Is een vergrijpboete bij btw-fraude altijd terecht?

Autoriteiten blijven gefocust op btw-fraude, zo ook de fiscus. De fiscus kan een naheffingsaanslag opleggen als hij vindt, en kan onderbouwen dat er sprake is van fraude in de keten en de ondernemer daarvan wist of had moeten weten. Het wordt nog vervelender als de fiscus ook een vergrijpboete oplegt, omdat de fiscus vindt dat opzettelijk te weinig belasting is betaald. Maar is dat altijd terecht?

Dit blog bespreekt het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2026. Het ging om een ondernemer aan wie toepassing van het nultarief was geweigerd wegens betrokkenheid bij btw-fraude. De Hoge Raad beoordeelt of de inspecteur een vergrijpboete kan opleggen.


Waar gaat de zaak over?

Deze zaak ging over een autohandelaar die auto’s verkocht aan Roemeense, Hongaarse, Slowaakse en Kroatische afnemers. De autohandelaar had op de vervoersbewijzen (zoals afhaalverklaringen en CMR’s) opgeschreven dat de auto’s in die landen waren afgeleverd. In werkelijkheid waren die auto’s naar Berlijn (Duitsland) vervoerd. De afnemers hadden geen intracommunautaire verwervingen aangegeven.

De autohandelaar had wel aan de (materiële) voorwaarden voor toepassing van het nultarief voldaan, namelijk:

  1. Vervoer: de auto’s waren aantoonbaar vervoerd naar een andere EU-lidstaat;
  2. Ondernemerschap: de afnemers waren ondernemers in andere EU-lidstaten en beschikten over geldige btw-identificatienummers, ook al was dat misschien voor korte duur.

De bewijslast dat aan die materiële voorwaarden is voldaan rust op ondernemer, in dit geval de autohandelaar. Voor meer informatie over btw-fraude verwijs ik naar het blog van Thijs Droog.

Volgens de inspecteur had de autohandelaar zich echter schuldig gemaakt aan btw-fraude, omdat de autohandelaar meestal zorgdroeg voor het invullen van de bestemming van de auto’s op de afhaalverklaringen dan wel de CMR’s. Volgens de inspecteur, die de bewijslast heeft in dit geval, wist de autohandelaar dat de auto’s naar Berlijn werden vervoerd. Daarom had de inspecteur de toepassing van het nultarief geweigerd en naheffingsaanslagen opgelegd. Ook had de inspecteur vergrijpboetes opgelegd, omdat het volgens hem aan opzet te wijten was dat de omzetbelasting die op aangifte had moeten worden betaald, niet was betaald.


Wat oordeelde het hof?

Was de vergrijpboete wegens het opzettelijk niet betalen van omzetbelasting terecht opgelegd? Volgens het hof had de inspecteur voldoende feiten en omstandigheden aangedragen die bewezen dat de onjuiste aangiften te wijten waren aan het opzet van de autohandelaar. De autohandelaar had immers het functioneren van het gemeenschappelijk btw-stelsel in gevaar gebracht door:

  • De vervoersdocumenten in haar administratie expres vals op te maken door daar onjuiste bestemmingsgegevens op te vermelden, en;
  • daardoor actief mee te werken aan een structuur waarin afnemers in de gelegenheid zijn gesteld geen btw aan te geven ter zake van de intracommunautaire verwerving in de lidstaat van bestemming.


Wat oordeelde de Hoge Raad?

De Hoge Raad was het daar niet mee eens. De vergrijpboete ex artikel 67 AWR ziet op rijksbelastingen die in Nederland op aangifte moeten worden voldaan. De Hoge Raad benadrukte dat artikel 67f AWR niet ziet op beboeting van belasting die in een andere lidstaat moet worden betaald.

Als de autohandelaar niet aan de materiële voorwaarden had voldaan, dan had hij het nultarief niet mogen toepassen en had hij omzetbelasting in rekening moeten brengen. In dat geval waren de aangiften omzetbelasting die hij had ingediend onjuist en had hij te weinig omzetbelasting betaald. De autohandelaar voldeed echter wél aan de materiële voorwaarden, waardoor op het moment van het doen van aangifte geen omzetbelasting verschuldigd werd en hij geen omzetbelasting op aangifte hoefde te betalen. De omzetbelasting was verschuldigd in een andere lidstaat. Voor de heffing geldt dat als de inspecteur aannemelijk maakt dat de autohandelaar heeft gefraudeerd of dat sprake is van fraude in de keten en de autohandelaar wist daarvan of had daarvan moeten weten, dan kan er een naheffingsaanslag volgen. Dat betekent niet automatisch dat de inspecteur een vergrijpboete kan opleggen vanwege het opzettelijk niet of te weinig betalen van de omzetbelasting ex artikel 67f AWR. De inspecteur moet overtuigend aantonen dat de belastingplichtige ten tijde van het doen van aangifte opzettelijk te weinig of geen omzetbelasting heeft betaald in Nederland.

Volgens de Hoge Raad was het opzet van de autohandelaar gericht op het niet-betalen van de btw in een andere lidstaat, maar dat betekent niet automatisch dat ook sprake is van opzet op het niet-betalen van omzetbelasting in Nederland. Het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2026 onderstreept een belangrijk punt: het weigeren van het nultarief betekent niet automatisch dat een vergrijpboete gerechtvaardigd is.


Waar op letten bij een vergrijpboete

Heeft u een vergrijpboete opgelegd gekregen vanwege betrokkenheid bij fraude of omdat de inspecteur vindt dat u wist of had moeten weten dat sprake was van fraude, dan is een vergrijpboete niet altijd terecht. Het is belangrijk om vast te stellen of u aannemelijk kunt maken dat u aan de voorwaarden voor de toepassing van het nultarief heeft voldaan. Als dat zo is, kan namelijk niet worden gezegd dat u een onjuiste aangifte heeft gedaan en te weinig belasting heeft betaald. Als aan u een vergrijpboete is opgelegd vanwege betrokkenheid bij btw-fraude, neem dan contact op met één van onze specialisten.


Sarah

mr. S.A.M. Verweij
verweij@jaeger.nl
+31 (0)20 – 676 04 81



Stuur een reactie naar de auteur