Verhuld vermogen – saga 2.0: offshore structuren in belastingparadijzen
Alle pagina's gelinkt aan
Heeft uw belastingadviseur u in het verleden een ‘paradijselijke’ structuur aangeboden? Of bent u via finfluencers geholpen aan een zetelverplaatsing naar een tropisch oord waar u zelden (of nooit) komt? Let dan goed op. Het is goed mogelijk dat de Nederlandse fiscus binnenkort informatie ontvangt over uw structuur.
Staat deze structuur correct vermeld in uw belastingaangifte? Dan is er waarschijnlijk weinig reden tot zorg. Maar valt er toch iets af te dingen op de fiscale verantwoording? Lees dan vooral verder.
De Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen intensiveert namelijk de strijd tegen grootschalige belastingontduiking via offshore constructies. Het Landesamt zur Bekämpfung der Finanzkriminalität (LBF NRW) heeft, zo maakte het onlangs bekend, meer dan één terabyte aan (fiscale) gegevens gekocht van een klokkenluider.1
Deze data bevat blijkbaar informatie over buitenlandse bedrijven en hun eigenaren (UBO’s). De bedrijven zijn gevestigd in belastingparadijzen zoals de Verenigde Arabische Emiraten, de Kaaimaneilanden en Panama. De data bevat mogelijk ook informatie over Nederlands ingezetenen en daarom is het waarschijnlijk dat deze gegevens op enig moment ook worden verstrekt aan de Nederlandse Autoriteiten.
Wat kunt u doen als u tot een van de UBO’s behoort met een vennootschap in een belastingparadijs?

Inleiding
De internationale bestrijding van belastingontduiking door middel van offshore structuren heeft in de afgelopen jaren een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Waar voorheen fiscale en bancaire geheimhouding, geografische afstand en juridische gelaagdheid effectieve barrières vormden voor handhavende autoriteiten, is er nu sprake van een fundamenteel andere realiteit.
In de afgelopen twee decennia zijn er vaker bancaire en fiscale documenten “gelekt” naar de autoriteiten. Denk bijvoorbeeld aan de Panama Papers (ongeveer 11,5 miljoen documenten), de Paradise Papers (in 2017), de Pandora Papers (in 2021, ongeveer 12 miljoen documenten) en de Dubai Leaks (2022).
De Duitse autoriteiten hebben specifiek een verleden als het gaat om de aankoop van “gegevens”. Zo kochten de oosterburen in 2010 een cd-rom met informatie over klanten van Credit Suisse en in 2012 werd een cd-rom verworven met daarop informatie over de Coutts Bank. De recente verwerving door het Landesamt zur Bekämpfung der Finanzkriminalität Nordrhein-Westfalen (LBF NRW) van meer dan één terabyte aan fiscale gegevens over buitenlandse vennootschappen in zogenoemde belastingparadijzen markeert een volgende fase in deze ontwikkeling.
Offshore structuren en verhuld vermogen
Hoewel de exacte omvang en inhoud van de verworven gegevens nog onbekend is, laat het Duitse nieuwsbericht zien dat het (weer) gaat om klantgegevens van fiscale dienstverleners die offshore structuren aanbieden. Het gaat om informatie van klanten met constructies met buitenlandse rechtspersonen die zijn opgericht in laagbelaste jurisdicties zoals de Verenigde Arabische Emiraten, de Kaaimaneilanden, Panama, Singapore en Cyprus. Deze structuren worden aangeboden door gespecialiseerde dienstverleners (meestal trustkantoren of fiscale dienstverleners) en dienen formeel uiteenlopende commerciële doeleinden. Materieel worden zij echter niet zelden ingezet voor:
- Het onttrekken van vermogen aan het zicht van de fiscus of derden;
- het ontlopen van de belastingheffing in het land waarin “eigenlijk” de feitelijke leiding ligt van de vennootschap;
- het verhullen van de identiteit van de uiteindelijk gerechtigde (UBO);
- en, in ernstigere gevallen, het camoufleren van vermogensbestanddelen met een criminele herkomst.
Kenmerkend bij deze structuren is de inzet van stroman-directeuren of aandeelhouders, waardoor de juridische eigendom en de economische gerechtigdheid uiteenlopen. Ook het onbelast laten van winsten, dividenduitkeringen, en het vermijden van het gebruikelijk loon zullen pijlers zijn waarop een dergelijke structuur gebouwd is. Vanuit fiscaal en strafrechtelijk perspectief zijn dit punten waarop een risico ontstaat: de discrepantie tussen juridische vorm, de economische realiteit en de fiscale verantwoording.
