één belastbaar feit, namelijk het voorhanden hebben van een hoeveelheid onveraccijnsde tabak buiten een accijnsschorsingsregeling. Hoewel het om één belastbaar feit gaat sluit de Wet op de accijns niet uit dat meerdere personen voor hetzelfde feit een naheffingsaanslag krijgen. Dat betekent dat de Douane in theorie meerdere keren accijns kan heffen over dezelfde partij tabak.[7]
De wetgever heeft echter niet bedoeld dat er uiteindelijk daadwerkelijk dubbel accijns wordt geheven. Dat betekent dat wanneer één van de betrokkenen de verschuldigde accijns geheel of gedeeltelijk betaalt, dat bedrag wordt afgetrokken van wat bij anderen nog kan worden geïnd. Op die manier wordt voorkomen dat de Staat uiteindelijk meer accijns ontvangt dan waarvoor de tabak in totaal belast zou moeten worden.
Tot slot
Betrokkenheid bij het voorhanden hebben van onveraccijnsde tabak kan niet alleen strafrechtelijke gevolgen hebben, maar ook ingrijpende fiscale consequenties. In dergelijke gevallen is tijdige juridische ondersteuning essentieel. Hebt u een aanslag ontvangen of is deze reeds aangekondigd? Neem dan vooral contact op met Jurgen Scheltema of een van onze andere specialisten om uw zaak de bespreken.

mr. J.J. Scheltema
scheltema@jaeger.nl
020 – 676 04 81
[1] https://www.fiod.nl/85-miljoen-illegale-sigaretten-aangetroffen-in-loods-gemeente-west-maas-en-waal/
[2] Hoge Raad 22 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2093 r.o. 3.4.
[3] HvJ 10 juli 2021, WR, C-279/19, ECLI:EU:C:2021:473, punt 28.
[4] Hoge Raad 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:169.
[5] Hoge Raad 29 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:659.
[6] In het strafrecht wordt betrokkenheid bij het voorhanden hebben nauwelijks tenlastegelegd. Meestal gaat het om medeplegen van of medeplichtig aan het opzettelijk ‘voorhanden hebben’.
[7] Artikel 51 Wet op de accijns.
Stuur een reactie naar de auteur