Het verschil met “Saga 1.0”: data, schaal en samenwerking
Wat deze nieuwe episode fundamenteel onderscheidt van eerdere offshore onthullingen (denk aan Panama Papers, Dubai Leaks of Paradise Papers), is niet alleen de omvang van de data, maar vooral de institutionele aanpak. Zo zijn er al invallen gedaan in Duitsland op basis van de verkregen informatie en wordt de gekochte informatie verstrekt aan andere overheden. Op basis van onze eerdere ervaringen voorzien wij dat de Duitse harde aanpak ook zijn weerslag gaat hebben op ingezetenen van Nederland met een vergelijkbare structuur. Zeker als de Duitse autoriteiten de informatie zo kunnen verwerken dat de Nederlandse Belastingdienst direct aan de slag kan. De almaar hardere aanpak van belastingontduikers zal dan ook hier zijn intrede doen.
Door de Duitse autoriteiten wordt het datamateriaal als “sehr werthaltig” gekwalificeerd. Dat is ambtelijke taal voor: juridisch bruikbaar, bewijsrechtelijk interessant en operationeel inzetbaar. Oftewel: zeer waardevol voor de opsporing van grootschalige belastingontduiking. Het is daarom afwachten totdat de eerste Nederlandse belastingplichtige een “vriendelijke” brief vanuit Breda ontvangt, waar het centrale Belastingdienstteam zetelt dat verhuld vermogen behandelt, of meteen maar wordt geconfronteerd met een bezoek van de FIOD. Dat hele palet aan mogelijkheden ligt in Nederland open, zo laten eerdere ‘dataleaks’ zien.
Mogelijke gevolgen n.a.v. de gekochte gegevens
Voor belastingplichtigen (en hun Nederlandse adviseurs) is de impact potentieel verstrekkend. Deze saga gaat namelijk niet uitsluitend over louter fiscale correcties over meerdere jaren, maar zal tevens in het kader van verwijtbaar handelen worden beoordeeld. Het is dus niet alleen een fiscaal onderzoek naar de vraag waar een bepaald inkomen moet worden belast of waar een desbetreffende vennootschap is gevestigd. Het onderzoek zal ook in het teken staan van de vraag of opzettelijk, dan wel grofschuldig onjuist belastingaangifte is gedaan, met een vergrijpboete als gevolg. Die kunnen aanzienlijk oplopen bij navorderingen over meerdere jaren, zeker als er ook box 1- of box 2-inkomen in het geding is. Ook kan de Nederlandse adviseur betrokken raken in verwijtbaarheidsonderzoeken als deze niet de juiste vragen heeft gesteld of als deze actief mee heeft gewerkt aan (delen van) de structuur.
In een draconischer geval zal de inzet van het strafrecht als handhavingsinstrument worden ingezet. Ook hierbij komt de adviseur niet altijd ongeschonden uit de bus. Zo becommentarieerde kantoorgenoot Ludwijn Jaeger in 2024 nog de veroordeling van een belastingadviseur van een top-dj.
Bij strafrechtelijke vervolging kunt u denken aan verwijten als belastingontduiking, witwassen van crimineel vermogen en valsheid in geschrift. Maar eerdere ervaringen laten ook zien dat de Belastingdienst de heffing en beboeting over de onterecht niet afgedragen belasting op zich neemt en dat het OM en de FIOD zich bekommeren om andere zaken zoals het niet doen van aangifte of het onjuist beantwoorden van vragen. Ook een dubbele aanpak (door Belastingdienst én FIOD) is dan denkbaar.
Opvallend is dat de Duitse autoriteiten (nog) geen uitspraken doen over de omvang van de vermogens die via deze offshore structuren zijn verplaatst. Dat is juridisch gezien logisch: eerst analyseren, dan handelen. Voor betrokkenen betekent dit echter één ding: de klok tikt. De ervaring leert dat zodra datasets operationeel worden gedeeld, onderzoeken snel volgen in de vorm van:
- Informatieverzoeken
- Boekenonderzoeken
- Doorzoekingen
- Strafrechtelijke procedures
Wat kunt u dan nu nog doen om het mogelijke leed enigszins te verzachten?
Strategie in fiscale procedures: geen luxe, maar noodzaak
De internationale aanpak van belastingontduiking is de afgelopen jaren in een stroomversnelling geraakt. Overheden wisselen steeds intensiever data uit over belastingplichtigen met o.a. offshore structuren.2 Wie denkt dat buitenlandse vennootschappen in “verre oorden” buiten het zicht van de fiscus blijven, komt vroeg of laat bedrogen uit. In dat licht is één boodschap essentieel: het kiezen van een doordachte strategie in een fiscale procedure is geen optie, maar een vereiste. Zeker wanneer te verwachten valt dat gegevens over Nederlandse belastingplichtigen met offshore structuren worden verstrekt aan de Belastingdienst, is stilzitten geen verstandige keuze. De vraag is allang niet meer of de fiscus zich meldt, maar wanneer. Timing is daarbij cruciaal.
Inventariseren vóórdat de fiscus aanklopt
Een goede strategie begint met inzicht. Wat zijn de mogelijke fiscale, bestuurlijke en strafrechtelijke consequenties? Welke risico’s bestaan er in het kader van de fiscale heffing, boetes of zelfs strafvervolging? En vooral: welke acties kunnen nu worden ondernomen om de schade te beperken? Een goede voorbereiding is, ook hier, het halve werk.
Vrijwillige verbetering: meewerken loont (meestal)
In veel gevallen kan het vrijwillig verstrekken van informatie aan de Belastingdienst een belangrijk onderdeel van de strategie zijn. Door alsnog de informatie aan te leveren aan de Belastingdienst kunnen eerder ingediende aangiften worden hersteld. Het voordeel? Wie zich opstelt als een meewerkende spijtoptant, kan rekenen op een boetematiging en in sommige gevallen zelfs het voorkomen van strafrechtelijke vervolging. Wachten tot de fiscus zelf met informatie komt beperkt deze mogelijkheden aanzienlijk.
Timing is key
Dat informatie wordt uitgewisseld tussen landen is niet nieuw. Echter, zodra de Belastingdienst beschikt over concrete gegevens over niet-verantwoord inkomen/vermogen, verschuift het speelveld. Een vrijwillige melding verandert dan al snel in een reactie op een informatieverzoek – met beduidend minder ruimte voor coulance. Het is daarom niet de vraag of u een brief ontvangt over uw buitenlandse structuur, maar wanneer. Wie vóór dat moment handelt, behoudt regie.
Buitenlandse structuren: niet verboden, wél vaak verkeerd gebruikt
Laat één misverstand uit de wereld worden geholpen: het hebben van een buitenlandse structuur op een tropisch eiland is op zichzelf niet verboden. Dat verandert pas wanneer de structuur fiscaal onjuist of onvolledig wordt verantwoord of wanneer er crimineel vermogen in die structuur ‘zit’. En laat dat nu in de praktijk vaker wel dan niet het geval zijn. De laatste jaren wemelt het van de hippe filmpjes van finfluencers die vestigingsplaatsen in Dubai of andere exotische locaties aanprijzen. Daarbij rijst regelmatig de vraag waarom bijvoorbeeld de bakker om de hoek of een honkvaste ICT’er op een Amsterdamse zolderkamer ineens een complexe buitenlandse structuur nodig zou hebben, laat staan zijn fiscale zetel kan verplaatsen buiten Nederland. Fiscaal emigreren is namelijk geen papieren exercitie, maar juist een topsport die veel discipline vereist, getuige de vele vestigingsplaatsonderzoeken.
Conclusie
Wie nu strategisch handelt, kan later veel ellende voorkomen. Een doordachte aanpak, tijdige inventarisatie en – waar nodig – vrijwillige transparantie richting de fiscus maken het verschil tussen beheersbare correcties en langdurige procedures. In het huidige fiscale klimaat geldt meer dan ooit: wie voorbereid is, staat sterker. Verwacht u een brief te krijgen van de Belastingdienst over uw fiscale structuur, al dan niet naar aanleiding van de informatieaankoop van onze oosterburen? Neem dan contact op met Thijs Droog of met een van onze specialisten om uw zaak te bespreken.

mr. T.J. Droog
droog@jaeger.nl
020 – 676 04 81
[1] https://www.finanzverwaltung.nrw.de/uebersicht-rubrik-aktuelles-und-presse/pressemitteilungen/lbf-nrw-kauft-datentraeger-zu
[2] Bijvoorbeeld via de DAC-richtlijnen. https://taxation-customs.ec.europa.eu/taxation/tax-transparency-cooperation/administrative-co-operation-and-mutual-assistance/directive-administrative-cooperation-dac_en#evaluation-of-dac
Stuur een reactie naar de auteur